
Alleen de grootste nabijheid
Joris Note
Over Affiniteiten (Die Wahlverwandtschaften) van Johann Wolfgang Goethe
Vertaald door Ria van Hengel
Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010,
ISBN 978 90 253 6729 9 / 296p.
(9) reactie(s) - geplaatst op 23-06-2010
1981, hoe zou ik het kunnen vergeten! We waren tamelijk jong, de Koude Oorlog woedde nog, en we reisden om te leren door de Duitse Democratische Republiek - een netjes uitgestippelde tocht, dat moest zo van hogerhand: Oost-Berlijn, Dresden, Wittenberg…, en ook het zonderlinge, verontrustende duo Buchenwald & Weimar, met in die laatste stad het verbluffende Goethehuis. De hele tijd trouwens was de oude meester onze reisgezel, want we lazen in vertaling het boek met de blijkbaar lastig vertaalbare titel Die Wahlverwandtschaften (1809).
Natuurlijke verwantschap, zo heette het toen, en het maakte deel uit van de reeks Prisma Klassieken, die zowel in pocket als gekartonneerd verscheen en titels herbergde van onder meer Diderot, Flaubert, Kleist, Conrad, Henry James en Thomas Hardy. Het was geen erg bevallige maar wel een nuttige en betaalbare serie; ik eer haar nagedachtenis. De Goethevertaling (van Pim Lukkenaer, 1979) was van heel redelijke kwaliteit, je vraagt je af waarom ze niet gewoon herzien en afgestoft werd. Ze bevatte ook een nawoord, een auteurschronologie en noten, terwijl de nieuwe uitgave het met alleen een flaptekst moet stellen. Maar het zij zo, en deze versie van Ria van Hengel is ondanks wat eigenaardigheden uiterst leesbaar.
Keuze
Goethe haalde de term ‘Wahlverwandtschaft’ uit de chemie van zijn tijd en paste hem in zijn roman toe op (of hanteerde hem als beeldspraak voor) menselijke affectie. Een stof vormt een eenheid van delen (zoals een mensenpaar); stoffen reageren op andere in de mate dat ze er verwantschap (‘affiniteit’) mee vertonen; wanneer zo’n ontmoeting inhoudt dat een element van een stof zich losmaakt om in verbinding te treden met een ander element, kun je spreken van ‘keuzeverwantschap’, ‘omdat het werkelijk lijkt alsof de ene verhouding de voorkeur heeft gekregen boven de andere’. A en B zijn samen, A gaat een nieuwe eenheid aan met C, en B zal zijn D zoeken.
‘Keuzeverwantschap’: dat woord staat wel in de Nederlandse versies, maar wordt kennelijk ongeschikt bevonden voor de titel. Waarom precies? ‘Natuurlijke verwantschap’ en ‘Affiniteiten’ zijn te zwak en laten het keuze-element weg (anders dan Elective Affinities of Les Affinités électives), terwijl dat toch een wezenlijk thema is binnen de roman.
Het verhaal, heel beknopt. Baron Eduard en zijn vrouw Charlotte hielden al in hun jeugd van elkaar; allebei moesten ze een ander huwelijk sluiten, maar nadat hun partners gestorven waren zijn ze alsnog samengekomen. Ze verlenen op hun kasteel gastvrijheid aan een vriend van Eduard, de legerkapitein Otto, en aan Charlottes veel jongere nichtje Ottilie. (Het namenspel gaat nog verder: Eduard heet eigenlijk óók Otto, en het zoontje dat hij met Charlotte krijgt ontvangt die naam eveneens.) Eduard en Ottilie worden verliefd op elkaar en willen die passie volgen; ook tussen Charlotte en de kapitein ontstaat iets moois, maar zij weigeren daaraan toe te geven, al kost dat moeite. De kapitein accepteert elders een baan; Eduard vertrekt eveneens, om aan de druk te ontsnappen, en hij gaat naar de oorlog. Op den duur zal de passie van Eduard en Ottilie leiden tot een ‘onschuldig’ slachtoffer en tot hun eigen ondergang.
