Samenleving, Signalement

Signalement: Onze hangmat ligt steeds minder stevig

Terra Insecta

Anne Sverdrup-Thygeson

Wist je dat honingbijen een dans doen om aan hun koloniegenoten door te geven waar er voedsel te vinden is? Dat bosmieren via de opslag van koolstofdioxide en stikstof in de grond een flinke invloed op het klimaat uitoefenen? Of dat meelwormen en wasmotten met hun culinaire voorkeur voor polystyreen (waar fastfoodketens hun hamburgers in verpakken) een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het wereldwijde plasticprobleem? Het zijn slechts enkele van de kleurrijke weetjes die je opdoet tijdens het lezen van Terra insecta.

De Noorse onderzoekster Anne Sverdrup-Thygeson (1966) hoeft weinig moeite te doen om haar fascinatie voor onze zesvoetige medebewoners van de aarde over te brengen. Met aanstekelijk enthousiasme en in heldere en vermakelijke taal weet ze de levens van insecten en mensen bij elkaar te brengen. De hoogleraar biologie aan de Noorse Universiteit voor Natuurwetenschappen, die onder entomologen bekend is vanwege haar onderzoek naar insectenleven in dode bomen, voert de lezer via onder meer de anatomie en de geschiedenis van insecten naar hun relatie met en belang voor mensen.

Sverdrup-Thygeson rijgt de anekdotes over het zeer gevarieerde en productieve seksleven van insecten, hun onmisbare rol in ecosystemen en hun therapeutische werking aaneen. Daarmee tovert ze afwisselend een glimlach en een van verbazing openvallende mond op het gelaat van de lezer. Neem het verhaal over hongerige termieten die meer dan 150.000 euro aan bankbiljetten van een Indiase handelaar opaten of de passage over de libelle, die een betere jager blijkt te zijn dan de leeuw en de witte haai bij elkaar. Door een combinatie van haar vier, onafhankelijk van elkaar bewegende vleugels, die haar met een snelheid van 50 kilometer per uur door de lucht laten racen, en haar vermogen om met tienduizenden oogjes 300 beelden per seconde te zien, is de libelle in 95 procent van alle jachtpogingen succesvol.

Voor veel van de aangehaalde voorbeelden uit het insectenrijk vindt de auteur een directe parallel in de menselijke werkelijkheid. Bijvoorbeeld als ze schrijft over kevermoeders die op zoek gaan naar woonruimte voor hun kinderen: ‘Dood hout heeft meer nuances dan dure wijn en veel insecten zijn veeleisende connaisseurs’ en ‘ze moet op tijd op de bezichtiging zijn voor die weer voorbij is! Als de dode bomen in het bos te ver uit elkaar liggen, is de woning verkocht aan een ander voor ze ter plaatse is.

Hoewel de oververhitte woningmarkt in Nederland nog net niet benoemd wordt, telt het boek talrijke verwijzingen naar de Nederlandse en Belgische context. Dit feit doet ons vermoeden dat de uitgever en de auteur aan een speciale editie voor de Nederlandstalige markt werkten, wat het boek nog herkenbaarder en toegankelijker maakt.

Naast de relatie met de mens wijdt Sverdrup-Thygeson een apart hoofdstuk aan de relatie tussen insecten en planten, want mensen en insecten mogen dan ver terug in de tijd eenzelfde stamvader delen; insecten en planten trekken al zo’n 120 miljoen jaar met elkaar op. Door hun wederzijdse afhankelijkheid én onophoudelijke wedloop hebben ze een haat-liefdeverhouding ontwikkeld. Het proces van bestuiving, waarbij bijen, vlinders en andere insecten een bloem bevruchten, is bij uitstek ook een proces waar mensen de vruchten van plukken.

Het sterkste punt van het boek blijft de wijze waarop Terra Insecta erin slaagt de relatie tussen mensen en insecten te schetsen. Sverdrup-Thygeson maakt duidelijk dat de weetjes in het boek niet alleen dienen als algemene ontwikkeling of om op verjaardagsfeestjes de visite mee te imponeren. Door het nut van insecten voor mensen inzichtelijk te maken, zelfs van ‘lastige beestjes’ als bromvliegen of spinnen, toont ze overtuigend hun belang voor een gezonde samenleving op aarde aan. Niet alleen zijn insecten de mens van dienst met de productie van stoffen als zijde en inkt. Ze zijn essentieel voor het behoud van veel grotere verbanden als bodemvitaliteit en biodiversiteit.

Om dat argument kracht bij te zetten gebruikt Sverdrup-Thygeson de metafoor van de geweven hangmat. Alle soorten die op aarde leven vormen het weefsel van de hangmat, waarin mensen uitrusten. Omdat er zoveel verschillende soorten insecten op aarde leven vormen zij een belangrijk deel van het weefsel. Met name de ogenschijnlijk onbelangrijke, kleine draadjes (zeldzame insecten) vormen een cruciaal onderdeel voor het geheel. En juist zij bevinden zich nu in de gevarenzone.

Want na een bijna 200 pagina’s durende lofzang werkt het boek onvermijdelijk toe naar een zorgwekkende conclusie. De manier waarop de mens het leefgebied van zijn medebewoners op terra insecta heeft vernietigd – door processen als verstedelijking, daarbij komende lichtvervuiling (die het oriëntatievermogen van insecten verstoort), intensief landgebruik en klimaatverandering – zorgt ervoor dat onze hangmat steeds minder stevig ligt. En als we niet uitkijken, zakken we erdoorheen.

Maar het tij is nog te keren, gelooft Sverdrup-Thygeson. Als alle onheilsberichten ergens goed voor zijn geweest, dan misschien voor een toegenomen belangstelling voor insecten. Het feit dat Terra insecta reeds naar 18 talen werd vertaald, spreekt wat dat betreft boekdelen.

Ze geeft een aantal concrete adviezen om het naderende onheil een halt toe te roepen: Mensen met een tuin doen er goed aan hem insectvriendelijk in te richten (bloemen in plaats van tegels), net als eenieder kinderen kan onderwijzen over al het moois en nuttigs dat insecten doen. Op beleidsniveau is het meenemen van insecten in gebiedsontwikkeling van openbare ruimte uiteraard van belang.

Het lezen van Terra insecta is aan te raden vanwege het plezier, maar bij het opvolgen van de adviezen van Sverdrup-Thygeson is meer urgentie geboden. En als die niet uit compassie of fascinatie voor onze kleine medebewoners voortkomt, dan maar uit puur eigenbelang. Als levensverzekering voor onze kinderen en kleinkinderen. Anders kunnen zij, met het verdwijnen van steeds meer insecten, onze voor lief genomen welzijn en welvaart wel eens sneller kwijtraken dan we denken.

De Bezige Bij, Amsterdam, 2018
ISBN 9789403138701
224p.

Geplaatst op 01/02/2019

Tags: 2018, Anne Sverdrup-Thygeson, Dieren, Ecologie, Insecten, Libelle, Tan Tunali, Wetenschap

Categorie: Samenleving, Signalement

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.