‘Het is niet af’

De omwegen

Jeroen Theunissen

De omwegen van Jeroen Theunissen mag dan een breed geschilderde familieroman zijn, het boek is opgebouwd rond een schijnbaar eenvoudig uitgangspunt. Schijnbaar, want Theunissens grondidee herbergt een complex probleem en genereert, naast een boek vol avontuurlijke omzwervingen, ook veel vragen over de verlangens, mogelijkheden en keuzes van het individu binnen onze samenleving.

De motor van het boek is de levensloop van een drieling: drie jongens die allemaal Jo worden genoemd, afkomstig zijn uit dezelfde familie, geboren zijn in dezelfde tijd en op dezelfde plek, en ook nog eens opgroeien in een op het eerste gezicht ondergedetermineerd, ‘normaal’ Vlaams gezin. ‘Hoe kon het gebeuren dat in een ogenschijnlijk modaal gezin twee zonen zomaar met de noorderzon verdwenen?’, vraagt de openingszin, die direct een deel van het verhaal prijsgeeft en de lezer de roman in slingert. Een mogelijk antwoord dient zich meteen aan met de omineuze familienaam van de drieling: Goetgeluck. Het wilde geluk dat de broers in het spoor van hun vader nastreven – en dat hun in zekere zin ook ten deel valt – is echter van dubbelzinnige aard, en naarmate het boek vordert lijken hun aanvankelijk gekozen levensdoelen steeds meer op luchtspiegelingen.

Theunissen schrijft geen doorgedreven pastiche op de (naturalistische) familieroman, maar problematiseert die traditie meteen al met zijn drie Jo’s. Met dat uitgangspunt ontvouwt zich voor de lezer een hele ruimte van determinerende factoren en maatschappelijke omstandigheden versus individuele lotgevallen, verlangens en existentiële of ideologische keuzes, een horizon van mogelijkheden dus, die om verhalende antwoorden vragen. Deels suggereert Theunissen al een antwoord met de titel van het boek, die de structuur blootlegt en de contingentie van het bestaan – het dwalen, de vrijheid, het toeval –voorop lijkt te stellen. De vraag blijft echter waarheen de omwegen de personages uiteindelijk zullen leiden. Of anders gesteld: wat de bestemming zou kunnen zijn van hun levensbeslissingen, die in deze roman vaak het gevolg lijken van een grondeloos vrijheidsgevoel, maar ook van de toevallige bedrading van het irrationele, gemankeerde dier dat de verlangende mens is. ‘And the movement in your brain / sends you out into the rain’, luidt het Nick Drake-citaat dat het motto van de roman vormt.

Met omwegen thuiskomen

In het eerste hoofdstuk gaat de moeder van de drieling, die dan al is gescheiden van haar man, de Vlaamse politicus Guy Goetgeluck, aan de hand van foto’s op zoek naar de betekenis van haar familiegeschiedenis. In het verlengde daarvan leest De omwegen als een reeks losse herinneringen en gebeurtenissen, die in een willekeurige volgorde worden verteld en waarin de verteller verschillende personages volgt. De hoofdstukken, die naast een titel telkens een jaartal meekregen, springen heen en weer tussen allerlei punten in de tijd en overspannen daarbij een periode van twintig jaar, van 1994 tot de nabije toekomst, net voor de nu al historisch gedoopte Belgische, Vlaamse en Europese verkiezingen van 2014. Via herinneringen komen ook uitlopers naar een verder verleden voor, zoals het jonge leven van Guy en Anita in de jaren zestig. Terloops worden allerlei vragen, onduidelijkheden en geheimen uitgezet die pas aan het einde van de roman min of meer samenkomen. Achter de schijnbare willekeur blijkt dan een uitgekiende vertelstrategie te schuilen, een plot met een ontknoping die erom vraagt een aantal achteloos vermelde verhaalelementen te herinterpreteren.

In de eerste hoofdstukken leren we de zeer uiteenlopende persoonlijkheden van de broers beter kennen: de vrijheidsminnende maar egoïstische bohemien Joris, de ascetische maar ongelukkige intellectueel en kettingroker Johan, en de joviale en sociale maar ook ietwat dommige Jonas. Hun verhaal wordt in dat eerste luik gelijk in het licht van de grotere, globale, Europese en Vlaamse politieke en culturele geschiedenis geplaatst. Zo lezen we dat ze het ouderlijk huis verlaten in 1994, vlak na de zelfmoord van Kurt Cobain, dat Anita de dochter is van een ex-nazi die na de oorlog in dienst treedt van wat later de Europese Unie zal worden, en dat de ooit nog communistische en socialistische Guy, na een korte periode als minister, in het Europees parlement is beland en ‘thuisgekomen’ als lid van de rechts-nationalistische N-VA.

