
Het woeden van de vrijheid
Han van der Vegt
Over gemraad slasser d.d.t. van Robert Anker
Querido, Amsterdam, 2009,
72p.
ISBN 9789021437408
(9) reactie(s) - geplaatst op 06-01-2010
Op de omslag van gemraad slasser d.d.t, de nieuwe bundel van Robert Anker, staat een agressief schilderij van Erik van Lieshout. Het enige wat je herkent is een schedel, en de insecticide uit de titel. Bepaald onheilspellend. En als je deze dichtbundel opendoet wordt het al niet beter: ‘gemraad slasser pukt een kogel / onverweerd / als was het maar een toekomstweetje / opent hij zijn borstvlees met muziek’. Neologismen suizen je om de oren. Geen woord doet wat je ervan verwacht. Geen zin sluit aan op de voorgaande. Geen beeld vormt zich. Onttakeling zover het oog reikt.
‘gemraad slasser d.d.t.’ is niet alleen de naam van het hoofdpersonage, maar ook de titel van de openingsreeks. Het personage slasser komt verderop in de bundel nog terug in het gedicht ‘gemraad retrouvé’, en zinsneden uit de reeks echoën in de slotafdeling , ‘in de blubber’. Deze slasser bezielt de bundel. Zijn eigenschappen beïnvloeden de vorm: slassers persoon is al evenzeer verbrijzeld als de zinsbouw. De ene keer heet hij ‘doctor ingenieur’, de andere keer gaat hij naar de beurs. Soms heet hij ‘gemraad slasser’, soms ‘g slasser’ of zelfs ‘adam slasser d.d.t.’ Meestal lijkt hij weinig goeds in de zin te hebben: ‘kijk daar heb je slasser / gekke vent ja / zwiept hij zwierig langs de waslijn / en veegt zich viezig af / voor een raam vol kinderstemmen’ of ‘kijk dan krijg je gemraad / met zijn honkbalknuppel / glimmend van dierenliefde’. Maar op een ander moment is hij onverwacht lyrisch ‘ik ben een wenszachte aanwezigheid / in het zoete oor van de liefde / in het open oog van de storm’.
De uitgeverij beweert achterop de bundel dat we hier met een ‘in taal en thematiek geheel nieuwe Anker’ van doen hebben, die ‘onrust’ zal opwekken. Dat kun je rustig serieus nemen. Ik ken Anker in elk geval niet op deze manier. De sprekers gaan bruut tekeer, ze slaan en schoppen om zich heen en laten de taal achter als een in elkaar getrimd bushokje.
Ik vond Robert Anker altijd een wat moeizame dichter. Houterig, hoekig. Schoonheid en elegantie zijn geen prominente kenmerken van Ankers poëzie. Anker zoekt. Hij wroet. Meer degelijkheid dan flair. Een dichter ook die meer neigt naar het verleden dan naar het heden. In zijn bekendste bundel, Goede manieren (1989), rijdt zijn alter ego Van Beek wel vaak over de ringweg van de stad, maar als hij even de kans krijgt, slaat hij ‘de klinkerwegen / van het hart’ in, naar het dorp van zijn jeugd. Anker wijdde zelfs een hele bundel aan heimwee, Heimwee naar (2006), met daarin onder meer ‘Heimwee naar 2006’, ‘Heimwee naar het postmodernisme’, ‘Heimwee naar een kadetje’ tot en met het onvermijdelijke ‘Heimwee naar heimwee’.
Claims dat Ankers poëzie postmodern zou zijn vond ik nogal overdreven. Redbad Fokkema haalde in zijn Aan de mond van al die rivieren (1999) Ankers omgang met zijn personages aan als argument hiervoor. In Goede manieren splitst Anker zich op in ‘de dichter’ en diens alter ego Van Beek. Maar om dit een ‘versplintering van het bewustzijn’ te noemen, zoals Fokkema deed, vond ik wat ver gaan. Thomas Vaessens en Jos Joosten, in Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen (2003), vonden Ankers problematische omgang met moraal een argument voor zijn postmodernisme. Als boerenjongen moest hij in de grote stad immers op zoek naar ‘goede manieren’. Goed, ik moest toegeven dat het er allemaal wel inzat. Maar Ankers postmodernisme kwam op mij schoorvoetend en licht kunstmatig over.
In 2006 verschenen al Ankers bundels tot dan toe als Nieuwe veters; verzamelde gedichten 1979-2006. Het lijkt wel of Anker daarmee een fase van zijn dichterschap heeft afgesloten, of dat hij de voortijdige doodverklaring van het schrijverschap waar een verzameld werk bij leven en welzijn altijd wat van wegheeft, heeft willen ontkennen door met extra levenslust opnieuw te beginnen.
En hoe. Er zit opvallend veel seks in zijn nieuwe bundel, er wordt gepijpt en geneukt bij de beesten af: ‘gepijld geteft geleukt in folour screen’. Van heimwee of zucht naar het verleden is hier geen spoor te vinden. Het eerste gedicht stuwt hij voorwaarts met woorden als ‘toekomst’, ‘onverweerd’ en ‘voren’; ‘blijde te vermijden / wat hem achterop schoot / onstuimig is zijn stelling’. Verderop in de slasser-reeks lezen we:
fuck de toekomst als inschot op ons heden
allen: geef ons heden
fik de ouwelui de aow de beurse centen
alleen: geef ons heden.
