cover big

Signalement: De Wannseeconferentie. De weg naar de ‘Endlösung’ – Peter Longerich

Fabian Van Samang

Over De Wannseeconferentie. De weg naar de ‘Endlösung’ van Peter Longerich (vert. Fred Reurs)

Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, Houten, 2018,
ISBN 9789000358854 / 213p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 04-03-2018

Bookmark and Share

In maart 1947 ontdekten Amerikaanse onderzoekers de notulen van een vergadering die iets meer dan vijf jaar eerder had plaatsgevonden in een residentiële wijk in het zuidwesten van Berlijn. Het was het zestiende van in totaal dertig afschriften, en was gericht aan het hoofd van de Abteilung Deutschland im Auswärtigen Amt, onderstaatssecretaris Martin Luther. Tot op heden is dit het enige bekende verslag van de beruchte conferentie die op 20 januari 1942 onder voorzitterschap van Reinhard Heydrich plaatsvond in de villa Am grossen Wannsee 56-58.

De precieze betekenis van de Wannseeconferentie werd nooit helemaal uitgeklaard. Namen nationaalsocialistische functionarissen toen en daar de beslissing om alle Europese Joden uit te roeien? Werden de betrokken administraties er voor het eerst op de hoogte gebracht van een reeds eerder bedacht genocidaal beleid? Of was het een weliswaar belangrijke, maar toch slechts voorbereidende stap in een moordproces waarvan de concrete omvang op dat ogenblik nog niet te overzien was? Welke interpretatie men ook aanhangt, ze lijkt altijd te botsen met de feiten. Want als de nationaalsocialistische top nog niet tot genocide had besloten, hoe viel de ingebruikname van een vernietigingskamp in de Warthegau zes weken voor de conferentie dan te verklaren? Als het een toonaangevende vergadering was, waarom waren Adolf Hitler en Heinrich Himmler dan niet aanwezig, evenmin als de hoofden van de ministeries (propaganda, buiten- en binnenlandse zaken, justitie) en de civiele besturen (het Generalgouvernement en de rijkscommissariaten)? Historici worstelen al decennia met een sluitende interpretatie. De leemtes en contradicties zijn zo talrijk dat in 2013 een lijvige bundel met een twintigtal uitvoerig gedocumenteerde artikelen werd gepubliceerd, in een poging onopgeloste vraagstukken over het vijftien pagina’s tellende document op een overtuigende wijze te beantwoorden (Norbert Kampe en Peter Klein).

Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van Peter Longerichs interessante monografie Wannseekonferenz. Der Weg zur Endlösung (De Wannseeconferentie. De weg naar de ‘Endlösung’). In het boek schetst de auteur de context waarin de vergadering tot stand kwam. Hij besteedt daarbij de nodige aandacht aan de anti-Joodse politiek van het nationaalsocialistische regime in de periode 1933-1941: de wetgeving, de ‘territoriale oplossingen’ (Nisko, Madagascar, de Sovjet-Unie), de massale executies door de Einsatzgruppen (vanaf eind juni 1941), de eerste deportatiegolven en de genocidale initiatieven die op het lokale niveau werden geïmplementeerd (eerst in de Warthegau, kort daarna ook in de Baltische Staten, in Wit-Rusland, het Lublindistrict, Opper-Silezië en Servië). In een tweede hoofdstuk schetst hij de voorgeschiedenis van de conferentiegangers (de vertegenwoordigers van de centrale instanties, de burgerlijke besturen en de SS), gekoppeld aan een nauwgezette, bijna woordelijke analyse van het protocol. Ten slotte beschrijft hij hoe de judeocide zich in de maanden na de conferentie voltrok, waarbij vooral de periode mei-juni 1942 hem cruciaal lijkt.

