Recensies, roman

Spiegelpaleis van macht en geschiedenis

De barmhartige staat

Etienne Ys

Je zit op een terras op Curaçao, aan de St. Annabaai. Een gigantisch schip vaart voorbij. Je vraagt je af hoelang het schip op zee was, wie deze overtocht ooit heeft bedacht, wat voor mensen voor zo’n schip werken en wie eraan verdienen. Dankzij De barmhartige staat (2024), de debuutroman van Etienne Ys, is je blik veranderd. De roman heeft de wijze waarop je naar de wereld kijkt verschoven. Het boek is als een spiegel die je de geschiedenis laat herbekijken: West-Afrika als kolonisator, Europeanen als slaven.

Omgekeerde wereld

In De barmhartige staat staat het fictieve eiland Botan Po centraal, een bruisend dependance van het Asante-koninkrijk in het Caribisch gebied. Hoewel er zeer weinig is geschreven over het eiland en haar natuur is het als koloniale machtscentrum bewoond door Taínos en Wit-Europese slaven die daar onderdanen zijn van West-Afrikaanse kooplieden en functionarissen. Het hint naar Hispaniola (of Cuba of Puerto Rico). Op het eiland heerst een Koning over een imperium en zijn invloed reikt ver voorbij de grenzen van het Afrikaanse continent, het Europese continent en wat wij nu Amerika noemen:

In het holst van de nacht stond hij voor de imposante deur van het paleis. Met een knarsend geluid zwaaide de toegang open, de wachters begroetten hem plechtig. De sombere gangen van het paleis lagen er verlaten bij. Het was onheilspellend stil.

Met deze korte en toegankelijke zinnen neemt Ys de lezer mee in een politieke vermenging van verschillende perspectieven. Zogenaamde opposities worden constant bevraagd: heerser en overheerste, rijk en arm, man en vrouw, wit en zwart.

Het verhaal speelt zich af in het jaar 1005 volgens de Kayamaga-kalender (1875 Romeinse tijd). Het Asante-imperium is al meer dan drie eeuwen een machtig rijk dat groter en rijker is dan het oude Rome ooit was. Grootsheid kent echter een prijs. Naarmate het rijk zich verder uitstrekt, beginnen de stemmen van witte slaven en Taínos uit de periferie luider te klinken. Vanaf het jaar 990 is het bestuur in hervorming: veroverde volken krijgen meer zeggenschap, rechten worden uitgebreid. Wat probeert de auteur ons eigenlijk te vertellen met deze wat als-fictie?

De hervormingswet: in media res of analogie?

In de schaduw van het koninklijk paleis ritselen niet alleen oude wetten, maar ook gedachten die verrassend eigentijds aanvoelen. Wat Ys in zijn fictieve koninkrijk verbeeldt — een samenleving die worstelt met hervorming, herinnering en morele richting — weerklinkt in onze wereld waar protestborden, algoritmebubbels en klimaatalarmen elkaar kruisen op pleinen, op de werkvloer en aan keukentafels. Door de mythologische echo’s uit Ghana en de erfenissen van Europese bureaucratie herken je jezelf op een eigenzinnige, soms vervreemde wijze in de familiesituaties terug. De Asantehene – de titel van Koning Yaw, de leider van het Asante-volk – worstelt als leider, als zoon en als vader om deze hervormingen in goede banen te leiden. Zijn zoon, krooprins Juma, wil dat zijn vader gewaagder en voortvarender is in het bevrijden van hun witte onderdanen. Koningin-moeder Amma, de moeder van de koning en opperhoofd van dit Ghanese matriarchaat is wantrouwend en uit haar zorgen over de politieke ontwikkelingen binnen het koninklijk huis.

