cover big

Hebben en zijn

Jean Paul Van Bendegem

Over De structuur van asfalt van Hans Leduc

Van vader op zoon. Het aangrijpende verhaal van autismespectrum in een gezin

Uitgeverij de Brouweri, Maassluis, 2018,
ISBN 9789078905929 / 192p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 16-11-2018

Bookmark and Share

Anders zijn

Anders zijn. Twee woorden slechts, maar wat zeggen ze niet allemaal? Dat, als er een ‘anders’ bestaat, er ook een ‘zelfde’ moet zijn? Dat er een asymmetrie wordt verondersteld, want is er niet eerst een ‘zelfde’ nodig om dan een ‘anders’ te bepalen? Zonder het ‘zelfde’, geen ‘anders’? Maar waarom zou er geen symmetrie kunnen zijn? Als het ‘zelfde’ nu eens ‘anders’ blijkt te zijn, wat dan? Anders zijn. Niet zijn zoals de anderen. Hoe zijn die anderen dan? Ook anders? Is er überhaupt iemand te vinden die kan beweren ‘hetzelfde’ te zijn? Ooit heb ik in een gesprek, toen het ging over homoseksuelen en er werd opgemerkt dat zij toch ‘anders’ waren, laten vallen dat ‘anders’ in het Grieks ‘hetero’ betekent en dat het dus de heteroseksuelen zijn die anders zijn, wat het gesprek toch even heeft stilgelegd.

Deze inleidende paragraaf mag men lezen als een filosofisch-logisch-poëtische poging tot het uitdrukken van een gedachte die tijdens het lezen van Hans Leducs De structuur van asfalt continu in mijn hoofd zat en die ik beschouw als de rode draad in het verhaal. Of misschien niet zozeer de rode draad als wel de diepere laag of, beter nog, één van de diepere lagen in dit relaas. De oppervlaktelaag is gemakkelijk samen te vatten: de zoon Jasper van vader Hans en moeder Sarah heeft een autismespectrumstoornis, wat de nodige turbulentie veroorzaakt in het gezin; later blijkt de vader een gelijkaardige stoornis te hebben, zodat er mogelijk sprake is van een erfelijke aandoening – wat nog meer onrust teweegbrengt, maar het gezin weet stand te houden. Een argwanende lezer zal misschien schamper opmerken dat dit zeker niet het eerste boek is over dit thema. Los van het feit dat zulke verhalen niet één maar meerdere keren verteld dienen te worden omdat we leren door de herhaling en door het geheugen niet te laten indommelen, is er iets speciaals aan de hand met dit boek. Laten we dus die oppervlaktelaag verlaten en de diepte verkennen.

Emotionele zakelijkheid

Er is, om te beginnen, het belangrijke gegeven dat het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de vader. Het is vanaf het begin duidelijk dat de vader ‘speciaal’ is: zeer succesvol op het werk, maar communicatief niet bepaald sterk. Alleen de natuur, vogels in het bijzonder, en het wandelen geven hem rust. Niet zo gesteld op bezoek, op ‘vrolijk doen’ in de sociale omgang. Zo bezien is er toch niets aan de hand? ‘Speciaal’, eventueel ja, maar zijn we niet allemaal op de een of andere manier speciaal? De een verzamelt postzegels, de ander weet alles van de Eerste Wereldoorlog, de een is verslingerd aan stripverhalen, de ander kweekt cactussen. Allemaal niks mis mee. De vader verschijnt als een streng en methodisch denkend mens, en is zich daarvan bewust. Wie te snel oordeelt, zou zeggen dat hij rationeel rijk maar daardoor emotioneel arm is. Maar dat is niet zo. Het is – en dat is een essentieel punt – het complete tegendeel. We krijgen de ene beschrijving na de andere van de emotionele toestand van Hans, zijn eigen toestand dus, en die zijn heftig (woede, blijdschap, aanvaarding, verwerking, verwerping, verwarring, diepe melancholie,…). Maar er is tegelijkertijd een afstandelijkheid, want de emoties worden beleefd, dat is evident, maar ook minutieus geregistreerd en geanalyseerd. Het valt te vergelijken met het luisteren naar muziek met de partituur erbij. Doorgaans denkt men dat dit de beleving van het muziekstuk tenietdoet, maar het tegendeel is waar. Het leggen van verbanden tussen wat de partituur zegt en wat de uitvoerende musici spelen maakt het allemaal intenser en heftiger. Zo ook hier. Mag ik het samenvatten in misschien wel contradictorisch klinkende woorden als een ‘diep emotionele zakelijkheid’? Ik kan mij voorstellen dat dit aspect alleen al bij de lezer een zeker ongemak teweeg kan brengen, wat goed is omdat het ook het ongemak van de vader is.

