cover big

De schepping gestript

Matthijs Ponte

Over Het Boek Genesis van Robert Crumb

Vertaald door Nicolaas Matsier

Oog en Blik, Amsterdam, 2009,
ISBN 9789061699125 / 216p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 16-12-2009

Bookmark and Share

Robert Crumbs verstripping van Genesis is tegelijkertijd een herlezing, een vertaling, (dat wil zeggen: verbeelding) en een interpretatie van het Bijbelboek. Ze geeft gezicht aan wat doorgaans verholen blijft en verbeeldt wat eigenlijk niet verbeeld dient te worden. In tegenstelling tot wat sommigen misschien verwachtten, vormt de strip geen versimpeling van de tekst via het beeld, maar verdiept het beeld de lectuur.

Vertalingen of hertalingen van de bijbel zijn redelijk talrijk, ook al zijn ze altijd precair. Enige jaren geleden verscheen onder auspiciën van het Nederlandse Bijbelgenootschap de Nieuwe Bijbelvertaling. De vertalers daarvan stond een verantwoorde modernisering, zonder onnodige simplificatie, van de taal in klassieke versies als de Statenvertaling en de vertaling van hetzelfde genootschap uit 1951 voor ogen. Daarnaast is er een grote hoeveelheid Bijbelvertalingen die de tekst poogt te populariseren door deze voor een specifieke doelgroep in toegankelijker verwoording aan te bieden. Zo zijn daar Het Boek en de Groot Nieuws Bijbel, nog naast de vele kinder- en jeugdbijbels. De boekenplanken van mijn ouderlijk huis waren gevuld met zulke onschadelijk gemaakte, pedagogische hervertellingen van oudtestamentische verhalen, prettig opgeleukt met keurig verhelderende plaatjes in vriendelijke kleurtjes. In de tale Kanaäns werd mijn generatie al lang niet meer voorgelezen. Wij kregen de moralistische lightversie voorgeschoteld. God is goed. De duivel niet.

Getekende reflectie

Hoe anders is het beeld dat uit Robert Crumbs verstripping van het boek Genesis naar voren komt. Natuurlijk, ook hier is de duivel geen lieverdje, maar God speelt ook een dubieuze rol in de verhalen. In veel opzichten deed Crumbs strip me daarin denken aan de observaties van de Amerikaanse theoloog Jack Miles in diens lezing van het oude testament God, a biography. Daarin herleest Miles de bijbel als literair construct met God als de hoofdpersoon. God blijkt dan een wispelturig, soms zacht en goed, soms rancuneus, jaloers, gierig en wreed wezen te zijn. In het boek Genesis komt die wispelturigheid wellicht het helderst naar voren en dat is ook Robert Crumb niet ontgaan.

In zekere zin lijken de projecten van Miles en Crumb dus op elkaar. Ook de striptekenaar reflecteert op de Bijbelse tekst als op een literair project en deinst er niet voor terug daarin God afwisselend als goed- en boosaardig af te schilderen. Toch is de taak die Crumb zichzelf gesteld heeft nog een stuk lastiger dan die van Miles. Die laatste heeft immers de gehele literaire theorie tot zijn beschikking, terwijl Crumb niets dan de oorspronkelijke tekst en zijn tekenpotlood voorhanden heeft. De reflectie zelf krijgt daarmee ook een artistiek karakter. Crumb eigent zich de literaire tekst toe en gaat er vervolgens mee aan de haal om er zijn eigen literaire, beeldende spel mee te spelen.

Gods ogen

De moeilijkheid van die taak blijkt al op de eerste pagina van Het Boek Genesis. Een paginagrote tekening verbeeldt de beroemde openingszinnen: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.’ De tekening toont geen van de beeldende elementen in bovenstaande zinnen. Wat we wel te zien krijgen is een langharige oude man met een enorme baard, een gerimpeld voorhoofd, borstelige wenkbrauwen en bozige, donkere ogen die gefascineerd staren naar een rondtollende zwarte bol die tussen zijn werkmanshanden zweeft. Rond de bol hangt een felle, lichte gloed, daaromheen niets dan duisternis.

