Proza, Signalement

Een familieverhaal in grote lijnen

De slaap die geen uren kent

Sebastiaan Chabot

De lovende woorden van de Amerikaanse auteur Jonathan Safran Foer op de achterflap van Sebastiaan Chabots De slaap die geen uren kent (2020) doen een ijzersterk debuut vermoeden. Hoewel het boek inderdaad enkele mooie passages bevat die tot verdere overpeinzing stemmen, lijken Foers woorden – een roman ‘boordevol verbeeldingskracht, wijsheid en bezieling’ – sterk aangezet.

 

Chabots project is ambitieus: De slaap die geen uren kent vertelt het verhaal van maar liefst vier generaties Kuschfeld. In korte hoofdstukken maakt de lezer afwisselend kennis met de eerste, de derde en vierde generatie. We volgen de laatste dagen van overgrootvader Kurt Kuschfeld, een eenenvijftigjarige eenzame straatlichtbewaarder in Reichsburg an der Mosel (Cochem), nog niet oud maar al wel der dagen zat en met vermoedelijk een kwalijk oorlogsverleden. Kurt is van plan om zelf uit het leven te stappen, maar wordt vlak daarvoor slachtoffer van het ‘Reichsburg Comité voor Naoorlogse Heroverwegingen’, dat probeert het oorlogsverleden van Reichsburg te zuiveren: Kurt vindt zijn einde in de elektrische stoel. Tientallen jaren later hangt zijn portret in het halletje van een Haagse woning, waar Kurts kleinzoon Karl – een vijftigjarige dichter met een midlifecrisis – met zijn vrouw en twee zoons Victor en Benjamin woont. De man op het schilderij is voor hen een onbekende voor wie ze zelfs een beetje bang zijn, zodat de kinderen op een dag besluiten het portret te verbranden.

Karls vader, de tweede generatie dus, is vijfentachtig en wil via euthanasie zijn einde vervroegen. Als Karl naar het Haagse gemeentehuis gaat om een en ander voor zijn vader te regelen, ontrolt zich een situatie die sterk aan Kafka doet denken, maar die binnen de thematiek van het boek willekeurig lijkt. Een receptioniste vertelt hem dat zijn vader volgens ‘het systeem’ in 1945 in Duitsland is gestorven. Karl begrijpt dat diens dood op papier een vlucht buiten Europa impliceert, en daarmee een actieve rol aan Duitse zijde tijdens de oorlog die deze vlucht verklaart. Veel meer komen we over de tweede generatie niet te weten. Dat is ook waarom het boek de indruk wekt onaf te zijn: het gaat niet over vier, maar twee, slechts een klein beetje drie, generaties. Want ook de rol van Victor en Benjamin lijkt vrij marginaal, op één hoofdstuk na waarin Benjamin – die jaren voorloopt op zijn klasgenoten, maar voor wie de schoolpleinverhoudingen minder gunstig liggen dan voor zijn broer – zich probeert te bewijzen aan Victor tijdens een voetbalwedstrijd, die zich echter voor hem schaamt en hem omver duwt.

 

Een overdrijving

Van de verhaalgegevens moet De slaap die geen uren kent het niet hebben. De flaptekst – ‘Vier generaties binnen één familie verlangen ieder op hun eigen manier iets gedenkwaardigs te doen, uit angst niet te worden herinnerd.’ – kan niet anders dan een overdrijving worden genoemd. Chabots talent daarentegen blijkt vooral uit de levendigheid van de details waarmee hij zijn taferelen schept. Het binnenvaren van de oceaanstomer waarop Livna – Kurts geliefde – zich bevindt, is daarvan een mooi voorbeeld:

De haven kwam holderdebolderend tot leven. Zeemeeuwen vlogen op, kakelend en klakkeloos, hele kolonies tegelijk, anticiperend op de stroom van vis in het kielzog van het schip. Koppige kettingen werden over de kade getrokken, ankerloos, om het naderende beest in de baai te houden. Touwen werden geprepareerd, dikke en harige touwen, touwen waarmee een Cycloop zich van de rand van de hemel kon verhangen. En de nachtdienst kwam uit zijn wachtruimte, trok zijn broek op, stopte zijn hemd in, trok zijn riem aan om hem daarna snel weer een gaatje terug te laten vieren. In een zijsteeg werd een rode lantaarn stilletjes ontstoken.

In passages als deze weet Chabot taferelen te schetsen die je de indruk geven dat je naar een schilderij kijkt. Tegelijkertijd verraadt een personificatie als ‘koppige kettingen’ een al te grote neiging tot beeldend schrijven.

Van zulke beeldspraak is De slaap dusdanig doordrenkt dat het regelmatig geforceerd aandoet: de liefhebber van neologismen en stijlbloempjes kan zijn hart ophalen. Als Kurt bijvoorbeeld het poortje van een lantaarn opent, piept het niet, maar ‘mompelde het een roestige rebellie’. Dergelijke beeldspraak grenst aan het kinderachtige. Soms echter is de taal wel raak en functioneel: in de schouw van het Reichsburg Comité voor Naoorlogse Heroverwegingen noemt Kurt het dansende haardvuur ‘vlammen van dolfijn’, en als zijn achterkleinkinderen zijn portret aan de vlammen prijsgeven, merkt Victor op: ‘Net dolfijnen’. Zo benadrukt Chabot het verbonden-zijn van de generaties via een metafoor die hij zijn personages in de mond legt.

 

Rituelen

De mooiste en meest tot nadenken stemmende uitspraken worden gedaan rondom een belangrijk motief: het religieuze van het niet-religieuze of alledaagse, met name van rituelen. Bijvoorbeeld: ‘Meneer Kuschfeld wist van zichzelf dat hij een eenzaam man was, omdat alles in zijn leven een ritueel was geworden.’ Of over de euthanasiewens van Karls vader:

Er zat een voelbare vraag om vrede in. En om met een zekere genade heen te gaan. Vandaar dat het officieel goedgekeurd moest worden, dat was belangrijk voor zijn vader. Hij zou nooit uit het leven stappen zonder de instemming van een dokter. Zulke dingen kregen gewicht als je zonder religie was gebleven.

Zulke passages in De slaap die geen uren kent, waarover je snel heen leest, getuigen inderdaad van een zekere wijsheid, en dus heeft Foer toch een beetje gelijk. Ze maken veel goed.

 

Recensie: De slaap die geen uren kent van Sebastiaan Chabot door Evert-Jelle Post

Atlas Contact, 2020

Geplaatst op 13/09/2020

Tags: de slaap die geen uren kent, familiegeschiedenis, familieverhaal, sebastiaan chabot

Categorie: Proza, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.