Een andere variant op ‘geef ons heden’ uit het Onze Vader lezen we vrijwel aan het slot van de bundel:
je ziet
zonder bermbom
is er ook al geen redden aan maar we marcheren vrolijk slopend verder
naar de onverbiddelijke toekomst
ons enige heden
bidden wij: geef ons hedenDOEN WE
!
In zijn voorgaande werk was de figuur van de auteur, de dichter, vrij nadrukkelijk aanwezig. Hij bestierde expliciet het bestaan van zijn personages en hij had heimwee naar zaken die duidelijk met biografische gegevens van Robert Anker te maken hebben, zoals het schrijven van zijn dichtbundels. In deze nieuwe bundel is Robert Anker in die zin afwezig. gemraad slasser d.d.t. wordt nergens gepresenteerd als alter ego, zoals Van Beek in Goede manieren, Ankers ‘leger zelf’. In de slasser-reeks ligt het perspectief weliswaar buiten de hoofdpersoon, maar niet bij een dichter. Protagonist slasser wordt bekeken vanuit zijn omgeving. Verschillende, niet verder omschreven personen geven hun indrukken van slasser weer, in een collage van zinsfragmenten. In de andere reeksen in de bundel spreken de hoofdpersonen zelf, zonder inmenging van een vertellende instantie. In de afdeling ‘Meisjeskutjestijd’ krijgen hitsige boeren het woord, in andere reeksen, ‘Het volle pond’, ‘Jack’, ‘Niet zeuren’ en ‘Normaal toch’, luisteren we naar verschillende vormen van randgroepjongeren. Geen van al deze stemmen presenteert zich als die van de dichter.
De sprekers die Anker oproept zijn personages met een eigen idioom, dat in al zijn stilering authentiek overkomt. Ankers oor voor de taal van de tijd is al eerder geroemd. Slechts hier en daar is de weergave van het jongerentaaltje wat al te gemakkelijk (en daarmee neerbuigend), zoals wanneer in één enkel gedicht zowel ‘breezersletjes’, ‘afterparty’ als ‘navelpiercing’ voorkomen.
Ondanks het duidelijk kunstmatige karakter van de taal in gemraad slasser d.d.t. lijkt de bundel dichter bij de spreek- dan de schrijftaal te staan. Dit wordt bevestigd door wat bij de eerste publicatie van de slasser-reeks (in 2005) werd vermeld in Tirade: Anker kreeg het idee voor het schrijven ervan tijdens het luisteren naar een free style-versie van ‘Naima’ door John Coltrane. Hij probeerde een dergelijke vrijheid te bevechten in zijn poëzie. Bij die publicatie heette de reeks dan ook nog ‘gemraad slasser d.d.t / free style’.
De vrijheid in associaties en zinsbouw die Anker zich in de slasser-reeks veroorlooft, is in de rest van de bundel niet overal even hevig voelbaar. De sprekers in de andere reeksen maken gangbaarder zinnen, ontwikkelen de rudimenten van een verhaal. Pas in de laatste reeks, ‘in de blubber’ bereikt de bundel weer eenzelfde intensiteit. De reeks opent met een reeks namen van moderne kunstenaars, onder wie Erik van Lieshout, wiens werk voor de omslag gebruikt is. Terwijl de gedichten in de rest van de bundel tegen de linkerkantlijn zitten, neemt Anker hier de ruimte van de hele bladzijde om plaats te geven aan wat nog het meest op spreekkoren lijkt.
Wij zitten in de blubber jongens, da’s nie leuk, veel kapotte koelkasten ook en
hard plastic, lichtblauw, geel, roze ook – als een zuurstok, als een
kinderkutje kun je niet zien kun je alleen
schrijven
MAAR GOED OOK
gluurders, niet dan?
Waarom lees je dit dan touwhaarteefje met je
portobelloneger met je
blanke pijpartiest met je
schrale koranbezweerder met je en zonder berm-
bom!Wacht maar guus
In de blubber met ons?
Waar is het kristal?
Want het begint langzaamaan te stinken
naar betekenis (voor recensenten en andere gluurders naar de nevel in den
hoge maar uit de zucht naar het kinderkutje, hardroze onder een tak)
en dan nog al die welvaart (verkeersweg in de verte, viaduct tegen oranje avond-
licht, echt een plaatje)
en maar stinken uren tegen de wind in, en maar gluren om een hoekje, niks
kutjes maar speelautomaten, seksmachines, geflikker
en moet iedereen zijn stront kwijt bij de schutting of is het chocola?Langzamerhand is het hier eigenlijk altijd gewoon nacht lijkt het wel.
De postmoderne kenmerken die ik in eerdere poëzie van Anker niet overtuigend vond geïntegreerd, vormen in gemraad slasser d.d.t. de kern van de poëzie. Deze krijgt daarmee een brute scherpte. gemraad slasser d.d.t. is nergens een mooie bundel, wel een zeer overtuigende. Er spreekt een felle wanhoop uit over de huidige tijd, een wanhoop die de dichter alleen te lijf kan gaan door zich er vrijwel totaal mee te identificeren. Anker laat ons van binnenuit een onverschillige, harde, verscheurde wereld zien. De stemmen in de bundel spreken helder en onnavolgbaar en staan onmiskenbaar op eigen benen.
het elan
teistert burgerdoelen
slasser
een nieuwe vent
dat wil niet wennen
9 reacties
Aanmelden
Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?


19-02-2010, om 10:38:43