Al op de eerste pagina overtreedt Crumb dus het beeldverbod dat Mozes in het boek Exodus opgelegd zal krijgen. Dit is natuurlijk lastig te vermijden in het geval van een verstripping van de Bijbel, maar daarmee niet minder veelzeggend. Opvallender is echter de eenvoud van de plaat, waarop geen van de beeldende beginzinnen van de tekst omgezet worden in beeld. Die zitten immers al in de tekst, lijkt Crumb te willen benadrukken. Zijn tekeningen willen blijkbaar geen directe verbeelding van de teksten zijn, maar veeleer een adaptatie, een verwerking, een reflectie. We krijgen dus te zien wat de tekst nog niet bevat: de ogen van God. In die ogen zoekt Crumb, zo lijkt het, de toegevoegde waarde van zijn hele project.

Sovjetarbeiders en hun voorvaderen

In de volgende pagina’s zien we Gods creatie plaatje na plaatje verschijnen. Het zijn vage, amorfe tekeningen: ‘Er zij licht’, ‘Daar zij een gewelf in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren.’ Deze tekeningen bootsen in die zin direct na wat de tekst beschrijft, dat ze even cryptisch en abstract zijn. Soms suggereren ze een ietwat flauwe intertekstuele verwijzing. Zo lijkt de tekening bij de ‘scheiding tussen het licht en de duisternis‘ wel erg op een yin en yangsymbool. Soms wordt God ten tonele gevoerd, altijd even duister en gefascineerd zijn eigen schepselen bekijkend.

Echt interessant wordt het pas weer op de zesde dag, als God Adam schept – naakt, vitaal en langharig. De eerste mens tuurt begeesterd in de verte: een vroege voorvader van de arbeiders die in de twintigste eeuw zo veelvuldig afgebeeld zouden worden in Oost-Europa. Eva is zijn vrouwelijke evenknie. Ze heeft hetzelfde hoofd, dezelfde robotachtige ogen en hetzelfde gedrongen, breedgeschouderde lijf. Prachtig zijn de tekeningen van Adam die uit de klei (het stof) getrokken wordt en de levensadem, dit keer door een wel degelijk tedere God, in zijn neus geblazen krijgt. Evenals de verbeelding van de ‘eenwording van vlees’ van Adam en Eva. Wild rollen ze door de bosjes. De borsten en geslachtsdelen zijn strategisch verhuld, waardoor het uiterlijk onderscheid tussen de twee nauwelijks te maken is.

Crumb is op zijn best als het rauw en wild wordt. Dat blijkt ook uit de plaat die volgt op het eten van de appel. Als twee verschopte junkies schuilen Adam en Eva in de bosjes voor God, de visionaire levenslust is hen alvast uit de ogen ontnomen.

De wrede, boze God toont zich direct daarna. Een woeste oude man schreeuwt een betraande Eva toe dat de last die gepaard gaat met de zwangerschap ‘zeer vermeerderd zal worden’ en dat ze ‘met smart’ haar kinderen zal baren. Niets is er meer over van de vitale lijven van de twee als ze met een ploeg over de schouder, zwetend de hof van Eden uitgegooid worden, met de verzekering dat ze zullen sterven.

Strippend close readen

Veel nadruk in de strip Genesis ligt (vanzelfsprekend) op de tekeningen, die reflecterend en verdiepend werken bij de tekst. Door de tekeningen wordt de pure leeservaring echter veel intensiever dan wanneer men normaliter de Bijbel openslaat. De close reading en het nauwgezette interpretatieproces dat Crumb vooraf heeft laten gaan aan zijn tekeningen werken aanstekelijk. Ik heb in tijden niet, en misschien wel nooit, zo nauwkeurig en met zoveel plezier het boek Genesis gelezen. En nog nooit, ook niet in Jack Miles’ God, a biography, zag ik de curiositeiten en ambivalente wreedheden die het boek Genesis bevat zo prangend uitgelicht.

