Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
Hoogleraar politicologie Catherine de Vries schreef een boek waarvan je hoopt dat het door veel burgers en bestuurders zal worden gelezen. In een stevig onderbouwde analyse onderzoekt ze hoe de opkomst van radicaal-rechts in Europa sterk samenhangt met het verlies van de nabijheid van de overheid en de gestage afbraak van de publieke dienstverlening. De auteur omschrijft het recept van radicaal-rechts als heel eenvoudig maar effectief. Eerst wordt het verlies, in directe taal, benoemd: bedrijven sluiten hun deuren en verplaatsen hun productie naar lageloonlanden, post- en bankkantoren sluiten hun deuren en ook de lokale caféhouder, bakker of slager houdt ermee op. Vervolgens krijgen de zondebokken de schuld voor het verlies toegewezen: de migranten die veel te veel krijgen en voorrang krijgen op de eigen mensen, de wereldvreemde elites die het eigen volk verraden. Het slotakkoord dat volgt belooft herstel: grenzen dicht, het volk zuiveren van ongewensten en weg met de wereldvreemde elites! De Vries beschrijft uitvoerig hoe deze driedeling het radicaal-rechtse geluid zo meeslepend en krachtig maakt.
De auteur roept aan het eind van haar boek onze democratische bestuurders op om radicaal-rechts niet langer na te bootsen en te normaliseren. ‘Kies voor een eigen verhaal, wees geen echo’, schrijft ze terecht. De nieuwe politiek die we nodig hebben moet het tegenovergestelde doen van radicaal-rechts. In plaats van de radicaal-rechtse retoriek te kopiëren, moeten democratische politici het politieke conflict opnieuw definiëren. Dat betekent volgens De Vries: zorgen van burgers serieus nemen en deze inbedden in een breder verhaal over de toekomst. Niet alleen reageren, maar ook een eigen agenda formuleren. Politiek is niet louter brandjes blussen, maar ook een politieke en maatschappelijke horizon schetsen. En om hierin te slagen, is een herstel van politieke verbeelding nodig. Politiek gaat niet enkel om het oplossen van problemen, maar ook om het bieden van perspectief. Van crisis naar horizon; burgers hebben behoefte aan een kompas.
Het familieverhaal als prelude op de symfonie van onvrede.
De auteur opent haar boek met haar eigen familiegeschiedenis: de vader van Catherine de Vries, die eind 2017 overleed, schoof in de loop van de jaren steeds verder op naar rechts. Hij stemde eerst op de CDA, later de Lijst Pim Fortuyn en uiteindelijk voor de PVV van Geert Wilders. Nadat De Vries opgroeide op de boerderij, vertrok ze uit Overijssel. Ze ging studeren en kwam terecht in steden en instellingen waar politiek vooral bestond uit woorden, debatten en papers. Haar vader bleef achter in het dorp waar politiek iets anders betekende: de vraag of de bus nog rijdt, het postkantoor dat verdwijnt, de zorg die steeds ontoegankelijker en onbetaalbaarder wordt. Haar vader had een boerderij, die hij verloor door de scherp dalende prijzen voor melk en vlees, de almaar strengere Europese en Nederlandse regelgeving en doordat banken gaandeweg weigerden om nog kleine boeren met schulden te ondersteunen. De auteur beschrijft hoe het verlies van de boerderij uit meer dan economische ellende en pijn bestond. Haar vader verloor zijn identiteit en zijn plek in de samenleving. Gaandeweg verloor hij ook zijn vertrouwen in de politiek, als gevolg van een opeenstapeling van ontgoochelingen. Aan de hand van het verhaal van haar vader beschrijft De Vries de relatie tussen een zich terugtrekkende overheid en de groeiende populariteit van radicaal-rechts.
De Vries werkt haar boek uit via de metafoor van ‘de symfonie’. Ze kiest deze verrassende metafoor om aan te geven dat de onvrede en de listige manier waarop radicaal-rechts deze capteert, heel gelaagd is, waarbij de diverse elementen – de noten, melodie, instrumenten, het ritme en tempo en de dirigent – op elkaar afgestemd worden. Soms werkt deze metafoor goed, bijvoorbeeld in de vergelijking tussen de noten als de heel diverse vormen van onvrede. Of hoe de losse tonen van onvrede worden gecomponeerd tot een melodie. Maar op andere momenten werkt de metafoor van de symfonie iets minder goed. In een symfonieorkest zijn de strijkers, hout- en koperblazers en het slagwerk goed op elkaar afgestemd, terwijl dit in het radicaal-rechtse orkest van influencers, trollen en dirigenten – die ik liever als ‘de architecten van de haat’ omschrijf – meestal niet het geval is. De vergelijking tussen de symfonie zoals we die traditioneel kennen en de modus operandi van radicaal-rechts is een iets te vriendelijke metafoor. Maar dit doet geen afbreuk aan dit heel lezenswaardige boek.
