Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
De in Marokko geboren Frans-Israëlische Eva Illouz (1961) is zo’n beetje de Martha Nussbaum van de sociologie. Net als de bekende Amerikaanse filosofe timmert Illouz aan een oeuvre waarin hartstocht de hoofdrol speelt. Eerst schreef Illouz vooral over de liefde – inmiddels al een vijftal boeken, waarvan ook enkele in het Nederlands zijn vertaald: Hardcore romantiek (2014), Waarom liefde pijn doet (2015) en Waarom liefde eindigt (2020). Het lijkt wel een tragedie in drie bedrijven. In Explosieve moderniteit (2025), vertaald door Eelke Verhagen, komen er ook andere emoties aan bod, een tiental, die alle een hoofdstuk toegemeten krijgen: hoop, teleurstelling, afgunst, woede, angst, nostalgie, schaamte, trots, jaloezie en om af te sluiten dan toch nog eens de liefde. Al is het geen happy end – de boektitels van haar vorige boeken verrieden dat al. In laatmoderne tijden is liefde te complex geworden.
Illouz’ focus op emoties zou doen vermoeden dat ze de richting uitkijkt van de psychologie. Maar dat doet ze niet. Nooit zet Illouz haar sociologenpetje af. Volgens haar bevatten emoties ‘de belangrijkste ingrediënten van de maatschappij’. De studie van het emotionele leven overlaten aan psychologen zou een kapitale vergissing zijn. Het rijke aanbod aan therapieën om je emotionele intelligentie te verhogen toont alleen maar hoe de psychologie emoties verandert in ‘emodities’ (een neologisme van Illouz) – gevoelens die je koopt op de therapiemarkt. Illouz is bijzonder hard voor de psychologie, die haar ziel verkocht aan het kapitalisme. De therapeutische cultuur van ‘aan jezelf te werken’ is zowat het nieuwe opium voor het volk. ‘We worden gemaand in onszelf op zoek te gaan naar manieren om wonden te genezen die ons door de machtige krachten van de moderniteit (en het kapitalisme) zijn toegebracht.’ Zo verhindert therapie niet alleen een inzicht in de maatschappij maar ook in onze emoties. Die ontspringen namelijk niet aan ‘ons diepste zelf’ maar aan de maatschappij die zich in ons heeft genesteld. ‘Normen, regels, sociale structuren en culturele richtlijnen vormen het onzichtbare maar gloeiendhete magma van emoties, de kern van hun energie’, schrijft Illouz. Deze theoretische aanname vormt de intellectuele achtergrond van haar boek.
Romans lezen om socioloog te worden
Haar kritiek op de therapeutische psychologie snijdt hout maar is eenzijdig. Pasgeborenen zijn al vaten vol emotie, en toch staan ze nog maar aan het begin van hun socialisatie. Ze tonen blijdschap, verdriet, woede, walging, angst en verbazing – om kort te gaan alle emoties die Paul Ekman in alle culturen aantrof en die hij daarom ‘universele emoties’ noemde. Emoties reduceren tot ‘maatschappelijke energie’ gaat dan ook wat ver. Niet toevallig laat Illouz vier van de zes genoemde universele emoties onvermeld, en richt ze zich, naast angst en woede, vooral op emoties zoals schaamte, trots, jaloezie en nostalgie, die inderdaad maatschappelijk van oorsprong zijn.
Toegegeven, haar onderzoek beperkt zich tot ‘de grote emoties van onze tijd’, en dan denk je niet meteen aan blijdschap. Maar verdriet? Of walging? Of verbazing? In een voetnoot geeft ze als reden dat ‘persoonlijke smaak en een beperkte ruimte’ haar ertoe bracht om een aantal belangrijke emoties niet ter sprake te brengen. Dat is, wetenschappelijk gesproken, een wat slap argument. Maar het is eerlijk, en het is ook goed dat ze zich beperkt heeft. Want hoewel Explosieve moderniteit coherent is opgebouwd, steekt het zo propvol wetenswaardigheden en beschouwingen dat ik bij momenten het gevoel had dat ik een ‘Encyclopedie van de grote emoties van onze tijd (met uitweidingen naar andere tijden)’ aan het lezen was.
