Filosofie, Recensies

Streven naar minder leed en zoveel mogelijk vrijheid

Groen liberalisme

Een urgent manifest

Floris van den Berg

Sinds de klimaatspijbelaars elke donderdag uit burgerlijke ongehoorzaamheid op straat komen om te demonstreren, staat het klimaatbeleid (terug) hoog op de politieke agenda. Hoe is het mogelijk dat we, ondanks alle kennis die we hebben over mogelijke beleidsoplossingen, er niet in slagen om écht een klimaatbeleid te voeren? Een dergelijke verzuchting hoor je bij veel mensen. Volgens sommigen is het dan ook simpel; we weten wat we moeten doen, nu moet de politiek dit gewoon uitvoeren! Dat burgerinitiatieven belangrijk zijn om vastgeroeste thema’s terug op de politieke agenda te zetten, valt niet te ontkennen. Maar de politiek kan niet zomaar worden opzijgeschoven. Het klimaatbeleid zal voortvloeien uit politieke beslissingen, wat betekent dat het mede zal bepaald worden door de ideologische opvattingen van de verkozen politici.

In de meeste politieke ideologieën staan duurzaamheid en de klimaatproblematiek niet op de voorgrond. Zo ook niet in het klassiek liberalisme, waar de focus voornamelijk ligt op de menselijke vrijheid en de vrije markt. Volgens de Nederlandse filosoof Floris van den Berg moet klimaatopwarming ook voor het liberalisme een topprioriteit zijn, aangezien klimaatopwarming de vrijheid van de toekomstige generaties bedreigt. In zijn manifest Groen liberalisme heeft van den Berg het liberalisme volledig herdacht, waardoor ook duurzaamheid en ecologie van fundamenteel belang worden in de ideologie.

De term ‘groen liberalisme’ kan makkelijk worden begrepen als een simpele combinatie van ecologisme en liberalisme, een soort van liberalisme met oog voor het milieu. Het groen liberalisme van van den Berg gaat echter veel verder. Naast milieu brengt hij ook de belangen van niet-menselijke dieren in rekening. Hiervoor vertrekt hij vanuit het schadeprincipe van de Engelse filosoof en econoom John Stuart Mill (1806 – 1873). Volgens dit principe, dat de kern vormt van het klassiek liberalisme, moet alles toegestaan zijn zolang anderen hierdoor geen schade wordt berokkend. Of eenvoudig geformuleerd: mijn vrijheid stopt waar die van een ander begint. Binnen het klassiek liberalisme wordt dit schadeprincipe enkel toegepast op individuen, wat erop neerkomt dat het enkel van toepassing is op mensen.

Volgens van den Berg is dit problematisch. Waarom zouden we niet-menselijke dieren buiten de morele cirkel houden? Met welke argumenten valt dit te verdedigen? Dit is volgens hem niet mogelijk. Hij stelt vervolgens dat het enige relevante criterium om na te gaan wie tot de morele cirkel zou moeten behoren, het vermogen tot lijden is. Hierbij wordt hij geïnspireerd door de Australische filosoof Peter Singer, die stelt dat niet-menselijke dieren uitsluiten, neerkomt op discriminatie op basis van soort. De Britse filosoof Jeremy Bentham (1748 – 1832) was de eerste die formuleerde waarom dit moreel fout is: ‘De vraag is niet kunnen ze denken, noch kunnen ze praten, maar, kunnen ze lijden?’.

Door het vermogen tot lijden als hét centrale principe van de moraal te maken en dit te combineren met het schadeprincipe, komt van den Berg tot het morele raamwerk van zijn groen liberalisme. Het schadeprincipe moet hierdoor worden toegepast op alle voelende wezens. Dit betekent dat het schadeprincipe ook moet worden toegepast op niet-menselijke dieren en toekomstige generaties. De consequenties hiervan zijn immens. Aangezien hierdoor ook het lijden van de toekomstige generaties moreel belangrijk is, wordt de klimaatproblematiek hierdoor van fundamenteel belang. Volgens van den Berg betekent dit dat we geen ecologische voetafdruk mogen hebben die schade kan toebrengen aan anderen, inclusief toekomstige generaties. Het opnemen van niet-menselijke dieren in de morele cirkel, in combinatie met het schadeprincipe, leidt dan weer tot de morele plicht tot veganisme.

