Je kunt nooit weten

Ter plekke. De ultrakorte verhalen tot nu toe

Armando

‘Kijk uit dat het kind niet in het water valt.’
‘Welk water,’ zei de geschrokken vrouw.
Inderdaad was er zo gauw geen water te bekennen, hoewel het aardoppervlak er voor tweederde uit bestaat.
Ze nam het kind vlug bij de hand, om zich ermee uit de voeten te maken, zonder om te kijken en me alsnog te bedanken.

Bovenstaand verhaaltje diende zich zomaar aan, nadat ik was opgestaan van een bank aan de rand van een stadsplein, eigenlijk een groot grasveld, waar ik een tijdje in de zon had zitten lezen. Nee, niet zomaar, want er zat een vrouw op de bank naast de mijne in een tijdschrift te bladeren, terwijl haar kind verderop speelde of zoiets. Nee, niet zomaar, want ik had zitten lezen in Ter plekke. De ultrakorte verhalen tot nu toe van Armando (1929).

Ik denk nu allerminst dat bovenstaand tekstje een typisch Armando-verhaaltje is, maar ik weet wel zeker dat Armando’s taal een tijdje die van mij en daarmee mijn waarneming van mezelf en mijn omgeving kan beïnvloeden.

In Ter plekke zijn Armando’s ‘verhaaltjes’ verzameld die hij vanaf 2003 in zes afzonderlijke boekuitgaven publiceerde, aangevuld met 149 nieuwe teksten. Dat is niet gering. Armando is scheutig met beknoptheid.

Iets paradoxaals hebben steevast ook zijn teksten. Bomen, dieren en natuurverschijnselen hebben er vaak iets antropomorfs. Zo kan de nacht handen hebben en kan een beekje trots stromen. Ook kunnen dieren meer dan eens praten. Maar het meest paradoxale is vaak de verteller. Die kan namelijk het woord voeren terwijl hij zegt dood te zijn: ‘Ik was op slag dood’ of ‘Helaas kan ik niet meer onder woorden brengen hoe ik gedood werd’ of ‘Bovendien ben ik allang niet meer in het land der levenden, ik kijk wel uit, ik moet er niet aan denken.’

Je zou ook kunnen zeggen dat de verteller daarmee een tussenpositie inneemt, een bestaan leidt tussen de levende mensen en de doden in, dat hij als het ware spreekt vanuit de voorstelling al overleden te zijn. Daardoor is het mogelijk distantie te houden of te veinzen om het doen en laten van mensen te kunnen observeren. Want terwijl de verteller de mensen gadeslaat en daarbij niets anders dan hun levende taal gebruikt, rekent hij zichzelf niet (meer) tot hen, althans niet helemaal. ‘Mensen, wat zijn dat voor lui,’ kan hij derhalve zeggen, ‘wat doen ze toch, wat voeren ze in hun schild. Volgens mij zitten ze vol streken.’ Hij neemt voortdurend de positie van een relatieve buitenstaander in. ‘Ik ben waarschijnlijk geen mens,’ merkt hij ergens op. Wat of ik dan wel ben? Ik hou me niet bezig met onbenulligheden.’

Paradoxaal is daarbij ook de verwondering van de verteller over wat hij allemaal waarneemt en zich erover afvraagt. Het is alsof hij deze vragen zelf al voor waarnemingen en vaststellingen houdt, het lijkt erop dat vragen veelal conclusies of duidingen zijn en dus geen antwoord of oplossing meer nodig hebben, simpelweg omdat er geen sluitende uitkomsten bestaan – vandaar ook het opvallend vaak ontbreken van een vraagteken achter een vragende zin.

Het is, denk ik, dit zich verwonderende constateren of dat constaterende zich verwonderen vanop enige, kunstmatig, dus artistiek ingenomen afstand, waardoor de verhaaltjes en dialogen van Armando bij machte zijn niet alleen hun verteller maar eveneens hun lezer zichzelf en de wereld om hem of haar heen te laten ervaren als heel wat minder voor de hand liggend en vanzelfsprekend dan algemeen wordt verondersteld en daarmee als aangenaam vertrouwd wordt ervaren. Bestaat er wel zoiets als een ‘echte’ of ‘ware’ werkelijkheid? En de zogenaamde natuurwetten dan? ‘Zouden er wetten bestaan? Is de natuur gehoorzaam?’

