cover big

Geen last van betrekkelijkheid: de nieuwe authenticiteit van Thomas Möhlmann

Gaston Franssen

Over Kranen open van Thomas Möhlmann

Prometheus, Amsterdam, 2009,
ISBN 9789044614190 / 62p.

(7) reactie(s) - geplaatst op 27-11-2009

Bookmark and Share

7 reacties

Beste Gaston Franssen,


Aardig, die eerste alinea; ik kwam een zin van eigen hand tegen: ‘De gedichten zijn beeldrijk zonder overdadig te zijn, fantasievol zonder op hol te slaan, lyrisch zonder uit de bocht te vliegen.’

Tja, in het slot van een bespreking probeert de recensent inderdaad wel eens lapidair iets over de bundel of de dichter in kwestie te zeggen, deze te typeren, kort en kernachtig te omschrijven.

Maar ik waardeer uw Kruistocht tegen het Cliché in de Kritiek. Sterker: ik strijd met u mee. 
(En ik laat mij met liefde uit de tent lokken. Bij dezen.)

Laatst heb ik hierover nog gebrainstormd: woorden als ‘gevaarlijk’, ‘verontrustend’ en ‘ontregelend’, ‘relevante’ of ‘belangrijke’ versus ‘overbodige’ poëzie, ‘bedrieglijk’ of ‘schijnbaar eenvoudig’, ‘het taalplezier spat ervan af’; clichés zijn het, en ze worden door de beste – of meest gerenommeerde – critici/recensenten nog het vaakst gebezigd (Pfeijffer, Gerbrandy). Ik vermoed een verborgen agenda – die helemaal niet zo verborgen is.

Probeert u alleen zelf ook te streven naar een clichévrije recensie.

Zo noteerde ik: (een preoccupatie met) ‘het ongrijpbare’ (dit in combinatie met poëzie mag toch wel een cliché van formaat worden genoemd), ‘verontrustend’ (ja werkelijk, dit woord gebruikt u), ‘niet eenduidig’ of ‘niet kant-en-klaar’ (dat ‘kant-en-klaar’ is toch wel een van de meest ‘kant-en-klare’ aanduidingen, terwijl men zich erachter verschuilt dat men ten strijde trekt tegen al wat ‘kant-en-klaar’ is - ik verzet mij / hij verzet zich tegen kant-en-klare opvattingen; o, dat is heel nobel, maar het *zeggen* dat men zich ertegen verzet is even gratuit en ‘kant-en-klaar’).

En, de ergste en onvergeeflijkste van allemaal: ergens tegen het einde zegt u iets als: ‘De dichter zet zichzelf op het spel.’

Nu is de zegswijze: ‘De dichter zet iets op het spel’ en helemaal ‘De dichter zet zichzelf op het spel’ toch een tenenkrommend cliché? Ikzelf heb haar eens gebruikt (aan het slot van mijn bespreking van ‘Tongebreek & Niemendal’ van Chrétien Breukers) en ik heb er drie weken van wakkergelegen en mijn hoofd kaalgeschoren uit schaamte en spijt. ‘In deze bundel zet de dichter zichzelf op het spel.’ Hoe krijg je het je pen uit? Let wel: je = ik. (Of ‘je’ = ‘jij’ of ‘wie dan ook’.) Ongetwijfeld had ik de woorden bedoeld als uitsmijter, zo van: nog een ferme uitspraak om de lezer mee te geven / in het gezicht te slingeren. Hier! Pak aan! Maar het is zo… zo… overdreven!

Verder zie ik dat u primair leest in termen van het ‘semantisch-concepueel veld’; u spitst zich toe op ‘herhalingen en contrasten van thema’s en betekenissen’ (zie het artikel ‘Poets vs. Critics: Different Brain Systems’). Weinig over de stijl. Waaróm dat zo is, daar heb ik zo mijn eigen ideeën over.
(Nevenpunt: het stijlmiddel of procedé van de herhaling an sich is, hoewel eenheid-scheppend, nog geen verdienste. In veel gevallen is het zelfs een kunstje.)

Ten slotte, dat u volgende regels citeert:

‘heb jij op dit moment last van onze volstrekte
betrekkelijkheid? Ik niet: ik vind je mooooooooooooooooooi.’