Longerich is niet zomaar een historicus. Hij was hoogleraar in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, werkte voor het United States Holocaust Memorial Museum in Washington D.C. en schreef in een strak tempo toonaangevende biografieën van Hitler, Himmler en Joseph Goebbels. Zijn interpretatie van de Wannseeconferentie demonstreert zijn expertise ten voeten uit. De vergadering van 20 januari 1942, betoogt Longerich, was een stap in een radicaliserend beleid met een onmiskenbaar moorddadig karakter. Reinhard Heydrich gebruikte de bijeenkomst om zijn eigen visie op de Endlösung door te drukken – deportatie van de Europese joden naar de Sovjet-Unie, waar ze na de oorlog door een combinatie van massa-executies en slavenarbeid zouden worden uitgeroeid. Reichsführer-SS Himmler zag het echter anders: hij wenste de Endlösung al voor de oorlog uit te voeren, door Joden op grote schaal met gifgas om te brengen in de regio’s waar ze op dat ogenblik verbleven. Longerich wijst erop dat Heydrich en Himmler elkaar op acht dagen tijd zeven keer spraken tussen de twee ontmoetingen die Himmler op 23 april en 3 mei 1942 met Hitler had. Meteen daarna volgde een nieuwe deportatiegolf van Joden uit het rijk, uit Polen en West-Europa naar kampen, en werden de Joden in Oekraïne en Wit-Rusland op grote schaal ter plekke uitgemoord. Pas na de aanslag op Heydrich (hij overleed na een lange doodstrijd op 4 juni 1942) kreeg Himmler de vrije hand om de genocide al voor het verstrijken van de oorlog te realiseren.

Longerichs these vormt geen radicale breuk met de bestaande historiografie, maar is een plausibele variant op de breed gedeelde visie dat de Holocaust zich door tal van initiatieven in verschillende regio’s met verschillende snelheden voltrok. Belangrijk aan zijn boek is dat de stellingen niet enkel gedragen worden door een uitgebreide lectuur, maar ook door tal van originele bronnen. Longerich bezocht elf archieven in vijf landen; één op de drie voetnoten is gebaseerd op origineel archivalisch materiaal.

Toch blijft enige voorzichtigheid geboden. Longerichs interpretatie steunt in ruime mate op de vermeende rivaliteit tussen Himmler en Heydrich – een rivaliteit die haaks staat op het gangbare historische inzicht dat Himmler Heydrich in 1931 opviste, nadat die laatste uit de marine was verwijderd, om hem als lakei aan het hoofd van de zopas opgerichte inlichtingendienst te kunnen inzetten. In elk geval bleef Heydrich tot zijn dood in juni 1942 Himmlers ondergeschikte (het Reichssicherheitshauptamt was een onderdeel van de SS), en het is maar zeer de vraag of Himmler echt op Heydrichs dood moest wachten om zijn eigen strategie met betrekking tot de Holocaust door te drukken. Ook Hitlers precieze rol in dit alles blijft nogal duister. Hoewel Longerich stelt dat de Führer ‘er na de Wannseeconferentie tijdens publieke optredens geen misverstand over [liet] bestaan dat de moord op de Europese Joden nog tijdens de oorlog zou plaatsvinden’ en zich dus bij Himmlers visie leek aan te sluiten, leek hij onder meer tijdens een tafelgesprek op 27 januari 1942 eerder Heydrichs aanpak bij te treden: ‘Der Jude muss aus Europa hinaus! Am besten, sie gehen nach Russland!’ (Adolf Hitler. Monologe im Führerhauptquartier, 27-1-1942). Of de conferentie Hitlers imprimatur had is eveneens twijfelachtig, aangezien Heydrich zich in dat geval wellicht op Hitlers gezag had beroepen, eerder dan op Hermann Görings brief van 31 juli 1941 (de ‘Genehmigung durch den Führer’ op documentpagina vijf slaat op de ‘Evakuierung der Juden nach dem Osten’, niet op de vergadering zélf). ‘Evakuierung’ heeft in het protocol een onmiskenbaar genocidale reikwijdte, maar het is eveneens aannemelijk dat de verwijzingen naar ‘het oosten’ in de uitdrukkingen de ‘Evakuierung der Juden nach dem Osten’ (origineel document pagina vijf), de ‘Arbeitseinsatz im Osten’ (pagina zeven) of het transport ‘weiter nach dem Osten’ (pagina acht) niet verwijzen naar Sovjet-territorium, maar eufemismen zijn voor uitroeiing. In dat geval verliest de tegenstelling in visies, die de basis vormt van Longerichs argumentatie, haar inhoudelijke betekenis. In elk geval is het duidelijk dat de these die de auteur in zijn jongste studie naar voren heeft geschoven de nevelen die rond de conferentie hangen niet definitief heeft doen oplossen.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?