ECHT
Ik zou wel eens willen weten wat de echte werkelijkheid is. Ik heb met zoveel werkelijkheden te maken, dat het me soms duizelt.
Bestaat er wel een echte werkelijkheid? Zo ja, laat ze zich dan melden, want al die werkelijkheden om mij heen brengen mij in vertwijfeling.

Bovenstaande doet me glimlachen en denken aan Warum es keine Welt gibt (2013) van de jonge Duitse filosoof Markus Gabriel, volgens wie er ‘grenzeloos veel zinvelden’ (Sinnfelder) bestaan ‘omdat er geen allesomvattend zinveld kan bestaan.’ Het onderstaande herinnert me dan weer aan Witold Gombrowicz, die in zijn vraaggesprekken met Dominique de Roux, naar aanleiding van zijn roman met de veelzeggende titel Kosmos, opmerkt dat het feit hij vijf vingers aan zijn hand heeft hem bang maakt: ‘Waarom vijf? Waarom niet 327.584.598.208.854? En waarom niet ieder aantal gelijk? En waarom, tenslotte, vingers?’

TWAALF
‘Mijn huidige voordracht,’ zo begon ik, ‘gaat over de twaalf elementen.’
En ja hoor, meteen vroeg een brutaal iemand waarom er van twaalf sprake was.
Ik keek verbouwereerd op. Hè? En weer werd met enig ongeduld de vraag herhaald: waarom twaalf.
[…]
Eindelijk vond ik de moed om naar het publiek te kijken. Toen drong het tot me door dat de zaal leeg was. Later hoorde ik dat de toehoorders lachend en hoofdschuddend weggelopen waren.
Daar stond ik.
Hoe kwam ik eigenlijk bij twaalf. Waarom niet elf of tien. Of voor mijn part zesentwintig. Nee: twaalf. Achteraf vind ik dat best een beetje vreemd.

Enerzijds is er bij Armando de bevreemding die weinig of niet troostend is en daardoor wel eens naar een sluitende logica of een fundamenteel geloof kan doen verlangen, anderzijds wordt elke hoop in die richting onverbiddelijk als illusie of kwalijk zelfbedrog afgeserveerd. Het antwoord op het ‘waarom’ van het leven is wellicht een simplistisch ‘daarom’:

SCHULDIG
Ik heb net gelezen over mensen die men schuldig acht, maar die zichzelf, uiteraard zou ik haast zeggen, niet schuldig vinden. Natuurlijk, ze willen hun leven rekken. De vraag luidt: waarom willen ze hun leven rekken, waarom toch.
Zeg je ‘daarom’? Ja, daar zou je misschien wel es gelijk in kunnen hebben.

Het ligt voor de hand dat in dit licht de mensheid geen goed figuur slaat. ‘Als men van lawaai houdt,’ heet het ergens, ‘houdt men van mensen,’ want ‘lawaai maken is hun voornaamste bezigheid, […] ze zijn als de dood voor stilte.’ En natuurlijk – maar wat betekent hier ‘natuurlijk’? – staan de mensen elkaar naar het leven, uit naam van een overtuiging of zomaar, natuurlijk… ‘Je zal maar geboren worden en even later sneuvelen omdat een ander dat zo graag wil, het is steeds een ander die iets wil, je hebt zelf weinig te vertellen.’ Of elders:

De geschiedenis van de mensheid bestaat uit een aaneenschakeling van oorlogen. […] Ze vervolgen elkaar, ze roeien uit, ze vernietigen. En de natuur krijgt er ook van langs. Maar ondanks alles zijn er mensen met kolossale oren op die dag en nacht aan het luisteren zijn naar mogelijke geluiden uit het heelal, geluiden van levend wezens elders. Je kunt nooit weten.

