Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
Bij de publieke integrale voorlezing van Froid en Vitiligo van Asha Karami in theater Perdu in Amsterdam afgelopen herfst werd nadrukkelijk gezegd dat deze theatrale presentatie een eenmalige gebeurtenis zou zijn, en dat het bovendien niet om werkelijk theater ging, zelfs al zaten er mensen op het podium in een duidelijk scenografisch concept. Een vierkant was zwart afgeplakt op het toneel, lezers zaten eromheen en wisselden elkaar af, waarbij verschillende stemmen duidelijk verschillende rollen hadden. Maar de beschrijvingen van de scène en de speelaanwijzingen in de tekst werden niet fysiek uitgebeeld, ze werden voorgelezen.
Ook de argeloze lezer die het boekje openslaat, zoals uitgegeven door de kleine uitgeverij Opwenteling in hun reeks ‘De kreeftafslag’ – waarin dichters hun ‘atypische werk’ kunnen uitbrengen – en die zou menen met toneel van doen te hebben, zou geëxcuseerd kunnen worden. Nergens staat dat het niet zo is. Maar evenmin staat er ergens dat het wel om een theatertekst gaat. Toch is het boek als een toneeltekst opgezet. Hoe zit dit? Is het zoiets als een gedicht of misschien zelfs een novelle, maar dan toevallig in theatertekstvorm?
Ook de handeling is mysterieus. Wie of wat de personages zijn, wat ze motiveert, wordt nergens expliciet duidelijk. Per scène zijn hun verhoudingen anders, zonder dat wordt uitgelegd wat die veranderingen heeft getriggerd. Het werk is strak opgebouwd en heeft een glasheldere spanningsboog. Er wordt hier een verhaal verteld, al is misschien niet onmiddellijk helder wat dat verhaal is.
Een gebeurtenisloze opbouw
Het is ook geen enkelvoudig verhaal. Het werk bestaat uit twee narratieve lagen die zijn verweven. De meeste scènes gaan over de personages uit de titel: Froid en Vitiligo, figuren van onbepaald gender. Froid is blauw, Vitiligo heeft een huid met onregelmatig gepigmenteerde en ongepigmenteerde gedeeltes. Het feit dat Froid blauw is, suggereert dat we hun naam misschien op zijn Frans moeten begrijpen, maar het kan ook een vernederlandsing zijn van Freud – en inderdaad zal Froid zich in het stuk soms opstellen als een puzzelende analist, zelfs al beweert hen geen interesse te hebben in gesprekken over dromen of moeders.
Gedurende zes scènes blijken de twee in een steeds veranderende verhouding tot elkaar te staan en een steeds veranderend taalregister te gebruiken. In de eerste, meest wilde van deze scènes, is Vitiligo een hond en is Froid een stotteraar met wie de taal op de loop gaat, en in de laatste scène lijken ze meer op een stel dat al heel, heel erg lang samen is. Elders praat Vitiligo in reclameslogans uit de jaren tachtig, of in fragmenten van persoonlijke verhalen die misschien gevonden zijn op het internet en geen samenhang vertonen. De belangrijkste constanten zijn dat ze nauwelijks of nooit tot werkelijke communicatie lijken te kunnen komen, maar ook dat ze op een Beckett-achtige manier aan elkaar zijn overgeleverd. In sommige scènes doen ze denken aan Clov en Hamm uit Becketts Endgame, steeds bezig om van elkaar los te komen en daar steeds niet in slagend; in de laatste scène lijken ze dan meer op Nagg en Nell uit hetzelfde stuk, geheel tevreden met elkaar terwijl ze compleet langs elkaar heen leven, elk in hun eigen wereld. Sommige scènes hebben het karakter van een conflict: Froid, bezig met hun analytische onderzoek, koestert op zeker moment een diep wantrouwen jegens Vitiligo, die hun notitieboekje in een emmer met ontlasting zou hebben gegooid. Weer een andere scène heeft de sfeer van een hopeloze ruzie van een stel dat op het punt staat uit elkaar te gaan. Deze conflicten komen niet tot een climax of oplossing; de relatie tussen Froid en Vitiligo gaat eenvoudigweg over naar de volgende variant.
Toch zit er ook een opbouw in de scènes. De eerste scène speelt in niets dan een kale ruimte. Daarna verschijnt er een emmer waarin de personages hun behoefte doen. Daarna komen er meer spullen bij, geleidelijk aan wordt de uitzet uitgebreid, tot in de zesde scène een volkomen huiselijk tafereel is ontstaan. En zo ga je als lezer toch denken dat er ontwikkeling zit in de situatie, of in de relatie tussen de personages, van bijna dierlijk tot overdadig burgerlijk. Of mogelijk zijn het zes types relatie, is de vertelling een soort staalkaart.