Eén woord blijft tot mij spreken gedurende het lezen van het boek: hervorming. Misschien omdat ik Ys’ politieke discours over hervorming weleens heb gehoord, misschien omdat mijn PhD-onderzoek post-COVID deels binnen het Curaçaose overheidsapparaat plaatsvond. Op 22 maart 2022 uitte Ys in het Parlement zorgen over het COHO-ontwerp, een wet voor hervormingen op de Caribische eilanden (2020-2022). Centraal stond de spanning tussen Nederlandse controle en de autonomie van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Nederland oefende invloed uit via procedures als voorhang, kwartaalrapportages en goedkeuring voor internationale samenwerkingen zoals met de VN. Aangezien Nederlands belastinggeld de post-COVID-steun financierde (ongeveer 1 miljard verdeeld over de drie eilanden) en Nederland de drie eilanden niet de vrije hand wilde geven over al het geld, wilde de Nederlandse overheid COHO onafhankelijk maken van beide regeringen. Toch grepen de bevoegdheden in op de eilandsautonomie – alleen verdedigbaar als noodzakelijk en proportioneel, met minimale impact. Vage teksten in de afspraken gaven de BZK-minister veel sturing, wat de balans delicater maakte en herinneringen opriep aan de koloniale West-Indische Compagnie.

Het woord ‘hervorming’ stond tijdens mijn leeservaring misschien ook centraal omdat dat woord historisch gezien gebruikt en misbruikt is omwille van machtsbehoud. Door deze gevoeligheden lijken de hervormingen en de uiteindelijke hervormingswet die in het boek voorbijkomen op allegorieën van hedendaagse politieke en sociale transformatie in een post-koloniale context zoals die van Curaçao. Thema’s als bevrijding, inclusie, machtsstrijd en balans, te midden van traditie en moderniteit, verweven door de spanningen in de discussies aan de bestuurstafel, resoneren sterk met de echte Nederlandse hervormingen post-COVID voor Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Ze doen vooral denken aan de controversiële aankondiging van de COHO-wet en de daaropvolgende Onderlinge Regeling (2023-heden).

De COHO-wet, die in mei 2023 werd ingetrokken na hevige autonomiekritiek, symboliseert neokoloniale spanningen. De wet was bedoeld om toezicht te houden op hervormingen in ruil voor noodhulp, maar werd gezien als een inbreuk op de soevereiniteit van het Caribisch gebied. De samenwerkingen tussen Nederland en de eilanden in september 2025 benadrukken ‘rule of law en good governance’ in Sint Maarten, inclusief culturele en historische erkenning – denk aan de discussie over de doorwerking van het slavernijverleden in het IPKO, het Interparlementair Koninkrijksoverleg dat bedoeld is als instrument voor directe communicatie, en persoonlijke ontmoetingen tussen de leden van de parlementen van de vier landen in het Koninkrijk (Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Nederland).

De daadwerkelijke regeling (2023-2027) toont echter de realiteit: vooruitgang in governance, maar aanhoudende kritiek op dieper gewortelde dynamieken. De tweestrijdige erkenning die personages geven aan vrijheidsstrijder en/of terrorist in het verhaal, genaamd Yaro, weerklinken als de erkenning van Tula als held in 2023. Teruggave van land aan de Taínos erkent inheemse rechten en het herstellen van culturele waardigheid is een progressieve vorm van reparatie. Net als de inwoners van de Caribische eilanden worstelen de witte slaven en Taínos in dit boek met externe inmenging, lokale autonomie en herstel van historische onrechtvaardigheden. Wat weet Ys wat wij niet weten? Wat wil hij ons vertellen? Is Ys’ wet utopisch? Of is een zoektocht naar vrede daadwerkelijk mogelijk zonder bloedvergiet?

Romantisering van Ghana, compassie voor de kolonisator of maatschappijkritiek?

De personages Koning Yaw en Juma bewegen tussen rituelen en hervormingswetten, tussen afkomst en ambitie, tussen het lineair planmatig denken uit Noord-West Europa en het holistisch denken van verschillende volkeren uit het mondiale Zuiden. De hofhouding en het schaakspel lezen daarom als meer dan bewegingen in een politieke ruimte: ze vormen een spiegelpaleis waarin macht, liefde en herinnering voortdurend van gedaante wisselen. Asante’s eenheid via Anokye lijkt Ys in te zetten als een idealistisch model voor inclusie. Tegelijkertijd lijkt de auteur ons te waarschuwen: echte hervormingen slagen alleen met gelijkwaardigheid.

Na het lezen van het boek blijf ik enigszins perplex. Het werk leest als een mix van de politieke fictieserie House of Cards (2013-2018) en een Afro-Caribische saga – aan de ene kant spelen politici een rol die alles om alles doen om elkaar kapot te maken, maar daarnaast leven er ook allerlei gevoelens van medemenselijkheid, en is er spiritualiteit en een diepgaande behoefte aan een menselijker bestaan. Ys’ stijl is toegankelijk, met korte zinnen die je opslokken en thema’s die resoneren zonder prekerig te zijn. Pluspunten: de omgedraaide lens op slavernij dwingt je na te denken over de universaliteit van onrecht en personages als Amma voelen echt, als die oude wijze tante op familiefeesten.

