cover big

Signalement: Een vader en zijn dochter – Emmanuel Bove

David Nolens

Over Een vader en zijn dochter van Emmanuel Bove (vert. Mirjam de Veth)

Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk, 2018,
ISBN 9789078627425 / 63p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 17-04-2018

Bookmark and Share

De novelle Een vader en zijn dochter (1928) van de Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) past, zoals te verwachten, naadloos in zijn oeuvre. Ook in dit verhaal voert hij de gedesillusioneerde mens op, die tegen beter weten in de regie uit handen geeft en daar een zekere heldhaftigheid in vindt. Het hoofdpersonage Antoine About is slachtoffer van vrouw en kind, van rang en stand, maar bovenal lijdt hij onder zijn eigen weekhartigheid en lafheid, is hij onhandig in de omgang, bang voor gezichtsverlies. Hij staat tergend klein in de wereld, terwijl de lezer zich groot denkt, en net daarin schuilt de confrontatie. Het is makkelijk om je af te zetten tegen de bijna-karikatuur die Bove van zijn hoofdpersonage maakt, maar het moet ook gezegd dat Bove in ander werk meer begrip en inleving toont voor zijn personages die van de ene op de andere dag op wandel gaan buiten de geijkte structuren van de burgerlijke samenleving en zichzelf doelbewust marginaliseren. Lees er bijvoorbeeld Het voorgevoel (1935) op na, ook vertaald door Mirjam de Veth, waarin een gefortuneerde advocaat plots vrouw en kinderen verlaat om in een kleine flat in een arme wijk te gaan wonen. Natuurlijk wordt er algauw misbruik van hem gemaakt. In deze setting is het makkelijker om mee te voelen. Het verlangen om alles en iedereen te verlaten, filosoof in de ton te worden, is een sprankelende dagdroom, maar als die ons overvalt ontbreekt het ons aan moed, ook omdat we weten dat anderen en omstandigheden ons meedogenloos de zon ontzeggen. Wie wel de moed heeft, zal volgens de Boveaanse logica ondervinden dat het hijzelf is die zich in de schaduwkant van zijn bestaan plaatst. Om maar te zeggen dat in dit universum geen Jan Cremers wonen: vrij, blij en sterk in de opportunistische pose. Bij Bove is immers ook de ontsnapping tot mislukken gedoemd.

Emmanuel Bove is vanaf zijn debuut succesvol in de jaren twintig, beklimt nooit een podium en is, heel on-Frans, afwezig in elke polemiek. Hij is de zoon van een joods-Russische banneling en een Luxemburgs dienstmeisje, groeit deels op in Zwitserland, bij zijn vader en diens tweede vrouw, die hem een halfbroer schenken. Hij heeft nog een jongere broer die bij hun echte moeder in Luxemburg achterblijft. Hij pendelt tussen de twee gezinnen, tussen straatarm en rijk. Op zijn achttiende vertrekt Bove naar Parijs. Acht jaar later volgt zijn debuut, Mes amis (1924), dat meteen wordt opgemerkt en bejubeld door de schrijfster Colette. Al snel kan hij van zijn pen leven. Vanuit Luxemburg wordt hij achtervolgd door zijn moeder en broer, die in armoede leven en om geld bedelen. Net als zijn vader verlaat ook Bove zijn eerste vrouw en twee kinderen voor een tweede tevens rijke vrouw, zodat ook zijn eerste vrouw en hun kinderen om geld verlegen zitten en aanspraak op hem maken. De laatste jaren van zijn leven wonen Bove en zijn vrouw in Algerije. In 1944 keren ze terug naar Parijs. Een klein jaar later sterft hij aan een hartaanval. Al snel verdwijnt zijn werk uit de belangstelling, om pas eind jaren zeventig opnieuw te worden ontdekt. In 1981 wordt zijn werk voor het eerst in het Nederlands vertaald.

De biografische schets van Bove, nom de plume van Bobovnikoff, duidt op zijn minst de ontworteling van zijn personages, die in een soort mist leven. Een schip zou dan een anker werpen. Maar de personages van Bove laten zich moedwillig of eerder onverschillig drijven. Er is wel weerstand, maar die is machteloos. In Een vader en zijn dochter is de capitulatie bijna compleet. Antoine About, van bescheiden komaf, is succesvol geworden met kapsalons. Dankzij de welstand klimt zijn vrouw Marthe op in de sociale milieus van Parijs, waarbij haar onbehouwen man en de status van zijn beroep in de weg staan. Ze groeien uit elkaar en zij, met de dag mondainer en koketter, gaat vreemd. Hij geeft haar een vuistslag en ze scheiden. Hun dochter, Edmonde, die zich ook al schaamde voor haar kleinburgerlijke vader omdat zij een kunstenaarsbestaan nastreefde, stuurt hem na bijna vijf jaar afwezigheid een telegram: ‘Ben ziek. Vergeef me. Kom vanavond thuis. Edmonde.’ Antoine leeft op dat moment alleen met zijn oude dienstbode Nathalie, die hij af en toe maar zonder overtuiging het hof probeert te maken. De kapsalons heeft hij verkocht en hij is verworden tot een zonderling.

Om zijn verdriet achter zich te laten hoefde hij alleen maar langzaam af te glijden tot verloedering, al zijn ambities en dromen te vergeten en nog maar één doel proberen te bereiken: een volslagen nul worden. […] Van nu af aan zou hij laag-bij-de-gronds leven. […] Hij had alle waardigheid laten varen, verzorgde zichzelf niet meer en droeg altijd versleten pakken vol vlekken, smoezelig lijfgoed en afgetrapte schoenen. […]  Vanaf het begin van de middag was hij al halfdronken.

In het perfide slot van dit verhaal heeft Antoine zijn slachtofferschap zodanig gecultiveerd en uitgekiend dat hij in ruil de liefde en de zorg van zijn dochter verwacht. De verknipte fantasie van eender welke man die zich overacterend zo zielig toont dat een madonna zich over hem komt ontfermen, had ik me nooit eerder voorgesteld in de relatie van een vader tot zijn dochter. Dit is hoe Antoine het zich dróómt:

Een sprankje frisheid kwam binnen in die zwijnenstal. Een kinderlijke uitdrukking verjongde zijn afgeleefde gezicht. […] Ze kwam binnen, zijn dochter. Haar vader was een oude man. Dat trof haar. Ze kwam naar hem toe, kuste zijn handen en stamelde: ‘Het is mijn schuld… Het is mijn schuld, vergeef me’’ En hij, die zo diep gezonken was en voor wie deze dag een regelrecht wonder betekende, werd weer mens.

Het laat zich raden hoe de dochter echt reageert op het zielige hoopje mens dat haar vader is geworden.

Emmanuel Bove hanteert een zuinige taal, zonder opsmuk, bescheiden als het ware – zoals hij zelf als persoon, volgens de overlevering, moet zijn geweest. Want lijden aan het leven of aan de inrichting van de samenleving doe je in stilte, lijkt hij zo te zeggen, zonder te veel vertoon. Bove esthetiseert het lijden immers niet, althans niet tot de barokke expressie waarin de lezer zonder veel gevaar kan zwelgen. Hij schrijft als een man die met gebogen hoofd in een hoek van een kamer staat en in een schrift noteert wat hem invalt. Zijn zinnen snijden er des te dieper door.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?