Proza, recensie

De onberekenbare kunst van het beminnen

Manon Lescaut

Abbé Prévost (vert. Martin de Haan)

Zelden werd een verhaal over zonde en losbandigheid zo verleidelijk verteld als in Manon Lescaut, een roman die lezers al drie eeuwen lang blijft beroeren. Het boek werd bewerkt tot een toneelstuk, twee balletten en maar liefst vijf opera’s – de meest bekende zijn die van Jules Massenet uit 1884 en van Giacomo Puccini uit 1893. Toch blijft het oorspronkelijke werk, voor het eerst verschenen in 1731, ook vandaag nog lezers aanspreken. Dat blijkt uit de recente Nederlandse vertaling van Martin de Haan, die het verhaal op overtuigende wijze opnieuw tot leven brengt.

Manon Lescaut  werd geschreven door de Franse auteur Antoine François Prévost, beter bekend als Abbé Prévost (1679-1763). Zijn toetreding tot de geestelijke stand hield hem niet tegen om een uitgebreid oeuvre bijeen te schrijven en een bijzonder avontuurlijk en losbandig leven te leiden. Prévost volgde eerst een jezuïetenopleiding, diende korte tijd in het leger, en trad uiteindelijk toe tot de benedictijnenorde. Maar al snel verliet hij de abdij, zonder toestemming van zijn orde. Daarna raakte hij verwikkeld in obscure liefdesrelaties. Hij vluchtte meerdere keren weg uit Frankrijk om te ontsnappen aan zijn schulden en aan de vele schandalen die over hem de ronde deden. Om de eindjes aan elkaar te knopen, werkte hij in Londen, Amsterdam en Parijs als schrijver, kelner, theaterdirecteur en oplichter. Zijn biografie leest als een roman vol passie en omzwervingen. Het is precies deze persoonlijke onrust die zijn literaire werken doordesemt. De conflicten tussen verlangen en moraal, rede en hartstocht zijn geen literaire fictie, maar weerspiegelingen van een diep doorleefd bestaan. Prévost stierf in 1763 in Courteuil, midden in de eeuw van de Verlichting. Niet enkel over zijn leven, maar ook over zijn roman, Manon Lescaut, die deel uitmaakt van een groter geheel, de ‘Mémoires van markies Renoncourt’, hing een zweem van controverse.

Schandaalroman

Het boek is opgezet als een raamvertelling: de reizende markies de Renoncourt schrijft het relaas neer dat hij te horen kreeg van Des Grieux. In het verhaal neemt hij de woorden van Des Grieux over, die vertelt over zijn turbulente reis langs de verschillende lagen van de maatschappij, van diners met de adel en de hoge bourgeoisie tot goktafels, gevangenissen en ballingschap.

De roman volgt een duidelijke opbouw. De zeventienjarige chevalier Des Grieux, die bijna klaar was met zijn studies filosofie in het Jezuïetencollege in Amiens en tot de geestelijke stand zou toetreden, ontmoet tijdens een wandeling de beeldschone Manon Lescaut en valt halsoverkop voor haar charmes. Manon, die tegen haar wil moet intreden in het klooster, kan hem verleiden om samen weg te lopen. Des Grieux laat alles achter om hun liefde te beleven, zijn toekomst als priester, zijn vrienden en familie, zijn eer en zijn goede naam. Voor haar speelt hij vals bij het kaarten, steelt hij en begaat hij zelfs moorden. Om het met de woorden van Des Grieux zelf te zeggen: ‘Manon was bezeten van genoegens, en ik van haar.’

Tevergeefs probeert hij hemel en aarde te bewegen om met haar een deugdzaam leven te leiden, maar steeds weer stoot het koppel op financiële moeilijkheden en onvoorziene tegenslagen die hen ofwel uit elkaar drijven, ofwel telkens opnieuw toevlucht doen zoeken in het morele verval en bedrog waaraan ze krampachtig proberen te ontsnappen.

Manon Lescaut werd van bij verschijning in 1731 al snel bestempeld als een schandaalroman. Terwijl deugdzaamheid en gehoorzaamheid in de achttiende eeuw als hoogste waarden golden, bracht Prévost een roman uit met zondaars als hoofdpersonages. Manon sleurt Des Grieux mee in een leven van hartstocht, bedrog en losbandigheid. Ze houdt van welstand en kiest, wanneer het noodlot toeslaat, economische zekerheid boven kuise liefde om zichzelf en haar geliefde te onderhouden.