Minpunten: soms kabbelt het verhaal te veel en verliest de tekst scherpte door een overvloed aan politieke details. Aangezien de auteur een voormalige politicus is, kwam ik tijdens het lezen telkens weer uit bij de vraag: wat wil de auteur mij eigenlijk meegeven? Wil hij zijn kennis en liefde voor Ghanese cultuur overdragen? Probeert hij door de geschiedenis op z’n kop te zetten meer begrip te creëren bij mensen die kritisch zijn over het Koninkrijkstatuut en -relaties daar waar het de eilanden betreft? Of probeert hij op een subtiele manier kritiek te leveren op bepaalde ontwikkelingen die gaande zijn op de eilanden tijdens de zoektocht naar autonomie en verzelfstandiging?

De titel, De barmhartige staat, verwijst naar een heilig boek over het besturen van het Asante-imperium. Dat boek bevat een model van politiek gezag waarbij het leiderschap verantwoordelijk is voor bescherming, zorg en rechtvaardigheid jegens haar volk. Het model staat voor een staat die niet uitsluitend macht en controle nastreeft, maar ook compassie voor en toewijding aan het welzijn van de inwoners. Via kroonprins Juma die spreekt over het belang van eenheid en leiderschap die voortkomen uit verantwoordelijkheid en zorg, en via zijn Koningin-moeder Amma die een vastberaden houding toont om de troon te verdedigen, echoot de auteur Asante’s matrilineaire kracht en Okomfo Anokye’s spirituele visie op staatsvorming. Daarbij versterkt Kumasi’s autoriteit in het boek Botan Po’s legitimiteit. Hiermee weerspiegelt Ys een kritische herwaardering van Afrikaanse identiteit en leiderschap, geen romantische compassie voor koloniale overheersers.

Toch voelt de laatste alinea van het boek moreel beladen. Mooi is hoe Ys de binaire zwart/wit-oppositie deconstrueert en toont hoe kolonialisme een universeel gif is, ongeacht huidskleur. In vlagen slaat hij echter hierin door. Vooral richting het einde van het boek, tijdens de presentatie van Lourdes, een voormalige slaaf die nu arts en koninklijk lid is. Een kindje roept ‘Mama, mama!’ en vraagt waarom Lourdes niet zwart is. De moeder reageert: ‘We kunnen allemaal van koninklijk bloed zijn, lieverd. Dat kent geen kleur.’ Bam! Dat is een vorm van inclusiviteit die bij Trump en eensgezinden een allergische reactie zou losmaken. Dit is bijna een kopie van Peau noire, masques blancs (1952) (Zwarte huid, blanke masker) van Frantz Fanon. Hij beschrijft hoe een Frans meisje een zwarte man op straat ziet en zegt ‘Tiens, un nègre! Maman, regarde le nègre! J’ai peur!’ (‘Kijk mama, een neger! Ik ben bang!’). Voor Fanon symboliseert dit moment de ervaring van ‘verdinglijking’: de zwarte persoon wordt gereduceerd tot zijn huidskleur en geconfronteerd met de blik van de witte ander, wat hem zijn menselijkheid ontneemt. Ys was er al, waarom kiest hij toch om kleur hier te benadrukken? Misschien wil hij ons dwingen om zelf te kiezen: is dit een stap te ver, of juist de ultieme bevrijding? Een bevrijding van hem of de lezer? Ik laat het antwoord aan jou.

 

Een recensie over De barmhartige staat van Etienne Ys door Juan-Carlos Goilo.

 

Wintertuin, Nijmegen, 2024
ISBN 9789079571925
212p.

Geplaatst op 08/05/2026

Tags: Antillen, Antiracisme, Bonaire, Caribisch gebied, Curaçao, Etienne Ys, koloniaal verleden in eigentijdse samenleving, koloniale trauma, kolonialisme, postkoloniaal, postkolonialisme, racisme, Sint-Maarten

Categorie: Recensies, roman

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.