Echt adequaat is dit miniresumé niet. Ik moet er vooral op wijzen dat de afwezigheid van de twee mannen niet minder dan een derde van de verhaallengte beslaat: daarin staan de vrouwen centraal, samen met enkele nevenpersonages. En, minstens even belangrijk: dit is niet alleen een liefdesroman. Eduard en Charlotte wonen op een groot domein, dat ze met hulp van hun twee vrienden grondig willen veranderen – door ingrepen in de tuin en het landschap, en door de bouw van een nieuw buitenhuis. Ze zoeken ook vernieuwing voor ‘hun’ nabijgelegen dorp, en er worden nuttige bezigheden voor de dorpsjeugd gecreëerd. Bij dat laatste gaat het om opvoeding, een onderwerp dat ook op andere manieren aanwezig is: Ottilie komt recht uit het pensionaat, en de assistent-directeur daarvan maakt zijn opwachting op het kasteel. Je kunt zeggen dat het bij al het genoemde om vorming draait, vorming van de mensen en vorming van hun omgeving. Het ene is makkelijker dan het andere.
Oneindigheid
Zo belanden we bij de grote tegenstelling die, denk ik, het boek draagt. Er overheerst een visie op het leven en de wereld als samenhang en orde: de werkelijkheid kan en moet voortdurend rationeel worden georganiseerd. De vrienden studeren op projecten, laten hun personeel delen in de uitvoering ervan. In zekere zin blijft dat zo tot het laatst, maar de hartstocht gaat als stoorzender werken en doet de machinerie stilvallen. (In feite zaten in de onderneming zelf al ondermijnende factoren verborgen.)
Een paar voorbeelden. De assistent-directeur, die zijn ex-pupil Ottilie bezoekt, zegt dat ze erop vooruitgegaan is, maar vindt niettemin dat ze weer even naar het pensionaat moet, ‘om zich alles in een bepaalde volgorde grondiger en voorgoed eigen te maken wat de wereld slechts bij stukjes en beetjes en meer ter verwarring dan ter bevrediging [...] leerde’. Ottilie weet dat hij gelijk heeft, maar helaas: ‘Er was niets meer in de wereld dat haar nog samenhangend voorkwam als ze aan de geliefde man dacht’.
Eduard, wanneer zijn verliefdheid haar toppunt bereikt, ‘kent geen maat meer in zijn gevoelens, noch in zijn daden. Het besef te beminnen en bemind te worden drijft hem naar het oneindige. [...] Ottilies aanwezigheid verslindt alles voor hem. Hij is volkomen in haar verzonken, [...] geen geweten spreekt hem toe, alles wat in hem bedwongen was breekt los, zijn hele wezen stroomt uit naar Ottilie.’ Oneindigheid, mateloosheid, ontgrenzing: dat vloekt met orde en organisatie, die altijd beperking impliceren. En kan het dan verbazen dat de gedwarsboomde Eduard en Ottilie door doodsverlangens bekropen worden? Verlangen naar vormeloosheid.
Charlotte en de kapitein leggen wél beheersing aan de dag, anders gezegd: zij willen het heft in handen houden, zelf een bewuste keuze maken – die haaks staat op de ‘keuzeverwantschap’. Ze loochenen dus de toepasselijkheid van de chemische metafoor. Maar de onbeheerstheid van de anderen zal ook hen meeslepen en beschadigen. Uiteindelijk verwijt Charlotte zichzelf dat ze zich tegen ‘het lot’ verzet heeft.
De geheel pure en eenvoudige (‘heilige’) Ottilie doet eerlijke pogingen om de orde te bewaren en te herstellen, maar Eduard toont zich van a tot z ongeduldig, niet in staat tot sublimatie. Bij het begin van hoofdstuk 2 weten we het al: ‘Zich iets ontzeggen was Eduard niet gewend.’ Het merkwaardige is dat de verteller (of de schrijver) dit karakter wel afwijst, maar het niet verachtelijk of bespottelijk maakt; zowat alle personages blijven min of meer sympathiek. En naar het einde toe, wanneer de catastrofe al volop bezig is, kan het onmogelijke paar ons werkelijk ontroeren: ‘Net zoals vroeger oefenden zij een onbeschrijflijke, bijna magische aantrekkingskracht op elkaar uit. [...] Als ze in één zaal waren, duurde het niet lang of ze stonden, ze zaten naast elkaar. Alleen de grootste nabijheid kon hen kalmeren, maar dan ook volkomen kalmeren, en die nabijheid was genoeg: geen blik, geen woord, geen gebaar, geen aanraking was nodig, alleen het zuivere bij elkaar zijn. Dan waren het niet twee mensen, maar was het slechts één mens in een onbewust, volmaakt genot, tevreden met zichzelf en de wereld. [...] Het leven was een raadsel voor hen, en de oplossing konden ze alleen samen vinden.’
