Tussen feit en fictie

Weiniger

Lucy Arts

21 februari 2004, Mara Lux wacht schrijver Manuel Weiniger op in het station van de Noord-Nederlandse provinciehoofdstad G. Weiniger is naar G. afgereisd vanwege een brief die Mara enkele dagen eerder aan hem schreef. Daarin uitte ze haar bewondering voor zijn literaire werk. Mara’s beleving van de intens passionele en pijnlijke verhouding die daarop volgt, staat centraal in Weiniger, de debuutroman van Lucy Arts (1961), die gebaseerd is op haar relatie met auteur L.H. Wiener. Geestelijk-literaire adoratie en fysiek-erotische aantrekkingskracht vloeien voortdurend in elkaar over. Hun verhouding is tegelijkertijd liefdevol en rijk aan conflicten. Het onderstaande citaat uit een brief van Mara aan Manuel is daar een goed voorbeeld van:

Ik zal het je nog eens eerlijk vertellen: ik las Benjamin en ik zag je kop achter op het omslag en toen hield ik van je. Vervolgens heb ik je geschreven, en toen heb jij geantwoord en daarna ontmoetten we elkaar. Die eerste ontmoeting was niet zo’n onverdeeld succes, en de tweede al helemaal niet […]. Echter, nu wij elkander vaker hebben medegemaakt, heeft de liefde die ik zomaar ervoer voor een papieren personage van vlees en bloed (het alter ego van een schrijver toevallig), zich getransformeerd tot een diepe genegenheid voor de schepper van dit personage […].

Opvallend genoeg neemt de affaire, ondanks haar sterk seksuele en lichamelijke karakter, een haast platonische vorm aan. Zo blijft ze steken in een ‘bindingsfase zonder mogelijkheid tot binden’. De relatie ontwikkelt zich voornamelijk via de uitgebreide erotische (pornografische) correspondentie tussen Mara en Manuel – de twee ontmoeten elkaar slechts negen keer in een periode van anderhalf jaar. De correspondentie is bepalend voor de vorm van de roman. De lezer moet grote stukken van het verhaal reconstrueren aan de hand van Mara’s brieven en e-mails. Weinigers deel van de correspondentie is niet opgenomen. Bovendien is de verteltekst, die als context dient voor de brieven, duidelijk door Mara gefocaliseerd. Het verhaal dat de lezer voorgeschoteld krijgt, is dus – ondanks het inlassen van ‘authentieke’ brieven – erg eenzijdig en suggestief.

Mara’s brieven spelen ook op thematisch vlak een prominente rol. Mara schrijft in de brieven – die erg geestig zijn, onder meer door haar nuchterheid en originele, soms meisjesachtige beeldspraak – haar seksuele verlangens en fantasieën neer:

In mijn kersje woedt sinds vanochtend een uitslaande brand die virtueel en overdrachtelijk nauwelijks nog te blussen valt. Ik heb jouw warm-kloppende, springlevende en met mijn eigen sap gelakte minimast nodig om mij aan vast te zuigen en om mij aan te onderwerpen als hij afwisselend langzaam en snel gehoorzaamt aan de Roep van jouw Bloed.

De brieven zijn duidelijk opgevat als een verleidingsspel, waarin Mara zich presenteert als gewillig seksobject, om Weiniger naar zich toe te lokken. Tegelijk fungeren ze voor Mara als een surrogaat voor reëel lichamelijk contact. Na verloop van tijd volstaan de brieven echter niet meer om Mara’s seksuele verlangens te bevredigen. Bovendien wordt pijnlijk duidelijk dat de Weiniger die Mara construeert aan de hand van diens boeken (Weiniger voert zichzelf op als personage) en in haar fantasieën, niet overeenstemt met de afstandelijke en misogyne man die hij in werkelijkheid is. In het volgende fragment uit het hoofdstuk over hun zesde ontmoeting komt dat complex van gevoelens heel duidelijk samen:

Gezwollen van bronst was ze; iedere dag en iedere nacht kwijlde en jankte haar lijf van blauwzurig vretend verlangen. Uitwendig centrum van dat verlangen: een kut rauw van het masturberen. […] En steeds erna het huilen, de ranzige vertwijfeling van het per se moeten maar niet kunnen aanraken, van het niet door hem aangeraakt worden, van het niet genaaid en geneukt en geramd worden. […] En nu voelde ze nauwelijks iets. […] Haar lijf had hem losgelaten, haar bloed had hem verdund. Ze werd niet langer vloeibaar onder zijn vingers, er liep geen schittersap meer langs haar dijen.

De verstrengeling van fictie en realiteit is een centraal probleem in de roman. De schijnbaar banale discussie over waarachtigheid die Mara en Manuel aan het begin van de roman voeren is in dat opzicht tekenend. Manuel is ervan overtuigd dat ‘wat in de werkelijkheid niet kan, ook niet mag voorkomen in een literair boek’. Die idee trekt hij radicaal door in zijn literaire werk, dat hij grotendeels baseert op zijn eigen leven. Om zijn nieuwste roman meer authenticiteit te verlenen wil Weiniger de briefwisseling erin verwerken – ‘De authenticiteit van jouw brieven is schitterend’. Mara stemt in, maar vindt dat hij haar brieven, en daarmee ook haar persoon (Manuel voert in zijn roman een personage op dat erg op Mara lijkt) onrecht aandoet door ze te redigeren. Bovendien komen in het boek nog een heleboel andere vrouwen voor met wie het hoofdpersonage, gemodelleerd naar Weiniger, seksuele betrekkingen heeft. Mara raakt vervuld met gevoelens van afgunst en pijn. Ze is niet langer in staat om Manuels werk met de nodige afstand te lezen.

