bespreking, Poëzie

Dobberen tussen meisje en vrouw

, &

Dobberen

Sophia Blyden

In 2024 publiceerde dichter en programmaker Sophia Blyden haar debuut Dobberen bij Uitgeverij Querido. Dobberen belandde op de longlist van De Grote Poëzieprijs 2025 en was genomineerd voor de Poëziedebuutprijs 2025. In het kader van Welbeschouwd: workshops over literaire kritiek bespreken Delila Dönmez, Wietse Hummel en Ronny Lommen gezamenlijk Blydens debuutbundel.

 

Bij het lezen van een bundel is de titel altijd het eerste stukje info dat je aangereikt krijgt. Welke verwachtingen werden hierdoor gewekt, en werden ze ook ingelost?

W: “Dobberen” betekent stuurloos op en neer bewegen. Dat doet Sophia Blyden in deze bundel. Als vrouw met verwachtingen dobbert ze rond en neemt de lezer daarin mee. Het is echter geen stuurloos dobberen. De poëzie van Blyden beweegt tussen realiteit en fantasie, tussen de vrouw (de ik-figuur, afgewisseld met het zij-perspectief) en haar geliefde en tussen mens en dier. De gedichten zijn innerlijke monologen die als een rode draad door de bundel lopen met terugkerende thema ’s rond het (gewenste) kind Saga, de relatie met een geliefde en de verwachtingen die zij daarbij heeft. De poëzie schippert ook tussen diverse stijlen en vertelperspectieven.

R: Het dobberen houdt voor mij een tasten in, zeker als je naar het omslagkijkt. Daarop zie je een kikker met een teveel aan poten en tenen, waarmee hij de wereld tracht te verkennen. De oranje achtergrond staat voor mij voor de tweede chakra. Die bevindt zich net onder de navel en staat voor de emotie in de relaties van de mens. Dat is ook een duidelijk terugkerend thema in de bundel.

D: De titel geeft ook weer hoe de gedichten zelf dobberen in de bundel. De samenhang die er zeker is, is niet vast gestructureerd door middel van opeenvolgende cycli. De cycli zijn als het ware uit elkaar getrokken. Als je de gedichten afzonderlijk leest, komen ze minder sterk over, maar samen vormen ze een krachtig geheel.

Dat brengt ons gelijk bij de compositie van de bundel. Welk effect heeft dat dobberen van de gedichten onderling op het geheel?

W: De bundel bestaat uit verschillende verhaallijnen. Zoals Delila zegt, zijn er cycli waarvan de gedichten niet netjes achter elkaar staan. Ze worden uit elkaar getrokken en verspreid over de bundel. Dit zorgt voor een verwevenheid van thema’s en rode lijnen. Een eerste belangrijke verhaallijn wordt gevormd door vier gedichten die allemaal de titel (of naam) ‘Saga’ dragen. Hierin staat de moederwens centraal en zie je een imaginair kind opgroeien. Een tweede cyclus wordt gevormd door een genummerde reeks ‘relatie in rood’, waarin de relatie tussen een vrouw en haar partner beschreven wordt. Een relatie die in plaats van geborgenheid angst en geweld oplevert. Deze beide cycli zijn ook qua vorm interessant. Er wordt nauwelijks interpunctie gebruikt en ze zijn vanuit een ik-perspectief geschreven, wat ze voor mij heel open en intiem maakt. Een derde cyclus bevat daarentegen wel heel afgelijnde zinnen en bestaat uit een reeks gedichten met plaatsnamen als titels (‘Parijs’, ‘Málaga’, ‘Den Haag’, ‘Ter Schelling’, ‘Oosterwolde’, ‘Den Haag-Rotterdam’). Dit zorgt, samen met de perspectiefwisseling naar personaal perspectief, voor meer afstand dan bij de andere twee reeksen.

D: In plaats van lijnen zie ik er eerder overlappende cirkels in, een soort Venndiagram. Er zitten veel universele elementen in die allemaal raken aan de kern. Die kern is voor mij: wat betekent het om vrouw te zijn, in deze tijd, in onze maatschappij? Vandaaruit vertrekken allerlei relaties met de ander. De bundel krijgt op deze manier het karakter van een caleidoscopische vertelling.

R: Die lijnen herken ik ook omdat er verhalen in “doorlopen”. Het beeld van die cirkels vind ik mooi omdat daarin nog ruimte is voor invulling. Ik ben het overigens met Delila eens dat in vrijwel alle gedichten de ontwikkeling van meisje tot vrouw naar voren komt. Bloed speelt daar een belangrijke rol in, zoals in het gedicht ‘Parijs’: ‘maar omdat bloed uit een neus drup drup druppelt en het / meisje bevroren lijkt’, alsook in het gedicht ‘Terschelling’: ‘Nu drup drup / drupt het bloed / de ijskap af.’ Druppel per druppel vormt zich een geheel. De compositie van de bundel staat daarmee symbool voor de ontwikkeling van een meisje tot vrouw; de bloeddruppels, verwijzend naar de eerste menstruatie, markeren die overgang.