Emoties selecteren is één ding, maar de vraag hoe je de emoties ‘van onze tijd’, dus macro-sociologisch, kan bestuderen is nog veel lastiger. Je kan de samenleving niet op de sofa leggen. En statistische data leveren enkel schematische gegevens op. Gelukkig kan je volgens Illouz terecht bij romans, theaterstukken en films, dus bij fictionele werken waarin emoties centraal staan. Fictie helpt om de realiteit beter te begrijpen – zeker de schimmige realiteit van psychische spinsels en emoties. Max Frisch noemde dat: ‘De waarheid omcirkelen met behulp van fictie’. Meer in het bijzonder ligt, om het met Roland Barthes te zeggen, ‘de kracht van de roman in de waarheid van de affecten’.
Nu lopen romans in een sociologisch werk altijd het risico dat ze puur illustratie zijn, of opsmuk. Gelukkig trapt Illouz niet in die val. De romans, verhalen, toneelstukken en films die ze in korte, sprankelende aperçu’s ter sprake brengt, getuigen van haar grote liefde voor literatuur. De besproken fictiewerken zijn meer dan muilezels die een vooropgezette theorie dragen (zoals dat bij Sigmund Freud vaak het geval is). Illouz laat ze in hun volle waarde. Ik moest soms de neiging onderdrukken om haar boek terzijde te leggen en over te stappen naar een van de boeken die ze zo stimulerend resumeert. Wat er passeert is dan ook niet weinig – een losse bloemlezing uit de literatuur van Homerus tot vandaag, met een lichte voorkeur voor de Franse literatuur en met hoofdrollen voor William Shakespeare (Othello), Gustave Flaubert (Madame Bovary), Guy De Maupassant (La parure), Marcel Proust (À la recherche du temps perdu), Nathaniel Hawthorne (The scarlet letter), Heinrich von Kleist (Michael Kohlhaas), Annie Ernaux (La honte), John Williams (Stoner), Gabriel Chevallier (La peur), Jane Austin (Pride and Prejudice), Franz Kafka (Die Verwandlung), Joseph Roth (Die Büste des Kaisers), Didier Eribon (Retour à Reims) en Kazuo Ishiguro (The Remains of the Day). Illouz bestudeert deze romans niet op de wijze van de literatuursociologie (die romans vaak als dode vlinders opprikt op een theoriebord). Je kan echt zeggen dat ze in de leer gaat bij romanschrijvers. Om een betere sociologe te worden. Zoals Nussbaum, ‘een pionier op dit gebied’, romans leest om een betere filosofe te worden.
Illouz als publieke intellectueel
Martha Nussbaum was voor Illouz trouwens ook een voorbeeld op een ander gebied, namelijk in haar rol als publieke intellectueel. Het vergt moed om in bitse tijden, na de door Hamas aangerichte slachtpartij op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende vernietiging van Gaza door Israël, sereen op te komen voor een bedreigde humaniteit, zonder te vervallen in slogans en ‘ideologisch lawaai’. Dat is des te moeilijker wanneer je, zoals Eva Illouz tijdens het schrijven van Explosieve moderniteit, verbonden bent aan de Hebrew University. Zo werd eind vorig jaar een lezing van haar gecanceld door het Love Lab van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De organisatoren kampten met ‘een gevoel van ongemak en twijfel’. En dat, nota bene, nadat de Israëlische minister van onderwijs eerder dat jaar Illouz’ selectie voor de Israël Prijs (de hoogste onderscheiding in Israël) had geannuleerd omdat ze in 2021 een oproep ondertekende om het Israëlisch leger voor het Internationaal Strafhof te brengen, wat volgens de minister wees op haar ‘anti-Israëlische ideologie’.
Allicht was het ‘gevoel van ongemak’ aan de Erasmus Universiteit ook ingegeven door Illouz’ felle polemiek met Judith Butler. Die had opzien gebaard met enkele, zeker voor Joden, aanstootgevende uitspraken. Butler beweerde dat Hamas geen terroristische organisatie was maar gewapend verzet, dat de aanval van 7 oktober niet antisemitisch was, en dat ‘typisch westerse waarden’, zoals de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van meningsuiting, niet universeel waren maar door westerlingen werden gebruikt om mensen met een andere identiteit (in dit geval moslims) denigrerend te bestempelen als ‘fundamentalistisch’. Voor Illouz was dit het sein om haar intellectuele positie te bepalen. Ze zette zich fel af tegen een bepaalde linkerzijde die, met feministen als Butler voorop, de Verlichtingswaarden afdeden als listig verhulde machtsaanspraken van het Westen. In een uitvoerig essay uit 2024 concludeerde Illouz dat ‘een luidruchtig en intimiderend deel van het (linkse) kamp zijn kernwaarden heeft verraden’. Bijgevolg was een splitsing binnen links ‘onvermijdelijk en noodzakelijk geworden’. In het afsluitende hoofdstuk van Explosieve moderniteit vergelijkt ze linkse intellectuelen als Judith Butler met Jean-Paul Sartre, die tegen beter weten in trouw bleef aan Stalin. ‘We zouden ons kunnen afvragen of het niet hetzelfde zelfbedrog en dezelfde ontkenning van de werkelijkheid zijn die zoveel leden van de linkse politieke partijen wereldwijd hebben verblind in hun niet-aflatende steun voor Hamas, zelfs nadat dit op 7 oktober 2023 misdaden tegen de menselijkheid pleegde’.