Je zou ook kunnen denken dat de zes scènes helemaal niet in de tijd geordend zijn, misschien zijn het zes aspecten of niveaus van dezelfde relatie, van pre-talig en lichamelijk via conflictueus tot een doodgeritualiseerde, betekenisloze harmonie, die misschien wel tegelijk zouden kunnen optreden, als lagen over elkaar heen geschoven. Er zijn immers geen gebeurtenissen die doen vermoeden dat er tijd verstrijkt. De scènes bevatten wel echo’s van elkaar. Zo wordt gesuggereerd dat de scène waarin Vitiligo een hond is, zelf een droom is in een latere scène. Maar of er tijd verstrijkt of niet maakt eigenlijk niet uit. Er is opbouw en structuur, en zo wordt er een verhaal verteld: een over de vele mogelijkheden van hoe Froid en Vitiligo samen moeten bestaan in een onhandige wereld van raadsels, instabiele relaties, miscommunicatie en parate taal.
Een kosmische strijd
De tweede laag van de tekst volgt een heel andere logica. Hebben Froid en Vitiligo iets van een Beckettiaans komisch duo, dan is de tweede laag een archetypische mythe over de strijd tussen licht en duister. Deze laag omlijst en doorklieft het titelverhaal. Er is een proloog vooraf en een epiloog achteraf, en twee onderbrekingen, als de derde en de zesde scène van het geheel. Daarmee heeft het geheel een strak ritme: de scènes met Froid en Vitiligo komen steeds in tweeën, afgewisseld met een scène uit de tweede laag, die daarmee als een soort onderlaag voor het hoofdverhaal gaat werken.
Er zijn hier vier personages. Er is een Witte vrouw in een vieze jurk die meestal ligt te slapen, en er zijn drie kinderen – waarschijnlijk haar kinderen. Dit zijn Zwart kind 1 dat altijd tegelijk praat en gebarentaal gebruikt, Zwart kind 2 dat alleen gebarentaal gebruikt en niet kan praten, en Blauw kind, dat alleen kan praten en geen gebarentaal begrijpt. Qua huidskleuren is dit ensemble een vertekende afspiegeling van Froid en Vitiligo, maar verdere relaties tussen de personages uit de twee lagen worden niet expliciet gemaakt.
Ook deze laag vormt een verhaal in losstaande vignetten waarin de personages in een wisselende dynamiek samenkomen. Maar ditmaal is er geen spoor van een lineair proces. Het gaat hier eerder om een conflict, een oorlog zelfs, waarin dan deze, dan die partij bovenligt. In de proloog kondigt Zwart kind 1 al aan dat we het gaan hebben over de kosmische strijd tussen licht en donker. We leren dat Moeder aarde drie kinderen baarde, het duister, het licht, en de schaduw die de ‘oorlog tussen donker en licht’ is. In het tweede tafereel (scène III) lijkt het licht dominant te zijn in de vorm van een ‘lampenlied’ dat het ‘heilig licht van God’ eert. Dat lied is met tekst, en wordt gezongen door alle personages – op Zwart kind 2 na, die immers niet praat. Het derde tafereel (scène VI) staat dan in het teken van het donker en van muziek zonder tekst, als Zwart kind 2 de Chaconne van Vitali speelt, iets waar Blauw kind kennelijk slecht tegen kan. In deze scène wordt ook de fysieke strijd aangekondigd, waarbij in wangen gebeten zal worden.
Zo hebben licht en donker in de interacties tussen de drie kinderen en de witte vrouw afwisselend de bovenhand. Daarmee heeft deze laag de structuur van een spannend, episch verhaal. En dan komt hier de SPOILER ALERT voor wie graag verrast wil worden, want ik ga verklappen dat het in het laatste tafereel, de epiloog, inderdaad uitdraait op nogal goor geweld, zij het dat dit niet op het podium te zien is. Zwart kind 1 bijt het gezicht van Zwart kind 2 aan stukken, zij het verstopt, achter het bed van Witte vrouw. Dat deel van de handeling wordt verteld door Blauw kind, die de bloederige ontknoping brengt als een klassiek bodeverhaal.
Polariteiten en tussengebieden
Je wilt als lezer bij zo’n opbouw als vanzelf gaan interpreteren. Waar staan deze archetypische figuren voor? Hoe werken de lagen op elkaar in? Er zijn allerlei terugkerende motieven, wat betekenen die? Heeft de moederfiguur waar Froid en Vitiligo op zeker moment over kibbelen iets te maken met Witte vrouw, heeft Froid iets te maken met Blauw kind, is hun relatie met Vitiligo ook een soort strijd tussen licht en donker? Is Vitiligo’s huid misschien zelf zo’n strijd? Is wat er tussen de kinderen gebeurt, of de strijd tussen licht en donker, misschien op een of andere manier de sleutel tot de verschillende verhoudingen die de twee met elkaar hebben?
