cover big

Signalement: Spoo Pee Doo – Dimitri Verhulst

Carl De Strycker

Over Spoo Pee Doo van Dimitri Verhulst

Atlas Contact, Amsterdam, 2016,
ISBN 9789025450212 / 155p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 12-11-2016

Bookmark and Share

Nog in dezelfde maand dat zijn nieuwe boek, Het leven gezien van beneden, verscheen, publiceerde Dimitri Verhulst (1972) – geheel onverwacht – nog een tweede roman: Spoo Pee Doo. Dat op is op zich al een stunt van jewelste, maar de lancering ervan ging ook nog eens gepaard met een heuse actie van de uitgeverij. De digitale versie van het boek is gratis beschikbaar en het wordt in vier talen tegelijk op de markt gebracht. Kwestie van de uitspraak op de flap waar te maken:

Dimitri Verhulst behoort inmiddels tot de grote Europese schrijvers. […] zijn werk wordt verfilmd en voor toneel bewerkt en verschijnt in 25 landen.

Die werkwijze doet een beetje denken aan de manier waarop Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008) op de markt werd gebracht: als extraatje bij de aankoop van een nummer van het tijdschrift Humo. Dat leidde toen tot boze reacties van de boekhandel, die zich verstoken zag van een verkoopsucces, en ook nu ging de discussie eerder over de promotiestunt dan over het boek, terwijl de roman naar eigen zeggen voortkomt uit de urgentie die de schrijver voelt om zijn lezers erop te wijzen dat de wereld naar de kloten gaat. Of zoals op het kaft vermeld: ‘Europa staat in brand, maar onverschillig bestellen we nog een glas.’ Dit boek wil zijn lezers waarschuwen en wakker schudden, maar voorlopig lijkt het enkel de discussie over de verspreiding van het boek te hebben aangewakkerd.

In Spoo Pee Doo volgen we de verteller op een vrijdagavond op zijn kroegentocht door Gent. Hij zou het niet te laat maken, maar verzeilt toch telkens weer op een ander terrasje en in een volgend café. En daar gaat het dan over het leven zoals dat is: over de slappe koffie die je krijgt, over hoeveel je kan drinken alvorens dringend en veelvuldig naar de wc te moeten, over het scoren van een lijntje, over de onhebbelijke klasgenoot uit een ver verleden, over de slechtste frieten van de stad en de meest blasé restaurants – enfin, de verteller tatert maar door als een volleerd toogfilosoof.

Letterlijk honderd bladzijden lang krijg je de ene grappige anekdote na de andere koddige oprisping lekker vinnig verteld, tot de verteller in een nachtwinkel ziet dat er een aanslag is gepleegd op de luchthaven van Schiphol. Even leidt dat tot iets van reflectie, maar al gauw wordt de conclusie getrokken dat je net zo goed verder kan zuipen en slempen:

We moeten precies verdedigen wat men ons in dit uur wil afnemen: het plezier van spijzen en dranken, met of zonder varkensvlees, met of zonder alcohol, de schoonheid van ontblote meisjesharen, vrouwenbenen, gezang, gezoen, Wij moeten ten strijde trekken met de lach.

En als vanzelf verschuift de focus weer naar de echt belangrijke problemen van het begin van het weekend: waar de beste gin te krijgen, welke condooms je het best kan kopen en wie de onenightstand voor vannacht wordt. In het laatste hoofdstuk wordt de verteller na een nacht die hij zich met moeite herinnert wakker in een onbekende kamer naast een vrouw die hij niet kent. Buiten denkt hij wanneer hij in een kiosk de kranten ziet: ‘Het is waar ook. Schiphol.’ En terug thuis is het antwoord op de vraag van zijn geliefde hoe de uitgaansnacht is geweest haast achteloos: ‘Ça va.’

De aanslag is in Spoo Pee Doo slechts een fait divers, een onderwerp waarover je even lichtzinnig kan lullen als over al de andere wereldproblemen die aan de toog besproken worden en dat je ook even snel weer vergeet. Dat duidt op de vadsigheid en onverschilligheid van de mens, die gewoon doorgaat bij iets zo ingrijpends als godsdienstterreur en zich zelfs niet even afvraagt wat die aanslagen zouden kunnen zeggen over onze maatschappij.

Door het hele boek vanuit het vrij ongebruikelijke jij-perspectief te vertellen trekt Verhulst de lezer binnen. De ik die hier in de jij-vorm aan het woord is, spreekt je niet alleen aan, hij spreekt óók in jouw naam, hij doet jouw verhaal, want ook jij blijft goeddeels apathisch bij wat er de laatste tijd in Parijs en Brussel is gebeurd. Daarmee zit de kritische geste van dit boek in het vertelperspectief en sluit Spoo Pee Doo aan bij die grote roman waarin dezelfde techniek gehanteerd werd om een soortgelijke boodschap over te brengen: Louis Paul Boons Kapellekensbaan (1953). Bovendien lijkt de stijl op die van Godverdomse dagen (en die van De Kapellekensbaan): een vloedgolf van associatieve zinnen en gedachten die doorkruist worden door flarden van dialogen of opmerkingen van andere personages, en vaak niet eens met een punt van elkaar gescheiden. Dat maakt duidelijk dat wat ons écht bezighoudt, namelijk al die zielige persoonlijke beslommeringen, ons volledig in beslag neemt.

Wie zich door het boek op die manier aangesproken voelt, krijgt een mokerslag: ja, wij zijn vrolijk drinkend en lekker toogfilosoferend op weg naar de afgrond, maar je kan helaas ook perfect doen wat de personages in het boek doen en de aanslag nagenoeg over het hoofd zien. Dan leest Spoo Pee Doo als een lange reeks hoogst vermakelijke schimpscheuten op van alles en nog wat, maar lijkt het minder op de Kapellekensbaan dan op een roman van Marnix Peeters, die van schuimbekkende vuilbekkerij zijn handelsmerk heeft gemaakt.

 

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?