Centraal in de bundel staat dus de ontwikkeling van meisje tot vrouw, met alle onzekerheden die daarbij komen kijken: de relatie met de ouders, partner en vrienden, vragen rond het moederschap, heteronormativiteit, de spiegel die de vrouw zich voorhoudt.

R: Ik heb deze bundel gelezen als een ‘story of womanhood.’ Zoals ik al zei ontvouwt er zich een levenslijn van meisje tot vrouw. De relatie kind-ouder die evolueert naar ouder-kind. De ontwikkeling van de vrouwelijke vruchtbaarheid. De verhouding tot een partner. De verhouding tot andere vrouwen, met name de vriendin die wordt opgevoerd in verschillende gedichten. Dit wordt allemaal bekeken vanop een afstand. Blyden onderzoekt welke verwachtingen en uitdagingen de maatschappij een jong meisje oplegt. Hoe zij moet omgaan met haar vruchtbaarheid, hoe zij zich moet verhouden tot een partner, hoe zij zich moet spiegelen aan bepaalde schoonheidsidealen.

D: Precies, Blyden onderzoekt wat het betekent om geen meisje meer te zijn, maar tegelijk ook nog geen moeder te zijn, de limbo waarin je je nog geen volwassen vrouw kan noemen. Ze bekijkt welke risico’s het inhoudt om vrouw te zijn, zoals in de reeks met de stadsnamen, waarin ze opmerkt hoe je niet op anderen kan rekenen bij een aanranding (in het gedicht ‘Parijs’) of de hypocrisie tussen vrouwen onderling wanneer je een risico neemt en vervolgens op de blaren moet zitten (in ‘Málaga’).

W: In de ‘Saga’-gedichten zie je eveneens de worsteling van de vrouw, specifieker hoe een vrouw worstelt met haar toekomstig moederschap en haar partner. Het moederschap wijst de vrouw op de rol die ze nu als moeder/volwassene moet vervullen: ze kan zelf geen meisje meer zijn, die rol is vanaf nu voor het kind weggelegd.

De aandacht voor de worsteling van de vrouw komt ook op intertekstueel niveau naar voren. De bundel zit vol referenties naar songteksten, kinderrijm en sprookjes. Wat viel jullie daarbij op?

D: De bundel staat inderdaad bol van de referenties naar de hedendaagse popcultuur. Zo wordt in meerdere gedichten gebruik gemaakt van liedteksten van Taylor Swift (onder andere in ‘liefdesgedicht’, ‘Icarus’ en ‘Saga’), Britney Spears (bijvoorbeeld in ‘how not to love (without pictures)’, ‘Icarus’, ‘mummy’), Kesha ( zoals bij ‘dancefloor fairytale’), en Demi Lovato (‘sad girlie’). Dit zijn tevens de vrouwen aan wie Blyden haar bundel opdraagt. In een interview met Teddy Tops voor het ochtendradioprogramma Een Uur Cultuur vertelt Blyden dat deze vrouwen en popcultuur in het algemeen haar als persoon hebben gevormd. Het is dan ook geen verrassing dat ze veelvuldig in de bundel terugkomen, maar hoe dit overkomt, is afhankelijk van de voorkennis van de lezer.

R: De bundel opent met een quote uit de film 13 Going on 30: ‘I wanna be thirty. Thirthy and flirty and thriving!’ Deze film vertelt het verhaal van een dertienjarig meisje dat plots wakker wordt als een succesvolle vrouw van dertig. Het jonge meisje leeft dus verder in het lichaam van de vrouw. Met de verwijzingen naar populaire cultuur zoals film en popiconen toont Blyden hoe die cultuur ons een spiegel voorhoudt en toont hoe wij als vrouw ons leven moeten leiden. In deze tijd van verregaande veruiterlijking en perfectie (zie bijvoorbeeld ook de verwijzing naar het waxen van de schaamstreek in het gedicht ‘(All the Girls Standing in the Line for The Wax Bar)’ wordt het steeds moeilijker om aan die idealen te voldoen. Voor mij betekent het ook dat een vrouw eigenlijk geen vrouw mag zijn, maar een meisje moet blijven, door het lichaam zo jong en “meisjesachtig” mogelijk te houden.

