cover big

Eindelijk eens iemand die echt is

Daniël Rovers

Over Generator van Koen Sels

het balanseer, Aalst, 2015,
ISBN 9789079202324 / 123p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 09-12-2015

Bookmark and Share

‘Leven: dat jij het meest werkelijk ervaart.’ Een revelatie tijdens het lezen van de debuutroman Generator van Koen Sels (1982), met potlood in de rechterkantlijn van pagina 43 aangetekend. Wat wilde ik met die woorden zeggen? Dat valt nog moeilijk te achterhalen, op dat ene hortende zinnetje volgt verder geen uitleg. Ik geloof, of denk inmiddels te geloven, dat ik heel even opnieuw inzag dat ons eigen leven per definitie het meest werkelijk is, omdat er geen andere toegang tot de wereld bestaat dan via onze eigen ogen en oren, dan via ons eigen beperkte bewustzijn. Een banaliteit dus, maar wel een die zich alleen dan opdringt wanneer iemand anders zonder schroom, zonder de angst verkeerd te worden begrepen en zonder behaagzucht in een tekst verwoordt wat er zoal in hem omgaat.

&

Dat de term debuut of debuutroman zo vreselijk commercieel klinkt heeft alles te maken met de grote belofte die ermee verbonden is: een schrijver reveleert een tot dan toe onbestaande blik op het bestaan en legt daarmee bloot hoe hij – en de generatie waartoe hij behoort – de wereld ervaart. Ondertussen wordt aan alle andere lezers de mogelijkheid gegund even deel te nemen aan het jonge leven.

&

Bewondering is per definitie een hol begrip en wordt vaak in één adem genoemd met het begrip ‘veinzen’. De bewonderaar houdt met zijn luid verkondigde bewondering een respectvolle afstand tot het bewonderde in acht, wat het vermoeden rechtvaardigt dat de bewonderaar niet eens precies weet wat er dan wel zo mooi of goed is aan wat hij leest, hoort of ziet. Vindt de ene schrijver de andere goed, dan is de overheersende gemoedstoestand jaloezie.

&

Een absoluut geheugen, analoog aan een absoluut gehoor, dat bestaat natuurlijk niet, al wekken sommige schrijvers de indruk te beschikken over een almachtige capaciteit tot herbeleving. In Jongensjaren (1997) schrijft J.M. Coetzee, in de derde persoon enkelvoud, over zijn eerste herinnering: een auto rijdt een hond aan en die vlucht weg, jankend van de pijn. Vervolgens wordt de jongen weggetrokken van het raam. Meer valt er niet over te zeggen. Coetzee merkt zelf op dat het een schitterende eerste herinnering is en vraagt zich, wantrouwig geworden, af: ‘Maar is het echt gebeurd?’

&

De kunstenaar-als-jongeman-roman Generator beschrijft een verleden dat binnen handbereik ligt. Plaats van handeling is niet het zonbeschenen Zuid-Afrikaanse platteland van de jaren vijftig, of het somber-katholieke Dublin aan het einde van de negentiende eeuw, maar een Vlaamse verkavelingswijk in de jaren negentig, waar men over kabeltelevisie beschikt en asfaltwegen. Dit mag dan Turnhout heten, maar het is tegelijk ook een generiek Suburbia waar we allemaal in zijn opgegroeid, in bijvoorbeeld Doetinchem of Harelbeke of Hoogeveen, als we tenminste niet te druk waren met het kijken naar tv-series die zich afspeelden in een Amerikaanse buitenwijk.

&

Wie weet nog hoe het was om tiener te zijn? Koen Sels laat zijn held – die Koen heet, ongeveer zoals de verteller in De verloren tijd Marcel wordt genoemd – als veertienjarige verlangen naar een wereld waarin het woord tiener niet bestaat. Werd hij toch niet steeds ‘tiener’ genoemd, zou het leven een stuk gemakkelijk gaan. En toch denkt hij dan ook meteen aan de trots die hij voelde toen hij net tien geworden was en hem gezegd werd dat hij nu eindelijk ‘tiener’ was. Wat een mijlpaal!

&

‘Hoe kon het gebeuren dat hij zoveel dingen belachelijk is gaan vinden?’

&

Een definitie van muziekzender MTV: ‘Het eeuwige begin van de eeuwige liefde.’ Slaag er maar eens in niet naar de buis te blijven kijken.

&

De hoofdrolspeler van Generator wordt geboren in een van de saaiste provinciesteden in het volgens sommigen lelijkste land ter wereld. Zijn ouders zijn katholiek maar gaan nog amper naar de kerk; de tv biedt een tijdelijke verlossing waartegen de mis en de pastoor niet kunnen concurreren. De Steenweg is zijn speelterrein, zonder het geraas van auto’s ’s avonds kan hij niet inslapen. Hij is een gevoelige jongen, zo gevoelig dat het meisje met wie hij voor het eerst zoent haar vriendin voor hem waarschuwt: oppassen met die gast, die is zo gevoelig en breekbaar als wat. Maar hij is ook een kleine terrorist, klaar om kwaad te doen op kleine schaal, een fervente fietser, een blower, een dromer, een drinker, een jongeman die graag American Cookies van de Aldi eet en die, zoals dat in Generator geschreven staat, zijn verlegenheid ‘op heroïsche wijze’ overwint, ‘om naar het voorbeeld van anderen een niet onaantrekkelijke eikel te worden’.

