cover big

De vrouwen en het werk

Elke Brems

Over Toen met een lijst van nu errond. Herman De Coninck. Biografie van Thomas Eyskens

De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2017,
ISBN 9789029511407 / 529p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 07-12-2017

Bookmark and Share

De boom van schrijversbiografieën in de Lage Landen is nog niet voorbij: recent verschenen onder meer levensbeschrijvingen van Pol De Mont (door Ludo Stynen), Herman Teirlinck (door Stefan Van den Bossche) en Jan Wolkers (door Onno Blom). We krijgen blijkbaar maar niet genoeg van het te boek stellen en lezen van literaire levenslopen. Komt dat door onze niet te onderdrukken nieuwsgierigheid naar levens van anderen, en dan liefst naar die van mensen met enige faam? Of geniet de biografie mee van het groeiende marktaandeel van de zogenaamde literaire non-fictie?

Canoniseringsdrang heeft er ongetwijfeld ook mee te maken: met een schrijversbiografie bouw je een monument voor één van onze overleden literaire helden en tracht je voor hem (zelden voor haar) een plaats op de Olympus te reserveren. Een literaire grootheid ‘verdient’ een biografie, luidt de overtuiging.

Ook Thomas Eyskens (1976) verantwoordt zijn recente biografie van Herman De Coninck (1944-1997) vanuit een lichte verontwaardiging dat ‘nog niemand te taak op zich had genomen om een uitgebreide biografie over Vlaanderens meest gelezen dichter te schrijven’, alsof dat een onrecht is.

Nochtans waren er na De Conincks te vroege dood wel al een paar monumenten in boekvorm opgericht: de verzamelde poëzie in 1998, het verzameld proza in 2000 en een brievenverzameling in 2004. Maar bij een echte consecratie hoort tegenwoordig ook een biografie, ook al – en dat refrein keert vaak terug in biografieën – stond De Coninck zelf ‘argwanend tegenover het idee dat iemand een biografie over hem zou schrijven.’ Maar zoiets heeft nog nooit een biograaf belet het te doen, in het bescheiden besef uiteraard dat elk leven op veel verschillende manieren kan worden verteld.

Eyskens onderscheidt twee grote verhaallijnen in zijn biografie van De Coninck: het werk en de vrouwen. Zo krijgt iedere lezer wat wils: je komt veel te weten over de ontstaansgeschiedenis van zijn poëzie en zijn essays en over zijn journalistieke werk en je ziet De Coninck in actie als vrouwengek (in zijn jonge jaren) en als drievoudige echtgenoot.

Wat zijn persoonlijke leven betreft, krijg je ook veel inkijk in zijn kinder- en jeugdjaren en zijn relatie met zijn ouders en zijn zus. Met betrekking tot De Conincks kinderen is de biograaf heel terughoudend en dat is maar goed ook, het is nu al een erg precair evenwicht tussen wat privé is en behoort te zijn en wat publiek te grabbel wordt gegooid.

Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken dat De Coninck in feite een tijdgenoot is, heel wat cruciale figuren uit zijn leven lopen gewoon nog rond, zoals Kristien Hemmerechts, Benno Barnard, Lief Coppens en zijn kinderen Laura en Thomas.

Uiteraard willen we van de negentiende-eeuwer Jacob Van Lennep (over wie Marita Mathijsen binnenkort een biografie publiceert) weten wat voor een man hij was en of hij een bullebak of vrouwenverslinder was, of misschien wel een latente homoseksueel of een vader die zijn kinderen terroriseerde. Maar bij een tijdgenoot als Herman De Coninck treedt er bij de lezer al snel het schuldige gevoel van voyeurisme op.

Eyskens had zich kunnen beperken tot De Coninck als auteur en journalist en de snoepjes voor de lezer laten liggen, maar het is wel een aantrekkelijke verhaallijn geworden: Herman en de vrouwen. Het jarenlange verdriet om de echtscheiding van zijn tweede vrouw gaat door merg en been, zijn aaneenrijgen van liefjes tijdens zijn studententijd heeft iets picaresk (en is ook een vleugje macho).

In de eerste plaats een dichter

Wat De Conincks werk betreft: je ziet hem met vallen en opstaan aan zijn oeuvre zwoegen, voortdurend poëzie en essays schrijven, met wisselend succes. Hoewel hij in Vlaanderen als dichter vrijwel meteen erg populair was, kwam de doorbraak in Nederland er niet echt. Eyskens geeft geen antwoord op de vraag hoe dat kwam. De Coninck had nochtans goede contacten met Nederlandse uitgevers, vooral met Van Oorschot. Is er iets (te) Vlaams aan De Coninck? Die vraag komt niet aan bod.