Al snel ontvouwt zich een familiedrama dat allerlei vertakkingen in het verleden zal krijgen. Joris komt in contact met Tina, die zijn halfzus blijkt te zijn, een kind van Guy en diens minnares Vera, weduwe van Guy’s beste vriend Bert, die om het leven kwam door een motorongeluk. Joris en Tina beginnen een relatie, en net wanneer Tina op het punt staat te vertellen dat ze zwanger is, verdwijnt Joris om vervolgens jarenlang geen teken van leven te geven. Later zullen ook zijn broers het vaderland verlaten. Johan heeft aanvankelijk een veelbelovende academische carrière als geëngageerd links denker die overal ter wereld lezingen geeft. Niet lang na de verkiezing van George Bush Jr. veinst hij een verdrinkingsdood, waarna hij een eenzaam en anoniem leven leidt en terroristische acties op kapitalistische doelwitten opzet. Aan het andere uiteinde van het spectrum staat Jonas, die zijn korte grungeperiode en verlangen naar authenticiteit al snel achter zich laat. Zijn wens om miljonair te worden gaat in vervulling als hij in de Verenigde Staten met beleggingen jongleert voor het bedrijf van zijn Amerikaanse schoonvader. We vernemen ook stukjes en beetjes over het leven van de derde Jo, die tijdens zijn zwerftocht door Centraal-Europa allerlei (erotische) avonturen beleeft. Later vindt hij tijdelijk een vorm van rust als hij samen met een jong meisje een boerenbestaan leidt in de afgelegen Russische deelrepubliek Toeva. Als zij sterft, zet hij zijn tocht verder, maar met minder overtuiging dan voordien.

De avonturen van de broers worden afgewisseld met hoofdstukken waarin onder andere wordt gefocust op de levens van hun moeder, vader en Tina en haar zoon Karel (‘Keizertje’), en hoe zij de afwezigheid van de Jo’s in Vlaanderen ervaren. Tussendoor werkt het boek ook toe naar de onthulling van een geheim dat een nieuw licht werpt op Guy’s verleden en een onuitwisbare stempel op de familiegeschiedenis heeft gedrukt (en dan vooral, op een vernietigende manier, op Anita’s ongelukkige leven in de schaduw van haar man). Theunissen creëert met het langzaam onthullen van dat tweede familiegeheim een spanningsboog die het boek in zekere zin samenhoudt, en er na lezing de formele ruggengraat van blijkt te zijn. Naast een verknipte familieroman, is De omwegen daardoor ook een tegendraadse whodunnit, zij het dat de ontknoping niet per se de essentie van het boek vormt.

De werkelijke ontknoping is veeleer de thuis- en samenkomst van de broers; een dubbelzinnig tragisch einde, dat de grotere geschiedenis van Vrijheid, Kapitalisme en Idealisme weerspiegelt. Na hun terugkeer naar het Vlaanderen dat ze alle drie ooit nog zo verstikkend vonden en de dood van hun ouders, stranden de drie Jo’s in het ouderlijk huis. Jonas is zijn miljoenen kwijt, Johan zijn al te grote idealen als redder van de mensheid, en Joris zijn wilde haren. Op de laatste pagina volgt een betoog van de door ‘biohacking’ geobsedeerde Keizertje tegen de dood en de zwakheid van de mens. Dat zou een commentaar op de levensloop van de broers kunnen zijn, maar lijkt in zijn hoogmoed ook een herhaling van hun geschiedenis in te luiden:

Onze evolutionaire voorgeschiedenis, […] onze psychologie, zowel onze morele als fysieke apparatuur, onze hersenen… Niets is af. We mogen dan minder gewelddadig zijn, het brengt ons nergens. We hebben geen controle, we zijn als mens te klein, te onrustig, te zwak. We moeten een volgende stap zetten. Het is niet af.

‘Het is niet af,’ herhaalt Keizertje wat later zijn woorden (die onwillekeurig ook naar de roman zelf verwijzen), nadat de chronisch depressieve Johan in de voorlaatste zin heeft gezegd dat hij zich gelukkig voelt.

Parasieten

De levenslopen van de Goetgelucks worden met dat einde in de verf gezet als een ongecontroleerd, driftig en destructief gevecht met zichzelf, dat ze haast blind en zonder groter perspectief leveren, als marionetten in een plot die ze niet in handen hebben. Theunissen schetst de worstelingen van de broers met een ongelofelijke vaart, die enkele meeslepende hoofdstukken oplevert. Daarbij laat hij talloze obstakels, gebeurtenissen en toevalligheden passeren, waarvan ik hierboven nauwelijks een samenvatting heb kunnen geven. Die snelheid zorgt er niet alleen voor dat het lijkt alsof de drie Jo’s – net als hun vader – radeloos op de vlucht zijn voor iets wat ze zelf niet kunnen vatten, maar ook dat motieven en psychologie op de achtergrond blijven.

