Poëzie, recensie, Signalement

De frustratie van het fotoalbum

Iedereen moet ergens zijn

Tjitske Jansen

Door een fotoalbum uit je jeugdjaren bladeren kan tegelijkertijd fijn en frustrerend aanvoelen. De nostalgie tussen de pagina’s maakt je alleen maar hongeriger in plaats van je te verzadigen. Je kunt je vergapen aan een vervaagde afdruk van vroeger, maar wat je toen ervoer kan je nooit helemaal weer vastpakken. In Iedereen moet ergens zijn probeert Tjitske Jansen die leemte te vullen. De bundel is een plakboek aan frappante snapshots uit haar verleden, die ze van commentaar voorziet. Over de spanne van de volledige boekuitgave produceert ze zo een soort bildungsroman-in-flarden.

Herhaling
Jansen heeft een vaste plek in het Nederlandstalig literaire landschap. Wie bekend is met haar poëzie, is waarschijnlijk niet verbaasd dat haar jongste werk opnieuw een fotozoektocht door haar eigen biografie vormt. Toen Jansen in 2007 de Anna Bijns Prijs in ontvangst nam voor Koerikoeloem, was dat ook omdat ze haar lezer vaardig wist rond te leiden langs korte verhalen over haarzelf, haar vormende jaren, en haar directe omgeving. Zelfs buiten de grenzen van genres – bijvoorbeeld in haar prozadebuut Voor altijd voor het laatst – pakt ze het telkens fotografisch aan. Die verknochtheid aan het familiealbum is niet toevallig. In één van de gedichten uit Iedereen moet ergens zijn heeft Jansen het over een literair idool. Ze geeft te kennen welke kwaliteiten zij bewondert in poëzie:

En hoe kon het dat de woorden van Judith Herzberg
klonken als gewone woorden
gewoon woorden die iemand kon zeggen
zo eenvoudig?
Ik wilde ze alleen maar herhalen en herhalen.

Die bewondering vertaalt Jansen naar haar eigen schrijfpraktijk. Ze maakt geregeld gebruik van zinsconstructies die niet uitgebeend zijn tot de stereotype doelmatige spaarzaamheid van poëzie. Ze herhaalt vaak letterlijk dingen die mensen tegen haar gezegd hebben, die ze ergens gelezen heeft, of die ze eerder gedacht heeft. Af en toe duikt er, tussen de gedichten, een theatertekst of een column op, met een vermelding van de gelegenheid waarvoor die oorspronkelijk geschreven werd: een herhaling uit eerder geschreven werk. De hele bundel is een oefening in het herhalen van het alledaagse uit het verleden.

Tegelijkertijd is er ook een verloop in het narratief van Iedereen moet ergens zijn. De gedichten nemen doorgaans een hele pagina in beslag, en soms zelfs meerdere bladzijden. De vreemdste eenden in de bijt zijn drie gedichten van elk twee versregels, die elk iets zeggen over een boom. Het eerste daarvan luidt:

Een eik die in de duinen groeit is een zee-eik.
Die groeit scheef. Dat hoort zo.

Het tweede gedicht is even kort en feitelijk:

De beuk die het goed doet in de schaduw
geeft zelf schaduw.

En tot slot, naar het einde van de bundel toe, is er een laatste tweeregelige observatie te lezen:

De lariks die veel licht nodig heeft
laat ook zelf veel licht door.

Deze korte gedichten vallen uit de toon bij Jansens verder erg narratieve schrijfstijl. Door hun haiku-achtige karakter suggereren ze eerder een manier van kijken dan een verhaal. Het lijkt of de dichter deze boomgedichten heeft geplant als plaatsmarkeerders voor haar lezers.

