cover big

De toekomst is aan ons

Thomas Decreus

Over #Acceleratie van Armen Avanessian (red.) (vert. Menno Grootveld & Samuel Vriezen)

Editie Leesmagazijn, sine loco, 2014,
ISBN 9789491717178 / 101p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 24-02-2015

Bookmark and Share

‘Accelerationisme’ – het is vermoedelijk een begrip dat bij weinigen een belletje doet rinkelen. Tenzij u goed op de hoogte bent van de hedendaagse marxistische debatten in, voornamelijk, de Engelstalige wereld. Vanwege die onbekendheid met het accelerationisme brengt uitgeverij Leesmagazijn een klein boekje op de markt onder de titel Acceleratie.

Hierin is vooreerst het ‘Accelerationistisch manifest’ van de hand van Alex Williams en Nick Srnicek opgenomen. Dit ‘Accelerationistisch Manifest’ vormt de theoretische kern van het hedendaagse accelerationisme. Naast het manifest zijn er bijdragen van onder anderen Nick Land, Benjamon Noys en Armen Avanessian, die de bundel tevens samenstelde. Deze teksten gaan dieper in op het manifest zelf, bevragen het accelerationisme op kritische wijze of belichten de geschiedenis van het accelerationisme binnen het marxistische denken.

In deze recensie opteer ik er in eerste instantie voor om het begrip accelerationisme toe te lichten door het te kaderen binnen de ruimere context van Karl Marx’ filosofie. Ik ga er immers van uit dat weinigen binnen ons taalgebied vertrouwd zijn met het accelerationistische denken. Om mijn bespreking van het accelerationisme zo bevattelijk mogelijk te houden, beperk ik mij tot een bespreking van het manifest van Williams en Srnicek. Want het is onmogelijk om de andere bijdragen te bespreken zonder het manifest zelf kritisch te duiden. Naar het einde toe ontwikkel ik zowel een inhoudelijke als politieke kritiek ten aanzien van het accelerationisme. Hoewel deze kritiek in eerste instantie van toepassing is op het manifest zelf, kan die ook worden uitgebreid naar andere teksten in Acceleratie.

Twee Marxen

Maar eerst de vraag: wat is accelerationisme? Deze stroming laat zich het best begrijpen wanneer we terugkeren naar Marx zelf. Vooral het Communistisch Manifest (1848) van Marx en Friedrich Engels kan veel verhelderen.

Wie het Communistisch Manifest ter hand neemt, zal er geen eenduidige appreciatie in vinden van het kapitalisme. Veeleer twijfelen Marx en Engels tussen bewondering en verwerping van het kapitalisme. Die twijfel ademt door alle pagina’s van het manifest. Neem de volgende passage:

De bourgeoisie heeft, waar zij tot de heerschappij is gekomen, alle feodale, aartsvaderlijke, idyllische verhoudingen vernield. Zij heeft de bontgeschakeerde feodale banden, die de mens aan de van nature boven hem geplaatste verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen andere band tussen mens en mens overgelaten dan het naakte eigenbelang, dan de gevoelloze ‘contante betaling’.

Op het eerste gezicht schilderen Marx en Engels de heerschappij van de bourgeoisie af als een genadeloze onttovering van de wereld. Voor idylle, traditie of aloude hiërarchieën is geen plaats meer in de kapitalistische werkelijkheid. Wat overblijft is slechts een kil, gevoelloos egoïsme en de verdediging van het naakte eigenbelang. Dergelijke kritiek op het kapitalisme doet het tegenwoordig nog steeds erg goed. Vervang de heerschappij van de bourgeoisie in bovenstaande passage door neoliberalisme en je komt meteen uit bij de inmiddels grijsgedraaide kritiek op de hebzucht der bankiers en CEO’s. Of neem het discours tegen de Europese besparingspolitiek onder de loep en je zal snel stuiten op een retoriek die de ‘gevoelloosheid van de contante betaling’ plaatst tegenover alles wat van waarde maar weerloos is.

Het is vanuit Marx dat een humanistische kritiek op het kapitalisme vorm kreeg in het linkse denken. Het kapitalisme werd daarin steeds opgevat als een systeem dat de mens zijn menselijkheid ontnam door vervreemdende loonarbeid. Variaties op dit thema zijn talrijk. Zeker na de publicatie van Marx’ Parijse Manuscripten (1932) kent het humanistisch marxisme een ongeziene bloei.