Hij [Manons broer] vertelde haar [Manon] over Monsieur de G*** M***, een oude wellusteling die veel geld voor zijn genoegens over had, en schetste haar zo’n gunstig beeld van een positie als maintenee dat ze in haar paniek over onze rampspoed ja zei op alles waarvan hij haar probeerde te overtuigen.

Haar overlevingsdrang maakt van haar een intrigerende, moderne en onafhankelijke vrouw. Het verhaal veroordeelt het moreel onverantwoord gedrag van de hoofdpersonages niet, sterker nog, het wordt verteld op een manier waardoor de lezer meeleeft met de personages, sympathie voor hen voelt en zich met hen kan identificeren.

Hij [de bedrogen Monsieur de G*** M***] kwam niet alleen te weten waar we woonden en wat we deden, maar ook wie ik was, wat voor leven ik in Parijs had geleid, dat Manon een verhouding met B*** had gehad en hem had bedrogen, kortom alle schandelijke episodes van onze geschiedenis. Hij besloot ons dus te laten oppakken, niet als misdadigers maar als doortrapte libertijnen. […] We lagen nog in bed toen een politieofficier onze kamer binnenkwam met een zestal agenten. Ze namen meteen ons geld in beslag, of liever gezegd dat van Monsieur de G*** M***, waarna ze ons ruw uit ons bed lichtten en naar de deur brachten, waar we twee koetsen zagen. In de ene werd arme Manon zonder uitleg weggevoerd, in de andere werd ik meegenomen naar het verbeteringstehuis, Saint-Lazare. […] Wat een lot voor zo’n betoverend schepsel, dat op de hoogte troon van de wereld zou hebben gezeten als alle mensen mijn ogen en mijn hart hadden gehad!

Net dat morele spanningsveld maakt de roman zo controversieel. De grenzen tussen goed en kwaad vervagen, en wat begint als een liefdesverhaal, wordt een subtiele aanklacht tegen de gevestigde sociale orde. Manon Lescaut wist zo het publiek te ontroeren én te choqueren – toen en nu.

Een kritisch pamflet

Het verhaal legt niet enkel een melodramatische romance bloot, maar voert een verscheurende strijd op tussen passie en moreel bewustzijn, tussen deugd en ondeugd, schuld en onschuld, en stelt vragen over destructieve liefdes en maatschappelijke hypocrisie. Het is doordrenkt met scènes die de harde morele oordelen van de achttiende-eeuwse samenleving blootleggen, en tegelijk aan de kaak stellen hoe deze maatschappij zelf verweven is met morele schijnheiligheid en sociale ongelijkheid. Liefde, geluk en vrijheid lijken enkel weggelegd voor de geprivilegieerden.

De roman toont hoe immorele individuele keuzes tot stand komen door de hypocrisie van de sociale en religieuze normen van het ancien régime die anderen deugdzaamheid opleggen, maar zelf onrechtvaardig en verstikkend zijn.

‘Ik woon samen met mijn vriendin’, zei ik, ‘zonder door het heilige sacrament van het huwelijk verbonden te zijn. Hertog *** onderhoudt twee minnaressen voor de ogen van heel Parijs; Monsieur de *** heeft er al tien jaar een, die hij liefheeft met een trouw die hij voor zijn vrouw nooit heeft gehad; twee derde van de beschaafde mannen in Frankrijk gaat er prat op een te hebben. Ik heb af en toe valsgespeeld bij het kaarten. Markies *** en graaf *** hebben geen andere bron van inkomsten, terwijl prins *** en hertog *** aan het hoofd staan van een bende ridders van dezelfde orde.’ […] Dus ik vroeg mijn vader me die zwakheid te vergeven omdat ze voortkwam uit twee felle hartstochten, wraak en liefde.

Het is precies deze spanning tussen persoonlijke verlangens en sociale dwang die het boek zo modern en subversief maakt. Het verhaal ondergraaft het maatschappelijke gezag en is doordrongen van het idee dat het aardse geluk onweerstaanbaar lonkt.