Adequaat en vergelijkbaar onderzoek in vijf Europese landen
De Vries beschrijft de afbouw van publieke dienstverlening en afkalving van nabijheid in Europa: van het VK tot Italië, van Duitsland tot Frankrijk. En hoe dit een geografische breuklijn in onze democratie heeft getrokken. De terugtrekking van de overheid uit de kleinere dorpen en steden is niet alleen economisch voelbaar, maar ook symbolisch: ze verandert de manier waarop burgers zichzelf en hun land zien. Wat ooit zichtbaar en voelbaar was – iets wat ik ‘belichaamde relaties’ noem – is vervangen door websites, helpdesks en wachtrijen.
De auteur beschrijft op basis van haar eigen onderzoek en verwijzend naar tal van interessante andere onderzoeken en studies hoe de politieke vervreemding in Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland als gevolg van sociale afbraak zich heeft vertaald in een groeiend wantrouwen. De politieke vervreemding is economisch, maar ook cultureel, door het gevoel niet meer erkend te worden door de politieke elite. Deze combinatie vormt de ideale voedingsbodem voor radicaal-rechtse partijen, die onvrede herdefiniëren als verraad, als keuze van een elite die de migranten voorrang geeft, ten koste van het ‘eigen volk’. De auteur argumenteert hoe de zondebokretoriek van radicaal-rechts verleidelijk is omdat ze sociale onzekerheid omzet in morele helderheid. Ze biedt geen oplossing, maar wel een verklaring.
Het succes van radicaal-rechts in het VK met de Brexit, Duitsland met de AfD, Vlaanderen met het Vlaams Belang, Frankijk met de groeiende populariteit van het Rassemblement National, Nederland met Wilders en Baudet, maar ook Orbán met Fidesz in Hongarije, zet de democratie in Europa zwaar onder druk. De auteur benoemt hoe we in een ‘emocratie’ zijn beland: een democratie waarin emoties, meer dan argumenten, bepalen wat politiek overtuigt. In dat klimaat floreren rechts-radicale leiders. Zij zijn niet de oorzaak van het verlies, maar ze hebben wel het vermogen om het te vertalen. Wilders, Orbán, Bardella, Meloni fungeren als de dirigenten van onvrede. Zij zetten gevoelens van verlies om in spektakel en schijnbare daadkracht: politiek als performance.
De analyse die De Vries maakt op basis van accurate data en stevig onderzoekswerk overtuigt en is zeer herkenbaar. De voorbije jaren interviewde ik tal van extreemrechtse kiezers in Vlaanderen en de VS. Wat ik hoorde en analyseerde sluit heel sterk aan bij het onderzoekswerk van De Vries. Maar een belangrijk element dat in De symfonie van onvrede ontbreekt, is hoe radicaal-rechtse ideologen en influencers op de reële onvrede inspelen met tal van mythes die imaginaire verlieservaringen veroorzaken. Het succes van radicaal-rechts vindt ook een verklaring in hoe ze beelden en boodschappen verspreiden die imaginaire angsten veroorzaken. Zowel in Europa als de VS gaan er tal van mensen voor radicaal-rechts overstag op basis van de angst die hen wordt ingelepeld voor migranten – die worden omschreven als verkrachters; journalisten worden weggezet als ‘fake news’; of rechters worden weggezet als wereldvreemd. Achter de radicaal-rechtse golf zit een gelaagd ecosysteem: dat van rijke donateurs (Peter Thiel, Elon Musk), communicatiestrategen (Steve Bannon, Stephen Miller), influencers (Alex Jones, Jordan Peterson, Laura Loomer) en radicaal-rechtse denktanks als The Heritage Foundation of het Mathias Corvinus Collegium uit Hongarije. Met de hulp van trollenfabrieken uit Rusland trachten radicaal-rechtse krachten de Europese democratieën ernstig te ontwrichten met als doel een autocratische machtsovername.
