
Signalering: Mont Blanc
Gijsbert Pols
Over Mont Blanc van Edzard Mik
De Bezige Bij, Amsterdam, 2012,
ISBN 9789023469681 / 304p.
(3) reactie(s) - geplaatst op 11-09-2012
Schrijvers kwamen altijd weer bij de vader uit. Door naar de vader te wijzen kregen ze het voor elkaar voor eeuwig zoon te blijven en nergens voor verantwoordelijk te zijn, en je zou hele bibliotheken als laf en escapistisch van de hand willen doen en wensen dat er een volwassen literatuur zou ontstaan, een literatuur die geen jammerklacht over het leven is, geen aanklacht tegen de vader, geen impliciete oproep aan Onze-Vader-die-in-de-Hemel-zijt om eindelijk tevoorschijn te komen en zich te verantwoorden voor het kwaad dat hij toeliet – een literatuur door vaders geschreven in plaats van door zonen!
Deze heerlijke boutade stamt uit de mond van Hugo, hoofdpersonage en verteller in Edzard Miks roman Mont Blanc, en is de sleutel tot het hele boek. Hugo is namelijk nogal pissed off omdat zijn zoon Ruben, een beroemde bergbeklimmer, een boek heeft geschreven waarin zijn vader er niet best af lijkt te komen. Hij heeft beschreven hoe Hugo hem in zijn pubertijd, samen met zijn neef Mark, meenam om een tocht te maken in het gebied rond de Mont Blanc. Die tocht ging helemaal mis: Mark viel namelijk dood in een glestjerspleet. En Ruben vertelt hoe Hugo, terwijl zijn neef nog boven de afgrond bungelde, het touw losmaakte. Dat is echter niet hoe het werkelijk gegaan is. Mark had het touw zelf losgemaakt, toen Hugo aarzelde om verder te gaan nadat het weer was omgeslagen.
Ik kreeg tijdens het lezen van Mont Blanc onwillekeurig de neiging om tegen Hugo te roepen: ‘Vráág nou eens gewoon aan je zoon waarom hij het ongeluk in zijn boek anders neerzet, eikel!’ Maar daar is Hugo bepaald de man niet naar. Sinds het ongeluk is hij de hele wereld als zijn vijand gaan beschouwen: zijn zoon, zijn ex-vrouw, zijn zus, zijn moeder, zijn collega’s, een reeks minnaressen, enzovoort, enzovoort. Ook zijn huidige vriendin bejegent hij continu met achterdocht. Het maakt hem wantrouwig, om niet te zeggen: achterbaks. En als vader en zoon naar de Mont Blanc terugkeren om opnieuw een tocht te maken, slaat Hugo’s achterdocht om in egomanie en paranoia.
Het getuigt van Miks kunnen als schrijver dat hij die paranoia op een indringende manier weet neer te zetten. Ik ergerde me kapot aan Hugo, maar bleef doorlezen. Lovenswaardig is ook dat Mik de deerniswekkende clichés omzeilt waaraan boeken over klimmen en bergen doorgaans rijk zijn. Maar het mooiste aan dit boek is de verrassende wending aan het slot. De terugkeer naar de Mont Blanc loopt namelijk uit op een herhaling van het ongeluk van destijds, maar met een gelukkiger afloop. Ruben, die deze keer in de spleet valt, overleeft. En Hugo leert dat het vertekende beeld van het eerste ongeluk in het boek van zijn hem niet discrediteert, maar juist heroïseert: door het touw los te maken voorkom je dat de anderen in de spleet worden meegesleurd.
Daarmee geeft Mik zijn boek niet alleen een plot van Hermansiaanse allure, hij verheft zijn problematiek ook ver boven het particuliere uit. Hugo komt namelijk tot inkeer, hij gaat zijn leven beteren. Goed, dat die inkeer vooral wordt neergezet met behulp van het sterfbed van Hugo’s moeder is misschien ietwat burgerlijk, maar soit. Door het verhaal van zo’n tenenkrommend antipathiek personage zo te laten eindigen, maakt Mik van Mont Blanc een inspirerend en dapper boek.
3 reacties
Aanmelden
Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?


09-10-2012, om 2:04:18