 Manieren van lezen

Zoals Martin de Haan in zijn voorwoord bij deze uitgave van Manon Lescaut uitlegt, zijn er verschillende manieren om het boek te lezen. Zo kan je het verhaal op een geschiedkundige manier lezen als een portret van het hoogtepunt van de Parijse pruikentijd, waarin libertijnen, duels en lettres de cachets hoogtij vierden. Een tijd waarin de adel aan macht begon in te boeten ten voordele van de opkomende bourgeoisie en waarin het repressieve en conservatieve ancien régime op zijn fundamenten begon te daveren door de vooruitstrevende ideeën van de Verlichting.

Wie de historische context liever achter zich laat, kan zich ook concentreren op het verhaal en de vertelwijze. Opgelet, wie Manon Lescaut leest met de verwachtingen om een realistisch-romantische roman te lezen zoals we ze kennen uit de negentiende eeuw, denk maar aan Pride and Prejudice, Madame Bovary of Anna Karenina, riskeert terug te komen van een kale reis. Prévost is een kind van zijn tijd en hanteert een repetitieve schrijfstijl die grotendeels gebonden is aan de literaire conventies van de achttiende eeuw. De gebeurtenissen kunnen als volgt samengevat worden: bij het begin van het verhaal is de chevalier Des Grieux alleen, Manon maakt haar intrede in zijn leven, hij wil bij haar zijn, kan bij haar zijn, verliest haar weer en begint terug van nul. Enkel de dood van één van de beide personages kan de cirkel doorbreken. Voeg daar wat operateske pathos aan toe, en we komen uit op een ongeloofwaardige verhaallijn vol met ouderwetse slapstick dat zweeft tussen tragedie en komedie. Het beste wat we als lezer kunnen doen, is om van het groteske verhaal, net zoals we dat bij opera doen, abstractie te maken en ons te laten beroeren door de hartstochtelijkheid waar de roman mee doorvlochten is. Des Grieux overpeinst:

Wat weegt er op tegen haar? Niets tot nu toe. Zij is mijn roem, geluk en rijkdom. Er zijn vast heel veel dingen waarvoor ik mijn leven zou geven om ze te verkrijgen of te vermijden, maar die dingen hoger schatten dan mijn leven is nog geen reden om ze even hoog te schatten als Manon.

Flaubert vatte dit idee in zijn lof samen: de grote kracht van Manon Lescaut zit hem in de liefde die alles bezielt, de argeloosheid van de hartstocht die de twee hoofdpersonen zo levensecht, zo innemend en zo waardig maakt, hoe schurkachtig ze ook zijn. Dit boek is één grote hartenkreet.

Wat het leesgenot zo groot maakt bij Manon Lescaut is de geladen emotionele stijl van Prévost. We zien alles door de ogen van het hoofdpersonage Des Grieux waardoor we diep betrokken raken bij zijn passies, twijfels en hartstochten. Het hele boek voelt beklemmend intiem aan. Prévost verweeft innerlijke roerselen met levendige scènes, scherpe dialogen en een verrassend vlot vertelritme, wat resulteert in een rijk gelaagde, meeslepende leeservaring die het boek een tijdloze kracht verleent.

De roman blijft, bijna drie eeuwen na zijn eerste uitgave, de lezer uitdagen om na te denken over liefde, vrijheid en maatschappelijke normen. Wie de complexe emoties van Des Grieux en Manon leert kennen, ontdekt een verhaal dat meesterlijk de grilligheid, vluchtigheid en ongrijpbaarheid van het menselijk geluk vertolkt. Wat betekent liefde? Vriendschap en familie? Is het mogelijk om vrij te breken van het maatschappelijk en goddelijk gezag en zo ja, hoe geef je richting en zin aan je leven? Is het aardse geluk het hoogste goed? Of is het iets dubbelzinnigs, fragiel en onbereikbaar? ‘Is het overdreven om te stellen dat dit boek roman kan worden genoemd?’, stelde Markies de Sade zich de vraag over Manon Lescaut. Misschien .

Een recensie over Manon Lescaut van Abbé Prévost (vert. Martin de Haan) door Elisabeth Ruelens.

Athenaeum, 2024
ISBN 9789025307400
232p.

Geplaatst op 01/09/2025

Tags: Abbé Prévost, klassieker, Manon Lescaut

Categorie: Proza, recensie

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.