Dit soort vragen worden mede door de constructie zelf opgeroepen, met haar lagen en spiegelingen. Maar de manier waarop Karami alles in elkaar zet, frustreert tegelijk al te eenduidige verklarende schema’s. Blauw kind en Froid zijn allebei blauw, ‘is’ Blauw kind dan Froid? Maar met wie correspondeert Vitiligo dan? Er is sprake van een strijd tussen licht en donker, en de twee zwarte kinderen gaan nogal bruut vechten – is dan een van de twee soms licht en de ander donker? Of is de belangrijkste tegenstelling tussen het pratende blauwe kind en het gebarende zwarte kind, waarbij het andere zwarte kind dat beide modi gebruikt een mediërende figuur is, misschien de ‘schaduw’? Zwart is echter geen tussenkleur tussen blauw en zwart. Je kunt zo van alles proberen met de verschillende schemata die de tekst je voorhoudt, maar ze blijken nooit zonder meer continu op elkaar af te beelden. Er wordt hier een spel gespeeld met symbolen dat tegelijk een strakke architectuur volgt, maar ook altijd een dynamisch systeem blijft waarin eenduidige betekenissen steeds weer worden uitgesteld.
Wat wel duidelijk is, is dat het Karami steeds te doen is om polariteiten en tussengebieden. Om licht en donker, maar ook om de schaduw, die ‘op ieders ziel’ valt (zegt Zwart kind 1 in de proloog), en die volgens Froid ‘een bevestiging dat iets bestaat!’ is. Polariteit is er ook tussen het praten en bewegen van de kinderen. Het nadrukkelijk onbepaalde gender van de meeste personages (op Witte vrouw na) is dan weer een tussengebied. Ook de structuur van het werk heeft dat gepolariseerde karakter, met een komische en een kosmische laag; waarbij het werkelijke verhaal zich wellicht juist afspeelt in de resonanties en wisselwerkingen tussen die twee lagen, die nooit expliciet worden gemaakt.
Het wordt nu verleidelijk om ook het genre van het werk als zelf zo’n tussengebied te zien. Geen poëtische tekst, geen theaterwerk, maar iets dat er tussenin valt. Een theater voor lezers. Je zou het een zuivere voorstelling kunnen noemen, met ‘voorstelling’ dan tegelijk in de betekenis van fantasie als van opvoering; iets tussen pure tekst en handeling in.
Andere plots
Dit zijn nogal abstracte overwegingen. Het is zeker zo belangrijk dat dit alles een spannende, levendige vertelling oplevert. De tekst is scherp en pittig met veel vaart en variatie, en regelmatig erg grappig. Met alle wisselingen van situaties blijft de tekst verrassen, er is een constante, dramatische lading, en de onderliggende spanning maakt de leeservaring meeslepend. Ook het dynamische spel met symbolen en spiegelingen die zich nooit finaal laten interpreteren is spannend zoals cliffhangers spannend zijn. Zo houdt Karami de lezer vast in haar wonderlijke meerdimensionale kosmisch-komische verhaal.
Dat verhalende wil ik hier benadrukken. Waarom? Enkele weken terug ontstond er enig rumoer in de letteren. Van de bekende Vlaamse schrijver Lize Spit verscheen een opiniërend artikel in De Standaard, over dat men wat meer waardering zou moeten hebben voor een goed geconstrueerde plot en een spanningsboog, manieren waarop een boek de lezer geboeid kan houden. In het stuk stonden polemisch aandoende stellingen als ‘Literatuur kan zich haar eigen elitarisme niet meer permitteren, nu haar grootste missie geworden is zichzelf in leven te houden, überhaupt lezers aan boord te houden.’ Ik leerde over dit stuk toen ik mijn eigen literaire omgeving, waar men het experiment hoogschat, er mensen tegen in het geweer zag komen. Vormde Spits betoog een bedreiging van het experimentele boek, wilde zij de literatuur geheel uitleveren aan de commercie en zo het avontuur onmogelijk maken? Moest de traditie van Claude Krijgelmans en Lidy van Marissing nu tegen Lize Spit beschermd gaan worden?
