Essays

Houdt u ook zo van Armando?

Zoals dat in onze tijd gaat, was de aanleiding tamelijk futiel. Het herinneringscentrum Kamp Amersfoort wilde een voorstelling organiseren rond de vorig jaar overleden schrijver en beeldend kunstenaar Armando. Het leek best veelbelovend, met bijdragen van cineast Cherry Duyns en de accordeonist Oleg Lysenko. Maar de voorstelling werd afgelast, of althans, de voorstelling gaat ergens komende herfst plaatsvinden in een Amersfoorts theater, niet in het herinneringscentrum. Waarom is niet bekend. Wel is bekend dat er een nogal marginale antifascistische organisatie geprotesteerd had tegen het voornemen, omdat Armando de SS bewonderd zou hebben. Als bewijsplaats voerde de organisatie het boek De SS’ers (1967) aan, waarin Armando samen met Hans Sleutelaar Nederlandse vrijwilligers voor de Duitse Waffen-SS commentaarloos hun verhaal lieten doen. De directeur van Kamp Amersfoort ontkent echter dat het protest bij de beslissing een rol gespeeld heeft.

Een en ander vormde desalniettemin aanleiding voor furieuze reacties van Tommy Wieringa en Wiljan van den Akker. Wieringa lijkt zeker te weten dat de afzegging wel te maken heeft met het protest en stelt haar vervolgens op één lijn met twee andere recente kwesties, namelijk de afzegging van de Egyptische feministe Mona Eltahawy aan het Amsterdamse debatcentrum De Balie en het protest tegen een lezing van Paul Cliteur aan de Rijksuniversiteit Groningen, om vervolgens te concluderen dat de vrijheid van meningsuiting bedreigd wordt. Van den Akker verdedigt De SS’ers als een onbevangen vlootschouw van de drijfveren van fascisten en vernieuwend literair werk, vergelijkt Armando in positieve zin met Lucebert, om ten slotte te beklagen dat Armando zich niet meer kan verdedigen.

De auteurs zijn niet de minsten. Wieringa is bestsellerauteur en schrijft de meest prestigieuze column boven de Moerdijk, Van den Akker is een vooraanstaand professor in de neerlandistiek en een sleutelfiguur in de Nederlandse academie – zo was hij onder meer voormalig directeur onderzoek van de KNAW. Toch is geen van beide reacties naar mijn idee erg sterk. Wieringa vergelijkt appels met peren en citroenen. Allereerst omdat een voormalig concentratiekamp een geheel andere symbolische waarde heeft dan een debatcentrum of een universiteit. Wat in een debatcentrum interessant of vernieuwend is, kan in een voormalig concentratiekamp wanstaltig zijn. Universiteiten spelen op hun beurt weer een hele andere rol in onze maatschappij dan debatcentra. Een eerbetoon is ook geheel iets anders dan een debat of een lezing. Wat de kwesties wel gemeen hebben, is dat in geen geval de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Nog steeds kan iedereen De SS’ers lezen, bewonderaars kunnen nog altijd naar het eerbetoon aan Armando. De mensen die in De Balie met Eltahawy in debat hadden willen gaan, kunnen daar nog steeds terecht en ook Eltahawys werk is nog steeds voor iedereen toegankelijk. Cliteur is bijna wekelijks vertegenwoordigd in talkshows en opiniepagina’s, dus geen studentenprotest zal de toegang tot zijn denken onmogelijk maken.

De reactie van Van den Akker is even onprecies als autoritair. Zo beweert hij dat hij in de jaren tachtig ‘eigenlijk’ geen college over De SS’ers mocht geven. Wat betekent hier ‘eigenlijk’? Kennelijk was er geen formeel verbod, maar wat dan wel? Keken zijn collega’s hem scheef aan? Sprak een superieur hem erop aan? Het blijft onduidelijk, maar dat weerhoudt Van den Akker er niet van om het bestaan van dit ongrijpbare taboe een alinea lang uit te leggen. Daarbij gebruikt hij verklaringen die op z’n minst curieus te noemen zijn. Zo stelt hij dat dat Armando en Sleutelaar ‘de kale werkelijkheid al kunst genoeg vonden’ en dat ‘ze de grenzen tussen Low en High Culture echt probeerden te doorbreken (iets wat de Vijftigers claimden, maar niet deden)’. Waarom maakt dat begrijpelijk dat het in de jaren tachtig kennelijk een probleem was college te geven over De SS’ers? En vooral: hoe weerlegt het de suggestie dat Armando sympathie voor het nationaalsocialisme zou hebben gehad, een suggestie die blijkens de titel van Van den Akkers stuk ‘misselijkmakend’ zou zijn? Een suggestie die trouwens niet aan de orde is, omdat het protest tegen een eerbetoon voor Armando hem niet van sympathie voor het nationaalsocialisme betichtte maar van bewondering voor de SS, wat toch echt verschillende dingen zijn.

Toegegeven: de argumentatie die de antifascistische organisatie op haar website publiceerde is niet buitengewoon diepgravend. Maar enig wantrouwen in de omgang met De SS’ers lijkt me wel op z’n plaats. Je kunt best argumenten aanvoeren waarom het problematisch is om mensen die hebben meegewerkt aan een van de grootste misdaden uit de geschiedenis zonder enige vorm van commentaar hun verhaal te laten doen, zeker als daarbij ruim baan geboden wordt aan hun antisemitische complottheorieën. Natuurlijk kan een morele veroordeling de verwerving van kennis in de weg staan en natuurlijk is kennis over de drijfveren van misdadigers noodzakelijk om misdaden in de toekomst te voorkomen. Maar niet elke vorm van commentaar is bevoogdend of moralistisch, om nog maar te zwijgen van het weerleggen van aantoonbare leugens. Verder is het zeer de vraag of Armando en Sleutelaar daadwerkelijk geïnteresseerd waren in de drijfveren van de SS-ers die ze voor hun boek interviewden. Of althans, in hun ideologische keuzes.

