Dag van de Literatuurkritiek

Rede voor de Dag van de Literatuurkritiek

Op donderdag 3 november 2022 vond de Dag van de Literatuurkritiek plaats in De Brakke Grond in Amsterdam. Het thema was ‘kopzorgen in de klas’: hoe kan literatuur een aanleiding zijn om het te hebben over de psychische kwetsbaarheid van leerlingen en de volwassenen in hun leven? Kan literatuur(kritiek) helpen te onderzoeken op welke manier mentale problemen verbonden zijn met je afkomst of het maatschappelijke model waarin je leeft? Zeven sprekers deelden hun visie op deze vragen in een persoonlijk statement. Annelies Verbeke stelde dat jongeren niet met fundamenteel andere vragen en twijfels kampen dan volwassenen. Jonge lezers verdienen daarom schrijvers, docenten, academici en ouders die hen serieus nemen; het is een sociale onrechtvaardigheid om hun ontvankelijkheid voor de literatuur te onderschatten.

 

Ik

wie ben ik

op de plek die de kernelementen van het leven

vertraagt

 

Moge An die rebellen verlaten

die jouw Nanna haten

Moge An die stad verwoesten

Moge Enlil haar lot vervloeken

Moge de moeder haar huilende kind

niet troosten

 

Koningin

Schepper van gekalmeerde harten

die man heeft je boot der klaagliederen

weggesmeten

op een vreemde zee

 

Ik ga dood

Dat ik dit sacrale lied

moet zingen

Ik

zelfs ik

Nanna negeert mijn moeilijkheden

Moet ik vernield worden door verraad

Ik

zelfs ik

Ashimbabbar

negeert mijn zaak

Of hij me negeert of niet

wat maakt het uit

die man heeft me de tempel uit gegooid

Ik die triomfantelijk diende

 

Hij deed me uitvliegen

als zwaluwen, weggeveegd

uit hun gaten in de muren

 

Hij eet mijn leven op

Ik dwaal door doornige borstels in de bergen

Hij beroofde me

van de ware kroon

van Hogepriesteres

 

Hij gaf me de rituele dolk der mutilatie

Hij zei

‘staat je goed’

 

Ik las een stuk voor uit De verering van Inanna – ik vertaalde het zelf uit de Engelse vertaling. Het is een van de gedichten van de hogepriesteres Enheduanna, de eerste ons bekende auteur, de eerste die haar gedichten ondertekende. Ze leefde 4300 jaar geleden in het huidige Irak, toen Mesopotamië. Ze kerfde haar gedichten in het Soemerisch in kleitabletten en in de zuilen van haar tempel. Ze beschrijft in dit gedicht haar gevoelens bij het vernederd worden, en roept zoals steeds de godin Inanna aan. Op een gegeven moment komt er een vijand langs in Enheduanna’s leven – de man Lugulanne – die haar ontzet uit haar functie door haar te ontvoeren en haar in een doornig bos achter te laten met een mes.

Op het moment dat ik de poëzie van Enheduanna voor het eerst las, voelde ik me zelf bijzonder kwetsbaar, na een zeer onaangename ervaring op intermenselijk vlak, waaruit ik diep vernederd, verdrietig en boos nog aan het opkrabbelen was. Het lezen van deze regels van Enheduanna voelde als een troostende omhelzing over meer dan vier millennia heen. Dat kan literatuur doen, dat kunnen jullie leerlingen geven. We kunnen elkaar vinden in onze kwetsbaarheid.

Als we het over psychische kwetsbaarheid hebben, en hoe literatuur het spreken daarover kan bevorderen, moeten we ook stilstaan bij de gevolgen van de ontlezing. Wéér dat slechte nieuws, denkt u nu, en u doet natuurlijk uw best. Dat geloof ik zeker. Ik draag leerkrachten Nederlands die zich inzetten voor de literatuur op handen.

