cover big

Signalement: Petit pays – Gaël Faye

Jan-Willem Anker

Over Petit pays van Gaël Faye

Grasset, Parijs, 2016,
ISBN 9782246857334 / 224p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 11-10-2017

Bookmark and Share

Als internet zich niet vergist dan is begin september 2017 de vertaling van Petit pays verschenen, het interessante, sinistere en buitengewoon succesvolle debuut van de Franse auteur Gaël Faye (1982).

Heel kort over de inhoud: een half Franse, half Burundese man (Gaby) keert vanuit Frankrijk terug naar Bujumbura (Burundi), de stad waar hij de eerste elf jaar van zijn leven heeft doorgebracht, nadat zijn voormalige buurvrouw, de beschavingsvertegenwoordiger mevrouw Economoupoulous, hem haar bibliotheek heeft nagelaten. Dat vormt de aanleiding voor de binnenvertelling waarin vanuit het perspectief van de terugkijkende Gaby wordt getoond hoe de burgeroorlog in Rwanda overwaait naar Burundi. Gaby’s gezin wordt verscheurd, ook vriendschappen gaan eraan.

Een van de pilaren waarop Petit pays steunt is de sterke contrastering tussen vader en zoon, ik gebruik dit woord ‘contrastering’ om aan te geven dat hier sprake is van een proces. Vader is een Franse zakenman en driekwartkoloniaal die Gaby en zijn zus Ana op het hart drukt zich niet met politiek te bemoeien. De tienjarige, in de roman elf wordende Gaby (Ana is een oninteressant schema) bemerkt echter dat deze positie onhoudbaar is:

Moi qui souhaitais rester neutre, je n’ai pas pu. J’étais né avec cette histoire. Elle coulait en moi. Je lui appartenais.

Gaby’s gelijk wordt bevestigd, de vader moet er ten slotte aan geloven: in een oorlog kun je helemaal niet neutraal zijn. Faye lijkt zijn lezers ervan te hebben willen doordringen dat dit ook voor kinderen geldt. Zij worden slachtoffers of monsters, of allebei.

Een van de vragen die Faye je aanvankelijk dwingt te stellen is of Gaby ook een monster is, dan wel of de oorlog hem vermonsterlijkt heeft. De dreiging zit er meteen goed in, un peu trop als je het mij vraagt (‘Le début de la fin du bonheur, je crois que ça remonte à ce jour de la Saint-Nicolas…’). De wijze waarop de oorlog zich steeds meer laat voelen, deed me een beetje denken aan de burgeroorlogachtige taferelen in Michel Houellebecqs Soumission (2015). Maar waar Soumission (wat mij betreft een apologie voor het Front National) het conflict vanuit het comfort beschouwt, besef je in Petit pays langzaam maar zeker dat de personages de gevolgen aan den lijve zullen ondervinden.

Hoewel de verteltoon licht blijft, laat de verteller er geen twijfel over bestaan dat hij bezig is je mee te voeren naar een afgrond. De diepte daarvan verrast niettemin. Voordat het Rwandese geweld de Burundezen in de greep krijgt, lijkt Gaby echter een vluchtroute te vinden, waarmee, voor mij althans, Petit pays veel meer wordt dan louter het oorlogsverhaal van een jonge tiener.

De literatuur levert het plaveisel voor deze schijnbare vluchtroute. Mevrouw Economoupoulous is maar al te zeer bereid om haar boeken aan Gaby uit te lenen. Zo leest hij onder meer het verhaal over een oude visser, een jonge jongen en een grote vis (niet al te wilde gok: The old man and the sea), de naoorlogse Franse jeugdroman L’enfant et la rivière, net als Petit pays een kadervertelling, en het dagboek van een pubermeisje (‘adolescente’) dat tijdens de oorlog met haar familie in een krap vertrek woont (Het dagboek van Anne Frank), met wie hij zich zelfs vereenzelvigt:

J’avais l’impression que c’était moi dont il était question, que j’aurais pu écrire ces lignes.

