Filosofie, Recensies

Communicatieve verlangens

De waarheid heeft vier gezichten

Hoe we het publiek debat kunnen redden

Simon Truwant

Er heerst onvrede over de toestand van het publiek debat – de ruimte waar onze verschillende standpunten moeten botsen en democratisch bemiddeld worden. Discussies verzanden in moddergevechten, en de klassieke media zoeken angstig naar manieren om de versplinterde aandacht van de toeschouwer te herwinnen. Simon Truwant waagt een heldhaftige poging om meer orde in dit fenomeen te krijgen. Met De waarheid heeft vier gezichten poogt hij de krijtlijnen van het democratisch debat uit te zetten om de huidige toestand van frustratie en toxiciteit te overwinnen. De lezer krijgt een heuse conceptuele verheldering voorgeschoteld, waarmee hij zijn eigen communicatief potentieel kan terugvinden en zijn tegenstanders kan wijzen op conceptuele verwarringen. Zo staan er geen ruis en frustratie meer in de weg van een constructieve gedachte-uitwisseling.

Truwants strategie komt neer op het in herinnering brengen van wat iedereen reeds onbewust zou bezitten: een verlangen naar constructieve communicatie in een productieve discussie. We zouden er allen in geïnteresseerd zijn ons gemoed te uiten en elkaars standpunten te erkennen, elkaar ideologisch uit te dagen en tot nieuwe beredeneerde inzichten komen. Helaas zijn we deze interesse uit het oog verloren door de vluchtige structuur van sociale media of door malafide krachten die doelbewust verwarring zaaien. Truwant stelt dat we onze gerichtheid op democratie moeten heractiveren en heraanleren. Zijn vier waarheidsvormen behelzen vier manieren om het democratische doel van het publiek debat te onderschrijven. Zo staat ‘pragmatische waarachtigheid’ voor het lanceren van narratieven die ‘solidair en inclusief’ zijn, en die bijdragen aan een productieve ideeënstrijd. Ook ideologische en existentiële waarachtigheid houdt de erkenning van de pluraliteit aan wereldbeelden in, waarbij je openstaat voor het afwegen van principes en het herzien van je eigen dwalingen. Je bent dan weer ‘niet gericht op de waarheid’ wanneer je democratische instellingen en procedures blindelings verwerpt, en wanneer je jouw eigen ervaring en wereldbeeld als absoluut neemt. Wie onverschillig staat tegenover het leveren van productieve bijdrages is zich simpelweg niet bewust van zijn eigen interesse in democratische communicatie, en kan via de gedragscode gecorrigeerd worden.

 

Democratische redelijkheid

Deze ‘opvoedingsmissie’ vervat in Truwants gedragscode heeft iets brutaals. Hoe makkelijk worden waarheid en democratie hier synoniemen, en vooral: hoe laconiek neemt het boek de ruimte in om de waarlijke belangen van ‘ons’, van iedereen op te vissen. In De waarheid heeft vier gezichten resoneert de veelvoorkomende agressiviteit van de ‘jij wilt dit’: jij wilt redelijker spreken, jij wilt gevattere meningen produceren, jij wilt een personage in de media worden, uitgenodigd worden op De Afspraak – een vorm van stellingname die vaak uit den boze is, behalve als het over onze teerbeminde democratie gaat. Jouw hoogstpersoonlijke verlangens moeten democratisch en communicatief van aard zijn, en ik ga je tonen hoe deze te ontwarren en weer op scherp te stellen.

Het publiek debat heelt de samenleving en bevredigt het individu. Vanuit die visie pleit Truwant voor een inclusiever en diverser speelveld. Het debat moet alle heterogene stemmen verenigen en in discussie met elkaar laten treden, zodat aanwezige spanningen democratisch bemiddeld worden. In plaats van enkel beleidsmakers en klassieke experten aan het woord te laten, moet iedereen met een democratische interesse er zich welkom voelen. Zo wordt het publiek debat beschouwd als dé alomvattende plek van cultureel-politieke uitwisseling. Iedereen moet diens politieke standpunt er uiten of gerepresenteerd zien, iedereen moet kunnen meedoen aan het project van onderhandeling.