-  daar bewijst u de dichter mijns inziens geen dienst mee. Het lijkt wel alsof de dichter (of u?) de o-toets te lang heeft ingedrukt, alsof de toets bleef hangen. Of het lijkt een weinig op een klef sms’je: ‘ik vind je zoooooooooooooooo lief’ of ‘Ik vind je heeeeeeeeeeeeeeeel leuk.’
Begrijp me goed, niets ten nadele van de bundel, maar er zijn betere citaten denkbaar.

Maar hoofdzaak blijft natuurlijk de kwestie van de clichés. ‘Zeg nee tegen het cliché! Begin bij jezelf!’

  • Door Willem Thies
  • gepost op
    27-11-2009, om 7:24:48

Bovendien bevreemdt het me, beste Gaston, dat u überhaupt de bewuste zin van mij citeert als voorbeeld van een poëziekritiekcliché. Niet dat ik nooit zondig, en nooit clichés zou gebruiken, maar in dit geval is overduidelijk sprake van een ‘spel spelen met [over clichés gesproken] het “hapklare” of “kant-en-klare” citaat’, de *quote*, een lekker-bekkende kwalificatie voor op sites en in folders/aanbiedingen… De passage sméékt er bijna om geciteerd te worden – en jij gaat daar gewillig op in. Lees maar na: het betreft de slotzin van mijn bespreking van ‘De zon, het smalle bed, mijn lichaam’ van Jabik Veenbaas, te vinden op: Poëzierapport, enige weken geleden. (Lees ook het deel tussen haakjes.)

  • Door Willem Thies
  • gepost op
    27-11-2009, om 9:09:06

Hoi Willem,

In het stuk van Franssen hoef je niet per se een pleidooi tegen kritische clichés te zien. Hij wijst aan wat de functie van die clichés is, en je zou deze recensie zelfs als een cliché in het groot kunnen lezen. Immers, als het bij clichés erom gaat om een “kern” aan te wijzen in een amorf dichterschap, dan is dat ook precies wat Franssen zelf in het stuk uiteindelijk doet. (Of: zich met enig tandenknarsen gedwongen ziet te doen door de doelmatige kernloosheid bij Möhlmann, die dan weer voor authentiek moet doorgaan. Paradox op paradox).

Het koste-wat-kost vermijden van clichés lijkt me trouwens sowieso een remedie die erger is dan de kwaal. Het kan makkelijk in een soort negatief formalisme ontaarden. Je gaat al snel veelgebruikte termen als intrinsiek fout zien. Maar wat nou als een bundel je inderdaad heeft verontrust? Moet je dan heel ingewikkeld gaan lopen doen om vooral niet het woord verontrustend te gebruiken?

  • Door Samuel Vriezen
  • gepost op
    29-11-2009, om 1:48:03

Dat zijn een paar slimme opmerkingen die je daar maakt, Samuel.

Zelf gebruik ik vaak het woord ‘beeldend’ of ‘beeldrijk’, simpelweg omdat ik (heldere,) ‘beeldende’ poezie meer waardeer, hoger acht dan ‘talige’ (zelfreferentiele, zelfbewuste, zelfreflexieve) poezie. ‘Beeldend’ is, met andere woorden, bij mij vaak op zich al een positieve kwalifcatie.

Ook hanteer ik met grote regelmaat termen als ‘redundant’, ‘overtollig’ en ‘overdadig’; deze juist in negatief kwalificerende zin.

Daarnaast heb ik een voorliefde voor ‘trucje’ of ‘kunstje’; en vaak vind ik het stijlmiddel van de herhaling zo’n ‘trucje’ of ‘kunstje’; anderen daarentegen vinden het een ‘eenheid-scheppend middel’.

Net als het veelvuldig gebruik van (in het oog springende) enjambementen, ook zo’n ‘poetisch’ trucje.

Tot slot heb ik, bijvoorbeeld, oog voor ‘klankverwantschappen’, met name de alliteratie en assonantie. Je zult mij dan ook niet zelden betrappen op het gebruik van woorden als… ‘klankverwantschap’, ‘alliteratie’ en ‘assonantie’.

