cover big

Geen mens rust in vrede

Walter Weyns

Over Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven van Ignaas Devisch

De Bezige Bij, Amsterdam, 2016,
ISBN 9789023494188 / 320p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 27-05-2016

Bookmark and Share

Goede filosofie geeft geen antwoorden, maar bevrijdt ons van verkeerd gestelde vragen. Antwoorden op filosofische vragen zijn in het beste geval onvolledig of voorlopig. Eigenlijk stoppen antwoorden het denken af. En verkeerde antwoorden doen dat natuurlijk al helemaal. Goede vragen, daar gaat het om. Zij zijn de spoorslag van het denken. Uitleggen waarom een vraag niet deugt, kan dan ook veel vruchteloos denkwerk besparen.

Dat is zo’n beetje het uitgangspunt van Rusteloosheid, het nieuwe boek van Ignaas Devisch (1970). De ondertitel van het boek, ‘Pleidooi voor een mateloos leven’, suggereert misschien dat hij, in al zijn filosofische wijsheid, zou weten hoe je een rijk gevuld leven moet leiden en hoe dat je gelukkiger maakt. Maar dat is nu precies wat Devisch niet op het oog heeft. ‘Wie een oplossing in petto heeft nog voor het probleem is begrepen, sluit de ruimte van het denken af.’

Eerst het probleem ophelderen dus. Maar wat is het probleem? Je komt het overal tegen. Het is hét probleem van deze tijd. Het overvalt je als de wekker afgaat, je je agenda bijwerkt, of als je in de file staat. ‘Druk, druk, druk’. Iedereen kent dat probleem. Of meent het te kennen.

Op de vraag ‘druk, druk, druk?’ is ‘rust, rust, rust!’ het antwoord. Daarover lijkt consensus te bestaan. De hele wellnessindustrie gedijt erop. Met boeken vol tips voor een goed, evenwichtig en rustig leven kan je bibliotheken vullen. Iedereen snakt naar een sereen, comfortabel en rustig leventje, al weten weinigen hoe ze dat voor elkaar moeten krijgen. Dat zou dus de echte vraag zijn: hoe kan je kalm leven in een hectische wereld? Pleiten voor traagheid in al zijn vormen (slow dit, slow dat; slow zus, slow zo) geldt tegenwoordig dan ook als bewijs van weldenkendheid. Een op hol geslagen wereld moet worden vertraagd, dat lijkt de logica zelve.

Devisch doorprikt die logica. De droom van een traag voortkabbelend, evenwichtig leven lijkt namelijk alleen zoet zolang je hem niet hoeft te beleven. Voor Devisch is de filosofisch interessantste kwestie niet: hoe kan ik anders en trager gaan leven, maar wel: hoe komt het dat we zo vaak zeggen dat we aan rust toe zijn, terwijl we ons vervolgens halsoverkop in een rusteloos bestaan storten? Misschien onthult die paradox iets over het leven zelf, meent Devisch. ‘Wie slechts pleit voor verlangzaming of het stilzetten van de tijd om de drukte tegen te gaan, gaat voorbij aan de rusteloosheid in het leven.’ Rusteloosheid is ingebakken in het leven, zij is er de motor van.

Het is waar, geeft Devisch toe, we snakken als razenden naar rust. Maar zodra we iets bereiken van wat in de verte lijkt op dolce far niente, begint het te kriebelen, en springen we van de kalme, veilige oever de turbulente maalstroom van het leven in. Maar is dat erg? Zijn we inconsequent? Welnee. Leven is niet: je kop in kas houden en het zo rustig mogelijk aandoen. Leven is: zich bedrinken aan een onstelpbare bron van mogelijkheden. Gulzig zijn. Daar af en toe een kater aan overhouden, hoort erbij.

Want leven, weten wij als moderne, geseculariseerde mensen, doe je maar één keer. En dus moet die ene maat die we krijgen ten volle worden genomen. Tot ze overloopt. Het leven, wat het ook is, is mateloos, zo luidt het naar Friedrich Nietzsche zwemende standpunt van Devisch. Recepten of gebruiksaanwijzingen voor zo’n mateloos leven zijn er niet. Hoe kan je van het mateloze de maat nemen? Leven moet je! Ieder zijn leven, volgens eigen inzichten en verlangens. Je passies zullen wel uitwijzen wat je te doen staat.

Daarom verwerpt Devisch de filosofische queeste naar een evenwichtig bestaan als een misverstand:

In weerwil van de vraag ‘hoe bereik ik een evenwicht?’, keer ik de kwestie om: sinds wanneer moeten wij in balans zijn? Vanwaar die koortsachtige zoektocht naar evenwicht en het schier eindeloze aanbod om dat te bereiken? […] Ik breek een lans voor de positieve aspecten van rusteloosheid en mateloosheid, omdat die de drijfveer vormen tot een interessant en creatief leven.

Toch schuilt er een flinke adder onder het gras. Want wat is dat precies: rusteloosheid? Hoe onderscheid je het van ‘onrust’? Devisch probeert die twee begrippen scherp uit elkaar te houden. Onrust komt van buiten ons. Zij zou worden veroorzaakt door de ‘versnelling van sociale en economische processen’.

Rusteloosheid ligt daarentegen vervat in de menselijke conditie, althans in die van de geseculariseerde mens: mensen snakken naar een vervuld leven, ze willen meer en beter, en sneller, en wel in dít leven. Dat lijkt duidelijk. Maar wat als de maatschappelijke ‘onrust’ bezit neemt van mensen? Hoe kunnen ze het activisme dat hen in de ratrace werd aangepraat onderscheiden van de levenshonger die rusteloosheid heet?

Denk nu niet dat Rusteloosheid een pamflet is waaraan de lezer zich Nietzscheaans kan beroezen. Het is een ordelijk, helder, toegankelijk geschreven, goed opgebouwd boek, geschreven in de maat van drie.

Schools wordt het nooit, daarvoor is het te vers van de lever, maar de vele filosofen die in het ideeënhistorische eerste en langste deel telkens enkele paragrafen toegewezen krijgen, de ene wat meer dan de andere, worden bijna allemaal zo gekortwiekt dat ze weliswaar mooi in het schema passen maar niet tot hoge vluchten uitnodigen.

Misschien is Devisch iets te veel tegemoetgekomen aan zijn neef Francis die hem had gewaarschuwd dat hij het boek niet zou lezen als hij ‘te filosofisch’ zou doen.

Nu goed, de keerzijde van die kritiek is natuurlijk een compliment: het boek laat zich vlot lezen. En de grondidee is welkom. Waar unisono rust en traagheid worden geprezen, en het denken dus steriel dreigt te worden, is iemand die daar tegenin gaat verfrissend.

Devisch is ook nooit fanatiek. Hij schreef geen boek tégen een rustig bestaan. Wie houdt van een sereen, Kantiaans klokvast leven, moet dat vooral leiden. Zolang hij maar meent dat dit het maximale is wat uit het leven te halen valt. Want méér is voor Devisch toch altijd beter.

 

 

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?