Nederland als neoliberaal ‘gidsland’
Wanneer De Vries stilstaat bij de situatie in Nederland, maakt ze een van de meest treffende analyses. Ze benoemt hoe vanaf de jaren 1990 er in tal van Europese landen iets fundamenteels veranderde in de relatie tussen de overheden en de burgers. Het marktdenken dat in tal van landen zijn intrede deed, volgde het Angelsaksische model van Thatcher en Reagan. Staat en markt stonden niet langer tegenover elkaar, maar raakten met elkaar verstrengeld. Beleidsmakers, wetenschappers en ook opiniemakers begonnen het idee te omarmen dat sociale vooruitgang vooral kon worden bereikt door een herordening van de staat volgens een marktlogica, waarbij concurrentie, efficiëntie en meetbaarheid de maatstaf werden van goed bestuur. De overheid bleef wel aanwezig, maar veranderde van karakter: van een beschermende naar een sturende en controlerende overheid. De publieke dienstverlening werd dooraderd met principes uit het bedrijfsleven: efficiëntie, controle en outsourcing. In plaats van vertrouwen in de medewerker of burger, werd beheersing het leidende motief. Verantwoording afleggen werd belangrijker dan kwaliteitsvolle diensten verlenen. De Nederlandse toeslagenaffaire wordt in het boek uitgewerkt als één van de meest pijnlijke illustraties van deze omslag. Nederlandse ouders werden collectief als fraudeurs bestempeld, vaak op basis van risicoprofielen waarin nationaliteit en afkomst expliciet meewogen. De onderzoekscommissie die de toeslagenaffaire onderzocht concludeerde achteraf dat er sprake was van een Nederlandse overheid die burgers niet langer beschermde, maar bestrafte. Wat de toeslagenaffaire onthulde, was niet slechts de hardheid van het systeem, maar ook de diepe ideologische wortels ervan. Burgers werden vermorzeld door de overheid. In deze context groeide Mark Rutte uit tot het politieke gezicht van bestuurlijk minimalisme. De Rutte-doctrine bestond in pragmatisch besturen, wars van ideologie, en was in de eerste plaats gericht op populariteit, die hij via ‘slim communiceren’ nastreefde: problemen wegmasseren in persconferenties, verantwoordelijkheid ontlopen via vaagheid of geheugenverlies en lastige zaken onbesproken houden. Geen toeval dus dat Rutte Secretaris-Generaal van de NAVO werd en nu door de leiders van de Europese Unie naar de VS wordt uitgestuurd met de bedoeling het waanzinnige beleid van Trump pragmatisch in toom te houden.
Een interessante en scherpe analyse die De Vries nog toevoegt is: ‘De armste mensen hebben de rijkste bureaucratie. Hoe kwetsbaarder iemand is, hoe meer regels hij/zij moet doorstaan om toegang te krijgen tot basisvoorzieningen. Wie het minst heeft, betaalt het meest in tijd, papier en stress. De burger die een premie of een studietoelage aanvraagt, moet bewijzen dat deze hem/haar rechtmatig toekomt; de welgestelde burger hoeft zelden iets te bewijzen.’
Een nieuwe symfonie
In het slotdeel van haar boek pleit De Vries terecht voor een meer nabije overheid. Ze pleit voor een beleid dat eenvoudig en begrijpelijk is, en voor meer en ook gedurfde investeringen in publieke dienstverlening. Ze stelt terecht dat publieke voorzieningen en diensten niet als een kostenpost maar als een investering moeten worden beschouwd. Ze maakt ook duidelijk hoe heel wat vooruitgang en welvaart er kwamen omdat onze overheden bereid waren risico’s te nemen op momenten waarop de private sector de hand op de knip hield. Voor heel wat jonge mensen is dit een argumentatie die de ogen kan openen: internet, gps, de mRNA-vaccins en hoogtechnologische toepassingen in de militaire wereld zouden er niet of pas veel later zijn gekomen zonder de investeringen vanuit onze overheden. Een nabije overheid schept dus ook de condities waarin innovatie kan floreren. De Vries beargumenteert ook hoe nabijheid raakt aan iets wat verdergaat dan alleen de economie; ze raakt aan het DNA van de democratie zelf, door o.a. ruimte en zuurstof te creëren voor het maatschappelijk middenveld, dat ze naar analogie van Robert Putnam als de stille infrastructuur van de democratie benoemt. Regio’s met een rijk verenigingsleven, coöperaties en lokale sport- en cultuurverenigingen kennen niet alleen een sterkere sociale cohesie, maar ook beter functionerende instituties en een hoger vertrouwen in de politiek. Het is een analyse die ik voluit onderschrijf, maar naast een nabije hebben we ook een herverdelende en regulerende overheid nodig. Als de bestuurders en regeringen willen dirigeren, moeten ze ook de wereld van de superrijken – de Big Tech, de Big Oil, de Big Pharma – reguleren.
De symfonie van onvrede is een stevig en goed onderbouwd werkstuk dat de lezer oproept om de kiezers van radicaal-rechts te rehumaniseren. Het boek legt de voedingsbodem bloot die, onder impuls van het gevoerde neoliberale beleid, veel burgers confronteerde met een opeenstapeling van verlieservaringen. De afbouw van alles wat met nabijheid te maken heeft, zorgt ervoor dat radicaal-rechtse partijen in zowat elk Europees land voet aan de grond kregen en ook een sterke greep uitoefenen op het gevoerde beleid. Catherine de Vries wijst er ons op dat een nabije overheid, die niet de ene na de andere besparing doorvoert maar ook bereid is te investeren in zaken waar burgers nood aan hebben, radicaal-rechts de wind uit de zeilen kan nemen. De impliciete kritiek die in dit knappe boek schuilt, is dat traditionele partijen die radicaal-rechts achternalopen en nabootsen, deze alleen maar sterker maken.
De symfonie van onvrede leest als een antwoord op dat waar Ilja Leonard Pfeijffer in zijn recente werk toe oproept: het van onderuit verdedigen en versterken van onze democratie.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.