Recensies, Samenleving

Requiem voor homo sapiens

De onbewoonbare aarde

David Wallace-Wells

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York Magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen en onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden.

We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Recenter, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat de grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (Al Gore: An Inconvenient Truth, 2006).

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In ons volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’, aldus Wallace-Wells. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur voor de industrialisatie), liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’, schrijft Wallace-Wells, maar dat is vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de Jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen, dan moet niet alleen de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en zijn ook financieel niet haalbaar.

 

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilsberichten voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Bornea. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In West-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olieontginning in Oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics, die daar aangewaaid zijn. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september past de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toe en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning..) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zitten veel olie en gas (naar schatting respectievelijk 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om ze te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt, maar ook het gebruik van land en de voedselproductie en consumptie ingrijpend moeten veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden; landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkende Westen; landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen de muren van Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

 

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in het volle besef dat er klimaatrampen kunnen aankomen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. ‘Anderen’, schrijft hij, hij niet, al beweert hij elders dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol met in plastic verpakt vlees maar ook met op dezelfde manier verpakte vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met z’n allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven en een half miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

 

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem’, schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – ook geboorte, moord en genocide zijn mensenwerk, maar kunnen daarom niet zomaar ongedaan gemaakt worden.

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens Wallace-Wels niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, stelt hij: gooi de handdoek niet in de ring, engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk.

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de hoogdringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door allesoverheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd bijvoorbeeld onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek, maar iemand die zo optimistisch is en alles van actie verwacht, zou de lezer op dit vlak wel wat op weg mogen helpen.

 

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellende boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurt oerbossen platbranden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben?

De Bezige Bij, Amsterdam, 2019
ISBN 9789403148601
363p.

Geplaatst op 21/10/2019

Tags: David Wallace-Wells, De onbewoonbare aarde, Gie van den Berghe, Klimaat, Klimaatverandering, Milieu

Categorie: Recensies, Samenleving

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.