Als de twee auteurs jaren later in een interview terugkijken op het project, suggereren ze dat het boek twee inzichten heeft opgeleverd. Het eerste inzicht betreft het gevaar dat van ‘idealisme’ uit zou gaan. Mensen die een visie van een andere, in hun ogen betere wereld hebben, zouden in hun ambitie die visie te verwerkelijken maar al te snel geneigd zijn de realiteit met geweld naar hun hand te zetten, wat een wereld zou opleveren die haaks staat op het ideaal dat ze voor ogen hadden. Ik weet dat dit idee zo’n beetje het geloofsartikel van de huidige politieke common sense is, zeker in Nederland, maar het is een dooddoener van jewelste: hoe onrechtvaardig of wreed het status quo ook is, het kan altijd gerechtvaardigd worden – het streven naar een betere wereld zal immers alleen maar in meer onrecht en wreedheid resulteren. Met betrekking tot het nationaalsocialisme versluiert het idee van blind idealisme bovendien dat onrecht en wreedheid vanaf het prilste begin in de beweging besloten lagen, wat heet: gekoesterd werden. De NSDAP is voortgekomen uit paramilitaire organisaties die na de Eerste Wereldoorlog werden ingezet om socialistische arbeiders te vermoorden. Hitler en de zijnen hebben er nooit een geheim van gemaakt dat ze hun politieke doelen – eliminatie van het Jodendom, ontmanteling van de democratie en de rechtstaat, vernietiging van het socialisme en de uitbreiding van het territorium van de Duitse staat – met geweld wilden verwezenlijken.

Dan het tweede inzicht. Armando en Sleutelaar suggereren dat het lidmaatschap van de Waffen-SS voor jonge mannen een mogelijkheid was om tegen hun ouders in opstand te komen en te ontsnappen aan de saaie omgeving waarin ze opgroeiden. De mannen in hun boeken zouden niet veel anders geweest zijn dan jongeren die in een kraakpand gaan wonen of aan de drugs gaan – romantisch, rebels en hongerig naar avontuur. Met name Armando benadrukt hoe ‘normaal’ en ‘helemaal niet fout’ de jongens uit zijn omgeving waren die zich aansloten bij Hitlers moordbendes. Hoe zich die normaliteit verhoudt tot het ‘idealisme’ waarmee de jongeren behept waren blijft onduidelijk, waardoor ook dit inzicht een vergoelijkend karakter heeft. Ook is het de vraag of je om tot dit inzicht te geraken een boek moet maken waarin SS-ers zonder enig weerwoord hun schanddaden kunnen goedpraten.

Er is, kortom, wel degelijk aanleiding voor een politieke discussie over De SS’ers. Die discussie lijkt me ook van belang nu we in een tijd leven waarin allerlei fascistoïde ideeën opnieuw doordringen tot het hart van onze democratische instituties en neonazi’s steeds regelmatiger aanslagen plegen op joden, moslims en socialisten. Heeft het boek in deze tijd een andere betekenis dan in de tijd waarin het verschenen is? Zou je kunnen stellen dat het literaire procedé dat Armando en Sleutelaar toepasten gefaald heeft? Is de politieke houding van de auteurs in het licht van de huidige ontwikkelingen naïef gebleken? Het zijn allemaal belangrijke vragen en het zoeken naar antwoorden is niet alleen vanuit maatschappelijk en literair oogpunt belangrijk, het voegt ook alleen maar betekenis toe aan het werk van Armando en Sleutelaar – een minder flatterende betekenis misschien, maar toch: betekenis, en daarmee waarde.

Wieringa en Van den Akker zien die waarde niet, of willen haar niet zien. Voor hen loopt een politieke discussie over literatuur uit op een morele veroordeling van de auteur Armando (en Sleutelaar) als zodanig en daarmee op censuur. Op basis waarvan ze tot die veronderstelling komen, ontgaat me volledig. Zo is er helemaal niemand die nog kan ontkennen dat Richard Wagner een virulente antisemiet was, of dat zijn esthetiek vooruitliep op de megalomane kunstopvattingen van de nazi’s. Toch kun je vrijwel elke week wel ergens in Europa naar een opera van Wagner gaan luisteren. Heidegger, Céline, Jünger – alle felle politieke discussies over hun werk ten spijt wordt het nog steeds gepubliceerd, vertaald en onderzocht. Dodelijk voor literatuur is juist het uitblijven van discussie, het stoppen met zoeken naar nieuwe betekenissen.

Dat is echter precies waar het betoog van Wieringa en Van den Akker op uitloopt. Ze lijken een opvatting van literatuur te hanteren waarbij de enig mogelijke relatie tot het werk er een van mateloze bewondering is. Al het andere is taboe. Paradoxaal is dat dit taboe wordt uitgesproken in naam van de vrijheid. Wat is dat immers voor een vrijheid, die zich keert tegen protest, tegen kritiek, tegen suggesties zelfs? Het adjectief dat mij het best lijkt passen is museaal. In het museum is de geschiedenis immers voltooid, is de discussie besloten en zijn de dingen in hun betekenis onaanraakbaar geworden. Het is een plek van rust, orde en helderheid – een mooie plek, als geheugen van de beschaving onmisbaar, maar geen plek voor literatuur. Voor democratie al evenmin.

Geplaatst op 20/05/2019

Tags: Armando, De SS'ers, Hans Sleutelaar, Idealisme, Wiljan van den Akker

Categorie: Essays

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.