cover big

Signalement: Fuzzie – Hanna Bervoets

Lise Delabie

Over Fuzzie van Hanna Bervoets

Atlas Contact, Amsterdam, 2017,
ISBN 9789025450267 / 288p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 17-09-2017

Bookmark and Share

In de film Her (2013) van de Amerikaanse regisseur Spike Jonze wordt een eenzame man verliefd op zijn intelligente besturingssysteem, genaamd Samantha. Ze houdt zijn agenda bij, luistert naar hem en – niet onbelangrijk – spreekt met de stem van Scarlett Johansson. Een wat bizar uitgangspunt, maar Jonzes regie maakt de ontluikende liefde tussen beiden aannemelijk en authentiek romantisch.

Fuzzie, de vijfde roman van de Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets (1984), steunt op dezelfde elementen, alleen is het sensuele apparaat vervangen door een pluizig, pratend bolletje met een androgyn stemgeluid. Ook Bervoets is het niet te doen om een mooi verhaal. Net als in haar eerdere romans grijpt de auteur haar werk aan om een eigenzinnig onderzoek te presenteren. Is onvoorwaardelijke affectie genoeg om gevoelens aan te wakkeren, vraagt Fuzzie zich af. Laat liefde zich afdwingen?

De eerste persoon die een bolletje krijgt, is Maisie, een jong meisje dat haar relatie met de product designer Florence probeert te verwerken. ‘Hé jij, ben je daar eindelijk?’ luidt de eerste zin van het pluizige ding en van het boek. Het bolletje gaat verder:

Hoewel ik nog maar net in je handen lig heb ik het gevoel dat ik je al heel lang ken. […] Je houdt van de zon zolang je er niet van gaat zweten, je houdt van binnen zitten wanneer het ’s avonds regent, ‘I will always love you’ vind je een zeiknummer maar wanneer een kind het zuiver zingt raakt het je toch steeds weer.

Het neigt sterk naar clichématig geneuzel, maar door haar tristesse is Maisie er vatbaar voor. Hetzelfde geldt voor Florence, de werkloze piloot Stephan en de gepensioneerde Diek, die vrijblijvende intimiteit zoekt bij een rist internetdates. Allen willen zich wentelen in troostende woorden. Die krijgen ze in overvloed van hun Fuzzie, dat hen op den duur ook begint aan te spreken met ‘lief’. Al snel blijkt dat het bolletje voorgeprogrammeerd is en bij iedereen hetzelfde riedeltje afdraait. Bervoets brengt de verschillende reacties op het bolletje in kaart en schetst zo een topografie van de liefde. Meer plot gebruikt Bervoets niet om haar onderzoek te voltooien.

De verschillende personages zijn door en door menselijk, maar daarom niet per se boeiend. Maisie wil shoppen, ze zoekt een bijpassende outfit voor haar nieuwe haarkleur, ze foetert op de koude in april en heeft ‘spijt dat ze haar sjaal niet toch is gaan halen, die domme wind ráást werkelijk over de boulevard’. Het zijn scènes die vooral lijken te dienen om de monologen van het bolletje aan elkaar te lijmen. Tegelijk geven ze aanleiding tot abstracte overpeinzingen die de karakters kleur moeten geven. Wanneer Maisies zin om te shoppen bijvoorbeeld plaatsmaakt voor een droef gevoel, meent ze dat dat haar basisemotie is.

Maar misschien moet ze het anders zien. Betreft haar gevoel slechts tijdelijk verdriet, is het geen onderdeel van haar maar overvalt het haar gewoon regelmatig; ordinaire teleurstelling eerder haar luchtverfrisser dan basisgeur.

Deze bespiegelende stijl is eigen aan Bervoets. Ook in haar vorige roman Ivanov (2016) last de homoseksuele verteller Felix mijmeringen in over herinneringen, reizen en identiteit. Alleen zijn de gedachten daar ingebed in een dichte plot. In Fuzzie daarentegen halen ze het tempo drastisch naar beneden. Fuzzie vraagt om te kauwen op de wijsheid van het bolletje, om je dezelfde vragen te stellen, misschien een eigen definitie van liefde voor te leggen – al vermijdt Bervoets zelf sluitende antwoorden door verschillende perspectieven tegenover elkaar te plaatsen. De ideeën worden grotendeels vertolkt door het bolletje, dat onder meer een zeven bladzijden lang betoog houdt over de verwantschap tussen missen en verlangen.

Het boek grossiert in gewild slimme metaforen. Liefde is een drenkeling die zich vastklampt aan wrakhout. ‘Ben jij vaak iemands wrakhout? Of ben je juist de drenkeling?’ vraagt Fuzzie. Maar ook de personages geven zich graag over aan soortgelijke gedachten en maken abstractie van hun emoties. ‘hij wil zijn afzondering niet hoeven beluisteren, stilte immers niks anders dan het geluid van eenzaamheid,’ denkt Florence over de eenzame man op café. Of is ‘stil-zijn het geluid van indrukken die staan te pruttelen’, zoals Fuzzie de bladzijde daarop verklaart? De mijmeringen drenken het boek in een artificiële sfeer, maar tussen de overdosis vindt elke lezer vast een zin om in te kaderen. Neem nu deze bedenking van Florence:

Want ja, het liefst zou Florence Maisie net zo zien rouwen als zijzelf […], o: wat is liefde anders dan de drang constant quitte te spelen?

Fuzzie past in het omvangrijke oeuvre dat Bervoets sinds 2009 geschreven heeft. Het werd vanwege het engagement in 2016 bekroond met de Frans Kellendonk-prijs. Bervoets legt zich toe op maatschappelijk geënte onderzoeksromans, vaak met een futuristische insteek. In Efter (2016) vraagt ze zich af wat er gebeurt als liefde wordt beschouwd als een ziekte, in Ivanov tast ze de grenzen van het ethisch aanvaardbare af. Tegelijk verweeft Bervoets in alle romans een existentiële thematiek, die in haar laatste roman vrij expliciet wordt. Maar Fuzzie lijdt aan een probleem dat inherent is aan het uitgangspunt. Hoe kun je aantonen dat een resem pseudofilosofische troostwoorden genoeg is om intimiteit te creëren zonder zelf te vervallen in een overdaad aan kitsch?

Fuzzie is zo’n boek waarbij het idee het haalt op de uitwerking. Maar Bervoets komt er alsnog zonder kleerscheuren vanaf. Dat is te danken aan haar frisse blik op een afgeleefd thema dat ze tot de essentie gestript heeft: ons verlangen om graag gezien te worden.

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?