cover big

Signalement: Geen jalapeños – Thomas Beijer

Carl De Strycker

Over Geen jalapeños van Thomas Beijer

Prometheus, Amsterdam, 2017,
ISBN 9789044632491 / 176p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 31-08-2017

Bookmark and Share

Met een studie aan het conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn, een resem masterclasses bij beroemde pianisten, best wel wat engagementen en al drie cd-opnames maakt Thomas Beijer (1988) volop naam als een van de talentvolste jonge Nederlandse concertpianisten. Maar deze muzikant blijkt ook schrijftalent te hebben, getuige zijn debuutroman Geen jalapeños.

Die opent met een scène waarin drie vrienden – een dichter, een pianist en een cellist – samen op café zitten en nog een borrelhapje willen. Bitterballen lukt niet meer, want de keuken is gesloten, nacho’s kan nog wel, maar dan zonder kaas en jalapeños. Dat laatste wordt een running gag onder de vrienden: geen jalapeños, verdorie toch. Het blijkt echter al gauw een metafoor voor hun levens die saai zijn en pittigheid missen.

Met de dertig in het zicht maken ze een eerste keer een stand van zaken op en ze moeten concluderen dat het niet geworden is wat ze ervan verwacht hadden. De cellist wordt er compleet moedeloos van en meent dat hij net zo goed kan stoppen met spelen. De dichter daarentegen timmert – tegen beter weten in – ijverig verder aan de weg en rondt vol zelfvertrouwen zijn vierde bundel af. Arthur, het hoofdpersonage, lijkt ergens tussen die twee levenshoudingen in te zitten. Helemaal toegeven dat hij mislukt is, kan hij (vooralsnog?) niet, maar blind voor het feit dat er meer had ingezeten blijft hij ook niet. Nu ook zijn vriendin ervandoor is gegaan, lijkt hij voornamelijk verlamd en verdoofd. Hij oefent haast niet meer, verlummelt overdag zijn tijd, verdoet zijn avonden met te veel alcohol en wordt ’s nachts geplaagd door nachtmerries waarin een incubus hem probeert te verstikken.

Tegenover die dadenloosheid staat de niet te stuiten ironische conversatie over onbenulligheden. Deze jongens stoefen en snoeven tegen elkaar op en proberen elkaar te overtroeven in het gevatst zijn. Arthur heeft last van een irritante betweterigheid.

Zo goed als ze zijn met woorden, zo machteloos zijn ze evenwel in het dagelijkse leven. Uit elk klein voorval blijkt telkens opnieuw onverschilligheid en onvermogen tot handelen. Arthur gaat bovendien steeds sterker op in allerlei neurotische hersenspinsels en verzeilt meer en meer in fantasievoorstellingen, tot hij beseft dat hij zich misschien wat minder situaties moet inbeelden, maar zijn leven in handen moet nemen.

Daarmee is dit een heuse quarterlifecrisisroman: over de onzekerheid van mid-twintigers en prille dertigers over welke richting het verder uit moet met het leven. Aan de hand van weinig opzienbarende scènes uit het dagelijkse leven vol toogwijsheden en banaal gepraat tekent Beijer de ontreddering die zich meester maakt van de vrienden.

Voor de plot moet je dit boek niet lezen: er gebeurt haast niets en precies daarover gaat deze roman natuurlijk. Sterk en vermakelijk zijn vooral de snedige dialogen, waarin achter de humor vooral onzekerheid en ontevredenheid schuilt.

Menig recensent heeft de vergelijking gemaakt met De avonden (1947) van Gerard Reve, maar dat lijkt mij te veel eer. Beijer schetst het portret van drie hoog opgeleide cultureel verantwoorde losers, maar of dat dit nu de roman is die het levensgevoel van een generatie vat? Daarvoor blijft hij te licht en te luchtig. Geen jalapeños is hoogstens een zacht melancholisch boek over omgaan met gefnuikte ambities.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?