cover big

Sleutels kwijt

Graa Boomsma

Over Louteringsberg van Marcel Möring

De Bezige Bij, Amsterdam, 2011,
ISBN 9789023441434 / 506p.

(1) reactie(s) - geplaatst op 09-05-2011

Bookmark and Share

Vlak voor het einde van Marcel Mörings roman Louteringsberg heeft Marcus Kolpa, na ruim twintig louterende jaren in zijn huis op een ‘berg’ in Oost-Nederland, eindelijk zijn tweede boek af. Zijn debuut uit de jaren tachtig – een ‘Joodsch Winterboek’ – bleek een wereldwijde bestseller die hem financieel onafhankelijk maakte. Zijn enige dochter Rebecca, kunstenares, vraagt hem of hij niet blij is dat het boek af is. Hij antwoordt dat de critici na zo lang wachten ongetwijfeld hooggespannen verwachtingen hebben. Dochter: ‘De kritiek is voor vandaag, het werk voor de eeuwigheid.’

Wie de slordige en soms op gemakzuchtig-badinerende toon geschreven recensies van Louteringsberg leest kan alleen maar instemmend knikken bij deze wijze, relativerende woorden. Al veel eerder in Mörings roman – die niet alleen via vele verteldraden verbonden is met Dis (2006) maar verrassenderwijs ook met In Babylon (1997) – vaart de teruggetrokken levende ‘cultuurfilosoof’ Kolpa uit tegen de buitensporige aandacht in de media voor het triviale: ‘Ik walg van de ongezonde belangstelling die tegenwoordig voor nieuwsgaring wordt versleten. Ik walg van de verveling die eruit opwalmt. Van de onophoudelijke ironie die voor een intellectuele houding wordt versleten.’ Louteringsberg kent vele ironische terzijdes, vooral om Kolpa’s serieuze levenshouding te relativeren, maar is uiteindelijk een ernstige roman over een man die een langdurige pas op de plaats maakt omdat hij niet weet waar hij vandaan komt en welk pad hij moet inslaan om zich een toekomst te verwerven. Kolpa is een man die gevangen zit in het schijnbaar eeuwige heden. Louteringsberg  is ook een gewaagde roman omdat Möring het heeft aangedurfd de langdurige schopenhauriaanse reflectie van de vastgelopen Marcus Kolpa tegenover de vluchtige anekdotiek van alledag te zetten.

Kolpa staat voor de grote vragen van het leven: wat schijn ik te zijn, wat heb ik en wat ben ik? Bovendien vraagt hij zich af wie ‘de ander’ precies is. ‘Ze is een deur en jij hebt de sleutel niet,’ is het cruciale antwoord dat daar in Louteringsberg op gegeven wordt. Deze zin slaat op Chaja, de dochter van de Assense vastgoedtycoon Jacob Noach, die na een jarenlang voorspel met Kolpa trouwt en half februari 1983 spoorloos uit zijn leven verdwijnt. Vlak voor haar verdwijning heeft er zich een raadselachtige explosie voorgedaan op de speelgoedafdeling van Chaja’s warenhuis. Wat er is gebeurd, weet Kolpa niet. Zijn vrouw blijkt een ondoorgrondelijk mysterie te zijn voor hem. Maar tezelfdertijd vraagt hij Chaja vlak voor haar verdwijning ook niets over de daverende dreun in haar warenhuis. Zo ontstaat er een misverstand en komt er afstand.

In Dis vergeleek Möring verhalen met deuren in de tijd, vertellingen over menselijke drijfveren, over zoektochten naar de eigen identiteit en die van de ander. In Louteringsberg blijven alle deuren gesloten. Kolpa ‘weet liever niets’, om zichzelf te beschermen. Maar zijn eigen raadselachtige verleden (wie is zijn moeder, wie is zijn vader?) en de vreemde verdwijning van Chaja blijven om opheldering vragen, of hij dat nu wil of niet.

Waar komt hij vandaan en waar is Chaja gebleven? Tussen die twee vragen speelt Louteringsberg zich af, als een literaire sur place op een ‘berg’ in een Oost-Nederlands bos, in een ‘spookhuis’ dat de lezer kent van In Babylon. Je kunt je wel opsluiten, zoals de joodse ‘wees’ Kolpa doet, maar hersenspinsels volgen gangen die een spookhuis tenslotte te boven gaan. Je bent wat je je herinnert, wat je verdringt en wat je vergeet.

