cover big

De duistere poppenspeler

Patrick Bassant

Over Reynaert de vos van Marc Legendre & René Broens

Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen, 2010,
ISBN 978 90 450 5940 2 / 132p.

(0) reactie(s) - geplaatst op 15-07-2010

Bookmark and Share

Ongeveer 750 jaar geleden schreef ene Willem – nadat hij bijgekomen was van de heisa die zijn verhaal Madocke naar eigen zeggen had veroorzaakt – een ingenieuze parabel die uitgroeide tot hét hoogtepunt van de internationale dierenepiek. Die Madocke is nooit teruggevonden, maar van de Van den vos Reynaerde bestaan enkele min of meer complete handschriften. Als je dit werk vergelijkt met de andere verhalen over Reynaert, met eerdere versies in het Latijn en Frans of latere aanvullingen in het Nederlands of Middelhoogduits, dan valt vooral het vakmanschap van Willem op. Zijn tekst bevat bijna geen stoplappen om rijm of metrum te laten kloppen, kent nauwelijks overbodige uitweidingen en uit de vele dubbele bodems en interpretatiemogelijkheden spreekt het literair vernuft van de auteur.

De tekst is zo subtiel dubbelzinnig dat er na zeven eeuwen nog steeds geen consensus bestaat over de (elementaire) vraag of Willem van de sluwe vos nu een schurk of een held heeft willen maken. Laat staan dat mediëvisten alle verwijzingen naar andere literaire genres (zoals de ridderroman), alle religieuze pesterijen of alle seksuele grappen kunnen plaatsen.

De Reynaert in het kort: op een landdag klagen edelen Reynaert aan wegens diverse misdaden. Reynaert voelt er niets voor zich aan het hof van Koning Nobel te komen verdedigen en lokt de eerste twee die hem komen dagvaarden (Bruun de Beer en Tybeert de Kater) in de val. Grimbeert de Das, die voor de laatste maal een poging waagt, slaagt er wel in om Reynaert te bewegen naar het hof te gaan om zich daar te verantwoorden voor zijn schurkenstreken. Reynaert wordt ter dood veroordeeld, maar in een weergaloos slotpleidooi weet hij de koning te overtuigen hem amnestie te verlenen en toe te staan als pelgrim naar Rome te reizen om daar vergiffenis te vragen aan de Paus. In dit pleidooi speelt hij in op de hebzucht van de Koning en de Koningin door hun een enorme fictieve schat in het vooruitzicht te stellen en schildert hij zichzelf af als een held die ternauwernood een staatsgreep wist te verijdelen door de schat, waarmee de coup bekostigd zou worden, te stelen. Als Reynaert naar zijn burcht vertrokken is, stuurt hij de koning een ‘brief’ (door Willem ‘ghedichte’ genoemd) in de vorm van het hoofd van Cuwaert de haas, waarmee hij aantoont iedereen bedrogen en vernederd te hebben. Dan slaat hij met zijn vrouw en welpjes op de vlucht.

Groots aangepakt

De Reynaert heeft een grote stoet bewerkingen gekregen, van Louis Paul Boons Wapenbroeders tot Robert van Genechtens antisemitische tekenfilm Van den vos Reynaerde en van Goethes Reineke Fuchs tot Suske en Wiske en de rebelse Reynaert. Als je dan het plan opvat om voor de 750ste verjaardag van het epos weer een bewerking te maken, kan je maar beter met iets goed komen.

René Broens heeft het in elk geval groots aangepakt. Jaren heeft hij gewerkt aan een vertaling van de Reynaert, en binnenkort promoveert hij op een proefschrift over een nieuwe interpretatie van de Reynaert als omgekeerd heiligenleven, ofwel de ‘vita van een antichrist’. Voor zijn vertaling heeft hij een samenwerking opgezet met Marc Legendre, de auteur en tekenaar van graphic novels als Finisterre en Verder (shortlist Libris Literatuurprijs 2008), en in een ver verleden tekenaar van de Biebel-strips. Legendre werkte in dit boek voor het eerst samen met een scenarist.

De keuze voor Marc Legendre als tekenaar heeft goed uitgepakt. De tekeningen zijn verbluffend. Legendre heeft gebruik gemaakt van de complete trukendoos van een modern tekenaar, waaronder met Photoshop bewerkte foto’s, collagetechniek en schilderwerk. Hij kiest vaak voor duistere achtergronden om het geheel een bijzonder dreigende sfeer te geven. De wijze waarop hij de dieren menselijke uitdrukkingen heeft gegeven, is zo realistisch dat je vergeet dat het hier een parabel betreft. Reynaert wordt getekend met tientallen gezichtsuitdrukkingen, van volstrekt aaibaar, onschuldig, flemend, vals, sarcastisch tot boosaardig en ronduit agressief.

