Poëzie, Recensies

Dwarse tederheid

Keto Stiefcommando

Tomas Lieske

Aangenomen dat geschiedenis niet het verleden zelf is, maar het verhaal dat erover verteld wordt, kan men zich afvragen wiens versie van het relaas de meest geldige is. Waar het ons eigen leven betreft zijn we misschien geneigd te denken dat wijzelf het alleenrecht op onze geschiedenis hebben, maar waarom zou een ander niet een sterker verhaal over onze belevenissen kunnen vertellen? En zijn het niet juist de anderen die het best kunnen inschatten wat je voor de wereld betekent? Maar impliceert dit niet dat men zich dan ook andermans geschiedenis kan toe-eigenen, waarmee men zich in zekere zin een machtspositie aanmatigt? Dit mechanisme is door Edward Said blootgelegd in Orientalism (1978), en sindsdien kunnen we in het vermeend open Westen niet meer met goed fatsoen volhouden dat het aan ons is het verhaal van Azië, Afrika en de rest van de wereld te vertellen. Nu zijn zij aan de beurt. Maar betekent het ook dat wij voortaan moeten zwijgen? Is er niet een vorm van toe-eigening mogelijk die van respect getuigt?

Toen Tomas Lieske (1943) in 2016 Daedalea publiceerde, waarin een groepje Parijse scharrelaars van Afrikaanse afkomst zich opmaakt voor een carnavaleske re-enactment van het Bijbelboek Exodus, reageerde de kritiek enthousiast. Zelden hadden we in ons taalgebied een bundel gezien die zo vrolijk en welsprekend pleitte voor het door elkaar lopen van genres, talen, stemmen en culturen. Met Keto Stiefcommando bouwt Lieske zijn Parijse universum verder uit. De ondertitel van het boek luidt: ‘Hoe Keto Stiefcommando met zijn jongklomp / de route naar Saint-Denis opnieuw uitvond // Een vertelling in gedichten en prozagedichten’.

De bundel bestaat uit vier hoofdstukken, elk ingeleid door een verhalende prozatekst. Daarop volgt steeds een gedeelte van Keto’s zang over de mythische Afrikaan Kame, wiens tragische levensverhaal geassocieerd wordt met dat van Tristan en Isolde, Odysseus, Orpheus, Absalom en Achilles; het vijfde deel van de ballade sluit de bundel af. De kern van de vier afdelingen wordt gevormd door steeds elf gedichten over de kindertijd van een westerse ‘held’, stelselmatig op de linkerpagina ingeleid door een van de Parijse vertellers, die we al kenden uit Daedalea: Keto zelf, een leidersfiguur met messiaanse trekjes, de zwerver Hercuul uit Mali, de drinker Damn Good Memory, de West-Afrikaanse Merci Merci en de pooier Imker Graat. Om beurten introduceren zij een idool dat ze hebben opgediept uit een stapel oude tijdschriften.

Gewoonlijk hangt het gezelschap rond in de rue du Faubourg Saint-Denis, maar nu heeft Keto een interessant project bedacht. De koningen die in de basiliek liggen begraven, dienen vervangen te worden door nieuwe geesten, die beter in staat zijn recht te doen aan de veranderde samenstelling van de Parijse bevolking. Bij ontstentenis van Afrikaanse idolen worden blanke helden tot beschermgeest gepromoveerd. In een ongeregelde optocht, met een vuilniswagen voorop, trekt men naar de Saint-Denis om met felrode letters nieuwe namen op de Franse praalgraven aan te brengen.

Wat Lieske hier doet is ingenieus. Zelf kruipt hij in de huid van Afrikaanse gelukzoekers, wier karakteristieke Frans wordt weergegeven in een mengeling van Nederlands en de variant van onze taal die in Zuid-Afrika wordt gesproken. Mag dat zomaar? Ja, want afgezien van het feit dat de verbeelding altijd de vrijheid mag nemen te gaan waar men zelf niet is, geeft Lieske zijn protagonisten de kans zich op hun beurt de westerse geschiedenis toe te eigenen. Caesar, Mozart, Garibaldi en Margaret Thatcher, allemaal transformeren ze tot personages die ook het Afrikaanse verleden kunnen representeren. Dat is mogelijk doordat de sprekers teruggaan naar de jeugd van de gestorvenen, een toestand van pure potentie, waar wat men later in het leven zal verrichten nog in een veelbelovend verschiet ligt.

De reeks van vierenveertig helden is chronologisch opgezet, met hun sterfdatum als uitgangspunt. Julius Caesar is de eerste, Christine Keeler de laatste. Als om te benadrukken dat de geschiedenis en het mensenleven eenzelfde soort traject afleggen, vertrekt de optocht, die op een plattegrond stap voor stap is te volgen, bij de Fontaine des Innocents, de ‘bron der onnozelen’ (een heel oude begraafplaats), om te eindigen op een laatste rustplaats, waar de bundel wordt afgesloten met deze woorden: ‘Volwassen, imposant en rechtschapen // bedekt het pralend marmer de kindertijd.’ We mogen Keto Stiefcommando, los van alle historische en politieke lading die het boek bevat, dus ook lezen als een ode aan de jeugd, die de mogelijkheid van een glorieuze toekomst belichaamt. Bovenal is, zoals altijd bij Lieske, de taal virtuoos, barok, erudiet, beeldend, geestig en subtiel. Waarom valt hem niet de ene na de andere literaire prijs ten deel?