Zelfs op Marcus Kolpa blijkt uiteindelijk een sleutel te passen. Zijn Beatrice, de New-Yorkse Lila Adler die nota bene een proefschrift over zijn bestseller heeft geschreven, weet de gesloten Kolpa na enige inspanning open te krijgen. Zij heeft de sleutel in handen, zij waardeert zijn Geist maar weet de Mensch in hem wakker te maken. En dan komt hij niet meer weg met ‘Nee, zei ik, ik weet niets, ik ben een man zonder verleden, ik besta alleen in het nu.’ Als de mens in hem wakker is gekust, komt hij weer in beweging en kan hij zijn kleine Olympus verlaten en de wereld weer verkennen. Of die wereld een paradijs of een hel is, of beide tegelijkertijd, staat te bezien. Ik vermoed dat na Dis en Louteringsberg de derde roman Het paradijs zal heten.

Louteringsberg, een titel die net als Dis naar Dante’s Divina Commedia verwijst, speelt zich grotendeels af in de warme zomer van 2006, wanneer Kolpa een paar beslissende antwoorden krijgt op de levensraadsels waarmee hij worstelt. Niet dat hij zelf hyperactief op zoek is naar de beslissende feiten, daar zetten Lila en zijn vriend, de fotograaf Albert Gallus, zich voor in. Kolpa mijmert, kniest en peinst, soms als een Oblomov die klagend zijn knecht (‘Zachar, Zachar!’) roept. Zijn hulptroepen ontsluiten het donkere verleden en helpen hem ontdekken dat zijn vader zijn vader niet is, dat zijn naar Israël geëmigreerde moeder eigenlijk de vriendin van zijn moeder is en dat Chaja aan junkieverdriet leed en haar leven niet meer in eigen hand had. De trouwe Möring-lezer ontdekt langzaam maar zeker dat Louteringsberg niet alleen het vervolg is op Dis, maar ook steeds meer te maken krijgt met In Babylon. Kolpa’s vader zou namelijk wel eens Nathan Hollander kunnen zijn, de protagonist van In Babylon die net als Kolpa een kunstig web weet te weven van joodse mythen waarin hij eeuwig kan blijven zwerven.

De vraag is echter of het leven wel een overzichtelijk netwerk van gedetailleerde betrekkingen is. Is er niet eerder sprake van de schijn van orde en heerst er in wezen geen chaos, die steeds groter wordt? In Louteringsberg discussieert Kolpa daarover met zijn vriendin Kat (die ook al een keer in In Babylon opduikt). Hij gebruikt het beeld van het Perzische tapijt, waarin allerlei met elkaar verweven figuren of patronen zitten die je uiteindelijk lijkt te kunnen herkennen en verklaren. Maar is dat geen bedrog, zo vraagt Kolpa zich af. Is die samenhang geen illusie die wordt gevoed door de menselijke behoefte aan overzicht, samenhang en orde? Bestaat het leven niet eigenlijk uit onafgemaakte vertellingen, losse draadjes, flarden en fragmenten? Met andere woorden: is er wel een ontknoping, een ontrafeling?

Die vragen kan de lezer ook stellen over Louteringsberg. Het is te gemakkelijk om te zoeken naar een sluitende vertelling (o, is híj je vader, en zit je stiefmoeder zó in elkaar en is Chaja door chantage aan cocaïne verslaafd geraakt en ben jij daarom…?). Kolpa’s passieve, contemplatieve levenshouding wordt hem ingegeven door zijn visie op orde en chaos. Kat, de vleesgeworden metamorfose omdat de tijdgeest vat op haar houdt, reageert laconiek op zijn woorden, die tegelijkertijd het hart raken van Mörings oeuvre: ‘We scheppen eenheid en logica en vorm en structuur waar chaos en willekeur en onduidelijkheid heersen. We kneden een verhaal van ons leven en de wereld in de vorm die wij graag zien: een tocht, een reis, een queeste die ons uit de duisternis, door het licht, naar het einde voert.’ Er is geen evenwicht, iedereen en alles is uit balans.

De vermoedelijke grootvader van de vroegere hemelbestormer en politieke betweter Marcus Kolpa, Herman Hollander, ziet in In Babylon alles, dat wil zeggen de hele wereld, in het licht van de entropie. Hoe verfijnder het maatschappelijk systeem, hoe minder beheersbaar dat systeem wordt, tot er complete chaos heerst en de Apocalyps onvermijdelijk wordt. ‘We neigen naar verbetering van de wereld, onszelf, de manier waarop we de dingen organiseren, en daardoor verliezen we steeds meer greep op de dingen.’