Weten en benoemen

Een tweede aspect is filosofisch. Wat de lijdensweg van deze familie laat zien, is het belang van het weten en, daarmee samengaand, het benoemen. Leduc schrijft: ‘Soms weet ik het wel, en soms weet ik het niet, is het nu een kwestie van autisme hebben of van autistisch zijn?’ Een verschil tussen twee werkwoorden: hebben of zijn. Autisme hebben lijkt meer op een gebroken voet hebben. Het zal genezen, dat is één, maar je bent er bovenal niet door veranderd. De ‘jij’ in ‘jij hebt een gebroken voet’ is dezelfde ‘jij’ als voor de botbreuk. Autistisch zijn daarentegen stelt voorop dat het een bepalend onderdeel is van de persoonlijkheid, net zoals je een opvliegend, angstig of optimistisch mens kan zijn. Het zijn die kenmerken waarvan men zegt dat ‘je niet anders kan omdat je nu eenmaal zo bent’. Autist zijn is een conditie waaraan niet te ontsnappen valt, je ‘zit ermee’. Filosofisch klinkt dit heel bekend. Bij ‘hebben’ zien we de mogelijkheid van verandering: je hebt een bepaalde eigenschap, maar de omstandigheden kunnen zo veranderen dat je de eigenschap verliest. Het zijn in die zin niet-essentiële eigenschappen. Maar autist ‘zijn’ is een essentiële eigenschap die niet of nauwelijks te verhelpen valt. De kwestie ‘hebben’ versus ‘zijn’ is fundamenteel in dit boek. Het is al vaak gezegd, maar woorden en hun gebruik zijn allesbehalve onschuldig. Wat een bijkomend drama voor Hans oplevert omdat hij precies zo gevoelig is voor wat woorden betekenen – in tegenstelling tot de ‘anderen’ die er amper bij stil blijven staan – en daardoor vaak in de stilte terechtkomt: hij wil vermijden dat hij de ‘verkeerde’ dingen zegt. Dat brengt ons heel dicht bij de stilte of het zwijgen waarvoor Ludwig Wittgenstein pleitte aan het einde van zijn Tractatus Logico-Philosophicus (1921): ‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen’.

Herkenning en herhaling

Het derde element draait rond een cluster van begrippen, concepten en ideeën aangaande rechtvaardigheid, het lot en het toeval. Wanneer de vader zelf de diagnose krijgt van een autismespectrumstoornis, treedt een gedachtegang in werking die hem tot wanhoop en vooral woede drijft. Als Hans ziet hoeveel aandacht zijn zoon krijgt (met bovendien een positief resultaat) en zich realiseert dat dit alles hem onthouden is geweest en zich onvermijdelijk afvraagt wie hij zou geworden zijn – iemand ‘anders’ of ‘dezelfde’? – dan kan Hans de vraag niet ontwijken waarom hem dit overkomen is. De schuld van de ouders die niets gemerkt hebben (of, wie weet, niets wilden zien)? De schuld van de tijdgeest waarin autisme niet bekend was, laat staan de gedachte om een gepaste (of ‘speciale’?) omgeving te creëren waarin het autistisch kind zich kan ontwikkelen? Of niemands schuld? Gewoon te vroeg geboren in een tijd die nog niet wist te benoemen wat tegenwoordig wel benoemd is? Maar er is ook de persoonlijke schuld: draagt Hans mede verantwoordelijkheid voor wie Jasper is? Zijn het zijn genen die het leven van de zoon gemaakt hebben tot een kopie van dat van hem? Het is van een immense schoonheid dat de zoon een ‘oplossing’ aanreikt aan de vader door op te merken dat de erfelijkheid niet stopt bij de vader. Daardoor krijgen vader en zoon een plaats in een groter geheel en daardoor ook ontstaat er de wederzijdse herkenning. Zeker wanneer Jasper klaagt over de al te grote bezorgdheid van de ‘anderen’ op zijn ‘gewone’ school. Wat de een te weinig heeft gekregen, heeft de ander te veel gekregen; geen van beide is goed en daarin schuilt een herkenning die kan worden omschreven als ‘hetzelfde zijn in het anders zijn’.

Voor allen zonder meer

Het alleen staan op de speelplaats, het zich terugtrekken in een veilige wereld die vaak die van de wiskunde was, het moeizame uitzoeken van de regels van het sociale verkeer, het continu verkeerd begrijpen en begrepen worden, de bewust gekozen eenzame wandelingen …, het komt mij allemaal bekend voor. Dat creëert voor mij persoonlijk een diepe band met Hans en Jasper, maar de kracht van dit boek schuilt in de manier waarop Leduc zijn gedachten en gevoelens weet over te brengen op de ‘anderen’. In tegenstelling tot Friedrich Nietzsches Also sprach Zarathustra (1883-1885), dat de ondertitel ‘Een boek voor allen en voor niemand’ meekreeg, is dit een boek voor allen zonder meer.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?