Zo’n politieke uithaal lijkt misschien misplaatst in een boek over de grote emoties van onze tijd, maar dat is het nu net niet. Het altijd op de loer liggende gevaar, in het dagelijks leven zo goed als in de politiek, is dat we onze emoties ontkennen. Of, misschien nog erger, dat we ze ideologisch laten kapen. Als we willen begrijpen wat er in de wereld gebeurt, volstaat het niet om feiten te verzamelen en die met theorieën te belichten. Je moet ook gevoelig zijn voor wat onze emoties ons vertellen. Dat vergt subtiele aandacht. Want, schrijft Illouz, ‘zoals vleermuizen signalen uitzenden om obstakels te traceren’, gebruiken wij onze emoties om er ‘halfbewust en halfblind’ achter te komen hoe de wereld in elkaar zit. Het zou een vergissing zijn om dat emotionele venster op de wereld te negeren of, in naam van een verkeerd begrepen wetenschappelijkheid, als ‘niet objectief’ weg te wuiven. Maar makkelijk is het niet. ‘Emoties zijn ongrijpbaar, soms onwerkelijk, en zonder behoorlijke oefening worden ze soms nog slechter waargenomen dan harde feiten’. Explosieve moderniteit is geen oefenboek, maar je kunt wel zeggen dat Illouz, ondanks haar scepsis tegenover therapeutische psychologie, de ‘emotionele intelligentie’ van de lezer wil vergroten – wat in haar geval neerkomt op het versterken van de sociologische verbeelding.
In de bekende visie van C. Wright Mills is iemand met sociologische verbeelding in staat om wat zich afspeelt in het individuele leven van mensen te begrijpen in het licht van sociale instituties – en omgekeerd. Dit vereist een voortdurend heen en weer gaan van micro- naar macroperspectief. Die kwaliteit bezit Illouz in zo hoge mate dat ik me kan voorstellen dat sommige lezers ervan beginnen te duizelen. Het ene moment lees je mee in de persoonlijke brieven van een romanpersonage dat groen ziet van jaloezie of wegkwijnt van angst, om meteen daarna getrakteerd te worden op een puntige analyse van het patriarchaat of de moderne staat. Dat vraagt een trage lectuur. Illouz schrijft helder maar flitsend; als een schakelbord legt ze onophoudelijk verbanden.
In het spoor van klassieke sociologen
Explosieve moderniteit is de vrucht van jaren arbeid. In feite is het de bekroning van een volgehouden studie die zo’n dertig jaar geleden begon met Consuming the Romantic Utopia. De ondertitel van dat boek uit 1997 luidt The Cultural Contraditions of Capitalism – een verwijzing naar het gelijknamige boek van Daniel Bell uit 1976. In die sociologische bestseller liet Bell mooi zien dat de moderne, kapitalistische samenleving vol zit met tegenspraken. Nieuw was dit inzicht bepaald niet. Het is zo’n beetje de basso continuo van de hele klassieke sociologie. Marx, Durkheim en Weber verschilden alleen van mening over de vraag of die tegenspraken vooral economisch (Marx), maatschappelijk (Durkheim) of cultureel (Weber) waren; en of de moderne maatschappij aaneenhing van die tegenspraken (Weber), eronder zou bezwijken (Marx), of op weg was naar een hogere soort van integratie (Durkheim). Bells heldere synthese van deze discussie stelde Illouz in staat om aan te geven dat er iets essentieels aan ontbrak: een analyse van ‘moderne emoties’. Maatschappelijke spanningen (‘contradicties’) gaan namelijk onder de huid van mensen zitten. We ervaren ze aan den lijve, als emotionele problemen. Het is ronduit verbazend dat emoties in de klassieke sociologie niet meer aandacht kregen. Het hele oeuvre van Illouz is een poging om die leemte op te vullen.