Maar toch even, al is het om u nogmaals te doordringen van uw belang, en omdat verminderde aandacht voor literatuur het inzicht in psychische kwetsbaarheid mijns inziens kan vertroebelen. In De Groene Amsterdammer schrijven hoogleraar en letterkundige Yra van Dijk en docent Nederlands Marie-José Klaver aan een vierdelige reeks over de leescrisis in het onderwijs. Aan het eind van hun derde artikel, dat stilstaat bij de nefaste gevolgen van de ‘opleuking’ van het leesonderwijs, sommen ze op wat er schort:

de onderschatte leerling, de schrale schoolbibliotheek, de knutseldidactiek, de gebrekkige richtlijnen, het afstompende eindexamen en de te weinig belezen leraar die zich baseert op een digitale en niet diverse methode.

‘Verwaarlozing vermomd als bescherming’, noemen ze het. Dat sluit aan bij het opiniestuk in De Standaard dat ik enkele jaren geleden met Geert Van Istendael schreef – namens de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren. We drukten hierin onze bezorgdheid uit over de steeds grotere afwezigheid van literatuur in de opleiding van leerlingen in het Vlaamse technisch en beroepsonderwijs. Het ging er ons niet om vakken die rechtstreeks gericht zijn op de technologische of economische vereisten van de markt te geringschatten. Maar we vonden het wel nodig aan te geven dat de ontwikkeling van kind naar volwassene ook noden van een andere orde behelst. Hoe kun je verantwoorden iemand daarvan uit te sluiten, tenzij je een deel van de bevolking beschouwt als zielloze gebruiksvoorwerpen? Zelfs als we literatuur en andere kunsten zouden opvatten als een terrein waar enkel een minderheid werkelijk vatbaar voor is, door kan worden geraakt en gevormd, dan nog blijft het de taak van ons onderwijs elke sociale laag in de bevolking en leerlingen in elk type onderwijs de kans te geven tot deze minderheid te gaan behoren. Groepen leerlingen hier bewust van weghouden, hen bij voorbaat bestempelen als ongeïnteresseerd of incapabel, is een sociale onrechtvaardigheid.

Dat de verhouding van jonge mensen tot literatuur helemaal niet zo onomkeerbaar negatief is, heb ik als auteur meermaals ervaren wanneer ik op uitnodiging van middelbare scholen voor hen stond om over mijn werk te praten en eruit voor te lezen. Slechts één keer was het onaangenaam, maar het was duidelijk dat er in dat geval geen voorbereiding aan mijn komst te pas was gekomen. Dat laatste is een voorwaarde van het slagen van zo’n schrijversbezoek, zo stellen ook de onderzoekers die in 2018 in opdracht van Stichting Lezen en de Schrijverscentrale nagingen wat zo’n schrijversbezoek bij leerlingen teweegbrengt. Zij concluderen:

De belangrijkste opbrengst is dat het [schrijversbezoek] leesplezier bij de leerlingen wordt vergroot. Een schrijver in de klas maakt dat boeken voor hen gaan leven. […] [L]eerlingen raken ook gemotiveerder voor lezen in het algemeen. […] [L]eerlingen worden door een schrijversbezoek aan het denken gezet.

Eén van de mooiste voorbeelden van hoe het kan, maakte ik eerder dit jaar mee in een middelbare school in Meppel. Ik bracht die dag twaalf uur in treinen en stations door maar dat was het zeker waard. Ik werd twee uur lang door verschillende groepjes leerlingen geïnterviewd over mijn roman Dertig dagen (2015). Later die maand organiseerden ze een avond voor de ouders, waarop iedereen liet zien wat ze naar aanleiding van mijn boek hadden uitgediept of gemaakt. Eén leerling componeerde zelfs een gevoelige, indrukwekkend goede soundtrack bij mijn roman.

In Vlaanderen heb ik een mooie herinnering aan twee leerlingen (een jongen en een meisje) die me volgden, na een boeiend groepsgesprek rond – alweer – Dertig dagen, toen ik door de gangen van hun school onderweg was naar de uitgang. Aanvankelijk waren ze gegeneerd door elkaars onvoorziene aanwezigheid, maar daar zetten ze zich overheen. Ze wilden me nog spreken over wat het lezen bij hen teweeg had gebracht. Hoe ze hadden nagedacht over hun eigen houding tegenover goedheid – het thema van de roman – wat het eigenlijk is, de haalbaarheid ervan, de gerelateerde problemen, hun kwetsbare geloof erin. Ze bedankten mij, met dappere ogen en een blos op de wangen. Ze hadden geen idee wat dit voor mij betekende.