W: Blyden refereert ook aan de wereld van de games, specifieker The Sims. Hierin kan je zelf de regie voeren over de levens van de personages. Je kan dus ook verschillende scenario’s uitproberen en kijken hoe het afloopt, wat Blyden volgens mij ook in deze bundel heeft gedaan. Ze citeert zelfs een stukje taal (Simlish) uit het spel, in het gedicht ‘We named her Sophia’, een gedicht dat trouwens op dat zinnetje Simlish na volledig in het Engels is geschreven.
De gebruikte frase uit het spel is ‘por se gab lurv’, wat ‘ik zie je graag’ betekent. Dat tegen iemand zeggen is blijkbaar zo moeilijk dat zelfs de afstand van het Engels niet volstaat, en je er een verzonnen taal voor nodig hebt: ‘saying “Por se gab lurv!” to anyone/ is just too damn hard’.

De meertalige complexiteit speelt zeker een rol. In veel verwijzingen naar popcultuur wordt Engels gebruikt. Welk effect heeft die meertaligheid op jullie leeservaring?

D: Ik struikelde soms over de hoeveelheid Engelstalige referenties en fragmenten. Af en toe stelde ik me de vraag waarom het niet gewoon in het Nederlands kon gezegd worden, of het gebruik van het Engels echt zo’n verschil maakte. Maar waarschijnlijk wou Blyden de verwijzingen heel expliciet houden. Omdat ze citeert uit liedjes die vrijwel iedereen van haar generatie kent, creëert ze op deze manier een grote herkenbaarheid. Het plaatst de gedichten opnieuw heel erg in het nu.

W: Voor mij creëert het gebruik van het Engels ook meer afstand. Het voegt een filmische laag toe, zoals in het gedicht ‘how not to love (without pictures)’: Hij fluistert:/ “Let’s do this again sometime.”’ Deze zin, afkomstig uit Who Framed Roger Rabbit? (1988), laat zien hoe de figuren in de bundel personages van hun eigen leven worden.

R: Misschien zijn de Engelse citaten net de zaadjes waaruit bepaalde gedichten zijn ontstaan. Een verwijzing is dan wel fair. Daarnaast kunnen mensen die de liedjes niet kennen zich zo de achtergrond meer eigen maken. Voor mij is het gebruik van Engels eigentijds en duidelijk functioneel.

Los van de referenties naar populaire cultuur verwijzen veel gedichten zoals ‘roodkapje’, ‘meisje met zwavelstokjes’, ‘kikkerkoning’ en ‘dancefloor fairytale’ expliciet naar sprookjes. ‘Icarus’ verwijst dan weer naar een Griekse mythe en ‘Saga’ naar middeleeuwse (helden)verhalen. Waarom plaatst Blyden volgens jullie deze klassieke referenties naast hedendaagse popcultuurverwijzingen?

R: De klassieke referenties verwijzen naar een eeuwenoude ontwikkeling van meisje naar vrouw, waarbij gezien worden als mens centraal staat.

D: Het is ook interessant om te kijken hoe het Engels gaat dicteren hoe wij over bepaalde zaken denken en spreken. Er is een dominante Hollywood- en popcultuur die ons de beelden en woorden aanreikt. Dat lijkt enerzijds makkelijk, ook omdat het die veilige afstand creëert. Maar het is wel een heel specifieke en heel westerse taal, die misschien niet altijd toereikend is. Zoals blijkt in het gedicht ‘dividivi’, waarin Blyden op zoek gaat naar de geborgenheid van haar wortels en tegelijk het slavernijverleden aanstipt. (De dividivi is een boom die voorkomt in de Caraïben.) Ze merkt echter op dat ze niet over de juiste taal beschikt om alles van dat verleden te kunnen vatten:

de stukjes waar geen westerse woorden voor bestaan
waar zowel onze doden als onze levenden
nooit over kunnen praten

Eén van de motieven met een hoog sprookjesgehalte in de bundel is dat van de kikker. Hoe verschijnt hij in de bundel, en waar staat hij volgens jullie symbool voor?

W: De kikker stond natuurlijk al op de cover, maar viel als metafoor vooral op in het gedicht ‘roodkapje’, waarin de ik-figuur eerst een kikker in haar hoofd, daarna in haar buik en ten slotte in haar baarmoeder heeft. Ze koestert de kikker als haar kind en wanneer dat kind vraagt of zij een kikker is, beaamt ze dat zonder schroom. Voor mij staat de kikker hier symbool voor transformatie, vernieuwing en wedergeboorte, dankzij zijn levenscyclus van kikkerdrileitje naar kikkervisje naar volwassen kikker. Dit zien we terug in het gedicht ‘kikkerkoning’:

              wanneer ons kikkervisje haar staart verliest zal ook haar opa
overlijden en tuurlijk de verhalen herhalen
uit talen die ons niet gegeven zijn, maar zijn staren
bewaren in klank, rijm en adem lukt zelfs families’
beste dichter niet