Zaken waar de heer Franssen *nauwelijks* naar kijkt, waar hij nauwelijks aandacht aan besteedt: de stijl, de beelden, de klanken.

Ziedaar, beste Samuel, ik laat in mijn kaarten kijken.

  • Door Willem Thies
  • gepost op
    29-11-2009, om 4:25:24

Citaten als parachuutjes
   
Bij de bespreking van het gedicht ‘In het ochtendlicht’ van Möhlmann noemt Franssen weliswaar een aantal dichters waarnaar het gedicht verwijst, Lucebert bijvoorbeeld, maar de belangrijkste verwijzing ontbreekt.
De slotregel van ‘In het ochtendlicht’, te weten ‘Daar gaan mijn parchuutjes al’ vormt immers het letterlijke citaat van de slotregel van het gedicht ‘Ouderdom’ van Judith Herzberg uit haar bundel Zeepost. Hierin beschrijft zij op speelse wijze haar angst voor de ouderdom en het verdwijnen van de verstandelijke vermogens. Ook het ‘schrikvel’ en het ‘gedaas’ uit het gedicht van Möhlmann vormen een verwijzing naar dit gedicht van Herzberg, waarin zij zichzelf voorstelt in de huid van een oude vrouw.
In de relatie tussen de ‘ik’ en de ‘jij’ uit ‘In het ochtenlicht’
wordt door deze verwijzingen naar het gedicht van Herzberg de overgang van diepzinnigheid naar gekte benadrukt, naar een vorm van zwakzinnigheid, waartoe de relatie schijnt te leiden. Het gedicht van Herzberg:
   
Ouderdom
 
Later, als ik zwakzinnig ben
met schoothond en schrikvel
houd ik een kruik warm
tegen me aan en praat
ik met je in mijn slaap.
Als je nu kan begrijpen
wat ik dan ga bedoelen,
krakende dorre tak dat ik ben,
ga ik me niet zo afgebroken voelen
maar meer een uitgeblazen paarde-
bloem. Hoor je me dazen?
Daar gaan mijn parachuutjes al.

  • Door Kees van Domselaar
  • gepost op
    15-02-2010, om 3:55:40

Goed opgemerkt!

Plus: de zee in de kwal van Tonnus Oosterhoff en (ongetwijfeld) zo voort.

Zo wordt het de kunst & het spel voor de recensent zo veel mogelijk van dit soort referenties / intertekstuele verwijzingen te ontdekken; de recensent gaat dan door voor slim, belezen & opmerkzaam - en zo wordt het kunst & spel voor de dichter zo veel mogelijk van dit soort referenties / intertekstuele verwijzingen, als paaseieren in de achtertuin, te verstoppen, want welke recensent wil niet doorgaan voor slim, belezen & opmerkzaam?

Overigens is dat net de regel, of beter: zinssnede, woordcombinatie (‘en je daast al / in je schrikvel’), die ik het fraaist vond van de hele bundel. Die is dus niet geheel & al oorspronkelijk; weliswaar niet direct kant-en-klaar gestolen, het boeketje is zelf samengesteld, maar de bloemen zijn uit andermans tuin weggeplukt. Zo is bovenstaand gedicht al leverancier van twee regels. En wie weet wat verder nog verzameld &  vergaard is.

Ach ja, het postmodernisme en zo, ‘anything goes’, zullen we maar zeggen.

  • Door Willem Thies
  • gepost op
    15-02-2010, om 7:20:30

Zou het niet interessanter zijn om na te gaan wat die verwijzingen precies betekenen of welk effect de auteur met die verwijzingen wil sorteren, om daarna pas te bedenken of het een vermoeiend postmodern spelletje is of niet? Het zou jammer zijn als er op voorhand al besloten wordt dat een literaire techniek alleen wordt toegepast om intellect te etaleren. Dat terwijl deze aanvulling op de recensie wellicht nieuwe deuren opent voor de interpretatie van het gedicht of zelfs van de bundel. Op die manier kunnen de reacties uitgroeien tot een stimulerende collectieve lectuur.

  • Door Matthijs de Ridder
  • gepost op
    23-02-2010, om 5:31:00

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?