Groen liberalisme stelt veel grenzen aan de persoonlijke vrijheid. Dit is volgens van den Berg de paradox van (groen) liberalisme. Enkel doordat de staat grenzen stelt aan de vrijheid, kan de vrijheid van iedereen gegarandeerd worden. Veel (klassieke) liberalen zullen de grenzen van groen liberalisme als grove inperkingen van hun vrijheid beschouwen. Maar aangezien het schaden van anderen volgens van den Berg niet te rechtvaardigen valt, is groen liberalisme de enige logische conclusie wanneer je het schadeprincipe van Johan Stuart Mill consequent doordenkt. Ook in het verleden is men vaak inconsequent omgesprongen met de toepassing van het schadeprincipe. Zo formuleerde Thomas Jefferson in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring het beroemde liberale principe dat alle mensen gelijk zijn geschapen en dat ze onvervreemdbare rechten hebben. Tegelijkertijd was hij slavenhouder. ‘Klassieke liberalen die vlees eten zitten in dezelfde positie als Jefferson en Washington die slaven hielden’, zo stelt van den Berg.

De idee dat alle mensen gelijke rechten hebben – zoals ook geformuleerd in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring – wordt vaak als het moreel fundament van het politiek liberalisme gezien. Hoewel het politiek liberalisme een neutrale overheid propageert – wat betekent dat de overheid niet mag opleggen wat het goede leven is – is de keuze voor neutraliteit niet neutraal. Ze gaat uit van het idee dat iedereen gelijk is voor de wet en de vrijheid moet hebben tot zelfbepaling. Wanneer we echter rekening houden met de uitbreiding van de morele cirkel tot niet-menselijke dieren en toekomstige generaties, zoals van den Berg doet, moet het morele fundament van het politiek liberalisme verlegd worden naar het lijden-axioma, of moeten de principes van gelijkheid en vrijheid hiermee op de een of andere manier worden gecombineerd. Groen liberalisme zorgt dus voor een radicale hervorming van het politiek liberalisme.

Doordat groen liberalisme gebaseerd is op twee eerder eenvoudige principes, valt het gedachtegoed makkelijk te begrijpen. Voor sommige aspecten van het groen liberalisme vormt deze eenvoud geen probleem. Wie ermee akkoord gaat dat het vermogen tot lijden het meest fundamentele criterium is voor de moraal en daarnaast overtuigd is van het schadeprincipe, kan niet anders dan de logische consequentie van veganisme accepteren. Een niet-veganistisch levensstijl zal namelijk altijd onnodig leed veroorzaken.

De toepassing van andere aspecten van het groen liberalisme en de conclusies die volgens van den Berg hieruit voortvloeien, zijn daarentegen soms minder overtuigend. Wanneer hij groen liberalisme toepast op onze persoonlijke ecologische voetafdruk, komt hij tot de conclusie dat we  die zo laag mogelijk moeten brengen. Volgens van den Berg moet dit principe ook worden toegepast op politiek niveau. ‘Groen liberalisme betekent dat de staat grenzen stelt aan de vrijheid om de vrijheid van iedereen te garanderen. […] Ieder individu krijgt een maximaal deel van de ecologische voetafdruk […] dat niet mag worden overschreden. Beroemde en rijke mensen krijgen hetzelfde Eerlijke Aarde Aandeel. Dat betekent dat ze niet de wereld rond kunnen reizen, geen meerdere huizen kunnen bezitten en geen grote hoeveelheden energie kunnen verbruiken.’ De economische en maatschappelijke gevolgen hiervan zijn echter niet te overzien. Iedereen een gelijk aandeel van de uitstoot toekennen, zal leiden tot minder economische bedrijvigheid en minder overheidsinkomsten, wat zal resulteren in tal van nadelige effecten voor onze welvaartsstaat. De solidariteit en de vrijheid die we trachten te creëren via herverdelende mechanismen en publieke voorzieningen zullen hierdoor in het gedrang komen. Trachten de ecologische voetafdruk zo laag mogelijk te brengen is dan wel de meest ethische positie, maar hoever moeten we hierin gaan? Het is ook nog maar de vraag of aan iedereen een gelijk aandeel van de uitstoot toekennen, de meest effectieve manier is om de positieve en negatieve vrijheid van iedereen te garanderen.