Laten we een treffend voorbeeld kiezen van de wijze waarop Lieske uiteenlopende werelden met elkaar vervlecht. Het laatste gedicht van de eerste reeks gaat over Charlotte Corday (1768-1793), die de rabiate revolutionair Jean-Paul Marat in zijn bad vermoordde, op zaterdag 13 juli 1793. De introductie van Damn Good Memory begint met de constatering: ‘Vrijdagavond: de wreedste van alle avonden.’ Het ligt voor de hand aan T.S. Eliots ‘cruelest month’ te denken, de maand waarin de natuur wordt herboren en het braakland weer vrucht zou kunnen dragen. Die associatie blijkt terecht: ‘De gedachten van alle andere klonkies zijn bij het boeket geuren van de fruit- en groentewinkel, bij de bedwelmende markten, bij het reukloze leem van onze eigen bodem, bij de eerste regen in de zomer.’ Op vrijdagavond zetten de meisjes rollers in hun gewassen haren en ruiken hun kleren naar violier. Iedereen gaat dansen en flirten, alleen Damn Good Memory blijft achter met zijn flesjes bier. Geen woord over Corday, maar de toon is gezet. Het is de vooravond van een weekend waarin van alles kan gebeuren. En de jonge Charlotte zit in bad:

 

Het allerfijnste in mijn leven is urenlang zitten

in bad, het laten vloeien van warm water

langs mijn dijen. Het is de kleinste vorm van nergens

mee bemoeien en weer geboren worden. Van ouderdom

geen sprake. Alles glimt, zit onder een strakgetrokken

plastic laken. Het verwaten schuim loopt als een klas

bolle betrapte kinderen weg. Iets wat spiegelt drijft:

niet meer dan in een glazen vlies gevangen lucht.

 

Na de referentie aan The Waste Land komt het ‘weer geboren worden’ niet als verrassing. Van ouderdom is ‘geen sprake’, misschien omdat Charlotte door op bijna vijfentwintigjarige leeftijd op de guillotine te belanden de fase van de jeugd nooit zou overstijgen. Dat ze in bad zit weerspiegelt de wijze waarop massamoordenaar Marat aan zijn einde zal komen: water is een reinigende substantie. Charlotte associeert de zeepbellen met een klas stoute kinderen. Maar schuim is, als het mensenleven, uiterst vergankelijk:

 

Het raakt bijna mijn huid, maar zucht en blijft

steken in een aarzelend net niet ontstaan

contact. De luchtbel verzwakt in bad,

kijkt mij verwijtend aan vlak voor hij nauwelijks

hoorbaar, ragfijne spetters spugend, spat.

 

De badgeluiden zijn te horen in de alliteraties (steken en ontstaan; spetters spugend, spat), in het rijm van contact, verzwakt en vlak en de ij-klanken van bijna, blijft, mij verwijtend en ragfijne. De spiegeling in het schuim heeft dus zowel een visueel als een auditief aspect. Dat is inhoudelijk relevant, omdat de hele bundel draait om de vraag of we onszelf in anderen kunnen herkennen, sterker nog, of we ertoe in staat zijn de ander te kennen. Zijn we gedoemd te blijven steken in ‘net niet ontstaan / contact’? Lieske suggereert dat het heilzaam is zich met anderen te identificeren.

Dat wil niet zeggen dat al die historische figuren plezierige mensen waren. Caesar zou genocide plegen, Robespierre gaf leiding aan de Terreur, Lyndon B. Johnson zette de oorlog in Vietnam voort en Margaret Thatcher saneerde zonder mededogen de Britse kolenindustrie. Wie een historische rol wil spelen maakt vuile handen. Maar iedereen is ooit kind geweest, ook de IJzeren Dame, die vertelt hoe ze eens werd achtervolgd door ‘jongens in het puin’ omdat ze bezig was een vuurtje te stoken. ‘Hoe snel moest ik me verplaatsen om deze / sterke jongens te ontlopen? Het was als ijzer / dat nooit met blote hand wordt gebroken’. Margaret overleeft het avontuur, zij het dat er gesuggereerd wordt dat ze er niet geheel zonder kleerscheuren vanaf komt: ‘mijn handen in onschuld gewassen’. Haar verhaal wordt geïntroduceerd door Keto, die bij het naderen van de Saint-Denis opmerkt: ‘Wat Europa rest, is krom geld en wankele, bijeengestolen rijkdom.’ Om te concluderen: ‘De boog van opkomst en ondergang is een ijzeren boog.’ Ieder leven, iedere beschaving begint veelbelovend, maar het einde stemt niet altijd tot vrolijkheid.

In de fantasie van de Parijse Afrikanen wordt hun usurpatie van de basiliek gerechtvaardigd doordat in het graf van François I († 1547) in feite hun voorvader Kame Tristan ligt. Reine Claude, die naast hem ligt, is eigenlijk zijn Isolde, die Nneka heette. Hun onmogelijke liefde is in marmer gestold:

 

Hij draait zijn hoofd en kijkt bijna Nneka aan,

die weet heeft van zijn trouw in steen en door

de eeuwen heen. Boven bidt hij geknield vol spijt

 

dat hij bij leven niet dichter tegen haar aan kon slapen,

dat hij zijn jonge, dwarse tederheid niet vaker als wapen

had ingezet.

 

Lieskes poëzie gaat over het verlangen van de ene cultuur de andere te leren kennen, te veroveren, in te lijven, over liefde en fascinatie voor het vreemde. Het zou tragisch zijn als we moesten concluderen dat toenadering altijd in onvrijwillige toe-eigening resulteert.

Met Daedalea en Keto Stiefcommando is Tomas Lieske niet klaar. Hij is het aan zijn stand verplicht nog een derde bundel toe te voegen, waarin de geschiedenis van Afrika zelf aan de orde komt. Ik kijk daar al naar uit.

Querido, Amsterdam, 2019
ISBN 9789021416731
111p.

Geplaatst op 07/06/2019

Tags: Keto Stiefcommando, Parijs, Tomas Lieske

Categorie: Poëzie, Recensies

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.