De pluraliteit aan stemmen, leefwijzen en culturele uitingen eigen aan onze samenleving worden zo herleid naar één dubieuze plek van communicatieve zelfprofilering. Want als je kijkt naar de hedendaagse vorm en infrastructuur van dat publiek debat, dan is een oproep tot absolute samenkomst misschien niet zo’n verstandige zet. De eindeloze stroom aan ophef, wederzijdse provocatie en zinloze symboolpolitiek op sociale media is gekend. Maar ook de klassieke media doen niet veel beter: praatprogramma’s en (digitale) kranten offeren al te snel inhoud en kwaliteit op aan sensatie, personencultus en lifestyletips, uit angst om de aandacht van hun publiek te verliezen. Om een plek in dit debat te bemachtigen moet je jezelf inschrijven in een industrie van schaamteloos ondernemerschap en ‘kapitaalkrachtige’ meningen. Het zou jammer zijn als dit de plek is waar de gehele democratie samenkomt. De zo gekoesterde pluraliteit (van politiek-culturele uitingsvormen) in onze samenleving zou er net door gereduceerd worden.

Truwants nobele project om de verlangens van het individu succesvol te kanaliseren tot democratische bemiddeling en besluitvorming, botst bovendien op een brutale realiteit. De oorzaak van de crisis van het publiek debat is immers juist dat een steeds grotere groep mensen niet meer ontvankelijk is voor de oproep tot democratische redelijkheid. Deze kan je niet inkapselen in je project, niet bemiddelen in de grote bemiddelingsmachine, hun frustratie valt niet democratisch te kanaliseren. Hun ongenoegen is net gericht op de spelregels van de democratie zelf. Ze zijn doelbewust onverschillig ten aanzien van heersende instituten en kennisbronnen, en kunnen niet zomaar ‘weer bij zinnen komen’ door hen te herinneren aan hun eigen democratische verlangens. Er blijken andere, totalitaire verlangens aanwezig te zijn.

Truwants boek vertelt helemaal niet hoe het democratische debat uit deze toxische toestand gered kan worden. Daardoor is het uiteindelijk niet veel meer dan een zelfhulpboek voor wie zich iets deftiger, iets genuanceerder, iets constructiever in dat debat wil begeven. Aan de hand van een gedragscode kan je jezelf eloquenter uitdrukken, je verwarde tegenstander bij de les brengen, en het misschien zelf schoppen tot De Afspraak. Met deze inclusieve handleiding vervul jij je democratische plicht, en haal je alles uit jouw brandende communicatieve verlangens.

 

Een machteloze opvoedingsethiek

Natuurlijk hoopt Truwant met zijn boek iets meer teweeg te brengen: als de gedragscode door genoeg democratische deelnemers opgenomen wordt, wordt de mars van antidemocratische onverschilligheid misschien een halt toegeroepen. Maar hier zit net het probleem van zijn project: het gaat om een individualiserende en moraliserende deontologie om de controle op het publiek debat te heroveren en de democratische kracht ervan te herbevestigen, een set aan regels die het individu op zijn eigen gedrag moet toepassen. Truwant vindt dat de deelnemer gewezen moet worden op de eigen verantwoordelijkheid om mee te werken aan een productief en democratisch debat. Het verbaast dan ook niet dat hij stelt dat de aard van het publiek debat bepaald wordt door de optelsom van (ethische) houdingen van alle individuele deelnemers.

Een oprechte houding van het individu is echter geen oplossing voor structurele problemen. Ook hun goedbedoelde en waarachtige inbreng draagt bij aan de eindeloze productie van betekenisloze meningen, aan de doelloze circulatie van hetzes en symbolische rellen, aan de performatieve zelfprofilering. De crisis van het debat is niet het gevolg van het misplaatste gedrag van verduivelde burgers. Antidemocratisch of onproductief gedrag is veeleer het gevolg van een dieperliggende oorzaak: institutionele verschuivingen en een malafide sociale infrastructuur. Opmerkelijk genoeg stelt Truwant dat zelf in het eerste deel van zijn boek, nog voor hij de individuele gedragscode naar voren schuift.

De gedeelde politieke ruimte wordt beheerst door een onophoudelijke stroom aan content en meningen, waardoor inhoudelijke focus vluchtig en episodisch wordt. Sociale media steunen op de imperatief van het maximaliseren van de productie en consumptie van informatie, waardoor ook nieuwsberichten en kritische beschouwingen aan kwalitatieve waarde inboeten. Gepaard met de eis om je meningen zo veel mogelijk onder de publieke aandacht te krijgen, verzandt het onlinedebat in een performatief schouwspel dat de nood aan duurzame collectieve actie onderuithaalt. Provocaties en symbolische daden krijgen namelijk meer clicks en reacties dan neutrale brokken tekst – en zijn dus niet uitgelokt door een foute houding van de individuele reaguurder, maar juist eigen aan een infrastructuur van big tech-sociale media. Ook wijst Truwant de ‘algemene individualisering en ontvoogding van de westerse samenleving’ aan. Klassieke autoriteiten en experten staan steeds meer onder toezicht van de kritische en onafhankelijk geïnformeerde burger. Op het niveau van het publiek debat betekent dit dat klassieke procedures van het debat onder druk staan: journalisten en experten verliezen de legitimiteit en macht om als ‘poortwachters’ de criteria en inhoud van het debat te bepalen, en om ongewenste bijdrages te corrigeren. Journalisten moeten nu juist de codes en lucratieve praktijken van ‘infotainment’ op sociale media overnemen om hun ‘relevantie’ te behouden en hun lezers of kijkers niet te verliezen. Het debat verloor zo zijn klassieke en institutionele procedure om kwaliteit en democratische productiviteit te garanderen, en werd vervangen door de logica van content-consumptie.