Tegenover de ongemotiveerde drift van de mannen staan de vrouwen, die hun capriolen met een al even grote onredelijkheid ondergaan: Jonas’ vrouw Mirry, die Marx lezend en weed rokend wegkwijnt terwijl hij geld vergaart en een minnares onderhoudt; Anita, die zich aanvankelijk lijkt te hebben neergelegd bij de manier waarop haar man haar als een soort ‘huisdier’ behandelt; en Tina, die haar emoties sinds het vertrek van Joris heeft gesmoord met een verregaand rationalisme en zich als biologe heeft gespecialiseerd in parasieten – een sublimatie van haar verdrongen frustraties. Twee uit de toon vallende en gespreid in het boek geplaatste hoofdstukken sommen de onbegrijpelijke symbiose op van enkele parasieten en de organismen waarop ze parasiteren. De suggestie is duidelijk dat Joris, maar ook de andere Jo’s en hun vader, kampen met een compleet gebrek aan empathie, en egocentrisch teren op diegenen die, al dan niet gewillig, hun ziel voor hen openstellen maar zo hun eigen vrijheid (laten) beknotten.

De vrouwen in het boek vormen de stem van het dagelijks leven, de nuance, het aardse en gewone, het gezond verstand… In de hoofdstukken waarin zij centraal staan, is er ook meer ruimte voor vertraging en psychologische verdieping (al worden ook hier de clichés niet vermeden). In zijn karakterisering van de mannen gaat Theunissen echter voluit voor een (doelbewust?) oppervlakkige typering, die ook nog eens wordt versterkt met een ironie die zichzelf nergens echt doorprikt. De manier waarop Jonas de onnozelste managementboeken verslindt, de picareske bokkensprongen van Joris, Johans onwankelbare geloof in de redding van de mensheid, het met retoriek aangelengde opportunisme van de middelmatige politicus die hun vader is: de mannelijke personages zijn, zeker in het begin, geen mensen van vlees en bloed, maar emblematische dragers van idealen die tot op zekere hoogte slechts vorm geven aan een irrationele levensdrift.

Desillusie

Met zijn schets van de exemplarische drieling stuurt Theunissen ook aan op een mythische lezing in het licht van de recente Europese en globale politieke en economische geschiedenis. Zo is het geen toeval dat hun moeder geboren wordt ‘op het precieze moment, in de vooravond van 9 mei 1950, waarop Robert Schuman in het Salon de l’Horloge met zijn wat hoge stem de historische en profetische woorden had uitgesproken over een Europa dat zich in kleine maar concrete stappen moest verenigen.’ Drie jaar later zit ze op schoot bij Jean Monnet, die samen met Schuman de Europese Unie stichtte. Bij het bekijken van de foto van dat moment, haar eerste herinnering, bedenkt ze dat het een mooi verhaal ‘vol verwachtingen’ is, ‘(z)eker een achtergrond waaruit men een geslaagd leven zou kunnen opbouwen’. Wat volgt, is veeleer het verhaal van de desillusies die voortkomen uit al te hooggestemde, zichzelf voorbij hollende idealen en verlangens, die uiteindelijk slechts omwegen op weg naar een thuis lijken te zijn. De roman krijgt zo een allegorische dimensie, met de drieling als een verpersoonlijking van erg verschillende maar onlosmakelijk met elkaar verbonden zoektochten naar een soort einde, misschien wel een eenheid.

Theunissen werpt in de loop van het boek – dat verfrissend is in zijn ambitie om bijna alles te willen samenbrengen, van de economische crisis tot het Vlaams nationalisme – tal van vragen op over de ideologische vlucht die de recente geschiedenis heeft genomen, en die hij ook durft te verbinden met grote thema’s als liefde en dood. De (ideologie)kritiek die De omwegen zo zou kunnen leveren, wordt echter al te vaak ontkracht door de volgehouden ironische distantie van de verteller tegenover Guy Goetgeluck en zijn zoons. Die ironie verhindert dat de lezer zich werkelijk kan identificeren met hun levensloop. Bovendien biedt ze een al te gemakkelijke vluchtweg voor de auteur (die soeverein boven de werkelijkheid van zijn personages lijkt te zweven) en voor de lezer (die nergens echt wordt uitgenodigd om het eigen standpunt te onderzoeken). Aan het einde van de roman vallen de Goetgelucks dan toch uit hun rol: Guy wanneer hij zijn geheim opbiecht aan zijn comateuze vrouw (door middel van een overigens nogal artificiële monoloog), de broers wanneer ze zich lijken te schikken in een huiselijker en minder glansrijk lot. Maar echt confronterend kan je die ommekeer dan al niet meer noemen.

Het is jammer dat Theunissen niet wat meer getemporiseerd heeft en ruimte heeft gemaakt voor een psychologische verdieping zonder obligate ironie. Ik had graag willen verdwalen in de gedachten, ideeën en ideologische kronkels van de personages. In al hun contingentie en onredelijkheid hadden die toch geloofwaardig en minder belachelijk kunnen overkomen, misschien zelfs onoverkomelijk. Dat had allicht een minder stuwend en leesbaar boek opgeleverd, maar misschien ook een tragischer, relevanter beeld van de mens als onaf wezen.

Links

De Bezige Bij Antwerpen, Antwerpen, 2013
ISBN 9789085423706
377p.

Geplaatst op 09/09/2013

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.