Kleverig stof

The Marriage Plot

Jeffrey Eugenides

In Madame Bovary suggereert Flaubert dat de romantische verlangens van Emma, die zoals bekend tot haar ondergang leiden, een literaire oorsprong hebben. Als kind wordt ze door haar vader geregeld ondergebracht in een klooster, waar ze verhalen leest over geliefden, kastelen, maneschijn, donkere wouden en ‘mannen dapper als leeuwen, zacht als lammeren, deugdzaam zoals niemand het is, altijd goed gekleed, en die huilen als fonteinen.’ ‘Gedurende zes maanden,’ schrijft Flaubert, ‘toen ze vijftien was, bevuilde Emma haar handen met het kleverig stof van deze oude bibliotheken.’ In zijn nieuwe roman The Marriage Plot gaat de Amerikaanse auteur Jeffrey Eugenides met dat besef verder: we worden allemaal gedreven door verhalen, we verlangen alleen wat we al eerder gelezen en gehoord hebben, onze handen hangen levenslang vol met vettig stof – een van de motto’s van het boek is van Rochefoucauld: ‘People would never fall in love if they hadn’t heard love talked about.’

De Emma van Eugenides heet Madeleine; ‘To start with, look at all the books’ is de zin die haar introduceert. Het eerste hoofdstuk, ‘A Madman in Love’, telt 125 fantastische pagina’s, die alle tekortkomingen van dit bijzondere boek in zich dragen, maar er nergens onder gebukt gaan. Madeleine heeft een eerder klassieke smaak: ze heeft alles van Henry James gelezen, alles van Colette (weliswaar stiekem), en ze beschikt over een eerste druk van Couples van John Updike, een roman uit 1968, die eigenlijk van haar moeder is, en waarop ze gedeeltelijk haar scriptie over de teloorgang van ‘de huwelijksplot’ in de twintigste-eeuwse literatuur heeft gebaseerd. The Marriage Plot begint in de late lente van 1982: Madeleine Hannah staat op het punt af te studeren aan Brown University in Providence, Rhode Island. Ze wordt met hoofdpijn wakker na een korte, dronken nacht, omdat de bel gaat: haar ouders staan voor de deur, vastbesloten om de afstudeerceremonie trots mee te beleven.

Eugenides stopt het eerste hoofdstuk – waarin een alwetende verteller zich op de geest van Madeleine concentreert – vol met intelligente flashbacks die de twee mannen in haar leven presenteren. Er is Mitchell Grammaticus, een eerder onhandige en slecht geklede theologiestudent, door Madeleine als een goede vriend beschouwd, maar die zelf amoureuze gevoelens voor haar koestert. En er is Leonard Bankhead, een eveneens slecht geklede, ‘rare’ maar intelligente biologiestudent, die haar zodanig fascineert dat ze een relatie met hem begint. De manier waarop Eugenides Madeleine tussen deze mannen heen en weer laat stuiteren, is zowel ironisch als empathisch – Madeleine wordt een onvergetelijk, inconsequent, maar gelaagd personage, dat vooralsnog niet aan zelfkennis ten onder zal gaan. ‘One night the previous December,’ schrijft Eugenides, ‘in a state of anxiety about her romantic life, Madeleine had run into Mitchell on campus and brought him back to her apartment. She’d needed male attention and had flirted with him, without entirely admitting it to herself.’ Toch worden in dit boek allerlei vormen van kritisch zelfbewustzijn in het leven van de personages geïnjecteerd.

Het postmodernisme in Amerika

In 1982 zijn postmodernisme, deconstructie en structuralisme alomtegenwoordig aan de letterenfaculteit waar Madeleine studeert. ‘Madeleine’s love troubles had begun at a time when the French theory she was reading deconstructed the very notion of love.’ Meer dan een decennium na de oorspronkelijke publicaties van Barthes, Baudrillard, Foucault, Derrida en Lyotard blijkt ‘the real thing’ in Amerika een karikatuur geworden. In de London Review of Books is beweerd dat Eugenides het postmodernisme (om die overkoepelende term aan te houden) geen kans geeft, omdat de aanhangers ervan in het boek ofwel idioten zijn (die bijvoorbeeld hun wenkbrauwen als ‘foute tekens’ beschouwen en daarom afscheren), ofwel manisch-depressievelingen (zoals Leonard Bankhead, die Eugenides minstens gedeeltelijk op David Foster Wallace heeft gebaseerd). Toch gaat dit verwijt niet op – niet zozeer omdat de Amerikaanse versie van het postmodernisme in de jaren tachtig inderdaad lachwekkend was (zoals in een recensie van The Marriage Plot in Bookforum is beweerd: ‘it is in no way a parody, though it might seem so to anyone who wasn’t there’), maar omdat deze roman wel degelijk zelf postmodern te noemen valt, hoe ‘klassiek’ de verteller zich ook gedraagt.

