Samenleving, Signalement

Profetische retoriek

Als risico’s viraal gaan

Welke wereld na corona?

Dirk Geldof

Dirk Geldof, socioloog en voormalig Groen-politicus, is in Vlaanderen vooral bekend voor zijn bestsellers Superdiversiteit (Acco, 2013, twaalfde druk) en Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij (2008, vijfde druk), een boek dat dicht aanleunt bij het werk van de Duitse socioloog Ulrich Beck. In zijn nieuwe boek,  Als risico’s viraal gaan. Welke wereld na corona?, knoopt Geldof opnieuw aan bij het werk van de in 2015 overleden socioloog. Hoewel hij geen volgeling van Beck is, hanteert hij graag diens paradigma van de ‘Risikogesellschaft’.

Voor de analyse van zoiets complex als de coronacrisis heeft zo’n eenduidig perspectief grote voordelen omdat het voor wat samenhang in het denken zorgt. Want er wordt vandaag wat nagedacht over hoe corona de wereld verandert, en de hypothesen gaan zo’n beetje alle kanten uit, net als het virus. Bij al die verwarring snakt een mens naar wat overzicht en dat biedt Geldof. Hij bekijkt de wereld door de ‘lens van de risicomaatschappij’. Mensen hebben altijd al beslissingen genomen, maar typisch in de ‘risicomaatschappij’ is dat handelen vandaag een kwestie is van risico’s inschatten en produceren. Wie iets van onze maatschappij wil begrijpen, moet dus bekijken wie, wat, waar en wanneer iets als een risico bestempelt.

Het gaat er Geldof niet alleen om uiteen te zetten in welke wereld we leven, meer nog vraagt hij zich af in welke wereld we morgen willen leven. De vraag ‘hoe zal de wereld eruit zien na de coronacrisis?’ is dus dubbelzinnig. Hoe zal het zijn? Hoe willen we dat het zal zijn? Voor Geldof is ‘business as usual’ alleszins geen optie. De coronacrisis ‘moet een blikopener zijn om op een veel verantwoorder manier om te gaan met de risico’s en de uitdagingen van de 21ste eeuw’. Corona zal dus de wereld veranderen, maar dan enkel op voorwaarde dat de mensheid er de juiste lessen uit trekt.

De grote les die de mensheid vandaag moet trekken is volgens Geldof dat we op een andere manier moet gaan werken, wonen en leven. Het moet gedaan zijn met problemen door te schuiven naar toekomstige generaties of naar minder fortuinlijke delen van de wereld, zoals gebruikelijk in de tijd van ‘neoliberale globalisering’. De grote uitdaging is uiteraard de klimaatcrisis. In feite is de coronacrisis op die manier een oefening om ons te leren herpakken voor nakende rampen die vele malen groter zullen zijn, tenminste als we voortdoen zoals we bezig zijn.

In de ogen van Geldof is de coronacrisis een pedagogische tik op de vingers van de onverantwoordelijke mensheid. Een doemdenker is hij niet, maar hij hanteert wel een profetische retoriek. Ofwel doe je gewoon verder zoals je bezig bent en dan loopt het slecht af, ofwel bekeer je je, en dan komt het wonderwel allemaal weer goed. De profeet staat bij een tweesprong en wijst de paden aan die je uit kunt. Het ene pad leidt naar ellende en neergang, het andere naar de stralende toekomst. Voor de profeet in Geldof hebben mensen vandaag de keuze tussen de weg van de ‘winstmaximalisering, klimaatopwarming en vernietiging van ecosystemen’ en die van de ‘gezondheid, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid’.

Maar zo simpel liggen de zaken niet, de werkelijkheid is ambivalenter. Dat weet de socioloog Geldof ook en het blijkt uit wat hij schrijft. Zo stelt hij op de ene bladzijde dat we nood hebben aan een ander soort globalisering, maar niet aan een wereld ‘waarbij landen hun grenzen sluiten zoals tijdens de lockdown. Ook een deglobalisering, waarin landen proberen terug te plooien op hun eigen productie, lijkt noch voor ons noch voor landen in het Zuiden een duurzame oplossing.’ Enkele bladzijden tevoren was hij nochtans tot het inzicht gekomen dat het ‘allesbehalve onverstandig’ is dat landen de productie van mondmaskers in eigen land willen opstarten. Of hoe concrete ‘verstandige aanbevelingen’ op gespannen voet staan met principiële standpunten.