Daar is het Marcel Möring in Leven en Letteren om te doen: is het bestaan louter betekenisloos toeval, bad or good luck? Of valt er, vanuit een overtuiging of een zelfbewust programma (een duidelijke zoektocht) iets te doen aan een jammerlijke samenloop van omstandigheden? De wereld is een archief, een boek zonder begin en einde. Wie daarin zoekt, vindt altijd wel iets, maar weet nooit op voorhand wat dat ‘iets’ is. De roman is het genre waarin vragen over zin en orde en onzin en wanorde uitgebreid aan bod kunnen komen. Daarom schrijft Marcus Kolpa, de zwervende jood in zijn huis op de berg, uiteindelijk een tweede boek: omdat hij de ontluistering van de serieuze roman met lede ogen aanziet. ‘Ik heb zo’n vervloekte hekel aan die modieuze ontluistering van de roman, het idee dat je niet meer in het verhaal kunt geloven…’ fulmineert hij en daarmee geeft hij de lezer alvast een sleutel die (ontelbare) deuren opent.

Zo vader zo zoon. Ook Nathan Hollander, de protagonist van In Babylon, geloofde in de (sterke) verhalen die in hem opwelden. In hem huisde een gigantisch joods boek vol oermythen over de essentie van het bestaan. Marcel Möring is niet alleen het dienstbare doorgeefluik van die mythologie, hij probeert de oerverhalen te vertalen naar onze tijd. Hij buigt niet voor de cultuurbarbaren die de literaire woordkunst met een korrel zout nemen, nee, minachten, omdat die niet ‘echt’ en ‘waar’ kan zijn. Die schrijfhouding is de ernstige kern van Marcel Mörings oeuvre, een ernst die veel haastige critici te ‘zwaar’ vinden. Over Dis werd gezegd dat de roman te zwaar leunde op Joyce, Beckett en Dante en dat Mörings modernisme mislukt was. In Nederland heeft het modernisme in het proza echter nauwelijks wortel geschoten, en veel critici hebben nog immer koudwatervrees als een schrijver zich in de modernistische traditie nestelt en ernaar verwijst. Het verschil tussen Dis en Louteringsberg is dat Möring nu geen turbulente stadsroman schrijft, maar introspectief proza. De Danteske queeste blijft echter overeind. En de critici die hieraan voorbijgaan, buigen helaas al te snel voor literaire luchtigheid.

1 reacties

Mooi om te zien hoe Graa Boomsma trouw blijft aan zichzelf en Möring: toen ‘Dis’ door iedereen de grond in werd geschreven gaf Boomsma al een krachtig tegengeluid, en nu dus weer. En bij ‘Dis’ was dat tegengeluid m.i. volkomen terecht: ik heb over dat boek nog een stuk mogen schrijven ter gelegenheid van de Bordewijkprijs, en bij de voorbereiding daarvan merkte ik tot mijn stevige verbazing op dat allerlei interessante motieven uit die roman totaal niet waren opgemerkt in de Nederlandse pers. ‘Louteringsberg’ moet ik nog lezen, maar bij dat boek is dat vast niet anders.


Wel had ik nog een vraag (wat niet hetzelfde is als een twistpunt), en wel naar aanleiding van Boomsma’s zin “De roman is het genre waarin vragen over zin en orde en onzin en wanorde uitgebreid aan bod kunnen komen”. Ik vraag mij af of Möring de roman niet eerder ziet als een genre waarin een constructieve verhouding tot wanorde en chaos kan worden gevonden. Een verhouding waarin je niet door de chaos wordt overweldigd (dus door aan die chaos enige vorm te geven, via een verhaal), maar waarin die chaos evenmin via valse ordeningen wordt weggeredeneerd (dus door in die vorm van het verhaal bepaalde breuken en leemten aan te brengen).


In ‘Dis’  bijvoorbeeld bereikt Noach een soort rust, omdat hij de chaos en wanorde (alsook het gat in zijn eigen geschiedenis) leert te aanvaarden. Ook is de verhaalvorm mijns inziens door zijn fragmentatie, veelstemmigheid en veellagigheid zelf al een soort vormgeving aan en acceptatie van de chaos, ook door de parodistische elementen (b.v. het motief van de Odyssee zonder thuiskomst, of van de Danteske zoektocht die althans in ‘Dis’ niet in een ervaring van het hogere uitmondt, etc). Zoiets als de ‘zin van het leven’  erkent Möring volgens mij niet,  wel zoiets als een zinvolle verhouding tot de zinloosheid. En afgaande op deze bespreking zou dat ook in “Louteringsberg” een rol spelen: hij vertaalt dan (net als in ‘Dis’) allerlei oermythen naar onze tijd, maar dan niet als nieuwe ‘zingeving’ maar als middel om een verhouding te vinden tot het gat (de leemte van onverklaarbaarheid) in elke levensgeschiedenis.


Ik ben wel benieuwd naar wat Boomsma van deze gedachtegang vindt!?

  • Door nico van der sijde
  • gepost op
    10-05-2011, om 8:10:34

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?