D: De kikker komt als motief vaak terug. Als het motto van de bundel staat “Zing, Kikker, zing!”. Dit dier is een amfibie en kan dus zowel op land als in water leven. Om dit te bereiken past de kikker onder andere zijn lichaamstemperatuur aan zijn omgeving aan. In de symboliek kan een kikker de betekenis hebben van drijven en schakelen tussen realiteit (het land) en fantasie (het water). De kikker is tegelijk ook een symbool voor de imaginaire dochter.
Door de kikker zowel aan vrouwen- als aan meisjeslichamen te koppelen, transformeert Blyden de kikker tot vrouw. Zoals de kikker zichzelf aanpast aan het land en water, zo past de vrouw zich aan aan haar partner, haar vrienden en haar directe omgeving. Bovendien kennen we de kikker als sprookjesdier dat gekust moet worden om een betovering te verbreken, zodat hij terug in een prins (dus de gewenste partner) kan veranderen.

R: De kikker staat ook voor het proces dat de ik-figuur doorloopt, hoe ze energie van de buik naar het hoofd brengt. Het is een vruchtbaarheidssymbool voor creatieve kracht en heling.

Kort samengevat vinden we in Dobberen een sterk samenhangende bundel, met verschillende verhaallijnen die elkaar kruisen en aanvullen, songteksten en sprookjes die mee gestalte geven aan het thema van de vrouw die opgroeit in onze hedendaagse maatschappij en hoe zij zich een houding probeert te geven in haar relaties tot de ander. Welke indruk heeft de bundel finaal op jou gemaakt? En is je oordeel over de bundel geëvolueerd naarmate wij er samen dieper zijn ingedoken?

D: In een interview met Charlotte Remarque op het festival Writers Unlimited, dat afgelopen januari plaatsvond, besprak Blyden de roman Laat me nooit alleen (2013) van Kazuo Ishiguro. Volgens Blyden is dit een boek dat met iedere lezing nieuwe inzichten oplevert en de lezer nieuwe aspecten van de roman laat ontdekken. Dobberen vind ik een bundel van hetzelfde kaliber. De thematiek is actueel en herkenbaar voor jonge vrouwen, maar de wijze waarop Blyden die thematiek in verschillende mallen giet, vol onontdekte hoekjes en gaatjes, vind ik zeer knap. Voor deze middag had ik de bundel al meerdere malen gelezen om hem goed in mijn geheugen te hebben, maar tijdens de bespreking viel me vooral op hoe erg mijn eigen perspectief mijn analyses en gedachtes kleurt. De inzichten van Wietse, Ronny en Elise hebben mijn mening verder aangevuld en uitgedaagd. Bovenal kan ik hierdoor niet wachten op nieuw werk van Blyden, want dialogen zoals deze zou ik iedere dag wel willen voeren.

R: Door de verwijzingen naar popcultuur en sprookjes lijkt de bundel Dobberen in eerste instantie lichtvoetig. Vol verwondering over de gelaagdheid heb ik hem herlezen. Mooi genuanceerd in elkaar gevlochten is deze Saga. Tijdens de bespreking werd me nogmaals duidelijk dat het niet nodig is om in dezelfde tijd te zijn opgegroeid om te kunnen genieten van deze woordkunst. Het is interessant om op onderzoek uit te gaan. De inhoud van de gedichten doet ook los daarvan zijn werk. Identificatie als vrouw is makkelijk. Het is een cadeau om me hierin te verdiepen en blij te zijn met de bespreking en de aanvullingen van Delila en Wietze, die tot inzichten op verschillende vlakken hebben geleid.

W: Ik sluit me bij Ronny en Delila aan. Dobberen blijf je lezen en herlezen. Ik ontdekte telkens nieuwe elementen en verschillende lagen uit de belevingswereld van een jonge vrouw.


Totstandkoming

Deze bespreking van de poëziedebuutbundel Dobberen van Sophia Blyden werd geschreven door Delila Dönmez, Wietse Hummel en Ronny Lommen. Zij namen deel aan het traject Welbeschouwd van De Reactor en deBuren, een reeks workshops waarin (beginnende) recensenten elkaar ontmoeten op het ILFU-festival in Utrecht. De deelnemers aan de workshop ‘poëzie recenseren’ volgden een introductie in het recenseren van poëzie bij Elise Vos, lazen de bundel en bespraken hem in een diepgravende dialoog.

Wietse (W) / Ronny (R) / Delila (D)

 

Querido, 2024
ISBN 9789021498676
64p.

Geplaatst op 03/11/2025

Tags: 'Poëzie', ouderschap, Poëzie, populaire cultuur, postkoloniaal, vrouw-zijn, Vrouwelijkheid, Welbeschouwd

Categorie: bespreking, Poëzie

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.