De hoofdvraag luidt dus: hoe heeft de moderne maatschappij zich in ons emotionele leven ontvouwd? Wat natuurlijk meteen de vraag oproept: wat is ‘moderniteit’? Illouz geeft daar wel een antwoord op, maar wijs genoeg doet ze dat beknopt. Moderniteit is, zoals ze schrijft, een ‘ingewikkeld en vaag concept’. Er zijn bibliotheken over volgeschreven, en je zou er tot het einde der tijden over kunnen doorgaan. Je kan het niet zomaar afbakenen als een periode. Het is eerder een historische dynamiek die gekenmerkt wordt door ‘elkaar overlappende en wederzijds versterkende processen’, zoals daar zijn: een bewuste breuk met traditie; secularisatie; het uitwissen van formele grenzen tussen hiërarchisch onderscheiden groepen; de verspreiding van een egalitaire visie op de menselijke persoon, die ‘de taak kreeg toebedeeld om zijn sociale relaties reflexief vorm te geven’; de ‘verpletterende dominantie van concurrerende markten om werk en levensprojecten te ontwikkelen’; een op technologie geënte cultuur, ‘met haar voortdurende stroom aan beelden van het goede leven’; de ‘wereldwijde circulatie van populaties tussen natiestaten’; en niet te vergeten een streven naar sociale mobiliteit, ‘terwijl tegelijkertijd de ongelijkheid tussen de klassen toeneemt’. Kortom, een tamelijk losse greep uit de kenmerken die je inderdaad vindt in de talloze boeken over ‘moderniteit’. Illouz ziet ze als moderne krachten die felle emoties opwekken: ‘niet eerder hebben economische, culturele en politieke instituties zo systematisch emoties opgeroepen’. Zo bijvoorbeeld versterkt de consumptiecultuur jaloezie en afgunst, wekt het gelijkheidsdiscours nu eens trots op (omwille van succes) en dan weer schaamte (gemankeerd succes), maar ook woede (omdat in de praktijk de ongelijkheid toeneemt), en veroorzaakt de technologie, bedoeld om de wereld beter te beheersen, in feite allerlei angsten – denk aan sociale media.
Het resultaat is dat ‘moderne’ mensen opgescheept zitten met een explosief mengsel van felle emoties die alle richtingen uitgaan. Moderne mensen zijn zo door hun emoties overrompeld dat ze de wereld en hun medemensen niet anders meer kunnen bekijken dan door een emotionele waas. ‘Emoties zijn de werkelijkheid van het individu geworden, zijn bevochten realiteit, datgene wat het probeert vorm te geven en te beheersen, en waarom het met anderen worstelt’.
Naar analogie met andere sociologen, die de moderniteit een mislukt, of hooguit half gelukt experiment van de rede noemden, ziet Illouz de moderniteit als een mislukt emotioneel experiment. De complexe moderne maatschappij, vol tegenspraken en spanningen, vergt emotioneel zoveel van haar leden dat die er het noorden bij verliezen en als marionetten aan de touwtjes van hun eigen op hol geslagen emoties bengelen.
Wrede hoop
Het was nochtans hoopvol begonnen. Hoop, schrijft Illouz, is de essentiële emotie van de moderniteit, de motor die individuen voortstuwt. Hoop is zo oud als de mensheid, maar moderne hoop is uniek omdat zij dat waar mensen naar verlangen – comfort, welvaart, geluk – niet langer situeert in een onbepaalde toekomst of na de dood maar hier en nu. De moderniteit brengt de hemel binnen handbereik. Hoe nederig en onaanzienlijk je levenssituatie ook is, je hoeft je er niet bij neer te leggen. Een nieuwe dag en een nieuwe wereld begint nu, alles kan. Maar hoe meer mensen zich voltanken met ambitie en er vervolgens tegenaan gaan om een aardig plekje te bemachtigen op de maatschappelijke ladder, hoe wreder ze zich bekocht voelen als blijkt dat de hoop ijdel is. Want diep in de late moderniteit zijn mensen nog altijd niet gelijk. Consumptie maakt nog altijd niet gelukkig. Democratie is geen volksfeest. En technologie tilt je niet op een troon maar gaat er zelf op zitten. De premoderne, religieus getinte hoop over hemelse rijstpap met gouden lepeltjes is misschien een illusie die mensen koest hield in afwachting van beterschap na de dood. Maar de moderne hoop is wreder: zij doet moderne individuen al tijdens dit leven beseffen dat alle hoop ijdel is – met alle teleurstelling, ressentiment, woede, afgunst en jaloezie van dien. Ziedaar onze explosief-moderne binnenwereld.
Schreef Illouz een pessimistisch boek? Dat weet ik niet. Misschien is er ook leven na of buiten de moderniteit.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.