Maar er is ook een andere lezing mogelijk van het bovenstaande citaat. Hoewel er overduidelijk een humanistische bezorgdheid achter schuilgaat, weerklinkt er ook een impliciete erkenning in van de emancipatorische en revolutionaire kracht van het kapitalisme. In de ogen van Marx en Engels leiden de ontbindende krachten van het kapitalisme niet tot louter negatieve uitkomsten. Want de opkomst van het kapitalisme versnelde ook de definitieve ondergang van onderdrukkende feodale verhoudingen. Het kapitalisme is in die zin een ronduit revolutionaire kracht.

‘Revolutionair’ kunnen we hier op twee manieren begrijpen. Het kapitalisme is revolutionair omdat het op brute wijze nieuwe maatschappelijke verhoudingen creëert en op al even brute wijze oude verhoudingen en gewoonten ten grave draagt. Maar daarnaast is het kapitalisme een permanente revolutie tegenover zichzelf. Marx verwoordt het zo:

De voortdurende omwenteling van de productie, de onafgebroken schok aan alle maatschappelijke toestanden, de eeuwige onzekerheid en beweging onderscheidt de bourgeoisperiode van alle andere. Alle vaste, ingeroeste verhoudingen met hun gevolg van eerwaardige voorstellingen en zienswijzen worden opgelost, alle nieuwgevormde verouderen, voordat zij zich kunnen verstenen.

Anders uitgedrukt: het kapitalisme kenmerkt zich door een voortdurende, chaotische en onevenwichtige versnelling. Jobs en sectoren worden continu vernietigd en elk businessmodel is al gedateerd nog voor het goed en wel wordt geïmplementeerd: onrust en crisis zijn het kloppend hart van het kapitalisme. Vanuit die optiek hadden Marx en Engels dan ook een groot ontzag voor het kapitalisme.

Op deze tweede interpretatie, die het revolutionaire potentieel van het kapitalisme bezingt, bouwt het accelerationisme voort. Het accelerationisme vertrekt vanuit een fascinatie voor de ontbindende, immer versnellende tendensen binnen het kapitalisme en ziet daarin een emancipatorisch potentieel en een aankondiging van een postkapitalistische orde.

Het accelerationisme laat zich hierin duidelijk door Marx inspireren. In het ‘Accelerationistisch Manifest’ schrijven Williams en Srnicek dat Marx de accelerationistische denker bij uitstek blijft:

Hij was geen denker die zich verzette tegen de moderniteit, maar eerder iemand die probeerde de moderniteit te analyseren en erin te interveniëren, omdat hij begreep dat het kapitalisme, ondanks alle uitbuiting en corruptie, het tot dan toe meest geavanceerde systeem was. De voordelen ervan mochten niet ongedaan worden gemaakt, maar moesten worden versneld (‘geaccelereerd’) voorbij de beperkingen van de kapitalistische waardevorm.

Socialisme of barbarij

In feite nemen accelerationisten een dubbele houding aan tegenover het kapitalisme. Enerzijds creëert het kapitalisme een revolutionaire potentialiteit, anderzijds is het kapitalisme juist de voornaamste rem op het effectieve realiseren van die potentialiteit. Om die contradictie te duiden wordt in het ‘Accelerationistisch Manifest’ teruggegrepen naar de door Félix Guattari en Gilles Deleuze geïntroduceerde concepten van ‘reterritorialisering’ en ‘deterritorialisering’. Het begrip deterritorialsering verwijst naar de ontbindende, destructieve en tegelijk bevrijdende krachten van het kapitalisme. Kort gezegd: het kapitalisme ontwortelt en dat is in se een bevrijding. In zo’n ontworteling schuilt een potentiële bevrijding: het einde van de loonarbeid, het losbreken uit hiërarchisch gestructureerde rollenpatronen en het verdwijnen van de klassieke natiestaat doemen op aan de einder.

Maar wat het kapitalisme deterritorialiseert probeert het ook te reterritorialiseren. De ontbindende krachten die het door haar eigen werking in het leven roept, worden ook opnieuw beteugeld. Waar loonarbeid vernietigd wordt, hamert de politiek op de creatie van (gesubsidieerde) jobs, waar klassieke rolpatronen ondermijnd worden steekt conservatisme de kop op en wanneer kapitalistische globalisering bestaande grenzen dreigt te vernietigen worden nieuwe, soms met prikkeldraad gesierde muren opgetrokken. Het is exact op dit punt dat het accelerationisme botst met het kapitalisme en zich als links gaat profileren. Het kapitalisme is voor de accelerationisten à la limite een rem op de vooruitgang. Daarom moet de strijd tegen het kapitalisme zelf worden aangegaan:

Onze technologische ontwikkeling wordt tegengehouden door het kapitalisme, hoezeer zij er ook door is ontketend. Het accelerationisme is het fundamentele geloof dat deze vermogens kunnen en moeten worden vrijgemaakt door de hindernissen uit de weg te ruimen die door de kapitalistische samenleving worden opgelegd.