Deze verhaallijn is een ondubbelzinnige verwijzing naar L.H. Wieners roman De verering van Quirina T. uit 2006, waarin het hoofdpersonage, schrijver Victor Van Gigh, correspondeert met ene Mathilde Kruithof. De brieven in deze roman en die in Weiniger lijken erg op elkaar.

In Weiniger lezen we:

Hai Sailor,
Ja, ik ga graag mee op je boot, al moet ik er eerst helemaal voor naar Hoorn. Want ik vind varen zo ongeveer het mooiste wat er is.

En in De verering van Quirina T. staat:

Aye aye, sir,
Ja, wij gaan graag mee op je boot, al moeten we er eerst helemaal voor naar Hoorn. Ik had al gehoopt dat je me dit een keer zou vragen, want de Archimedes ook eens in werkelijkheid te mogen zien, was één van mijn stille wensen en zoals ik je al eerder heb laten weten vind ik zeilen heerlijk.

Arts problematiseert de dubbelzinnige relatie tussen fictie en werkelijkheid nog verder door het invoegen van zes hoofdstukken waarvan de titel telkens begint met het woord ‘Aandrang’, en die zijn gedrukt in een ander lettertype. Ze lijken op het eerste gezicht niets te maken te hebben met de rest van het boek. De personages en de gebeurtenissen in deze hoofdstukken vertonen echter wel degelijk gelijkenissen met het verhaal van Mara en Manuel. Het spiegelpersonage van Mara heet niet toevallig Scylla Ram – Mara Lux ongeveer omgekeerd gespeld. De ‘Aandrang’-hoofdstukken vormen een aanvullend spiegelverhaal voor de rest van de roman. De hoofdstukken worden niet langer gefocaliseerd door Mara en sommige van de gebeurtenissen heeft ze niet of slechts zijdelings meemaakt. Zo volgen we Dana, het tienermeisje met wie het alter ego van Manuel, Willem Bicker, een affaire heeft. Ook Manuel heeft een relatie met een tienermeisje. Het meisje en de affaire komen echter slechts ter zijde aan bod in het verhaal van Mara en Manuel. Het statuut en de interpretatie van de hoofdstukken is onzeker en ambigu. De vraag rijst of we hier nog wel te maken hebben met dezelfde verteller als in de rest van de roman. We kunnen de ‘Aandrang’-passages haast interpreteren als ingebedde, al dan niet verzonnen vertellingen van de hand van zowel Mara als Weiniger. De roman bevat daarnaast nog enkele andere stemmen (telkens gerepresenteerd door een verschillend lettertype) die erg op die van Mara en Manuel lijken. Die vele vergelijkbare stemmen compliceren de relatie fictie-werkelijkheid nog meer, zij het op subtiele wijze. Wanneer Weiniger bijvoorbeeld voor het eerst op Mara komt afgestapt, vallen onmiddellijk zijn ‘kromme benen’ op. Die passage wordt voorafgegaan door een cursief tekststuk waarin de wandelstijl van Weiniger gedetailleerd staat beschreven:

Zijn benen in hoge witte gymschoenen. O-benen. De romp zwaait bij iedere stap naar voren. Alsof hij, als hij zijn romp niet naar voren zou waaien, niet vooruit zou komen. En misschien is dat ook wel zo. Want de rompzwaai compenseert het gebrek aan souplesse in de enkels. Als hij op blote voeten loopt is het goed te zien. Hij zet zijn voeten neer als een peuter, of als een aap: hij loopt vooral op de buitenkant van de voet. En die voet wikkelt hij niet af maar hij zet de voetzool in één keer op de grond. De enkels lijken onwrikbaar; alsof ze hem niet toestaan de voeten af te wikkelen. Hij zet de hele voet dus in een keer neer. En als iemand dat doet brengt hij vanzelf de rest van zijn lichaam fors in beweging.

De andere stemmen voegen dus meestal geen extra informatie toe aan het verhaal, maar parafraseren wat er al gebeurde, of leggen hoogstens wat andere klemtonen. Daardoor blijft de roman ondanks de verscheidenheid aan stemmen erg leesbaar.

De bijzondere briefroman Weiniger kan gelezen worden als Arts’ reactie op het werk van L.H. Wiener en op de wijze waarop die de briefwisseling met Arts heeft gebruikt of misbruikt. De herkenning van allerlei biografische en intertekstuele verwijzingen geeft de roman – in het bijzonder voor kenners van Wieners werk – een diepere gelaagdheid. Die kennis is echter niet essentieel om Weiniger te begrijpen en te appreciëren. Mara is een interessant en veelzijdig personage. Bovendien introduceert Arts de dubbele laag van fictie en realiteit al in het boek zelf door middel van de ‘Aandrang’-hoofdstukken. Ook haar geestige stijl maakt dit verslag van een passionele verhouding meer dan de moeite waard. Op al die manieren slaagt Arts erin om een verhaal dat letterlijk en figuurlijk niet veel om het lijf heeft, toch 426 pagina’s lang boeiend te houden.

Vior Webmedia V.O.F., Zwaag, 2015
ISBN 9789492182173
426p.

Geplaatst op 01/06/2015

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.