Eugenides weet dat een volstrekt ‘realistische’ weergave (let op de aanhalingstekens) van een liefdesverhaal een literaire faux pas is geworden. En hij toont ook dat hij het weet: zijn roman is doortrokken van een ironie die als postmodern beschouwd zou kunnen worden. Het is ook zo dat Eugenides zich met dit boek van een aantal contemporaine auteurs onderscheidt. Freedom van Jonathan Franzen bijvoorbeeld (die voor dit boek in een karakteristiek pathetische blurb heeft voorzien) toont nergens dat het slechts bestaat als tekst, en verbergt of negeert alle mogelijke gevolgen van dit bestaan.

In The Marriage Plot is het nochtans dit intelligente, zelfbewuste en tegelijk tragische besef dat de tekst, de auteur en zijn personages met elkaar verbindt. De personages zeggen, elk met hun eigen verlangens, middelen en tekortkomingen, dat ze niet verder kunnen maar toch verder zullen gaan – zonder rekening te houden met de vraag of dat nu een modern, een postmodern of gewoon een menselijk en tijdloos motto is. Als Eugenides iets kan worden verweten, dan is het wel dat hij dit besef te vaak op een te gefabriceerde manier toont – alsof hij als goede postmoderne auteur een theorie te bewijzen heeft.

Literaire letterlijkheid

Talloze passages in dit boek flirten met die ‘literaire letterlijkheid’, zoals wanneer Leonard en Madeleine in het eerste hoofdstuk ruzie krijgen over een passage uit Fragments d’un discours amoureux van Roland Barthes. Leonard zegt dat het geen zin heeft om je liefde te verklaren, want dat woord verliest alle betekenis zodra het is uitgesproken – waarop Madeleine niet anders kan dan hem het bewuste boek naar het hoofd te slingeren. Deze opzichtig betekenisvolle gebeurtenis zit toch ingeklemd in de rest van het verhaal, en is dus meer dan een ironische verwijzing. Fragments d’un discours amoureux fungeert immers gedurig als een soort bijbel voor de onzekere Madeleine, maar het is ook een postmodern boek dat het postmodernisme overstijgt. Dat wil zeggen: Barthes stoft ‘de fenomenen en de discoursen’ af, maar tegelijkertijd toont hij dat het stof zo kleverig is dat zijn handen er alleen maar vuiler door worden.

De manier waarop Eugenides de tekstuele oorsprong van de liefdes van Madeleine in scène zegt, is zoals gezegd niet altijd even subtiel. Naarmate het boek vordert, lukt het hem minder goed om het web van verhalen en stereotypes waarin ze hangt, geloofwaardig en aangrijpend zichtbaar te maken. Een treffend voorbeeld is de beschrijving van haar kinderkamer, waarin ze samen met Leonard door omstandigheden een tijdje moet verblijven. Die kamer is behangen met prenten uit het leven van het favoriete personage van de kleine Madeleine: Madeline, heldin van de jeugdboeken van (de historische auteur) Ludwig Bemelmans, verschenen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog (en een soort Tiny zonder tekeningen en voor iets oudere kinderen). Elders blijkt in het biologisch onderzoek van Leonard naar het gedrag van gistcellen dat nakomelingen van moedercellen zich slechts in uitzonderlijke omstandigheden kunnen voortplanten – wat wel heel toevallig suggereert dat recente generaties meer moeite hebben met het huwelijk dan hun ouders. Dit soort betekenisvolle situaties benadrukt al te zeer het ‘tekstuele’ karakter van de tekst, precies omdat er zo duidelijk op de tekstuele, culturele of voorgeprogrammeerde aard van Madeleines leven en verlangens wordt gewezen.

In de tweede helft van het boek staat Mitchell centraal, die met een vriend een wereldreis maakt. Ondertussen blijft hij denken – en brieven schrijven – aan Madeleine, die met Leonard is gaan samenwonen in een kolonie van wetenschappers en biologen. Eugenides probeert Mitchells reis te beschrijven als een weinig enthousiast uitgevoerde spirituele queeste. Ook hier komen weer boeken aan te pas (zoals de memoires van Moeder Teresa), maar het probleem van de afwezigheid van God of van religie wordt lang niet zo overtuigend behandeld als de paradoxale deconstructie van de liefde in het eerste hoofdstuk. The Marriage Plot verknoopt literatuur en liefde met elkaar en beschrijft hoe beide menselijke bezigheden aan kritiek kunnen weerstaan – het religieuze aspect wordt slechts op een opzichtige en halfslachtige manier aan dit huwelijk toegevoegd.

