Non-fictie, Signalement

Popprotest in de breedste zin van het woord

Op de vuist

Vijftig jaar politiek en protestliedjes in Nederland

Laurens Ham

Het l’art pour l’art-principe gold voor talloze moderne schrijvers en kunstenaars als artistiek ideaal, maar in de recente muziekgeschiedenis gaat het lang niet altijd op – laat staan in de popmuziek. Wie dacht dat alleen punk en hiphop maatschappelijk geëngageerd waren, leert nu snel genoeg dat ook nederbiet, folk en zelfs gabbermuziek politieke statements verkondigen. Wat hebben deze genres te maken met de Vietnamoorlog, de homobeweging en het Paarse kabinet? Laurens Ham weet het allemaal op logische wijze aan elkaar te verbinden in Op de vuist. Vijftig jaar politiek en protestliedjes in Nederland (2020). De titel suggereert dat het Nederlandse protestlied door de geschiedenis fysiek geweld oproept – in werkelijkheid ging het vaker om het choqueren van de gehoorzame burger. In klare taal legt Ham vanaf de jaren zestig bloot waarover de Nederlandse bevolking zich muzikaal uitsprak. Hierbij gaat het expliciet om de teksten van het protestlied, die door de tijd heen net zo divers blijken als hun instrumentale ondersteuning. Dit boek is het eerste van zijn soort dat een breed overzicht biedt van de geschiedenis van het Nederlandse protestlied, niet compleet in chronologische volgorde, maar wel met een rode draad aan betekenisvolle gebeurtenissen.

Een (beperkt) podium voor iedereen

In zijn streven naar volledigheid wil Ham niemand uitsluiten; of het nu links of rechts betreft, hij tracht geen enkel geluid over te slaan. Vrij letterlijk: Nederlandstalige protestliedjes voeren weliswaar de boventoon, maar er is ook zeker ruimte voor de dialecten uit het noorden en oosten van het land en het Sranang (de Surinaamse taal). Daarbij komt dat Ham met een groot bewustzijn schrijft over de (nog altijd) achtergestelde groepen in de samenleving. Er is hierbij geen sprake van voorkeursbehandeling; zowel de onvrede van Surinaams-Nederlandse kringen en ‘nieuwrechts’ (denk hierbij aan Pim Fortuyn) als de tweedegolffeministen en het boerenprotest komen aan bod. Toch weerspiegelt de paginaverdeling ook het pijnpunt van selectieve uitsluiting door de media, die zich in de geschiedenis keer op keer herhaald heeft. Waar de witte, mannelijke demonstrant in minstens vijf hoofdstukken voorkomt, zo wordt er slechts vijf en een halve bladzijde besteed aan eerstgenoemde groep. Ham verklaart die scheve verhouding zelf ook: ‘Wat drong er van deze Surinaamse politieke muziektraditie door tot de witte mainstream in Nederland? Bitter weinig.’ Kwantiteit zegt niet alles, en een overzichtswerk als dit gaat niet om het vangen van elk detail. Voor eventuele toekomstige verdieping van het protestlied, is het echter de vraag of er niet meer informatie te vinden is over verdrukte stemmen, wellicht uit andere bronnen of juist bíj (nabestaanden van) die stemmen, weg van de witte mainstream.

Met een kritische noot

Ham schuwt er niet voor om de mankementen van de protestmotieven per groep te belichten. Want, zo vraagt hij zich af: hoe inclusief was de vrouwenemancipatie in de tweede feministische golf eigenlijk? En hoe zit het met racisme en hypocrisie van ‘nieuwrechts’ en Marokkaans-Nederlandse kringen jegens elkaar in bijvoorbeeld de hiphopteksten van de zeroes? Met bekende en minder bekende teksten, variërend van acts als De Sirenes tot N.A.G. (Nieuwe Allochtone Gemeenschap), worden tegenstellingen in de politiek verklaard. Taaie onderwerpen als antisemitisme en islamofobie krijgen daardoor ook aandacht. Het is een kunst om beladen teksten op een luchtige toon te bespreken, maar Ham krijgt het voor elkaar. Hij is zich bewust van de kracht die woorden kunnen hebben, en geeft hiervoor in de proloog ook netjes een waarschuwing. Zijn eigen politieke voorkeur komt hierbij niet expliciet naar voren, al had dat voor deze complexiteiten wel een interessante toevoeging kunnen zijn.