Het hoeft niet te verwonderen dat het loont levende auteurs te betrekken bij lessen Nederlands en de leerlingen met hen in dialoog te laten gaan, te laten luisteren naar een auteur die voorleest ook, waarbij de leefwerelden van beide partijen dichter bij elkaar worden gebracht. We delen immers een wereld, en dan bedoel ik niet enkel de maatschappij waarin we leven – want dan moet literatuur weer in het enge korset van maatschappelijke relevantie en engagement worden gedwongen – we delen ook het ervaren van een innerlijke wereld, en niet alleen met elkaar, maar eveneens met de mensen uit het verleden en uit andere plekken op de wereld die hun ervaringen en verbeelding in literatuur omzetten.

Tot slot nog enkele punten. Eerst wil ik aandacht vragen voor de reeks novelles rond psychische kwetsbaarheid, die in Vlaanderen elk jaar bij Uitgeverij Angèle worden uitgegeven op initiatief van de organisatie Te Gek!? Dit initiatief heeft tot doel psychische problemen bespreekbaar te maken. Elk jaar wordt door telkens een andere auteur gewerkt rond telkens een ander thema. Zelf schreef ik hiervoor in 2019 de novelle Deserteren, het opgegeven thema was toen hoogsensitiviteit.

Verder wil ik enkele van mijn dada’s in de kijker zetten. Ik ben deel van het auteurscollectief Fixdit, waarmee we onder andere meer aandacht vragen voor waardevol werk van vrouwelijke auteurs uit het verleden. Met Jannah Loontjens maak ik de Fixdit Podcast, die u zeker kan helpen bij het werken rond psychische kwetsbaarheid in de lessen.

Het andere stokpaardje is mijn favoriete genre: het korte verhaal en de verhalenbundel. Hoewel ik meestal op middelbare scholen word uitgenodigd om over mijn romans te praten, merk ik dat steeds meer leerkrachten begrijpen dat korte verhalen zich beter lenen dan romanfragmenten om mee te werken in het onderwijs. Ook Yra van Dijk en Marie-José Klaver wijzen in hun artikel op het belang van klassikaal lezen. Ik was dan ook bijzonder verheugd dat in het Nederlandstalig onderwijs in België mijn verhalenbundel Veronderstellingen werd opgenomen in de reeks ‘Boektoppers’, aanbevolen voor de derde graad van het secundair onderwijs, de eerste keer dat een verhalenbundel die eer te beurt viel. Veronderstellingen toont hoe mensen opgesloten zitten in hun eigen waarheid. Hoe ze zichzelf en elkaar met onjuiste veronderstellingen dwars zitten. Maar ook hoe eenzaam het voelt wanneer we het wel bij het rechte eind hebben en niet worden geloofd. Ook veel van mijn Nederlandstalige collega’s schreven schitterende verhalenbundels: Sanneke van Hassel, Manon Uphoff, Rob van Essen, Gamal Fouad of Mensje van Keulen bijvoorbeeld, of verder terug in de tijd: Marga Minco, Ida Simons of Mary Dorna (die drie laatste auteurs behandelden we in de Fixdit Podcast). Korte verhalen zijn – hoewel ze bij voorkeur in een context van een samenhangende verhalenbundel staan – afgeronde gehelen. En ze zijn bij uitstek de plek waar ‘the lonely voice’ tot uiting komt, zoals schrijver Frank O’ Connor het uitdrukt in zijn schitterende studie over het korte verhaal met een gelijknamige titel. Ze tonen mensen in hun gedaante van buitenstaander, mensen in hun eenzaamheid en kwetsbaarheid.

 

Lees hier alle statements van deze en eerdere edities van de Dag van de Literatuurkritiek.

Geplaatst op 28/11/2022

Tags: Annelies Verbeke, De Dag van de Literatuurkritiek

Categorie: Dag van de Literatuurkritiek

Naar boven

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.