De buurvrouw leert Gaby dat boeken je leven kunnen veranderen, ze zegt het zelfs in exact die bewoordingen. Een sentimentele wending? Toch niet. Soms leest hij zijn inmiddels getraumatiseerde moeder voor, maar zij maakt een apathische indruk, kijkt wat glazig voor zich uit. Het mooi beschreven geluk van het lezen wordt in een ander perspectief geplaatst wanneer Gaby kort erna de hoofdrol opeist tijdens een lynchpartij (een man wordt door zijn toedoen levend verbrand). Als macaber bewijs neemt Gaby het identiteitsbewijs van zijn slachtoffer mee.

Gaby, een empathische, leergierige en intelligente jongen die zich identificeert met Anne Frank (symbool van de Holocaust), is kort na zijn lectuur van het beroemde dagboek tot een gruwelijke moord in staat. De omstandigheden hebben hem er weliswaar toe gedwongen, want de leider van de bende (voormalig personeelslid van zijn vader) dreigt zijn zusje en vader iets aan te doen indien hij verzaakt.

Je zou allereerst kunnen veronderstellen dat hiermee de uniciteit van de Holocaust wordt bevraagd. Daarnaast spreekt hieruit dat het lezen van het dagboek (en bij uitbreiding literatuur) je op geen enkele manier wapent tegen een reële oorlogssituatie, dat literatuur er – als het er écht op aankomt, als onze menselijkheid zodanig op de proef wordt gesteld dat we op het punt staan een medemens te vernietigen – geen doorslaggevende rol van betekenis speelt.

Schuilt in ieder mens een afgrond die met geen letter kan worden opgevuld? Het lijkt erop dat Petit pays dit wil duidelijk maken. Maar wordt literatuur hiermee door Faye niet gedegradeerd tot aangenaam tijdverdrijf, tot loos escapisme? Ik kom niet goed uit deze vragen, want het zou toch al te vreemd zijn om zo’n stelling in te nemen in een literair debuut. Maar mogelijk zal Faye de auteur blijken van slechts één roman, want waarom nog schrijven als je zo over literatuur denkt?

Van Gaby’s identificatie met Anne Frank blijft in elk geval niets over. Sterker nog, hij wordt de beul van een wildvreemde man die hem om genade smeekt. Toegegeven, als moordend kind is Gaby natuurlijk ook slachtoffer, al wordt dit niet echt uitgewerkt door Faye. Het blijft min of meer bij de bewering dat het geluk hem verlaat. In Frankrijk, blijkt uit de raamvertelling, zal hij nooit kunnen aarden (verbeeld wordt dit niet, een zwakte van de roman, vind ik). Wanneer de verloren zoon uiteindelijk terugkeert voor de literatuur blijkt zijn moeder nog in leven. Hij zal in Burundi blijven om voor haar te zorgen… en opnieuw wordt de literatuur tot bijzaak verklaard – althans, het lezen! Want met het voornemen de eigen geschiedenis op schrift te stellen sluit de roman af, de lezer weet immers dat het deze geschiedenis is die hij of zij in handen heeft.

Maar waarom dan? Dubbelzinnigheid troef! Volgens mij is het deze ambiguïteit die Faye moet overwinnen om ooit nog een roman te kunnen voltooien. Ik hoop op die overwinning, want Petit pays bevat veel moois, zoals de manier waarop het Burundese landschap wordt geëvoceerd, de scènes met Gaby’s vriendjes in de ‘impasse’ (nomen est omen), een schrijnende jachtscène (een krokodil is de klos), de geweldige wijze waarop Gaby’s gestolen verjaardagsfiets wordt teruggevonden en de beschrijving van Nieuwjaar op drieëntwintighonderd meter boven zeeniveau, bij de Twa (de ‘pygmeeën).

Ik heb de neiging om te denken dat hieruit voldoende geloof in de vormende kracht van taal en literatuur valt te putten. Maar dat veronderstelt een ontwikkeling die de bijzondere schrijver Gaël Faye nog moet doormaken.

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?