&

Wie weet nog hoe het was om voor de eerste keer te tongzoenen? En hoe schrijf je over die ervaring zonder te vervallen in weke behaagzucht, sentimenteel gezever of ironische cooldoenerij?

&

In de tegenwoordige tijd: ‘En terwijl ze wachten op een ijsje legt hij zijn zweterige rechterhand op haar linkerdij, een onhandige imitatie van de tiener die hij denkt te zijn. Dan kust zij hem met de tong, die ze in één bepaalde richting draait, waarop hij dat in de tegengestelde richting doet, en zij weer van richting verandert en hij de draairichting dus opnieuw moet aanpassen.’

&

De ironie is subtiel genoeg om nagenoeg afwezig te kunnen zijn. En belangrijker, de alinea is nog niet ten einde, maar vervolgt met de zinnen: ‘En toch is het liefde, denkt hij, niet zoals drie jaar daarvoor, toen hij al spelend zijn beste vriend tegen de muur had gedrukt, en zijn kruis agressief en onontwijkbaar tegen diens dijbeen had gewreven. Dat was spontaner dan dit onhandige getong, meer seks zelfs, maar minder betekenis.’

&

Dan is er nog de liefde die hem later, hij is inmiddels student op de kunstacademie, overvalt als een kettingbotsing op de Antwerpse ring. Hij wordt verliefd op een meisje dat samen met hem Trivial Pursuit op een Trivial-Pursuit-automaat speelt en met wie hij, in een stuk bos nabij het ouderlijk huis, de ‘onhandigste en belangrijkste seks ooit’ heeft.

&

‘Je kan elkaar niet vertellen wat er werkelijk in je om gaat, wat je echt denkt, omdat je simpelweg niet denkt, niet weet wat je denkt. Je kan zelfs dat niet zeggen, of dat het maar toeval is, dat het ook iemand anders had kunnen zijn.’

&

Toch praten ze zonder ophouden met elkaar en vertellen met de hypernostalgie die eigen is aan beeldbuiskinderen over al die jaren jeugd die alweer achter hen liggen. Ze ontdekken wat hun verlangen al die tijd is geweest, namelijk, zoals de (naamloze) vriendin dat intuïtief verwoordt, eindelijk eens ‘iemand te ontmoeten die echt was’.

&

Het woord ‘genereert’ valt al in de vierde zin van de roman: ‘De woonkamer genereert gewaarwordingen.’ Dat rare, opzichtig lelijke woord ‘genereren’ betekent onder meer verwekken, doen ontstaan, voortbrengen, maken, telen, bewerkstelligen, teweegbrengen. Lucebert dichtte: ‘Alleen wat dichters brengen het teweeg’.

&

Dit boek is niet de creatie van een superieure ironische geest maar van een jongen die werd blootgesteld aan zijn omgeving.

&

Het laatste hoofdstuk van Generator is een verzameling zinnen, gedachten, observaties rond het begrip ‘genereren’. Het is evengoed de muziek, of het ritme van de woorden en de zinnen als de betekenis die hier beweegt. Het doet denken aan New Sentence en Jeroen Mettes’ N30 (2011) en Tonnus Oosterhoffs Op de rok van het universum (2015). De verhaallijn maakt plaats voor iets dat oneindig veel spannender is en aan de lezer te ontdekken wat dat dan zou kunnen zijn.

&

‘De NBMS genereert vertragingen, Borgerhout maandagvoormiddagen die er niet uitzien als maandagvoormiddagen omdat er net zo of toch haast even veel volk op straat loopt als op zaterdagvoormiddagen.’

&

Hier zou een titelverklaring moeten volgen die je van een recensie verwachten mag.

&

‘Het is geen literatuur. Het is gewoon documentatie. Het is conceptueel, een tekst als een zichzelf verterend bewustzijn.’ Dat is zo’n zin die je noteert om dan later iets over de intentie van de schrijver te zeggen, maar typerend voor de schrijver Koen Sels is evengoed dat hij het citaat laat volgen door de bedenking dat hij precies deze stelling met een vuriger elan zou moeten uitdragen. Is hij te lethargisch om een kunstenaar in de eenentwintigste eeuw te zijn?

&

Er worden in Generator literaire voorbeelden genoemd, Maurice Gilliams en David Foster Wallace, maar wat zeggen die twee namen ons? Eén kunstenaar komt twee keer terug en dat is Mike Kelley, over wie wordt opgemerkt: ‘Een generator die dingen in gang zet, een machine die dit alles verwerken kan. Mike Kelley die een maquette bouwt waarin alle scholen waar hij ooit zat zijn samengevoegd tot één labyrintische gevangenis.’

&

Mike Kelley heeft gezegd: ‘An adolescent is a dysfunctional adult, and art is dysfunctional reality.’