Botanische metaforen steken de kop op doorheen Iedereen moet ergens zijn, vooral om de spirituele ontwikkeling van de mens te vergelijken met de groei van een plant. Misschien moet de bundel dan ook gelezen worden als een trilogie van persoonlijke groei. Iemand groeit scheef in haar jeugd en daardoor wentelt ze zich in donkerte. Ze draagt zelf bij aan die schaduw, tot ze uiteindelijk licht binnenlaat. De boomgedichten zijn volgens die lezing de mijlpalen op een eenvoudige spirituele reis. Ze scheppen het verhalende kader scheppen waarbinnen een lezer deze nieuwe collectie aan herhaalde herinneringen moet plaatsen.

Deze structurele ingrepen zorgen ervoor dat Iedereen moet ergens zijn niet zomaar een nieuwe lading beelden is die bovenop de hoop bestaande Tjitske Jansen-polaroids uit haar eerdere werken wordt gedumpt: het is dit keer een verhaal met een duidelijke plotlijn – of toch tenminste in theorie. In de praktijk is de omkadering van de gedichten als een verhaal over persoonlijke groei vrij algemeen, en de contouren ervan in de rest van de bundel zijn vaag. Zo lijkt Jansen zich uiteindelijk ook stilistisch alleen maar te herhalen en herhalen, door opnieuw een reeks los geconnecteerde familiefoto’s bijeen te schrijven.

Vervolgschaap
Er is helemaal niks mis met een dichter die een uitgesproken eigen stijl ontwikkelt, maar toch brengt het recycleren van een beproefde tactiek een zeker risico met zich mee. Een van de gedichten in Iedereen moet ergens zijn gaat over een kind dat in de klas een bijzonder goed gelukt schaap weet te tekenen. Haar klasgenootjes zijn zo onder de indruk dat ze haar vragen voor hen ook zo’n schaap te tekenen. Wat volgt kan alleen maar beschreven worden als de grootste nachtmerrie van elke artiest met een succesvol debuut:

Ik tekende een paar keer achter elkaar hetzelfde schaap.
Toch was niet een van de vervolgschapen
zo goed als het eerste.
Mijn klasgenootjes, de juf en ikzelf zagen het allemaal.
Hoe kon dat nou
ik had toch precies hetzelfde gedaan?

Iedereen moet ergens zijn is duidelijk een vervolgschaap. We weten wat Jansen doet: haar oeuvre wordt gekenmerkt door uitgesproken aards taalgebruik. De ondoordringbaarheid die poëzie soms de naam bezorgt elitair te zijn zal je bij haar niet aantreffen; een lenig taalspel evenmin. Dit vervolgschaap staat of valt daardoor met Jansens vermogen om sprekende beelden uit te kiezen. Trouwe lezers hebben al een paar keer in het album van haar jeugd mogen bladeren, maar – verrassing! – ze heeft nóg een doos liggen met foto’s die vanuit een andere hoek genomen zijn. Zijn die treffend genoeg om ook ingeplakt te worden?

Een aantal van de kiekjes zijn dat zeker. De dichter verbeeldt zich een groots monster dat boven haar slaperige geboortedorp hangt, ze contrasteert een tienjarige die in bikini in een tuinstoel ligt met donkere gedachten over de eindigheid van het leven en ze benoemt de pijnlijke schoonheid van ouder worden door het over de gave lichamen van tieners te hebben. Wanneer Jansen op haar sterkst is, bewerkstelligt ze een soort nostalgie-door-osmose die net zacht genoeg steekt om gesmaakt te worden.

Daar wringt ook meteen het schoentje, want uiteindelijk is deze bundel meer dan honderd pagina’s lang. Niet elk beeld is even memorabel. Sommige gedichten zijn zwakke echo’s van andere. De bovengenoemde tienjarige doemdenker moet aan kracht inboeten wanneer het iets later wordt opgevolgd door een gelijkaardig gestructureerd fragment lezen over een morbide veertienjarige. Herhaling is misschien the name of the game, maar vaak verzandt Iedereen moet ergens zijn in repetitie van thema’s zonder verdere verdieping. Jansen had wellicht strenger kunnen zijn in haar selectie voor deze bundel. De aanwezigheid van fragmenten uit columns en theaterteksten versterkt die indruk alleen maar. Ook in een gedicht heeft Jansen de neiging kwantiteit boven kwaliteit te plaatsen. Neem nu bijvoorbeeld het titelloze openingsgedicht. Net als de beste teksten in deze bundel is het opgebouwd rond een verfrissend idee: de dichter past de tekst van haar Wikipedia-pagina aan naar wat er volgens haar belangrijk is.