Volgens de accelerationisten is het noodzakelijk om de door het kapitalisme opgelegde hindernissen uit de weg te ruimen. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw worden we immers geconfronteerd met ongeziene uitdagingen. Klimaat en economie liggen op ramkoers en er is sprake van een chronische systeemcrisis. Traditionele politieke structuren en gevestigde economische systemen staan machteloos tegenover deze meervoudige crisis. Wil de wereld gered worden, dan dienen we te evolueren naar een radicaal andere politieke, economische en sociale orde. In het ‘Accelerationistisch Manifest’ wordt deze keuze op scherp gesteld:

De keuze waarvoor we staan is een zware: ófwel een gemondialiseerd postkapitalisme ófwel een geleidelijk uiteenvallen in de richting van een primitivisme, een permanente crisis en een mondiale ecologische ineenstorting.

Toch wentelt het accelerationisme zich niet in een doemdenken. Het wil net een positief antwoord zijn op de crises. De eerste regels van het manifest luiden dan ook:

Het accelerationisme streeft naar een toekomst die moderner is, naar een alternatieve moderniteit die het neoliberalisme onmogelijk kan voortbrengen.

Zo knoopt het accelerationisme opnieuw aan bij een vooruitgangsdenken. Niet het naïeve vooruitgangsoptimisme dat ontstond toen het Europese continent halfdronken van imperiale machtswellust dacht dat het de immer opwaartse gang van de geschiedenis belichaamde, maar wel de idee dat de toekomst niet verloren is. De toekomst kan toegeëigend en vormgegeven worden door politieke strijd.

Waar het accelerationisme zich dus in wezen tegen verzet is de ineenstorting van de idee van de toekomst. Maar het wil niet zomaar het vertrouwen in de toekomst herstellen. Het wil vooral aanduiden dat links de recepten in huis heeft voor de uitbouw van die toekomst. Het accelerationisme wil van de linkerzijde opnieuw de voorhoede van Verlichting en Vooruitgang maken, zoals ooit het reëel bestaande socialisme dat poogde te doen in de propagandaoorlog met kapitalistische staten:

Het is immers slechts een postkapitalistische maatschappij, mogelijk gemaakt door een accelerationistische politiek, die ooit in staat zal zijn de belofte van de ruimtevaartprogramma’s van het midden van de twintigste eeuw in te lossen, door een verschuiving te bewerkstelligen van een wereld van minimale technische verbeteringen naar een alomvattende verandering. […] Het gaat ons niet om de vernietiging, maar om de voltooiing van het Verlichtingsproject van zelfkritiek en zelfbeschikking.

Strategische consequenties

Het accelerationisme is een schop onder de kont van de linkerzijde. Of dat probeert het toch te zijn. In het manifest valt een duidelijke afkeer te bespeuren tegenover de linkse strekkingen die ‘folkloristisch lokalisme, directe actie en grenzeloos horizontalisme’ propageren. Geheel in de lijn van de specifieke interpretatie van Marx, keert het accelerationisme zich tegen de idee dat we bepaalde zones of sferen moeten onttrekken aan het kapitalisme of de markt. Nochtans is dat een erg courante strategie binnen hedendaags links. Denk bijvoorbeeld aan bioboeren die hun waar tegen democratische prijzen op de lokale markt brengen als antwoord op de commercialisering en industrialisering van de landbouw. Maar denk evenzeer aan groepen die op lokaal niveau een andere economie proberen te creëren door alternatieve geldsystemen of coöperatieve structuren. Hoe sympathiek en goedbedoeld dergelijke initiatieven ook mogen zijn, volgens de accelerationisten gaat het feitelijk om conservatisme en folklore. De revolutie zal er niet komen door biogroenten in de achtertuin te kweken. Kwantificering, industrialisering, schaalvergroting en complexe systemen moeten we niet bekampen, maar ons toe-eigenen om een alternatieve moderniteit te creëren.