Veel vragen van literair-wetenschappelijke of literair-historische aard stelt Eyskens zich overigens niet, hij gaat niet in op De Conincks plaats in de literatuurgeschiedenis, op zijn verwantschap met andere dichters of op de interpretatie en analyse van zijn gedichten. Veeleer omgekeerd: de poëzie dient vaak als verklaring van of toelichting bij zijn leven.

Al in de proloog schrijft Eyskens dat De Coninck een autobiografisch schrijver is en dat idee gebruikt hij doorheen de biografie. Het fijne daarvan is dat er veel gedichten en fragmenten uit De Conincks oeuvre in de biografie zijn opgenomen, maar het werkt nogal reductionistisch om ze losweg in te schakelen in een biografische anekdote of gebeurtenis.

De Conincks poëzie is inderdaad toegankelijk en ‘bruikbaar’, maar toch ook literair en vormelijk, ze is in de eerste plaats lyriek en geen anekdotiek. Op de achterflap staat een opvallend citaat van De Coninck zelf in dat verband: ‘Poëzie heeft niks met enige biografie te maken, maar is er een geraffineerd soort reactie tégen.’ En toch gebruikt Eyskens De Conincks poëzie wel zo.

Interessant is zeker de hele journalistieke loopbaan van De Coninck, bij Humo, De Morgen en het Nieuw Wereldtijdschrift. Het is ook een beetje zijn nemesis: hij kan met schrijven zijn brood verdienen, maar moet voortdurend vechten tegen praktische beslommeringen, lastige collega’s en deadlines. Het journalistieke werk houdt hem weg van zijn echte passie: de poëzie. In dat genre voelde hij zich het best en was hij ook nogal ijdel: hij vond dat hij meer waardering verdiende en had het bijvoorbeeld moeilijk met de plotse en algemene waardering voor Leonard Nolens toen die het literaire veld betrad.

Toch was hij zeker wel bereid om hulp en advies te krijgen bij het schrijven van zijn poëzie: hij rekende zelfs sterk op zijn uitgever en zijn vrienden om zijn werk beter te maken. Grappig zijn de anekdotes waarin vrienden hem wijzen op zijn poëtische tics, bijvoorbeeld Piet Piryns die een parodie schreef op De Conincks typerende gebruik van de vergelijking: ‘Zoals de forel in de Amblève / een opwaartse druk ondervindt die gelijk is / aan het volume van het verplaatste water / vermenigvuldigd met zijn soortelijk gewicht, /zo soortelijk is dit gedicht.’

De bronnen van de biograaf

Eyskens gebruikt drie soorten bronnen, naast natuurlijk het gebruikelijke archiefwerk. Zoals hierboven gezegd, excerpeert hij De Conincks poëzie. Bovendien citeert hij veelvuldig uit De Conincks brieven. Van die vijftienduizend (!) brieven die hij ter beschikking had, zijn er vierhonderdvierenveertig al uitgegeven in de brievenbundel Een aangename postumiteit uit 2004. Wie dat boek gelezen heeft, weet dat De Coninck een briljante briefschrijver was. Het is dan ook heel dankbaar bronnenmateriaal, dat het personage dat De Coninck in deze biografie toch is, sterk verlevendigt en typeert.

Een derde bron zijn de gesprekken die de biograaf met een hele resem mensen uit De Conincks omgeving heeft gehad. Dat is dan het voordeel van een biografie te schrijven van een contemporaine auteur, je kan alle informatie uit de eerste hand vernemen, maar je moet er je natuurlijk ook bewust van zijn dat die informatie vaak gekleurd is.

Bepaalde delen van zijn levensloop lichten daardoor plots scherper op, gewoon doordat een ‘informant’ er iets over zei tijdens een gesprek met de biograaf. Het besef dringt zich op dat er ook heel wat onderbelicht blijft. Het is jammer dat Eyskens niet consequent vermeldt wie er aan het woord is. Zeker bij het citeren uit brieven vind ik dat problematisch: je moet naar de eindnoten om te weten te komen van wie de brief kwam of aan wie hij gericht was. Dat had in de tekst moeten staan.

Hoewel er dus wel wat op aan te merken valt, is deze biografie boeiende en aangename lectuur. De Coninck had geen spectaculair leven, hij wordt zeker niet geportretteerd als een onbereikbare literaire held, maar veeleer als een worstelende schrijver, die te veel dronk en zich moeilijk kon binden. Maar o zo sympathiek. Je wou dat hij nog leefde en dat de biografie nog niet kon worden geschreven.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?