Geschiedenis, Recensies

Hangt de vervolgde heks nog in de lucht?

Heksenjacht

De duistere geschiedenis van heksenvervolging in de Lage Landen

Maartje van der Laak

Wie denkt dat de heksenwaanzin zich vandaag beperkt tot bepaalde regio’s in Afrika, Midden-Amerika en Azië, vergist zich. Het horrorhoogtepunt van de voorbije Halloween, dat feest van vrolijk verklede kinderen aan de deurbel, speelde zich af op het hoogste politiek niveau: toen de onbevreesde VN-rapporteur Francesca Albanese eind oktober haar nieuwe rapport over de westerse medeplichtigheid aan de genocide in Gaza uiteenzette aan de Algemene Vergadering, verweet de Israëlische VN-ambassadeur haar een heks met falende toverspreuken te zijn. Het is helaas niet de enige recente politieke uitlating die een vrouw om haar vrouw-zijn viseert. Denk aan de Ditch the Witch-campagne die de toenmalige Australisch premier Julia Gillard over zich heen kreeg. Of de hashtag #hexit, een versmelting van ‘heks’ en ‘exit’, die Geert Wilders lanceerde en ertoe bijdroeg dat de Nederlandse minister Sigrid Kaag aftrad wegens onophoudelijke belaging. Maar dat uitgerekend een Jood zijn heil zoekt in eeuwenoude zondebokmechanismen waarvan we weten dat ze tot massamoord leiden, en dat om een volkerenmoord te ontkennen, overtreft ze wel.

In westerse landen circuleert het stereotype van de heks – oude vrouw met haakneus, wrat, punthoed, bezemsteel, kat en ketel – nog volop, zowel in de kinderwereld van gezelschapsspellen, sprookjes, jeugdliteratuur, films, videogames en speelgoed, als bij volwassenen die met het oog op heling of spirituele verbinding hedendaagse vormen van hekserij opzoeken via rituelen met kaarsen, kruiden en kristallen. Historica Maartje van der Laak wijst ons erop dat de vanzelfsprekendheid waarmee we vandaag met deze symboliek omgaan, getuigt van weinig bewustzijn over dit gruwelijke maatschappelijke fenomeen dat tienduizenden slachtoffers maakte en waarvoor nog te weinig eerherstel is. Met Heksenjacht levert ze een originele reconstructie af van de duistere geschiedenis van de heksenvervolgingen in de Lage Landen. Naast historische studie, biedt het boek een gelaagde ontleding van dit culturele trauma, die aanzet tot reflectie over hoe oude mechanismen van uitsluiting en demonisering nog steeds doorwerken in onze tijd.

 

Empathische vertelstijl

Volgens de mediëvist Frederick Powicke kan je het bestuderen van de geschiedenis soms vergelijken met het gaan zitten op een kat: eens die tot leven is gewekt, kom je er niet zonder krabben vanaf. Dat geldt zeker zo voor het aangrijpende verhaal van de heksenvervolging, dat Van der Laak op meeslepende wijze brengt. Gebaseerd op volksverhalen, verslagen van folteringen, citaten, oude illustraties en de beeldtaal in de schilderijen van Bruegel en Bosch, bouwt ze haar betoog op vanuit casussen die het lot van slachtoffers gedetailleerd omschrijven. Die empathische betrokkenheid geeft het boek kracht en onderscheidt zich daarmee van heel wat andere titels over dit onderwerp die recent de planken in de boekhandel vullen. Vanaf de eerste bladzijden trekt Heksenjacht de lezer mee in het tragische verhaal van Elisabeth Vlamyncx, een genezeres uit Ninove die in 1595 ondanks haar sociale status wordt beschuldigd van hekserij. Ze zit opgesloten boven het poortgebouw van het Gentse Gravensteen en riskeert zoals vele andere vrouwen die haar voorafgingen de brandstapel op het aangrenzende Sint-Veerleplein. Haar dochter Nelleke en echtgenoot Gilbert proberen haar te verdedigen, maar falen. Zodra de beulen aangeven ook haar dochter te zullen folteren, breekt Elisabeth en legt ze de gewenste bekentenis af. Ze sterft in het vuur op 24 december 1595. De lijdensweg van Elisabeth, Margriet, Janneke, Anna en andere slachtoffers weeft een rode draad door het boek, dat eindigt met een adembenemende beschrijving van zo’n verbranding zoals de auteur die zich probeert voor te stellen op basis van de procesverslagen die de griffiers van de toenmalige Raad van Vlaanderen nauwgezet opmaakten. Bij wijze van eerherstel sluit het boek af met een lange, voorlopige lijst van de gekende slachtoffers van de heksenjacht in de Lage Landen. Herdenking is ook heling. Opmerkelijk is wel dat dit allemaal niet zozeer tijdens de zogezegd duistere middeleeuwen gebeurde, maar tijdens de vroegmoderne tijd waarin de verlichtingswaarden vorm kregen.

