Kussen in oorlogstijd

&

Wartime Kiss. Visions of the Moment in the 1940s

Alexander Nemerov

Wartime Kiss van Alexander Nemerov is een studie over de interpretatie en betekenis van tijd, geanalyseerd vanuit het oogpunt van een historicus en gericht op geschiedenis, fotografie, filmwetenschap en culturele geschiedenis in het algemeen. Maar het is in de eerste plaats een zeer persoonlijk, bijzonder goed geschreven boek dat je zelfs het adjectief ‘poëtisch’ zou kunnen meegeven. Niet alleen vanwege de gebeeldhouwde taal, de sterke emotionele betrokkenheid van de auteur en de originaliteit van zijn inzichten. Maar vooral ook in de zin van wat poëzie tot poëzie kan maken: het vermogen om ideeën, woorden, gebeurtenissen, die voorheen alleen als losstaande realiteiten bestonden, samen te brengen. Bijvoorbeeld de parade in New York na de Japanse capitulatie in 1945, de carrière van een waterballetkampioene, de fascinatie van filmsterren voor vliegtuigtechnologie en de sprookjesachtige romances die zo uit een toneelstuk van Shakespeare afkomstig lijken te zijn.

Tegelijkertijd toont het boek nieuwe manieren om de geschiedenis te beschrijven. Het gaat niet langer om een geschiedenis die alleen stoelt op feiten en gebeurtenissen die de historicus van buitenaf reconstrueert en interpreteert. Deze geschiedenis is evenzeer gebaseerd op een mengeling van feitenkennis en een sterk gevoel voor empathie, associatie en persoonlijke herinneringen waardoor de analyse een eigen kleur krijgt.

Het corpus van Wartime Kiss omvat een verzameling van fotografische en cinematografische beelden, zowel fictionele als documentaire, waarvan de meeste inmiddels tot het collectieve geheugen behoren. Sommige daarvan zijn zelfs zo bekend dat we hun betekenis of relevantie niet eens meer ter discussie stellen. Maar Nemerov laat ook beelden zien die vrijwel onbekend zijn en misschien zelfs voor de eerste keer worden geanalyseerd. De gebruikte beelden draaien allemaal om de dialectische verhouding tussen het moment en de geschiedenis. Of het nu gaat om de echte geschiedenis, die van facts and figures, of de mythische verbeelding ervan in de ervaring van een cultuur (Olivia de Havilland blijft ook altijd de Hermia van A Midsummer Night’s Dream, de film die haar introduceerde bij het grote publiek), in alle gevallen krijgt de geschiedenis een gelaagdheid die een permanente wisselwerking genereert tussen een hier en nu (het ‘moment’) en een gevoel van eeuwigheid (de ‘geschiedenis’ met een grote G).

Dit boek neemt het moment, de tijd en de geschiedenis van de jaren veertig onder de loep, de hoogtijdagen van de fotojournalistiek en Hollywoodfilms. Het schuift permanent heen en weer tussen de flits van het moment en de diepere, mythische structuren uit het verleden en laat zien hoe beide manieren om de geschiedenis te beleven op elkaar inwerken en originele, complexe maar toch ook zeer herkenbare tijdsbelevenissen tot stand brengen. Nemerov vertrekt weliswaar steeds van de dominante modellen van het tijdsgewricht 1945-1950: de documentaire insteek van het tijdschrift Life (voor de fotografie) en de droomfabriek van de cultuurindustrie (voor de film), maar zijn werk probeert overal de Zeitgeist van die periode te overstijgen. Wat hij in de vijf hoofdstukken van zijn onderzoek naar enkele van de meest iconische en obscuurste voorstellingen van uitzonderlijke momenten uit de jaren veertig opgraaft is een verborgen relatie tussen de visuele taal van het decennium en de (dagelijkse) praktijk van de oorlog.

