Een blik achter het ezelsmasker

Maria van Barcelona

Bart Koubaa

In Maria van Barcelona schetst Bart Koubaa een beeld van België zoals dat er voor de gemiddelde buitenlander ongeveer moet uitzien, uitgaand van de nationale stereotype beeldvorming. De lezer ziet het land door de ogen van de Catalaanse hoofdfiguur Maria, wier vertelling gekaderd (en onderbroken) wordt door een journalistieke stem die de toestand in België beschrijft en becommentarieert. Zo blijkt België het land van Ensor, waar het lekkere bier rijkelijk vloeit. Een surrealistisch land ook waar spraakverwarring heerst, met een onbegrijpelijke politieke situatie. Het lijkt Koubaa er aanvankelijk vooral om te doen duidelijk te maken dat elk beeld, dat gebaseerd is op clichés, hoogst onbetrouwbaar is en dus niet overeenstemt met de realiteit. Een goed alternatief heeft hij echter niet. De roman onderneemt geen enkele poging om het werkelijke België te beschrijven.

Integendeel, het boek is volledig opgebouwd uit nationale stereotypen, (literaire) gemeenplaatsen en clichématige uitspraken, alsof er geen andere middelen voorhanden zijn om de werkelijkheid adequaat weer te geven. Zo neemt het verhaal bijvoorbeeld de vorm aan van een onoplosbare detective. ‘België zit in een zware crisis.’ De oorzaak is een besmettelijk virus. ‘Een kleine onafhankelijke denktank is van oordeel dat alles begonnen is in een Oostends café, waar een Catalaanse vrouw zich had teruggetrokken nadat ze getuige was geweest van een tragisch ongeval.’ Deze vrouw, Maria van Barcelona genaamd, werd aangehouden ‘op verdenking van het binnensmokkelen van het virus.’ Vervolgens geeft de verteller het woord aan Maria, die zich in café Medusa bevindt, voor ‘een reconstructie’. Ze vertelt ons haar verhaal, in aanwezigheid van ‘inspecteur Boogaerts van de federale gerechtelijke politie van Brussel en mevrouw Lambotte, beëdigd tolk Catalaans-Nederlands’.

Ondanks de pogingen van inspecteur Boogaerts om haar monoloog te sturen, ontaardt de reconstructie al gauw in een eindeloos uitwaaierende vertelling waarin hoofd- en bijzaak niet van elkaar te onderscheiden zijn en de logica vaak ver te zoeken is. Wie zoals de inspecteur het mysterie wil oplossen en op basis van Maria’s woorden de ware geschiedenis wil reconstrueren, zal van een kale reis terugkomen. Dat het gaat om het vertellen zelf en niet om het resultaat, is immers Maria’s overtuiging: ‘Wat daar aan het gebeuren was, dat was magie waarin ik wilde blijven.’ ‘Ik huiver van het resultaat, van de onthulling.’ Is Maria van Barcelona dan niets minder, maar ook niets meer dan een postmodern labyrint, waarin de lezer verstrikt raakt en dient te berusten in het zoeken zonder te vinden? Of gebeurt hier iets anders?

Hoe de inspecteur en de lezer worden belazerd

In het boek wordt aardig geschonken en gedronken, Westmalle tripel, het lievelingsbier van hoofdpersonage en vertelster Maria van Barcelona. Als we het aantal glazen tellen dat zij consumeert, is het geen wonder dat haar verhaal weinig steek houdt en hiaten bevat. Hoe betrouwbaar is iemand die zich op het moment van de feiten bijna continu in een schemertoestand tussen werkelijkheid en verbeelding bevindt? ‘Ik zag dingen. Dingen die er nooit geweest waren, of wel.’ Niet alleen door de alcohol trouwens. Soms ook door de verflucht, vliegenzwammen, muziek, seks, pijn, een overdosis mosselen… Je kunt het zo gek niet bedenken. ‘Het was ondraaglijk, de hoge tonen die de bedelaar uit de fluit wist te halen, de meeuwen, de denderende tram en de flikkerende lichtreclame. Mijn ogen rolden van links naar rechts; Oostende: flipperkast zonder wil.’

Op het moment van de reconstructie lijkt Maria echter bij de pinken. Iets wat niet gezegd kan worden van inspecteur Boogaerts en mevrouw Lambotte, die duidelijk weten van de hitte. ‘Zweetvlekken op de rug en onder de oksels van de inspecteur, de gele das losgeknoopt als een dronken oom op een trouwfeest’. Ter verfrissing serveert Maria hun enkele Westmalle tripels, die ze allebei vlot naar binnen werken. Wanneer de verdachte op de koop toe een plaspauze weigert, wordt het de inspecteur helemaal zwart voor de ogen. En ook haar eindeloos meanderende verhaal blijkt deel van een misleidingsplan. Je zou er als lezer haast zelf van gaan duizelen.