De definitie van het protestlied wordt in dit boek breed genomen en zowel de ‘mainstream’ liedjes als muziek uit de ‘marges’ worden besproken. De kritische lezer zal daardoor sommige acts als sell-out beschouwen, maar Ham zegt dan ook: ‘Wie écht brede weerklank wil vinden met zijn kritische liedjes, doet er vaak beter aan het grote publiek niet al te zeer van zich te vervreemden door radicaal te zijn.’ En die liedjes bereiken dan ook vaker de mainstreammedia.

Als leidmotief door de tijd

In diezelfde mainstreammedia wordt protest maar al te vaak gekoppeld aan de hoofdstad van ons land. Op de vuist haalt tevens het protestlied in andere plekken aan. Daaruit blijkt onder meer dat het fenomeen de muziek overstijgt. We zien van alles voorbijkomen: socialistische strijdkoren in Utrecht, een link met jeugdtheater in Eindhoven, boerenprotest op de trekker vanuit de Achterhoek naar Den Haag en de VPRO die er bij een aantal van de muzikale ontwikkelingen als de kippen bij is om deze vast te leggen. Onder meer bij het huisvestingsprobleem tussen het oude Tivoli en Muziekcentrum Vredenburg, eind jaren zeventig. Ham beschrijft uitvoerig hoe de bijbehorende actiegroep Tivoli Tijdelijk in opstand kwam tegen de opening van het Vredenburg– met alle gevolgen van dien. Er ontstond brand in een tijdelijke locatie op Lepelenburg, Klein Orkest speelde hun strijdbare ‘Tivoli-lied’ in het gekraakte pand aan de Oudegracht en de toenmalige Utrechtse burgemeester Vonhoff werd belachelijk gemaakt door de lokale punkband Megafoons nadat de actiegroep zonder toestemming het pand van Muziekcentrum Vredenburg binnenviel om er een festival te houden. En dat terwijl de twee zalen tegenwoordig als succesvolle fusie aanzien genieten. Zo is het cirkeltje rond: het protestlied heeft mede vorm gegeven aan het hedendaagse Nederlandse muzieklandschap.

Voorwaarts mars?

Laurens Ham weet in één boek veel details te vangen over het Nederlandse protestlied en werkt daarin zo inclusief en interdisciplinair mogelijk. Het resultaat is daardoor een representatieve ode aan de multiculturele samenleving, waar idealiter ieders stem gehoord mag worden. Hopelijk zet het aan tot een diepere studie van het protestlied over specifieke, actuele onderwerpen zoals de nog altijd bestaande woningnood, racisme en discriminatie op basis van seksuele geaardheid en identiteit, of de kritiek op de coronamaatregelen. En in the bigger picture: hoe zal het protestlied zich ontwikkelen in het licht van de afgelopen verkiezingen, met mogelijk een vierde kabinet onder leiding van Mark Rutte? Artiesten als Sophie Straat, Akwasi en Hang Youth hebben hun woordje vast al klaar.

Dat muziek en politiek geregeld met elkaar verbonden zijn, bewijst Op de vuist in ieder geval ruimschoots. Aan het eind van elk hoofdstuk is een afspeellijst met relevante nummers te vinden. Ook staat er een complete lijst op Spotify. Daarnaast biedt de uitgebreide bibliografie genoeg stof tot nadenken. Dit boek is dan ook een aanrader voor maatschappijleer- of (kunst)geschiedenisdocenten die zoeken naar een nieuwe invalshoek voor hun lessen. Op de vuist biedt bij uitstek een inspirerende geschiedenis over het Nederlandse protestlied: voor de activist, voor de burger die de hoop in de politiek verloor, en voor iedereen die vergeten was dat het (muzikaal) uitspreken van weerzin daadwerkelijk verandering kan brengen.

Signalement door Demi Joy van den Wollenberg over Op de vuist van Laurens Ham.

Ambo|Anthos, Amsterdam, 2020
ISBN 9789026344961
328p.

Geplaatst op 03/07/2021

Categorie: Non-fictie, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.