Nemerov begint met een hoofdstuk dat het verdient om een klassieker te worden in de culturele studies. Daarin geeft hij een herinterpretatie van Alfred Eisenstaedts beroemde foto van een zeeman die een verpleegster kust op Times Square tijdens V-J Day. Maar misschien is het woord ‘herinterpretatie’ hier niet helemaal op zijn plaats. Nemerov kijkt op een totaal onbevangen manier naar dit iconische beeld, waardoor over het hoofd geziene betekenissen en relaties ineens duidelijk worden. Zijn analyse is gebaseerd op de rol van het snapshot (die hij linkt aan de atomic blast) en de impliciete en expliciete doorwerkingen daarvan. In de eerste plaats duidt Nemerov de foto als een gewelddadige botsing, die het schrijnende tekort aan beelden van de overwinning bij het thuisfront representeert. En in de tweede plaats belicht hij de materiële context van de foto, zoals de coverillustratie van het nummer van Life, waarin hij voor het eerst verscheen. Het omslag toont een foto van een onderwaterballetzwemster wier carrière verbonden blijkt te zijn met de gewelddadigheden van de oorlog.

Nemerov geeft nooit een eenvoudige opsomming van de bestanden en archieven die hij tijdens zijn onderzoek heeft verzameld over het leven (en soms de dood) van de personen voor of achter de camera. Hij verweeft ze in een verhaal dat de lezer van de ene verbazing in de andere brengt. Steeds slaagt hij erin om de nieuwsgierigheid van de lezer voor te blijven, en hem of haar terug te voeren naar de existentiële vragen die zijn boek overspannen. Hoe kunnen we de geschiedenis begrijpen als die niets meer lijkt te zijn dan de weergave van een moment dat zo intens en uniek is dat het zich in zekere zin aan de tijd onttrekt? Hoe openbaart de oorlog zich als die op het eerste gezicht lichtjaren verwijderd is van wat er in de wereld speelt?

Ook op andere foto’s weet Nemerov een nieuw licht te werpen. Neem bijvoorbeeld het beeld van James Stewart en Olivia de Havilland, die op een picknickkleed liggen (als jonge geliefden, op het hoogtepunt van hun carrière), de schitterende foto’s van waaghals Margaret Bourke-White, enkele screenshots van de vergeten film Twelve O’Clock High of de sensuele plaatjes van het verleiden en verliefde kussen in de film Hold Back the Dawn (ja, met diezelfde Olivia de Havilland, aan wie Nemerov hier een eerbetoon betuigt). Telkens biedt de auteur eenzelfde mix van spectaculaire revelaties, waarbij de focus vooral ligt op de reflectie van de tijd, zoals hij illustreert in zijn eerste hoofdstuk.

Et in Arcadia ego is een van de rode draden, die laat zien dat er geen moment buiten de tijd bestaat, ook niet de dood (zelfs in het geval van Bourke-White, wier hele werk kan worden gezien worden als een poging om in het zuivere moment te leven). Maar de verschuiving van moment naar tijd is niet alleen een theoretische. Ze is ook een sprong in de harde realiteit van een decennium van oorlog. Stewart en De Havilland deelden een passie voor vliegen, die geen persoonlijke hobby kon blijven. De wens van immigranten om geaccepteerd te worden door de Amerikaanse ‘girl next door’ is in feite een schreeuw om betrokkenheid bij de oorlog van de Verenigde Staten.

Nemerov verdient ook lof voor een andere prestatie. Hoewel zijn werk draait om de duiding van beelden, maakt hij de lezer gevoelig voor andere, niet-visuele kwaliteiten van het beeldmateriaal dat bijna een tastbaar voorwerp wordt. Zijn beschrijving van deze foto’s en afbeeldingen maakt ze tot ‘dikke’ objecten. (Toch is zijn manier van schrijven altijd zeer licht: net als alle grote klassiekers belast dit boek de lezer niet met de grote inspanningen van zijn onderzoek.) Ze hebben hun eigen warmte, hun eigen tactiliteit, hun eigen gevoelswaarde, kortom hun eigen leven en aanwezigheid. Nemerov verwoordt zijn analyses in een taal die ruimte maakt voor klank, het ritme van de zin en de verrassingen van de associatie. Zo tovert hij de gebeurtenissen uit het verleden om tot een leeservaring die de volheid van de beleving van het moment weer doet aanvoelen.

Princeton University Press, New Jersey, 2012
ISBN 0691145784
184p.

Geplaatst op 17/05/2013

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.