In zijn tekeningen ontdoet Crumb de teksten van hun soms cryptische, verhullende karakter, waardoor het woord strip ineens ook aan het Engelse werkwoord to strip, afstropen, doet denken. Crumbs tekeningen verstrippen en strippen tegelijkertijd. Ze zijn daarmee onthullend, maar ook verdiepend en verrassend aangrijpend. De lezer wordt gedwongen zijn vooroordelen betreffende de overbekende tekst opnieuw ter discussie te stellen en deze kritisch te herzien.

Graphic content


Dat de strip zo’n aangrijpend karakter heeft kunnen krijgen, zal niet in de laatste plaats komen door Crumbs expliciete voorkeur voor het ranzige en gruwelijke. Met zichtbaar plezier tekent hij de broedermoord van stoere boer Kaïn op de trouwe schaapherder Abel. Met een stevige kei wordt het bebloede hoofd van Abel fijngestampt. Maar ook als de tekst het niet eist, weet Crumb het gruwelijke naar boven te halen. Wanneer er sprake is van de grote ‘boosheid des mensen’ op de aarde en van God die beseft dat ‘al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was’, dan tekent Crumb daar een gruwelijke scène bij waarin verschillende weerloze naakte lijven met marteltuig en geschreeuw vernederd en vernietigd worden, in wreedheid vergelijkbaar met de slotscènes uit Pasolini’s film Salò, of de honderdtwintig dagen van Sodom

De mensen, maar ook de God die hen geschapen heeft, allemaal hebben ze in Crumbs tekeningen de potentie om van vriendelijke wezens plots om te slaan in rücksichtsloze moordenaars of listige dieven in de nacht. God zelf krijgt soms dus ook die gedaante. Bijvoorbeeld wanneer Juda’s eerstgeborene Er door Hem ter dood gebracht wordt, omdat deze kwaad is in Zijn ogen. Wat we te zien krijgen is een onthoofde Er die in een duister steegje leeg ligt te bloeden, met op de achtergrond een wegsluipende gestalte met een sabel en een zak geld in de handen.

Crumb zal geen kans voorbij laten gaan om het gruwelijke en obscene in zijn strip een plaats te geven, maar nergens doet hij de tekst geweld aan. Bovendien is er in Het Boek Genesis ook ruimschoots plaats voor het schone, mooie en lieflijke. God is vaak wreed en hard, maar minstens zo vaak is hij rechtvaardig, scherp en goed. En de verbondenheid met zijn dienaren wordt ook in de tekeningen van Crumb steeds bestendigd. Het mooiste voorbeeld hiervan vormt de worsteling van Jakob aan de Jabbok met de naamloze in hoofdstuk 32. Gods engelen en boodschappers lijken in Crumbs tekeningen steeds op God zelf. In de worsteling wordt die gelijkenis ook naar Jakob doorgetrokken. Er is, net als bij de vrijpartij van Adam en Eva, geen sprake meer van uiterlijk onderscheid. Niet alleen houden de twee partijen elkaar qua spierkracht in evenwicht, ze vormen ook fysiek elkaars spiegel. Het is alsof ze daadwerkelijk ‘een worden van vlees’.

Verstript en gestript

Voor orthodoxe gelovigen zal Het Boek Genesis geen makkelijk verteerbare kost zijn. Crumb verbloemt het ambivalente en ongemakkelijke in de tekst nergens. Maar voor de geïnteresseerde en onbevooroordeelde lezer, religieus of niet, zou het daarmee juist ook wel eens een heuse openbaring kunnen zijn. Crumb laat de Bijbelteksten spreken zoals nog niet velen dat voor hem aandurfden: eerlijk, hard en complex. Hij legt daarmee lagen bloot die in een oppervlakkige lezing, of een met duidelijke pedagogische doeleinden, verloren dreigen te gaan. Daarmee bewijst hij iedereen die de literaire kracht van de Bijbel waardeert of tracht te waarderen een grote dienst. Het is te hopen dat Crumb de rest van de Bijbel ook onder handen neemt. Al was het maar om te zien of hij er ook in slaagt de ogen van de God af te beelden die een beeldverbod over zijn eigen verschijning afroept.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?