De onaangenaam realistische beelden van de verminkte Bruin de Beer, die zich door Reynaert laat bedriegen en met zijn kop vast komt te zitten in een opengespleten boomstam, zijn meelijwekkend. De stukken kaal geschraapt jukbeen, de gescheurde oren en de ontvelde voorpoten illustreren de wreedheid van de vos. Als hij de vrouw en de kinderen van de haan Canticleer uitroeit, zien we een losgeslagen vampier aan het werk: de bloedspetters en de kippenveertjes vliegen over de pagina. Het moge duidelijk zijn dat dit een ander slag bewerking is dan die van Suske en Wiske.

De schwung van het origineel

Het origineel is na al die eeuwen niet meer zo soepel te lezen. In een goed geannoteerde versie kom je een eind, maar een tekstgetrouwe vertaling is een mooie aanvulling. Ik denk echter niet dat Broens het Middelnederlands verduidelijkt heeft met onbegrijpelijke zinnen als ‘nu schiet het mij hier in de zin dat ik bid in dit begin zowel de doven als de blinden, mochten die zich ooit bevinden waar ze deze regels horen, die van geen nut zijn voor hun oren, die te besparen hun geschaaf’. Ik geef toe dat Willem zelf hier al onduidelijk was, maar Broens brengt ons hier met zijn ‘vertaling’ over doven die kunnen horen, geen steek verder.

De rijmdwang en het gestoei met de versmaat (jambische viervoetige verzen) brengen hem vaker in de problemen. ‘Vrouwe Vuilmartje kookte ’n loog door te roeren met een stok.’ Of ‘Had ik een muis en was ze vet, dan liet ’k voor ’n busant niet één.’ Een ‘busant’ is een byzantijns goudstuk, maar dat staat niet in de Van Dale. En zelfs met die kennis zijn deze zinnen onbegrijpelijk.

Broens heeft de lat hoog gelegd door te kiezen voor een rijmende bewerking in versvoeten. Het resultaat is grotendeels geslaagd, maar Broens heeft ook steken laten vallen en het geheel is op z’n best nogal schools; het mist de schwung die het origineel gehad moet hebben. Slechts met moeite begrijp ik de strekking van Broens’ versie van de beginregels:

’t Was op de eerste pinksterdag, toen een kleed
van lover lag op ’t kreupelhout en op de wouden.
Dat koning Nobel hof zou houden, had hij doen
melden overal, en lachte ’t lot hem toe, ’t was
al, dacht hij, tot overgrote lof.

Rijkdom in de tekeningen

In de regel houdt Broens zijn vertaling heel dicht bij het origineel. De vertaling is ook compleet: er is geen zin weggelaten. De talloze interpretaties van de tekst – de vruchten van eeuwen Reynaertstudie – worden door Legendre uitgebeeld. Het relaas van Pancer de bever over Reynaerts misdaden tegenover Cuwaert de haas bevat een hoop insinuaties, maar op de plaat zien we Reynaert de haas duidelijk verkrachten. Wanneer Reynaert zijn leugens over de staatsgreep opdist, zien we hem staan als een duistere poppenspeler, met zijn linkerpoot in een speelgoedleeuwtje en in zijn rechterpoot een marionet, een knuffelbeertje bungelend aan touwtjes.

Daarnaast plundert Legendre ook uitgebreid de beeldcultuur. Veel verwijzingen naar christelijke kunstgeschiedenis, maar ook naar werk van Gustav Klimt, Francis Bacon en naar nieuwsbeelden, zoals de martelfoto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis. Die referenties verankeren deze versie van de Reynaert enerzijds in Broens’ interpretatie van de vos als een antichrist, en anderzijds in het collectieve geheugen van de lezers.

Het is juist door dit soort toevoegingen dat er een surplus ontstaat uit de samenkomst van tekst en beeld. Scenarist Broens wijst de tekenaar op de talloze interpretatiemogelijkheden die in de tekst verborgen zitten en die hij er zelf niet uit kan uitlichten zonder de originele tekst geweld aan te doen. Legendre vangt deze rijkdom aan betekenissen in de tekeningen. Deze Reynaert is niet een literair werk met plaatjes erbij, zoals Dick Matena’s verstripping van Reves De Avonden of Elsschots Kaas, maar een Gesamtkunstwerk dat de enorme complexiteit van de Van den vos Reynaerde openlegt en voor iedere lezer toegankelijk maakt. Broens’ grote kennis van de tekst is zijn grote kracht, maar zijn verleden als schoolmeester heeft hij helaas niet helemaal afgeschud.

0 reacties

Aanmelden

Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?