&

Bart Verschaffel schreef, in ‘Kunstenaar zijn is ook een kunst’, dat wie een kunstenaar vraagt naar zijn eerste werk, gegarandeerd een leugen te horen krijgt. Want natuurlijk wil die laten zien dat zijn gaven al in zijn eerste tekening of collage van het blad spatte. Ik weet niet of dat bij schrijvers anders is, of dat ze slimmer of juist dommer zijn, of dat ze gewoon Verschaffel in De Witte Raaf hebben gelezen. Sels laat zijn bewuste leven in elk geval met Duplo beginnen, het peuterlego waarvan hij twee blokken in elkaar klikt, waarna hij per ongeluk een vinger in zijn eigen oog stoot. Bart Meuleman, die niet lang geleden in De jongste zoon ook over een jeugd in Turnhout en een ontsnapping naar de grote stad Antwerpen schreef – op zijn eigen manier, met een ander temperament – dacht vooral terug aan de driftige verwoesting van een zandkasteel.

&

Dat ‘experimentele literatuur’ een besmette term is, dat is al eerder en in betere bewoordingen uitgelegd door Jacq Vogelaar zelf. Helemaal op het einde van Generator spreekt de hoofdpersoon zijn voorkeur voor experimentele teksten uit. Ze zouden de wereld ‘losmaken’, zegt hij, zonder daar verder nog veel uitleg bij te geven. Je zou voor het soort proza dat in Generator uitgevonden wordt en dat je inderdaad tijdelijk losmaakt van je omgeving, je voorkeuren, je veronderstellingen – en ook van je ideeën over wat een roman of een gedicht nu precies inhoudt – ook gewoon het overkoepelende en eerbare begrip ‘literatuur’ kunnen reserveren.

&

Journalisten, boekenverkopers en zelfs sommige schrijvers noemen boeken die niet per se in bestsellerslijsten terechtkomen maar wel door de jaren heen invloed op mensenlevens blijven uitoefenen vaak cultromans. Alsof er een sekte bestaat die de esoterische gewoonte heeft om boeken te herlezen.

&

Een coming-of-age-roman wordt Generator op de achterflap genoemd. Je zou hopen dat dit boek in NRC Handelsblad besproken wordt en dat de niet ongerechtvaardigde conclusie luidt dat dit de Vlaamse Catcher in the Rye is. Beide levensverhalen ontstaan uit een zenuwinzinking.

&

Zelf ziet de held zich liever als de ‘Sol LeWitt van de werkelijkheid’.

&

Er staan onbeholpen, lelijke zinnen in deze roman. Hoort dat bij het concept? In Generator spreekt de verteller de wens uit zijn gedachten onbeperkt te kunnen laten ‘ratelen’ in een poging de complexiteit van de allerbanaalste werkelijkheid te vatten. Lelijkheid kan worden ingezet als artistieke strategie, bijvoorbeeld omdat ze werkelijkheidsgetrouwer dan glad gebabbel is.

&

Goed schrijven is zeker niet hetzelfde als het produceren van goed gepolijste zinnen. Maar wat is het verschil tussen gewilde grilligheid en het ongewilde cliché? Neem een zin als: ‘De structuur en de smaak van het hout [het stokje van een Magnum-ijsje, dat smaakt inderdaad nergens naar] doen zijn tenen krullen.’ Of je nu tenenkrommend of tenenkrullend schrijft, dat is een kwestie van afkomst, maar hier lijkt die zegswijze niet op haar plaats. Op dezelfde pagina de zin: ‘Dennis stelt voor om hem op een beschutte plaats op te wachten en te verrassen maar daar wordt toch van afgezien.’ Tussen ‘verrassen’ en ‘maar’ hoort een komma te staan, maar zelfs dan is de perspectiefwisseling te abrupt.

&

Een beschrijving van het gezicht van de geliefde als een ‘nog niet in zijn plooi gevallen gezicht’. Ik weet wat de staande uitdrukking ‘in de plooi vallen’ betekent, maar waarom wordt ze uitgerekend hier gebruikt?

&

Hoe geef je commentaar op een paar afzonderlijke zinnen in een debuutroman zonder frikkerig, zurig en jaloers, kortom als een gefrustreerde recensent van middelbare leeftijd over te komen? Ook voor de lezer is het allesbehalve onderhoudend om een lesje taalregisters te krijgen. Wat doet het er ook toe? Belangrijker is dat de stem van Sels geloofwaardig is, misschien juist vanwege die onhandigheden.

&

Zijn naam wordt niet genoemd, Raymond Pettibon, hij wordt indirect geciteerd: ‘And what is drawing for? And why write well?’

&

De vader van de held, de man die zijn zoon ‘op veel te jonge leeftijd’ strak als een plank op de bank in de huiskamer voor het flikkerende licht van MTV heeft betrapt op een potje onverschrokken masturberen, met zo’n vaderblik ‘die niets anders kon betekenen dan “maar jongen toch niet op zaterdagmiddag in de living”’, die vader zegt, als hij voor de eerste keer een verhaal leest van zijn oudste zoon, de oudste van zes: ‘Ik vind het niet goed, maar ik ben dan ook geen echte lezer.

&

Generator is een heel knap, dapper, ontroerend romandebuut.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?