Het had een geweldige novelle kunnen zijn

Vertedering

Jamal Ouariachi

Aan het begin van Jamal Ouariachi’s roman raakt de naamloze protagonist vertederd door een stel kittens in een doos, achtergelaten door een onbekende. Het is deze wat bedaarde geëmotioneerdheid die allerlei handelingen, toestanden en gebeurtenissen tot gevolg heeft en een groot deel van deze lijvige roman aanjaagt. Oppervlakkig beschouwd gaat het verhaal over geworstel met de liefde, en dan wel van een man rond zijn dertigste jaar, in het Amsterdam van 2011 en 2012. Dat vermoed ik althans, er wordt aan de overkapping van de nieuwe Amsterdamse streekbusterminal gewerkt, maar het nieuwe Filmmuseum is nog niet af.

De hoofdpersoon is een antiheld met wat je een wetenschapstechnologisch wereldbeeld zou kunnen noemen. Hij beschouwt zichzelf als een ‘keurig politieke correcte modelburger’. Verder is hij een vaak best vermakelijke sukkelaar die zijn studie filosofie niet heeft afgerond en na een mislukt avontuur als kroegbaas post sorteert. De vertedering contrasteert met de woedeaanvallen waar deze zelfbenoemde ‘modelburger’ aan lijdt. In zijn relaties met vrouwen heeft hij namelijk last van ‘losse handjes’. Die zorgen ervoor dat twee relaties mislukken.

Om de mooie vrouw Zerline terug te winnen onderwerpt hij zich aan een uitgebreide zelftherapie. Hij doet zijn best om van zijn agressie af te komen, maar nadat zijn ex-geliefde hem boos meedeelt dat hij helemaal geen psychisch probleem heeft (en dus al die zelftherapie vergeefs is geweest), lijkt hij zich aan het slot van de roman toch wel te kunnen neerleggen bij het idee dat hij tot zichzelf veroordeeld is, zonder ‘kern of “essentie”’ zoals het eerder geformuleerd wordt, volgens de verteller de mens zoals Richard Rorty hem ooit beschreven heeft. Zijn probleem lijkt vooral te zijn dat hij zozeer door zijn eigen zielenleven in beslag wordt genomen, dat hij blind is voor de ander. Kernloosheid en narcisme als symptomen voor hoogopgeleide jonge mannen van nu, althans de hoogopgeleide mannen die voldoen aan dit profiel: ‘Liberaal. Vrijzinnig. Modern. Geëmancipeerd. Pro abortus, pro euthanasie, pro homohuwelijk. Tegen discriminatie op basis van etniciteit, geslacht, seksuele voorkeur.’ Wie op D66 of GroenLinks stemt, heeft in elk geval een probleem, al is volgens mij de hele Westerse wereld geboren na WO II behoorlijk kernloos.

Intussen worden hele alinea’s gewijd aan (vooral) de Amerikaanse cinema, zo veel dat je begint te denken dat Ouariachi zijn roman (en wellicht ook het leven) beschouwt als een verzameling voetnoten bij de geschiedenis van de cinema. Alleen de openingsscène al doet denken aan die van Paul Thomas Andersons Punch Drunk Love, waarbij de piano vervangen is door een doos poezen (deze film wordt niet genoemd in het boek maar Boogie Nights, een andere film van Anderson, wel). De neurotische redeneringen doen denken aan Woody Allen, die ook met naam en toenaam wordt genoemd. Een van de personages merkt op dat films onze realiteit construeren. Een interessant ‘thema’ dat voor mij best het zwaartepunt van de roman had mogen vormen. Dan was deze uitleg overbodig geweest: ‘Het gaat erom hoe mensen over zichzelf denken door het medium film in het algemeen. We zijn gaan praten in termen van filmervaringen.’ Maar de roman moest ook over liefde gaan, een euvel waar ook Robert Jan Westdijks Het echte leven aan lijdt.

De roman is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel wordt besteed aan een relatie die op de klippen loopt: vrouw wordt op voetstuk gehesen, verliefdheid neemt af, vrouw gaat weg. In het tweede deel neemt de man vrij van zijn saaie baantje voor de reeds genoemde zelftherapie. Ik vond deze eerste twee delen niet zo interessant. Te veel ruimte voor de neurotische overwegingen van de hoofdpersoon, te veel realisme, te veel kantoorscènes die na Jiskefet en The Office geen indruk op me konden maken, en toch ook wel te weinig bijzondere taal. Niet dat Ouariachi slecht formuleert, maar dat wordt in de loop van de roman wel minder. Over een kattenhoofdje schreef hij aanvankelijk nog mooi: ‘Met een voorzichtige wijsvinger streelde hij over het hoofdje, zo klein dat je het met een pico-belloteken kon omvatten.’ Dit beviel me ook erg: ‘Colbertjasjes hingen gebocheld over de rugleuningen van stoelen, in de steek gelaten door hun eigenaren.’ Maar Ouariachi onderscheidt zich stilistisch verder nauwelijks, behalve door een gebruik van elliptische formuleringen aan het begin van een nieuw hoofdstuk dat erg op de zenuwen gaat werken: ‘Het ijs. In scherven en brokken dreef het in het zwartgroene water, aan stukken gedrukt door de vernietigende kracht van een ijsbreker.’ Die ‘vernietigende kracht’ had ook geschrapt moeten worden. Verderop: ‘Dooi. De winter die lange tijd maar geen winter had willen worden was na twee weken alweer voorbij.’ En: ‘Tien uur. Ochtendronde.’ Laatste voorbeeld: ‘Zaterdag: wekelijks hoogtepunt in het leven van de kantoorurenwerkende consument.’

Daar komt bij dat andere personages nauwelijks worden uitgewerkt. Waarom de mooie Zerline op de hoofdpersoon valt, wordt wel meegedeeld, maar niet invoelbaar gemaakt. Er is een zus die slechts als burgerlijk decorum siert. Een idiote collega, genaamd Harry: ook decorum. De moeder verdiept zich in new-age, maar dat komt in de scènes waarin zij figureert eigenlijk niet voren. Het wordt meegedeeld. Ook de kroegbuddies van de hoofdpersoon blijven vlak. Als kleine satellietjes cirkelen ze allemaal om de loeigrote psyche van de hoofdpersoon. Wellicht passend bij deze narcistische figuur, maar wel eentonig.

Het derde deel is wat mij betreft het interessantst. Een onnozele vrouwelijke collega openbaart haar verliefdheid aan de hoofdpersoon, waarna hij haar zover krijgt een soort metarelatie met hem aan te gaan. In die relatie speelt de onnozele vrouw telkens de rol van zijn exen in scripts die hij bedenkt, geïnspireerd op relaties die wel iets voor hem betekend hebben, uiteraard allemaal in het kader van de zelftherapie van de hoofdpersoon. Ondertussen hebben die twee natuurlijk ook een ‘echte’ relatie met elkaar. Een prachtige en originele vondst die tot mooie en grappige passages leidt. Eigenlijk had Ouariachi dit laatste deel als aparte novelle moeten publiceren. Dan had Vertedering een geweldig boek kunnen zijn.

Tot slot een huishoudelijke mededeling: Vertedering viel als gevolg van een slechte bindwijze tijdens het lezen uit elkaar. Dit is me trouwens, sinds ik af en toe kritieken schrijf voor dit platform, al vaker overkomen. Voor een boek waarvoor de uitgever zo’n 20 piek vraagt, mag je toch verwachten dat de rug niet al bij pagina 76 loslaat.

Querido, Amsterdam, 2013
ISBN 9789021446738
256p.

Geplaatst op 03/05/2013

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.