Een meerwaarde van deze vertelstijl met persoonlijke verhalen en de emotionele toegang die ze bieden, is dat je als lezer dit onverwerkte verleden in al zijn gelaagdheid beter leert begrijpen. De kleine ijstijd, de pest, de oorlogen en hongersnoden, religieuze conflicten, de angsten en het bijgeloof, de vrouwenhaat, de verdachtmakingen met het oog op het verwerven van grondrechten of het politiek vergaren van macht en sociale controle: het komt allemaal aan bod. In tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘het venster’ over de heksenwaan in de Canon van Vlaanderen, dat de verklaring vooral lijkt te zoeken in volkshysterie, argumenteert Van der Laak glashelder dat het ook om een zorgvuldig uitgevoerde campagne ging, van bovenuit gefaciliteerd door de kerk en staat. Denk aan de inquisitie, bisschoppen die persoonlijk op het platteland de heksenvervolging gingen opvolgen, priesters die folteringen en executies bijwonen, de demonologische literatuur (zoals De Heksenhamer (1486)). Het is niet omdat er ook al eens een protesterende priester op de brandstapel belandde, bijvoorbeeld omdat die het verbranden van edellieden en kinderen te ver vond gaan, dat de katholieke kerk vrij te pleiten valt. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, zo lezen we in het boek, kennen we paus Innocentius VIII van de pauselijke wet die in 1484 de hekserij tot hoofdmisdaad veroordeelt, en daarmee zijn zegen gaf voor het escalerende geweld.

 

Onverwerkt verleden

Dat er toen nog geen sprake was van natiestaten, mag ook geen excuus zijn om de verantwoordelijkheid van machthebbers te relativeren: de hoogste gezagvoerders stuurden aan op vervolging, veroordelingen voltrokken zich als officiële rituelen centraal op dorpspleinen. De Schotse koning James VI bracht met geschriften over de satanische heksentheorie eigenhandig de heksenjacht op gang. Koning Filips II noemde heksen de gevaarlijkste van alle ketters, kwam tussen in processen met een brief aan rechtbanken en vaardigde een criminele ordonnantie uit tegen heksen. De Raad van Vlaanderen, gezeteld in het Gravensteen waar toeristen vandaag de tentoongestelde foltertuigen komen bewonderen, was in die tijd de hoogste rechtbank. En dat ook mannen de vuurdood vonden, is evenmin een argument om te twijfelen aan de centrale rol van het misogyne zondebokmechanisme: dat reduceerde vrouwen tot vervaarlijke, seksueel beluste duivelsgezellen die zich schuldig maakten aan de schandkus en ‘vleselijke conversaties’. Met treffende anekdotes legt Heksenjacht minutieus de obsessie bloot met de vrouwelijke seksualiteit, vruchtbaarheid en sociale autonomie.

Wat in het bijzonder de verbeelding prikkelt, is hoe Van der Laak ons inwijdt in het magische denken dat aan de grondslag van de heksenhetze ligt. De kerk slaagde er niet in het heidense geloof in ‘de vliegende vrouwen’ uit te roeien, dus paste ze haar theorie aan: heksen zijn wel echt, maar slecht. Toverij stutte de argumentaties van de rechtspraak, zoals het verhoopte godsoordeel bij de waterproef. Of de prikproef, waarbij dokters tot in de intiemste delen zochten naar ‘heksentekens’: vreemde plekjes, vlekjes en bultjes die gevoelloos zijn en niet konden bloeden. Terwijl hedendaagse complottheorieën gewantrouwde en vage margefenomenen zijn, ontdekken we hier hoe deze massapsychose een officiële en concrete praktijk was. Slachtoffers werden uit genade soms eerst vermoord, maar hun lichamen moesten alsnog ritueel verdwijnen in de ‘zuiverende’ vlammen om de duivel uit te drijven. Dat ook dieren na een proces al eens op de brandstapel belandden, katten werden ingemetseld etc. toont des te meer aan hoe ingenieus deze collectieve verstandsverbijstering het denken in haar greep had. En ook hoe gemakkelijk het was erin verstrikt te raken: als de duivel ook de gedaante van een kat kon aannemen, had je weinig nodig om een vrouw ervan te beschuldigen dat ze ’s nachts met hem uithing.

‘Moeten we angst hebben voor het oude vrouwtje, of voor wie haar op de brandstapel zet?’ – die vraag trekt Van der Laak ook door naar het heden. De heksenvervolging behoort tot ons cultureel erfgoed en door ze te behandelen als sfeervolle folklore in heksenstoeten doen we haar onrecht aan. ‘De heksenverbranding is een uniek gebeuren dat mensen samenbrengt’, staat te lezen op de website van Erfgoed Vlaanderen, vertelt de historica. Verschillende steden organiseren heksenpopverbrandingen, zoals Hasselt in 2023. Zulke dubieuze folkloristische evenementen kunnen echter ook een kans zijn tot educatie, bewustwording en eerherstel. De verrechtsing van het politieke landschap in de Lage Landen, met politici die vinden dat we vooral trots moeten zijn op onze geschiedenis en bijgevolg dikwijls moeite hebben met een kritische kijk op de duistere kanten ervan, maakt het ontplooien van zo’n emanciperende benadering er alleszins niet eenvoudiger op. Als we van onze geschiedenis een politieke speelbal maken voor identitaire claims over licht en duisternis, dreigt ze zich te herhalen.

Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2025
ISBN 9789493410138
368p.

Geplaatst op 10/01/2026

Tags: Elisabeth Vlamyncx, Heksenjacht, Maartje van der Laak

Categorie: Geschiedenis, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.