Deze diagnose maakt Truwants wending naar een ‘conceptuele opvoeding’ des te frappanter. In de plaats van structurele oplossingen voor deze infrastructurele problemen te zoeken, wendt hij zich tot een individuele ethiek en een ‘volwassen houding’ – en pleit zelf voor een uitbreiding van dit debat. Het probleem ligt echter niet bij de deelnemer die niet ‘sterk’ genoeg is om te weerstaan aan allerlei kwaadaardige verleidingen, maar ligt juist in het feit dat die structuren actief de zeggenschap van het individu tenietdoen. Het is dan ook onzinnig om te verwachten dat de toepassing van ‘waarachtigere houdingen’ het debat kan corrigeren, of dat een opvoedingsethiek een werkelijke verandering kan teweegbrengen. Als journalisten en presentators nú Truwants criteria zouden overnemen en ‘onwaarachtige’ deelnemers zouden weren uit het debat, worden ze in het beste geval door een relatief kleine groep mensen geprezen, en verliezen ze in het slechtste geval alleen nog meer legitimiteit en grip. De sleutel van het publiek debat ligt niet bij de sluimerende communicatieve verlangens van het individu, maar net bij de systemische en infrastructurele constitutie ervan.

 

Naar een waarachtige infrastructuur

Het debat heeft dus nood aan een ander medialandschap. Een dat wel democratische en waarachtige procedures oplegt en waarin journalisten weer de zeggenschap krijgen om over de kwaliteit van het debat te waken. In dit opzicht is het erg jammer dat Truwant stelt dat deze politieke kwestie buiten het bereik van de gewone burger valt en niet in onze macht ligt. Maar dat ligt het juist wel! Daar ligt net ons democratisch potentieel, in het druk zetten op beleidsmakers om hier iets aan te doen, en om samen andere vormen van (sociale) media te exploreren en te propageren.

Het internet bevat een enorm potentieel om innovatieve en horizontale plekken van discussie te installeren – ruimtes die niet opgenomen worden in de circulatie van cultureel kapitaal, maar juist een gezamenlijke politieke betrokkenheid vereisen als voorwaarde tot deelname. In de plaats van representatief te moeten zijn voor alle belangen in onze samenleving, kunnen deze ruimtes net hun lokaliteit en particulariteit als een sterkte beamen. Een pluralistische samenleving vraagt om plurale en gedecentraliseerde ruimtes voor publiek debat, met een politieke en culturele expressie die vertrekt vanuit een gedeelde betrokkenheid en niet samenvalt met het homogene mediaverhaal. Rechtuit activisme, cultuurkritiek, buurtwerking, academische debatten, cafépraat of middenveldorganisaties: ze dragen elk op hun manier bij aan het proces van democratische waarheidsvinding. Deze praktijken moeten experimenteel vernieuwd worden en vertaald naar duurzame platformen op het internet, zodat ook zij het digitale en geglobaliseerde tijdperk overleven.

Als we een toekomst voor het democratisch debat willen, moeten we dus een waarachtige mediainfrastructuur uitbouwen. Niet zwichten voor de droom van een alomvattende arena, maar ons democratisch gewicht inzetten om de hegemonie van big tech-sociale media te doorbreken. In plaats van Truwants individualistische ‘er is geen alternatief’-defaitisme, zouden we net op zoveel mogelijk sociale niveaus een cultuur van communicatieve uitwisseling moeten installeren. Enkel zo kan men de democratische verlangens van het individu écht productief inzetten, in de eindeloze zoektocht naar een betere samenleving.

Houtekiet, Antwerpen, 2025
ISBN 9789057209154
328p.

Geplaatst op 29/09/2026

Tags: De waarheid heeft vier gezichten, Internet, internetcultuur, Media, mediacultuur, Publiek debat, Simon Truwant

Categorie: Filosofie, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.