Toch probeer je als lezer nog houvast te vinden in de herkenbare referenties aan onze realiteit: het speelt zich af in Oostende, het land is in de ban van een Mexicaans griepvirus en er heerst een communautaire crisis. Tevergeefs, want de realiteit wordt gemythologiseerd. Niet alleen door ze te reduceren tot stereotype opvattingen, maar ook door ze aan te vullen met elementen uit Bijbelverhalen en de klassieke mythologie. Maria’s zwangerschap en bevalling zijn bijvoorbeeld een parodie op het Bijbelse kerstverhaal, zij het met een reviaanse knipoog. En in Maria herkennen we niet alleen de moeder van Jezus. Ze is ook een mengeling van mythische figuren zoals onder andere Daedalus en Icarus. Af en toe stuit je bijvoorbeeld op een zin als: ‘Ik vloog tot boven de ingang, cirkelde een paar keer rond het karton en landde op het dak van de supermarkt.’

Onbetrouwbaarheid in het kwadraat

Dat er aan het verhaal dat Maria presenteert geen touw is vast te knopen, mag al duidelijk zijn, maar Koubaa doet er nog een schepje bovenop. Zo is ook de taal – of het nu die van het woord of het beeld is – ontoereikend om de waarheid weer te geven. De auteur gebruikt hiervoor de postmoderne techniek van de vertaling. Cruciaal is in Maria van Barcelona de rol van de vertaalster, mevrouw Lambotte. Zij vertaalt het grootste deel van Maria’s verhaal uit het Catalaans. Uit Koubaa’s Lucht (2005) bleek welke impact een vertaalfout kan hebben en hoe snel die gemaakt wordt: één kleine vertaalfout was de aanleiding voor de atoombom op Nagasaki. ‘“Er is iets wat niet klopt, er is iets wat niet klopt…” vertaalt mevrouw Lambotte terwijl ik inspecteur Boogaerts maar vier, vijf woorden hoorde uitspreken.’ De vertaling van Lambotte, die overigens steeds door Maria geciteerd wordt, zorgt met andere woorden voor een zoveelste dimensie van onbetrouwbaarheid in een al extreem onbetrouwbare vertelling.

De verbale taal veroorzaakt dus misverstand op misverstand. Maria heeft meer vertrouwen in beeldtaal. ‘Ik geloof in het beeld, in het oog.’ Fotografie en schilderkunst spelen een belangrijke rol in haar leven en ze spreekt, net als haar vader, graag in metaforen. Ze werkt ook aan een onderzoek over lichaamstaal. Haar studie komt haar overigens goed van pas, want buiten de fameuze begroeting, ‘Ah, vliegn de keuns ol uut?’, begrijpt ze geen woord Oostends of Nederlands. Maria oefent zich in het kijken. Het motto van haar promotor luidt dan ook: ‘We veranderen door te kijken.’ De ironie wil natuurlijk dat er helemaal niets verandert wanneer je gewoon toekijkt – behalve dan dat je er inzicht mee verwerft – en dat heeft Maria aan den lijve ondervonden toen ze getuige was van een dodelijk ongeluk.

Zoals ze de gedachten van haar studieobjecten leest op basis van foto’s, zo reconstrueert Maria ook haar eigen gedachten en herinneringen. Alles bevindt zich namelijk op de geheugenkaart van haar fototoestel (en in een schetsboekje). Wanneer Boogaerts en Lambotte afwezig of verstrooid zijn, spreekt ze de lezer – ook aanwezig op de reconstructie in café Medusa – persoonlijk toe en geeft hem of haar een unieke kijk op de feiten. Ze stopt de geheugenkaart in het fototoestel van de lezer en laat de beelden zien, ‘omdat u ze anders niet zou geloven.’ Zo zouden we met onze eigen ogen haar onschuld kunnen vaststellen en wordt de lezer/toehoorder een kijker, die Maria’s verhaal op het lcd-scherm kan volgen. Toch zijn de beelden niet betrouwbaarder dan de woorden. ‘Dikwijls, toen ik ze terugspoelde in de caravan, ontrolde zich een heel ander verhaal.’