Funderingen die niet gedeconstrueerd kunnen worden

Toch overtuigt Eugenides wanneer hij in de laatste hoofdstukken, waarin Leonard (al dan niet samen met Madeleine) worstelt met zijn depressie, de spelers in deze driehoeksrelatie verzamelt op een feestje in New York. Het maakt deel uit van de charme van dit boek dat een recensie ervan de ontknoping onvermeld moet laten; zoals in een stationsromannetje is het belangrijk wie er wie krijgt en wie er met wie trouwt. Eugenides toont de mechaniek die het verlangen van zijn personages en dat van de lezer gaande houdt – en dat technische wonder blijkt hetzelfde.

In dit boek, in de boeken waarnaar het verwijst, in de levens van Madeleine, Leonard en Mitchell, in het leven van ieder van ons, kan het bewustzijn het fenomeen waarover bewustzijn is ontwikkeld nooit helemaal beheersen – toch niet als het fenomeen essentieel genoeg is. Anders gesteld: er bestaan funderingen die nooit helemaal gedeconstrueerd kunnen worden. Of nog: kritiek bedrijven is geen vaccin geïnjecteerd krijgen, maar een vitaminekuur. Het zal immers wel zo zijn dat we onszelf op elk moment van de dag iets wijsmaken – of erger: dat we onszelf voortdurend dingen laten wijsmaken. Het komt er niet op aan de wenkbrauwen daarom af te scheren of alles wat niet helemaal waar is af te zweren – het komt erop aan dit besef aan te wenden en uit te spelen, zodat het bedrog wordt omgevormd tot noodzakelijke fictie. Om dat besef in de praktijk om te zetten zijn de literatuur en de liefde nog steeds de belangrijkste, of alleszins de meest verwante, activiteiten – en daaraan herinnert The Marriage Plot bij momenten op een grandioze manier.

Links

Farrar, Straus & Giroux, New York, 2011
ISBN 9780007441280
406p.

Geplaatst op 04/11/2011

Deel:

Reacties

  1. nico van der sijde

    Mooie recensie! Met ook mooie zinnen als: “Het komt er niet op aan de wenkbrauwen daarom af te scheren of alles wat niet helemaal waar is af te zweren – het komt erop aan dit besef aan te wenden en uit te spelen, zodat het bedrog wordt omgevormd tot noodzakelijke fictie”.

    Maar ja, toch een vraag: WORDT liefde door Eugenides wel voorgesteld als ‘noodzakelijke fictie’? Is het niet eerder ‘iets’ dat aan de woorden en de denkfiguren en de verhalen onstnapt, maar waarin we TOCH moeten blijven geloven? Wat trouwens ook zou passen bij de door Eugenides zijdelings aangehaalde Derrida, die liefde en vriendschap beschreef als een eindeloze belofte, een voor de woorden ongrijbare ‘realiteit’ die zich nooit zal onthullen maar die voor ons toch als een soort regulatief principe moet functioneren? Of, misschien beter gezegd, als een noodzakelijke hypothese: we kunnen het objectieve bestaan van liefde en vriendschap niet aantonen omdat dit soort zaken ons denken te boven gaan, en toch moet de altijd opgeschorte BELOFTE van liefde en vriendschap een motor zijn en blijven van ons denken en voelen.

    Maar ja, misschien bedoelt Van Gerrewey wel hetzelfde met zijn term ‘noodzakelijke fictie’. ‘Noodzakelijk’ omdat we in liefde moeten blijven geloven, ook al kunnen woorden haar niet vatten. En ‘fictie’ omdat elke verwoording, hoe noodzakelijk ook, toch tekort blijft schieten en ‘de echte liefde’ niet kan vatten.

    Afijn, wat denkt Van Gerrewey zelf hiervan?

    Beantwoorden

  2. Christophe Van Gerrewey

    Ja, wel – ‘fictie’ en ‘realiteit’ laten zich als vanouds makkelijk verwarren; ik denk dat ik het dus eens ben met de voorlaatste paragraaf van uw reactie. In een bespreking van “The Marriage Plot” in de “New York Review of Books” door Michael Greenberg wordt het boek “Love in the Western World” van Denis de Rougemont aangehaald: ‘romantic love is an invention of Western cultural propaganda’, en dus iets dat we als bewuste en kritische mensen als een objectief fenomeen kunnen en zelfs moeten afschudden. Ik vermoed dat Eugenides (samen met zijn personages, en ook samen met de Barthes van “Fragments”) voorbij dat besef wil gaan: liefde is een fictie die zich maar blijft opdringen – en die net daardoor werkelijkheid wordt.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.