Constructie
Je zou van Die Wahlverwandtschaften gemakkelijk een onaantrekkelijke voorstelling kunnen geven: een roman die tweehonderd jaar geleden geschreven werd door een man van zestig; taal vaak ‘onnatuurlijk’, gezwollen of stijfjes; dubieuze algemene uitspraken over vrouwen en volksmensen; onwaarschijnlijkheden van diverse soorten… Dat is allemaal waar, maar het klopt niet. Het boek is en blijft een wonder, en het voelt op een vreemde manier jeugdig aan.
Maar je moet het in de juiste houding lezen, zonder overdreven bekommernis om conventionele psychologie en conventioneel realisme. Al zijn de personages geen ‘typen’, ze zijn toch niet verregaand geïndividualiseerd; en Goethe voert hen op en manipuleert hen om vorm te geven aan enkele mogelijke visies op liefde en leven, in een verhaal dat veeleer een schitterende constructie is dan een tranche de vie. Wie in het bouwsel wil binnentreden, aanvaardt graag alles wat zich daar bevindt.
De openingszin van het boek luidt: ‘Eduard – zo noemen wij een rijke baron in de kracht van zijn leven – Eduard had in zijn boomkwekerij het mooiste uur van een aprilmiddag doorgebracht met het enten van pas verworven enttakken op jonge stammen.’ Je vindt hier meteen een dubbele affirmatie van ‘kunstmatigheid’ - enerzijds een mens die vormend ingrijpt in de natuur, anderzijds een schrijver/verteller die zich als maker opwerpt: die Eduard bestaat niet echt, dat is een figuur die ‘wij’ zo noemen! Ook in wat volgt verbergt de auteur nauwelijks zijn trucjes. Hij maakt zo vaak en nadrukkelijk gebruik van vooruitwijzing, terugverwijzing en herhaling dat zelfs een nonchalante lezer het zal opmerken. Sommige bladzijden liggen waarlijk bezaaid met tekens; de ingelaste dagboekfragmenten krijgen een keurige toelichting vooraf; overgangen van verleden tijd naar tegenwoordige tijd doen lichtjes houterig aan, ‘gemaakt’; de ingebedde novelle (‘De wonderlijke buurkinderen’) spiegelt op een voorbeeldige wijze het hoofdverhaal. Kortom, Die Wahlverwandtschaften stamt overduidelijk uit de jeugdperiode van het genre roman, is veel minder illusiewekkend dan het merendeel van de latere ‘gewone’ romans. In die zin is het een heel transparante tekst, maar dat doet niets af aan zijn rijkdom, raadselachtigheid en raffinement.
Ik heb het hier niet gehad over historische en literair-historische aspecten (onaangepaste edellieden bij het einde van het ancien régime, protestants versus katholiek, klassiek versus romantisch, situering in Goethes oeuvre…) en over de draagwijdte en de invloed van de chemische beeldspraak. Dat is nochtans allemaal interessant genoeg, en je moet betreuren dat de uitgave over die achtergronden geen informatie geeft. Maar in zoverre we hier met een kunstwerk te maken hebben (en niet met zomaar een document uit de vroege negentiende eeuw) mogen we wensen dat het ons aanspreekt in ons hier en nu. En die wens wordt vervuld. Die Wahlverwandtschaften vertelt dingen die nog altijd kunnen meetellen als we nadenken over liefde, over vrijheid, of over het ‘leiden’ van ons leven – en vertelt ze uitstekend.
Zelden ervaar je een boek als zo sterk ‘van een andere tijd’ en tegelijk zo onmiddellijk mooi.
9 reacties
Aanmelden
Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?


24-06-2010, om 4:15:43