M-theorie: unificatie en de zoektocht naar de oorsprong

Onder het mom van de wetenschap wordt de ondertussen wanhopige lezer nog een theorie aangeprezen die een waarheid (of zelf meerdere waarheden!) in pacht zou hebben. De verleiding is dan ook groot heil te zoeken in de ideeën van professor Guardiola. Hij houdt zich bezig met het ontrafelen van de M-theorie, ook wel bekend als ‘de theorie van alles’. Doel van deze theorie is ‘de vier fundamentele natuurkrachten met één universele basistheorie […] te verklaren.’ De M-theorie is een unificatietheorie. Dit betekent concreet dat men twee elkaar tegensprekende theorieën met elkaar moet trachten te verzoenen (de relativiteitstheorie en de kwantummechanica). De M-theorie zou ons in staat stellen de hele kosmos in kaart te brengen. Op die manier zouden we dan de oorsprong van het heelal, het mysterie van de Big Bang, kunnen achterhalen 1). Tussen haakjes, de naam Guardiola verwijst uiteraard naar de (vergoddelijkte) trainer van F.C. Barcelona, het team bij uitstek dat weet wat unificatie betekent.

Het gedachtegoed van Guardiola is in de roman duidelijk dé uitverkoren manier om de gebreken van de taal en de daaruit voortvloeiende onmacht om de werkelijkheid te ontraadselen, te relativeren. Hoe mooi de theorie van professor Guardiola ook klinkt, de ultieme lezing die alle tegenstellingen verzoent en dus alle facetten van het boek zou kunnen verklaren, is (vooralsnog) te utopisch en idealistisch. De M-theorie staat nog maar in haar kinderschoenen. De lezer moet zich dus niet vastpinnen op die ultieme waarheid, maar zoals de natuurwetenschappers ook doen, uitgaan van meerdere mogelijke (desnoods tegenstrijdige) deelwaarheden die zich tegelijkertijd voordoen. Die deelwaarheden zijn overigens relatief, want in grote mate bepaald door de individuele lezer. ‘M. is niet op de absolute waarheid gebaseerd,’ meent professor Guardiola, ‘maar op ons.’ Wie een beetje vertrouwd is met de M-theorie herkent hierin gelijkaardige uitspraken van wetenschapper Stephen Hawking 2).

Ook de stereotype en clichématige bouwstenen van de roman voldoen helemaal aan het grondbeginsel van de M-theorie: elke werkelijkheid is beeld- of theorieafhankelijk 3). Maria van Barcelona blijkt een ode aan de M-theorie te zijn. Al lijkt het er sterk op dat Hawkings theorie in de roman en zeker in de mond van professor Guardiola geïroniseerd wordt. Het is toch in elk geval een erg ludieke ode.

Een postmoderne parodie op de postmoderne roman?

Dit alles wel beschouwd, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Koubaa deze roman in een wel erg opzichtig postmodern jasje stopt, een postmodern ‘fluo hesje’ zowaar. Maria is het prototype van de postmoderne verteller. Ze houdt niet van ontraadseling, maar van het eindeloze vertellen, waarbij ze haar toehoorder maar al te graag om de tuin leidt. Haar reconstructie van de feiten is uiterst onbetrouwbaar en bestaat uit meerdere mogelijke versies van de werkelijkheid. De inspecteur is dan weer het prototype van de gefrustreerde lezer die hoorndol wordt van Maria’s verhaal. Kortom, ook de postmoderne opvattingen en technieken worden als gemeenplaatsen gebruikt. Daarom ruikt dit boek naar een postmoderne parodie op het postmodernisme.

Vooral het postmoderne relativisme lijkt onderwerp van kritiek. De journalistieke stem die tussentijds commentaar levert bij de Belgische actualiteit geeft zijn mening nooit zonder die onmiddellijk te relativeren en als futiel weg te wuiven. ‘Maar wie ben ik […].’ Ook Guardiola’s motto – ‘we veranderen door te kijken’ – wijst op een passieve mentaliteit, die afgestraft wordt door een dodelijk ongeluk. Als we alle hoop op de M-theorie moeten zetten, om een weg uit ‘het labyrint’ te vinden, kunnen we nog lang wachten. In dat opzicht is het boek een pleidooi voor actie. Welke actie? Dat is dan weer bijzaak.

Noten

1) Een recent en toegankelijk boek voor wie meer over M-theorie wil weten is: Stephen Hawking & Leonard Mlodinov, Het Grote Ontwerp: Een nieuwe verklaring van het universum, Amsterdam, Bert Bakker, 2010.
2) De idee dat M. bepaald wordt door ons vind je bijvoorbeeld in Hawking: 2010, p. 174.
3) Dit heet het principe van het ‘modelafhankelijk realisme’. (Hawking: 2010, p. 49)

Links

Querido, Amsterdam, 2010
ISBN 9789021438849
308p.

Geplaatst op 18/03/2011

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.