Van den Berg hecht veel belang aan positieve vrijheid. De overheid moet er volgens hem voor zorgen dat mensen hun capaciteiten kunnen ontwikkelen en ontplooien. Hiervoor is een welvaartsstaat nodig waarin de positie van degenen die in de slechtste maatschappelijke positie zitten, moet worden geoptimaliseerd. Op dit gebied komt van den Bergs visie overeen met die van de Amerikaanse filosoof John Rawls (1921 – 2002). Voor groen liberalisme is echter niet enkel de vrijheid van de inwoners van de samenleving belangrijk, maar die van elk individu. ‘Het economische systeem van de groen liberale samenleving is gebonden aan de beperkingen van zowel negatieve als positieve vrijheid. Om negatieve vrijheid te garanderen moeten de rechten van alle individuen gerespecteerd worden. Er dient geen schade te zijn op enige plek in de productieketen. Als er onzekerheid is, dan geldt het voorzorgsprincipe […].’ Door de problemen die gepaard gaan met het kapitalisme duidelijk te benoemen – denk maar aan de uitbuiting van werknemers in lageloonlanden – en te pleiten voor een welvaartsstaat, kan zijn boodschap ook aanslaan bij mensen die zichzelf niet direct als liberaal identificeren. Opkomen voor de vrijheden en de rechten van mensen in armoede en van arbeiders in sweatshops, hoort echter ook tot de essentie van het progressieve liberale gedachtegoed. Dat van den Berg zich niet beperkt tot het bepleiten van de negatieve vrijheid van niet-menselijke dieren en toekomstige generaties, maar ook oog heeft voor de positieve vrijheid van wie nu leeft, maakt zijn theorie van groen liberalisme zeer alomvattend en coherent.

In het tweede deel van zijn manifest gaat van den Berg na wat de impact van zijn theorie is op concrete casussen. Hierbij maakt hij een onderscheid tussen cases waarover er al consensus bestaat binnen het klassiek liberalisme, cases die voor het klassiek liberalisme controversieel zijn en cases die hiervoor ongehoord zijn. Besnijdenissen, de vrijheid om te beledigen, de islamitische hoofddoek, plastic, palmolie, dierproeven, enzovoort, het passeert allemaal de revue. Vaak met extreme conclusies. Zo kan plastic geen deel uitmaken van een niet-schadenlevensstijl, zelf niet als het wordt ingezameld. Hoewel je bedenkingen kan hebben bij dergelijke conclusies, vloeien ze steeds voort uit het radicaal doordenken van zijn theorie. Of de gegeven argumentaties altijd kloppen, is zelfs niet zo belangrijk. De conclusies volgen uit het idee zo weinig mogelijk te schaden en geven daardoor op zijn minst de richting aan die we moeten uitgaan.

De theorie van het groen liberalisme biedt een duidelijk moreel raamwerk. De vraag of deze theorie verenigbaar is met de menselijke natuur, is volgens van den Berg irrelevant. Zijn  morele theorie is dus een plichtethiek. Door dit te combineren met de uitbreiding van de morele cirkel en het schadeprincipe, transformeert van den Berg het liberale gedachtengoed radicaal. Wie vertrouwd is met zijn werk, zal niet verbaasd opkijken van zijn conclusies. Van den Berg staat er namelijk om bekend geen blad voor de mond te nemen. Aan politiek correct denken heeft hij geen boodschap. Zijn doel is echter niet provoceren. Hij beschouwt zichzelf als een activist en slachtofferdenker. In Groen liberalisme ligt zijn focus voornamelijk op die slachtoffers die zelf het woord niet kunnen nemen: niet-menselijke dieren en toekomstige generaties.

Het is bewonderenswaardig dat van den Berg de consequenties van bepaalde principes durft door te denken, ook al gaan ze in tegen de huidige morele en politieke consensus. Hiermee toont hij zich als een ware verlichtingsdenker. Hopelijk zullen zijn ideeën niet gemakkelijk worden weggezet als ‘onhaalbaar’ of ‘extreem’, maar zullen ze mensen aanzetten om gevestigde principes in vraag te stellen en zullen ze aanleiding geven tot debat. In het bijzonder kan dit manifest politici helpen om hun ideologische overtuigingen kritisch tegen het licht te houden.

Op de achterflap van het manifest staat dat ‘[…] van den Berg streeft naar een betere wereld met minder leed en zoveel mogelijk vrijheid voor ieder individu’. De theorie van groen liberalisme maakt glashelder wat dit betekent. Het bestrijden van de klimaatopwarming moet een topprioriteit zijn, want het vormt de grootste bedreiging voor onze vrijheid en die van de toekomstige generaties. Hier zullen veel mensen zich allicht in kunnen vinden. Maar daarnaast bevat de theorie ook nog een veel moeilijker te verteren boodschap. Namelijk dat we de onnoemelijke hoeveelheid leed die gepaard gaat met het gangbare carnisme niet langer kunnen legitimeren. En dus ook niet onder de noemer van ‘vrije keuze’.

Houtekiet, 2019
184p.

Geplaatst op 02/06/2019

Tags: 2019, Dierenleed, Floris van den Berg, Groen Liberalisme, Jeremy Bentham, Johannes Derboven, John Rawls, John Stuart Mill, Liberalisme, Veganisme

Categorie: Filosofie, Recensies

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.