cover big

Signalement: Hoe ik een bos begon in mijn badkamer – Maartje Smits

Steffie Van Neste

Over Hoe ik een bos begon in mijn badkamer van Maartje Smits

De Harmonie, Amsterdam, 2017,
ISBN 9789463360173 / 48p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 24-07-2017

Bookmark and Share

‘De schrijvers zoeken het steeds dichter bij de warme moestuin van de aarde, en dat kan alleen maar een goed teken zijn’, noteerde Paul de Wispelaere in Het verkoolde alfabet (1992). Ecokritiek is bezig aan een opmars: nu klimaatverandering niet langer te ontkennen valt, nemen steeds meer schrijvers de pen in de hand om het tij te keren.

Ook Maartje Smits (1984) doet dat in haar nieuwste bundel Hoe ik een bos begon in mijn badkamer. Waar Smits in haar succesvolle debuut Als je een meisje bent (2015) toont hoe een meisje zich tot vrouw ontpopt in een voyeuristische samenleving, loodst ze ons nu via ecoducten, zalmkanonnen en fluisterwegen doorheen ons veranderde ecosysteem. De reis verloopt niet zonder slag of stoot: walvissen stranden aan de Noordzee, damherten lopen over damherten heen en het waterpeil stijgt – de lezer trekt dus maar best stevige schoenen aan.

Volgens de Franse filosoof Bruno Latour dreven we vroeger de spot met de Galliërs, omdat ze bang waren dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Nu het klimaat echt op ons hoofd dreigt te vallen, kan dat gelach ons wel eens zuur opbreken. Welke overmoed dreef ons tot zo’n hoogmoed? Het fundamentele verschil tussen de Galliërs en de moderne mens ligt in de graad van verbintenis met de natuur, een verschil dat Latour uitwerkt in zijn werk We zijn nooit modern geweest (1991): terwijl de premodernen zich één voelden met de natuur, maakt de moderniteit een onderscheid tussen natuur en maatschappij.

In navolging van Latours werk spoort Hoe ik een bos begon in mijn badkamer de lezer aan om na te denken over die verhouding. Niet toevallig vermeldt Smits Latour in haar gedicht ‘Scheiding’: ‘er wordt gegraven onder de grens tussen niet-menselijke / en menselijke dieren en Bruno Latour geeft een feestje’.

Via een reeks metaforen speelt Smits met de ‘valse grens’ die de mens tussen natuur en civilisatie plaatst: zo ‘verstommen de signaalvogels / […] / dat streeploos glas geen lucht is / maar de begrenzing van een ruimte’ en is ‘een gazon […] een verlengstuk / van een huis of kantoor voor dieren / de natuur heeft geen achtertuin’.

In talloze beelden toont Smits hoe de hedendaagse natuurbeleving van de mens zich beperkt tot een relatie met artefacten: van de ‘halletjes waar plastic gras op de trap groeit’, het ‘weiland op canvas’ tot de ‘magische zonsopkomst in zuurstokroze wake-uplights’. De vervreemding wordt in het absurde getrokken in het ironische getitelde gedicht ‘Vereniging’:

kom in aanraking met de natuur
draag waterdichte wandelschoenen

steun de natuur of bekijk hier
bijzondere voordelen voor leden

Stil verzet wordt gepleegd door een vervreemd lyrisch ik dat een bos in de badkamer aanlegt: ‘hoe had ik me ooit van planten / durven onderscheiden / waar begon de mix en ik’. Deze vereniging lijkt echter even illusoir als de romantische smacht naar eenheid van natuur en cultuur: ‘hoe lang zou ons vermolmen duren / […] / ik denk niet / dat we hier zullen aarden.’

Hoewel de mens de natuur tracht te begrenzen, valt deze niet omsluiten: ‘het laatste hek mag niet dicht / want de natuur is geen circusact’. Zij dringt de menselijke samenleving prompt binnen: permafrost ontdooit, de snelweg smelt, een walvis spoelt aan. In Hoe ik een bos begon in mijn badkamer denkt Smits kritisch na over het huidige ecologisch beleid.

De scherpe toon van Als ik een meisje ben weergalmt in haar nieuwe bundel. Maar de satire is ook een oproep tot engagement: ‘zwem een rondje om het huis / nu survival nog een hobby is’. De dystopische geënsceneerde toekomstbeelden zijn een klacht tegen ons gebrek aan activisme: ‘verwarmingsbuizen seinen drijfzand omhoog / waar politici op zondag croissantjes smeren / hun uitgerolde decadenties groengewassen’.

In de reeks gedichten over het ‘protocol stranding levende grote walvisachtigen’ neemt Smits tevens ons gebrek aan ethisch bewustzijn op de hak. Haar gedicht ‘Oververhitting bij tandelozen’, dat de euthanasieprocedure van aangespoelde walvissen hekelt, is ongemeen scherp. Antitheses en visuele effecten geven het geheel een filmisch effect:

traject palliatieve zorg sloeg in
ontheffing vroeg onze aandacht

het dier rustig laten sterven:
[…]

Daarna volgen drie mogelijkheden: intravasculaire injectie, vuurwapen of explosieven, waarvan de eerste twee door de dichter zijn doorgehaald. Die doorhalingen verwijzen naar het ondoordachte snij- en verwerkingsproces van het dierenkadaver: ‘na afloop bleek / Johanna boterzacht / het snijwerk nam / twee dagen in beslag’.

Zo simuleert Smits in haar hele bundel de harde realiteit van de buitentalige werkelijkheid via een meesterlijke samensmelting van vorm en inhoud. Een bewuste combinatie van betekenisvolle witruimtes, afbeeldingen, inspringingen, personificaties en onomatopeeën zorgt ervoor dat de lezer het gevoel bekruipt dat hij zich werkelijk in de natuur bevindt.

Tegelijk brengt Smits de ‘internettalige’ werkelijkheid uit haar debuut in beeld, wat in combinatie met jargon, meertaligheid en een elliptische stijl een vervreemdend effect teweegbrengt. De wereld van Hoe ik een bos begon in mijn badkamer berust op een verontrustende, onheilspellende spanning tussen vereniging en vervreemding, al zorgt Smits speelsheid en humor ook voor een luchtige toon.

No time to waste. Laten we de Galliërs lachend toekijken hoe het klimaat op ons hoofd valt? Wachten we tot survival geen sport voor would-be para’s meer is? Maartje Smits heeft een intrigerende bundel geschreven die de lezer via vervreemdende, maar tegelijk beklijvende beelden tot nadenken aanzet. Hoe ik een bos begon in mijn badkamer heeft mij alvast een stapje dichter bij de warme moestuin van de aarde gebracht.

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?