Het ‘beramen’ dat de mensen aldoor ten opzichte van elkaar doen, heeft intussen alles te maken met het gebruik van taal, met benoemen en categoriserend vastpinnen. ‘Er is geschreeuwd, van angst, van pijn of van haat want, zo luidde de opdracht: de tegenstander is geen mens, maar een vijand.’

Nu kan zo’n verteller op distantie, met zijn gespeelde naïviteit of geveinsde dood, gemakkelijk zat zichzelf ook moreel als buitenstaander, dus vrij van waardeoordelen opstellen. In zekere zin gebeurt dat ook, vaak met slotopmerkingen als ‘Daar heb ik geen verstand van’ of ‘Ik bemoei me er niet meer mee.’ Maar het curieuze en fenomenale aan de dialogen en verhaaltjes van Armando is, dat juist hun quasi-afstandelijkheid en schijnbaar objectief registreren iets schrijnends en beklemmends teweegbrengen. Een goed voorbeeld hiervan is dit tekstje, in feite een aanklacht tegen de behoefte van mensen om hun ogen voor elkaars daden te sluiten:

KINDEREN
De ouders werden verzameld, en toen ze allen bijeenstonden, werden hun kinderen tevoorschijn gehaald en voor hun ogen doodgeschoten. Dat was dat.
Natuurlijk heeft bovenstaand gebeuren plaatsgevonden, en het vindt nog steeds plaats. Jij hebt liever dat het niet gebeurd is, nu, dan is het niet gebeurd. Ik zal er niet meer over spreken. Dat wil je toch?

Maar tegelijkertijd staat er, mede door het veelvuldige gebruik van spreektaal, ook veel absurds, kluchtigs en droogkomisch in Ter plekke. Het legendarische Herenleed is meestal niet ver weg. En daarmee ook de weemoed. ‘Het is weemoed die mij parten speelt,’ staat er ergens, ‘een brok verlangen naar vervlogen sprookjes.’ En ook een verlangen naar oprechtheid en schoonheid, juist fenomenen die door Armando met argwaan worden bejegend. Met name het voor mensen ontoegankelijke wordt als mooi ervaren: ‘Er is heel wat moois op de wereld, maar ik hou het voorlopig op de stenen en het gebergte.’ Ook bomen, die meer dan eens in Armando’s proza figureren (‘Prachtig woord, hè: een boom.’), worden als mooi, want als oprecht (ook in de letterlijke betekenis) en schier ongenaakbaar beschouwd: ‘Door hun onomstotelijkheid vind ik de bomen op z’n minst een wonder: ze groeien rechtstreeks omhoog. Ik heb de neiging ze mooi te vinden.’

Zoals Armando stilstaat bij stenen en bomen, net zoals bij het rinkelen van de telefoon of, ik noem maar wat, bij een pruik, staat hij stil bij woorden. Het ene stilstaan kan gewoon niet zonder het andere, en vice versa. Het enige wat je als talig wezen kunt doen is dat proces manifest maken, de taal ondervragen middels de taal.

EEN WOORD
‘Ontbijtkoek.’
‘Wat is er met ontbijtkoek?’
‘Niks. Zomaar een woord.’
‘Weet je wat ook een woord is? Nekslag.’
‘En wat dacht je dan van nekschot.’
‘Ook een woord.’
‘We zijn omringd door woorden, wist je dat?’
‘Ja, dat wist ik.’
‘Ik noem nog een woord: luchtalarm.’
‘Wat is dat?’
‘Een woord.’
‘O.’

Zodoende zet Armando met de taal zelf dat wat die taal almaar door en voor mensen probeert te fixeren, voortdurend op losse schroeven of in de contramine. En hij doet dit op een onmiskenbare Armando-toon, zonder de indruk te wekken ooit qua aanleidingen uitgeput te raken of in onnodige herhalingen te hoeven vervallen. Wat een aanstekelijk gul boek is Ter plekke dan ook! Misschien komt dat doordat het weet dat er niet één wereld is, maar er talloze werelden zijn? En misschien zijn er nog wel veel meer. Je kunt nooit weten.

Links

Atlas Contact, Amsterdam, 2014
ISBN 9789025444198
544p.

Geplaatst op 17/10/2014

Naar boven

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.