De wereld zit ingewikkeld in elkaar, maar voor Geldof zijn complexe zaken vaak bij voorbaat duidelijk. Zo toont de hele mondmaskersaga de beperkingen van de vrije markt en de ‘hyperglobalisering’ aan. De tragikomische opeenvolging van vernietiging van strategische voorraden maskers, niet tijdig aangevulde stocks, misgelopen bestellingen en late leveringen van onvoldoende kwaliteit laat zien ‘hoe in deze hypergeglobaliseerde risicomaatschappij onze hoogontwikkelde natiestaten zich afhankelijk hebben gemaakt van de goodwill van de globale e-commerce spelers’. Dat de wereldmarkt van de mondmaskers niet goed werkte kon je inderdaad zien. En wie het niet zag, moest maar luisteren naar de verantwoordelijke ministers die niet ophielden erop te wijzen hoe ernstig verstoord die markt wel was. Maar als ministers van liberale signatuur zich verschuilen achter een falende markt, is argwaan geboden. Dan begint een mens zich af te vragen wat het meeste faalt: de markt of de overheid. Een nauwkeurige analyse van de hele saga zal allicht een imbroglio aan het licht brengen van onderbemande departementen, slechte communicatie, ondoorzichtige bevoegdheidsverdeling, nepotisme, politieke drijverijen en overwerkte cabinetards. Allemaal zaken dus die met een slecht werkende markt niet veel te maken hebben.

De coronacrisis biedt trouwens evengoed gelegenheid om een ode te brengen aan de ‘hyperglobalisering’. Luttele weken na de uitbraak in Wuhan hadden Chinese laboratoria het virus al geanalyseerd, werden gegevens gedeeld en begonnen wereldwijd duizenden onderzoekers in laboratoria van universiteiten en farmaceutische bedrijven aan een snelheidsrace naar een vaccin. Dankzij de ‘hypergeglobaliseerde wereld’ zal het vaccin niet na tien of vijf jaar worden geproduceerd, zoals gebruikelijk, maar met wat geluk al na anderhalf jaar of zelfs nog sneller.

Het zijn niet enkel negatieve lessen die Geldof ons leert. Zijn boek draait rond een as van hoop, vertrouwen – en wishful thinking. Als positieve tegenhanger van het neoliberalisme, het falen van de markt en de onbetrouwbare globale e-commercespelers ontwaart hij namelijk ‘een onbedoelde herontdekking van de maakbaarheid van de samenleving’.

 

Als de coronacrisis ons één ding leert, is het wel dat we de aangeprate impotentie van de maakbaarheid van de samenleving achter ons kunnen en moeten laten. Zo verbijsterend snel als de pandemie zich verspreidde, zo verrassend snel bleek onze samenleving opeens veranderbaar en maakbaar. De rollercoaster van ongeziene maatregelen maakt de maakbaarheid van de samenleving plots weer zichtbaar en aanvaardbaar.

 

Geldof doelt dan vooral op de herinrichting van de ziekenhuizen, op de rol van de experts, op de blijken van solidariteit, de veerkracht van velen. De reorganisatie van de ziekenhuizen was inderdaad indrukwekkend, en de moed en inzet van het ziekenhuispersoneel was dat zo mogelijk nog meer. Maar het lijkt me wat overdreven om daar nu meteen de herontdekking van de maakbaarheid van de samenleving in te zien. In de woonzorgcentra bleek er trouwens nog wat aan de maakbaarheid te schorten.

Sommige lezers zullen zich aangesproken voelen door Geldofs ‘yes, we can’-boodschap. Maar die boodschap kenden we al. De sociologische waarde, die het boek zeker heeft, ligt mijns inziens meer in de bevattelijke en heldere toepassing van Becks perspectief op de risicomaatschappij waar Geldof in eerdere boeken ook al uitgebreider op inging.

 

Recensie: Walter Weyns over Als risico’s viraal gaan van Dirk Geldof

 

Acco, 2020
ISBN 9789463799041
146p.

Geplaatst op 03/08/2020

Tags: Als risico's viraal gaan, Coronavirus, Covid-19, Dirk Geldof, Neoliberalisme, Ulrich Beck

Categorie: Samenleving, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.