cover big

Signalement: Ich selbst, auch ich tanze. Die Gedichte – Hannah Arendt

Dirk De Schutter

Over Ich selbst, auch ich tanze. Die Gedichte van Hannah Arendt (ed. Karin Biro)

Piper Verlag, Berlijn/München/Zürich, 2015,
ISBN 9783492057165 / 158p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 23-06-2016

Bookmark and Share

Meer dan één filosoof heeft zich aan het schrijven van gedichten gewaagd. En niet de minste onder hen: Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Friedrich Nietzsche, Martin Heidegger. In veel gevallen is die poging faliekant mislukt. Hoe verwant denken en dichten ook mogen zijn, als denkers gaan dichten, raken ze vaak niet verder dan (pseudo)diepzinnige rijmelarijen. Alleen aan Plato, die toch het aantal dichters in zijn ideale staat wilde beperken, worden mooie verzen toegeschreven. Nu heeft Hannah Arendt (1906-1975) zich (postuum) bij die illustere voorgangers geschaard met een bundel van eenenzeventig gedichten.

Van Arendts liefde voor poëzie wisten we al een tijdje. Zij behoort tot die twintigste-eeuwse filosofen die in hun theoretische uiteenzetting veelvuldig citeren uit gedichten. Zo vinden we in haar geschriften verwijzingen naar Homerus, Vergilius, William Shakespeare en Johann Wolfgang von Goethe – om slechts die vier klassieke grootmeesters te noemen.

Maar zij heeft ook inspirerende essays gewijd aan dichters, bijvoorbeeld aan de Duineser Elegien (1923) van Rainer Maria Rilke en aan de oeuvres van Bertolt Brecht en W.H. Auden. Daarin toont zij niet alleen een bijzondere aandacht voor diepzinnige verzen (zoals Heidegger, die bij voorkeur stilstond bij de orakelspreuken van Friedrich Hölderlin), maar ook voor mooie, ritmische, parlandoachtige verzen zoals we die aantreffen bij zowel Brecht als Auden, en voor tot de verbeelding sprekende metaforen.

Ten slotte weten we uit haar biografie dat Arendt vele verzen van buiten kende. In het interview uit 1964 met Günter Gaus, dat bekend geraakt is onder de titel ‘Was bleibet? Es bleibet die Muttersprache’, beklemtoont ze dat daar voor haar de betekenis van ballingschap ligt: met haar vlucht uit Duitsland in 1933 heeft ze niet alleen haar vaderland achtergelaten, maar ook haar moedertaal, en is ze terechtgekomen in een vreemde taal die ze slecht beheerst en waarin ze geen enkel gedicht uit het hoofd kent.

Het merendeel van de nu gebundelde gedichten kenden we al: ze komen uit de briefwisseling met Heidegger of met Arendts tweede man, Heinrich Blücher, of uit het (pas in 2002 gepubliceerde) Denktagebuch, of ze werden geciteerd in de al genoemde biografie van Elisabeth Young-Bruehl, For Love of the World (1982).

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, sluiten Arendts gedichten niet onmiddellijk aan bij haar filosofische theorie. (Bij Heidegger is dat bijvoorbeeld wel het geval: zijn gedichten zien er dan ook uit als gedachten op rijm, of als gedachten in een strofische lay-out.) Dit zijn sfeervolle gedichten: over het vallen van de avond, over de bloei van de zomer, over afscheid, over troost, over eenzaamheid en liefde.

Sommige gedichten verwijzen naar een feit: naar het overlijden van Walter Benjamin of van Hermann Broch, of naar haar aankomst in New York. Andere zijn geschreven op reis: door Nederland of Frankrijk of New England. (Van alle gedichten krijg je de ontstaansdatum.)

De vrolijke titel Ich selbst, auch ich tanze is misleidend, want de meeste gedichten baden in een lichte melancholie. De bundel sluit af met een essay door Irmela von der Lühe, hoogleraar Duitse literatuur aan de Vrije Universiteit van Berlijn, waarin eveneens Arendts liefde voor poëzie toegelicht wordt (en niet haar politieke theorie).

Uiteraard heeft Arendt vooral meditatieve gedichten geschreven, ‘poèmes de pensée’ zoals het Frans het precies en elegant formuleert. Een voorbeeld:

Des Glückes Wunde
heisst Stigma, nicht Narbe.
Hiervon gibt Kunde
Nur Dichters Wort.
Gedichtete Sage
ist Stätte, nicht Hort.

Ook het geluk slaat wonden, en blijkbaar helen die nooit. Dichters hebben hiervan een vermoeden, hun woorden bieden een onderkomen aan die wonde van geluk. Maar als dichters al iets stichten, dan geen gesloten verblijf, eerder een open plek.

Arendt geniet vandaag de dag een grote belangstelling. Laten we die belangstelling inzetten om haar denken en in het bijzonder haar politieke theorie te bestuderen. Haar gedichten blijven een interessant ‘fait divers’ in de marge van haar veelzijdige oeuvre.

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?