In 2014 veranderde ik de tekst van mijn Wikipedia-pagina.
Omdat ik wel wat interessantere zaken wist te melden
dan dat ik in pleeggezinnen had gewoond
als serveerster, administratief medewerker
marktkoopvrouw en kokshulp had gewerkt
dat ik ooit een opleiding Nederlands
aan de Radboud Universiteit Nijmegen begon
die ik echter niet afmaakte
hoeveel exemplaren
er van mijn debuutbundel waren verkocht
hoe groot mijn invloed is geweest
op dichters na mij.

Het is een opener die vastbijt: de lezer kan zich direct beginnen afvragen wat er dan wél essentieel is volgens de dichter – welke ‘interessantere zaken’ ze te melden heeft. Al snel begint het gedicht echter te lijken op een wankele blokkentoren, die Jansen koste wat het kost hoog op wil bouwen. Zo begint ze een aantal bouwstenen op te stapelen die ze beter in de speelgoeddoos had kunnen laten, zoals de namen van haar voormalige artistieke partners in crime en flarden uit workshops die ze ooit heeft gegeven. Ze komt tot een tekst van drie pagina’s, maar veel daarvan wordt opgevuld met lege woorden.

Ik vermeldde met welke muzikanten
ik had samengewerkt.
Martin Fondse, Jasper le Clerq
Corrie van Binsbergen, Jeroen Zijlstra
Rutger Zuydervelt, Roos Rebergen,
Loes en Renée Wijnhoven.
Noemde de teksten die ik schreef voor Het Wilde Oog.
Vermeldde de samenwerking met beeldend kunstenaars
Jeroen Eisinga en Markus Vater.

Toegegeven, deze waslijst van namen is de ergste boosdoener in het bladvulling-achtige karakter van dit gedicht (de andere anekdotes en citaten geven de lezer iets meer om zich iets bij voor te stellen) – maar de aanwezigheid van dit fragment doet loos aan. Het lijdt onder een gebrek aan gerichte selectie. Misschien is dat bedoeld: Jansen voert humoristisch aan dat Wikipedia zegt dat haar tekst ‘lijkt op kletsen’ – maar bewustzijn tonen over de Achilleshiel van je werk neemt die zwakke plek nog niet weg.

Een gelijkaardig gebrek aan selectiviteit zet zich door in de hele bundel. Een aantal van de individuele gedichten gebruiken hier en daar rake beelden. Wanneer dat gebeurt heb je het gevoel dat je door het fotoalbum van je eigen jeugd aan het bladeren bent. Het frustrerende aan Iedereen moet ergens zijn is dat je veel vaker de weinigzeggende kiekjes van iemand anders moet uitzitten. Iedereen die al eens een namiddag heeft doorgebracht bij een kennis die net een grote reis heeft gemaakt weet hoe vervelend dat kan zijn – zeker als de beelden allemaal zo erg op elkaar lijken.

Een bespreking van Dieter Brusselaers over Iedereen moet ergens zijn van Tjitske Jansen.

Uitgeverij Querido, Amsterdam, 2021
ISBN 978 90 214 2582 5
112p.
Prijs: 18,99
Meer info: singeluitgeverijen.nl/querido/boek/iedereen-moet-ergens-zijn/ p.
Bestellen: singeluitgeverijen.nl/querido/boek/iedereen-moet-ergens-zijn/ p.

Geplaatst op 10/03/2022

Tags: 'Poëzie', 21e eeuw, Tjitske Jansen

Categorie: Poëzie, recensie, Signalement

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.