Accelerationisten hebben ook moeite met het ver doorgedreven horizontalisme van nieuwe bewegingen zoals Occupy of de Spaanse Indignados. De constante verheerlijking van transparantie, openheid en horizontale besluitvorming draagt volgens de accelerationisten enkel bij aan inefficiëntie en de teloorgang van politieke slagkracht. In plaats daarvan wordt gepleit voor een zeker politiek realisme. Uitsluiting, verticaliteit en geheimhouding zijn volgens de schrijvers van het ‘Accelerationistisch Manifest’ praktijken die toegepast kunnen worden in de politieke strijd. Het einddoel van die strijd blijft evenwel de democratische emancipatie. Maar, zo wordt er meteen bij gezegd, er zal steeds behoefte zijn aan een verticale autoriteit die horizontale processen weet te begeleiden en te kanaliseren.

In hun positie tegenover democratie als middel en doel neigen de schrijvers van het ‘Accelerationistisch Manifest’ naar leninisme: ondemocratische middelen zijn nodig om democratische emancipatie te bewerkstelligen, leiderschap blijft noodzakelijk. Mogen we dan besluiten dat er een zekere autoritaire tendens schuilt in het accelerationisme? Dat is moeilijk te zeggen. Het lijkt er eerder op dat de auteurs zoeken naar een middenweg tussen verticaliteit en horizontaliteit. Noch een absolute, horizontalistische democratie, noch een strak geredigeerde, verticale orde zal redding brengen. Beide monden uit in totalitarisme. Planning en spontane netwerken moeten net samengaan. Het één kan niet zonder het ander:

We hebben behoefte aan een gemeenschappelijk gecontroleerde, legitieme verticale autoriteit bovenop gedistribueerde horizontale vormen van socialiteit, zodat we kunnen vermijden slaven te worden van een tiranniek totalitair centralisme of een grillige nieuwe orde die we niet kunnen controleren. Het gebod van Het Plan moet worden verzoend met de geïmproviseerde orde van Het Netwerk.

De toekomst herinneren

Toch blijft het gissen naar het concrete politieke project van de accelerationisten. In het manifest worden drie concrete strategieën voor de middellange termijn voorgesteld. Ten eerste dient een intellectuele infrastructuur te worden uitgebouwd. Intellectuelen moeten een nieuw ideologisch raamwerk bijeen timmeren dat kan wedijveren met de neoliberale hegemonie. Ten tweede dient links de media te veroveren. Dit impliceert zowel een hervorming van de bestaande media als de oprichting van nieuwe media. Ten derde moet klassenmacht opnieuw worden vormgegeven. Nu het klassieke proletariaat niet meer bestaat, dienen de geëxploiteerden een nieuwe politieke subjectiviteit te ontwikkelen die enig gewicht kan leggen in de politieke schaal. Om deze doelen te bereiken heeft links behoefte aan instellingen, financiering, denktanks en vakbonden, aldus de schrijvers van het ‘Accelerationistisch Manifest’.

In schril contrast met de striemende kritiek op hedendaags links, blijven de concrete, strategische doelstellingen van het ‘Accelerationistisch Manifest’ bijzonder mak. Het zijn eenvoudigweg de intenties van vrijwel elke linkse beweging of partij. Elk op hun manier proberen linkse denkers een ideologisch raamwerk te ontwikkelen, media uit te bouwen en het klassenconflict te herformuleren na de dood van het klassieke proletariaat. Alleen de manieren waarop dit gebeurt verschillen. Hier stoten we dan ook op de fundamentele zwakte van het accelerationisme: het slaagt er niet in om zichzelf op overtuigende wijze te vertalen naar de politieke arena. Het accelerationisme heeft geen concreet politiek project, maar blijft steken in een louter theoretische positionering.

Dat wil echter niet zeggen dat het accelerationisme geen verdienste heeft. Hoewel het zich niet zal weten te vertalen in een politiek project, duidt het wel een politiek-filosofische richting aan waaraan politiek links zich kan laven. De diagnose van het accelerationisme is juist: hedendaags links blijft al te vaak steken in een benepen conservatisme. Verder dan een pleidooi voor een terugkeer naar de hoogdagen van de fordistische welvaartsstaat of naar prekapitalistische ambachtelijke productiemethodes geraakt men tegenwoordig niet. Accelerationisten wijzen ons er terecht op dat de ideologische strijd met het neoliberalisme zo niet kan worden gewonnen. In plaats daarvan moeten we de door het neoliberalisme gecreëerde sociale en economische werkelijkheid naar onze hand zetten en er het emancipatorisch potentieel van radicaliseren. Dat veronderstelt onder meer een verder investeren in kwantificering, schaalvergroting en technologische ontwikkeling– ver weg van elk romantisch sentimentalisme.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?