Zulke defensieve reacties leken begrijpelijk, maar gaven me ook de indruk van een gemiste kans. Ik ging op zoek naar Spits tekst en vond een meer volledige versie op haar Facebookpagina. Inderdaad viel het betoog me grotendeels nogal mee. Spit breekt een lans voor de constructie en de spanning als literaire middelen, en spreekt over haar ervaring met een zeker vooroordeel tegenover plot binnen sommige literaire kringen dat zij wijt aan de erfenis van ‘het modernisme en de hang naar karaktergedreven personages met innerlijke verkenningen.’ Op zulke punten voelde ik sympathie voor het betoog. De innerlijke verkenning van een personage is ook wat mij betreft niet de enige motor voor een boek en is misschien binnen de moderne romancultuur soms inderdaad wat overschat. Het pleidooi voor vakwerk, constructie, en bewuste omgang met spanningsbogen interesseert me en het aankaarten van blinde vlekken binnen de literaire cultuur is altijd nuttig.
De meeste lezers van Spits betoog zullen waarschijnlijk bij lezing niet meteen denken aan een boek als Froid en Vitiligo als toonbeeld van een lekker plot. Maar waarom eigenlijk niet? Ik heb hierboven geprobeerd aan te geven wat maakt dat dit boek leuk en zelfs spannend is om te lezen en ik kom daarbij uit op spanningselementen, verhaal, en uiterst precieze constructie. Op Spits betoog voor plot en spanning zou ik liefst willen zeggen: helemaal mee eens en er valt op dat gebied nog zo enorm veel te doen! Neem nou hoe Asha Karami dat aanpakt, ze vertelt een verhaal, maar op een totaal eigen en nieuwe manier die niet in enig genre past en die intrigeert, kietelt, en verwart, die je schokt en je doet lachen en die je meer vragen meegeeft dan je wist dat je kon hebben voor je het las.
Communicatie en geweld
Je kunt Karami bovendien nauwelijks verwijten met Froid en Vitiligo een conventioneel psychologisch realisme met grondig uitgediepte personages na te streven. Dit is meer een wereld van bevreemdende en fluïde stripfiguren waarvan de relationele spanningen teruggaan op de oerkrachten van licht en donker. De lezer komt zeer weinig te weten over hen en over hun binnenwereld en zal zich vermoedelijk niet snel met hen identificeren.
Mogelijk is het breekpunt met Spits betoog haar stelling dat het de missie van de literatuur is om lezers aan boord te houden. Voor zover dit ook een metafoor is van beschutting geloof ik niet dat het Karami daarom te doen is. In oudere interviews sprak zij zich juist uit voor het overbrengen van ‘ontwrichting, onthechting en vervreemding op de lezer of luisteraar’, het mensen ertoe brengen zich open te stellen voor het ‘onbekende en het rare’. Ook Froid en Vitiligo is een verhaal dat de lezer steeds opnieuw dwingt om het perspectief bij te stellen en zo de veiligheid van de boot juist te verlaten om aan te komen op een onbekende, misschien zelfs duistere bestemming.
Karami’s verhaal eindigt dan ook gewelddadig. Het gebarende zwarte kind valt ten prooi aan het andere zwarte kind, dat ook kan spreken; maar dit alles wordt verteld door het blauwe kind, dat alleen spreekt en niet gebaart. Je zou dit kunnen opvatten als een overwinning van het gesproken woord op het lichaam. Hoewel gebarentaal natuurlijk ook taal is – in elk geval is de winnende taalmodus dan de dominante. Als je het zo leest, bevat Froid en Vitiligo misschien een sterk verteld verhaal met een waarschuwing tegen het geweld van sterke communicatie zelf. Dan is die boot van het sterke verhaal, waar je als schrijver iedereen op zou willen houden, niet alleen dienstbaar aan het overleven van de literatuur, maar kan hij ipso facto ook een verdrukking betekenen van verhalen die minder evident verteld kunnen worden. Dan zou dit boekje, als talige constructie, tegelijk zich rekenschap geven van zijn eigen gewelddadige kant. Dit zou weer mede kunnen verklaren waarom Karami er nadrukkelijk voor kiest qua genre ambivalent te blijven.
Hoe overleven we het geweld van de redelijke taal, zoals die zich in bijvoorbeeld kranten verspreidt? Er is in elk geval de mogelijkheid om atypisch werk te publiceren, werk dat zich aan genres onttrekt en het duister aanraakt. Dat werk wordt waarschijnlijk alleen al daarom niet in de kranten opgemerkt – het licht brandt te fel in die kolossale reproductiemachines van genres. Gelukkig zijn er moedige uitgevers als Opwenteling met initiatieven als ‘De kreeftafslag’. Want ook spannend, zorgvuldig verteld, grappig, onthutsend, schaduwachtig en verwarrend werk als Froid en Vitiligo hebben we nodig, al is het maar om het licht zelf te overleven.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.