Essays, recensie

In elke ontmoeting een nieuwe taal: over Sally Rooney, Ali Smith en Patricia Lockwood

Als er iets verandert in de wereld, verandert er iets in de taal. In het voorjaar van 2020 diende zich een nieuwe werkelijkheid aan die vroeg om nieuwe woorden. We voegden ‘groepsimmuniteit’ en ‘aerosol’ toe aan ons vocabulaire en gaven nieuwe betekenissen aan ‘golf’, ‘bubbel’ en ‘routeplan’. Persconferenties fungeerden als een masterclass in beeldspraak toen we collectief moesten ontcijferen met welke metaforische ‘hamer’ we volgens premier Rutte het coronavirus moesten ‘platslaan’.

Het belang van woordkeuze werd tijdens de coronapandemie duidelijk zichtbaar. Woorden en hun bijbehorende gebaren zijn een machtig middel om de ernst van een situatie door te laten dringen.  Maar zoals dat gaat met woorden, treedt er betekenisinflatie op als je ze te vaak gebruikt. Helemaal wanneer de werkelijkheid achterblijft: ‘groepsimmuniteit’ verwijst nu naar een niet-waargemaakte belofte en het ‘nieuwe normaal’ voelt normaal noch nieuw. Het eens ludiek bedoelde ‘corona volente’ heeft een bijklank van vlakke uitzichtloosheid gekregen. We zijn coronamoe – weer zo’n woord – maar ook murw geslagen door coronataal.

Hier biedt literatuur een uitweg. In het begin van de pandemie vonden velen troost in De pest van Camus, later werd de dystopische klassieker Kallocaïne van Karin Boye herontdekt. Ondertussen maakte de pandemie ook haar opwachting in nieuwe romans. Ali Smith begint Zomer (2020), het sluitstuk van haar seizoenenkwartet, in februari 2020, met geruchten over een mysterieus virus en een plotselinge toename in anti-Aziatisch racisme. In de epiloog van Sally Rooneys Prachtige wereld, waar ben je (2021) vormt de coronapandemie de achtergrond waartegen de personages zich verzoenen met hun volwassenheid. Booker Prize- genomineerde Patricia Lockwood verwijst in Hier hoor je niemand over (2021) niet expliciet naar de pandemie, maar haar boek over de vervreemdingen van het online bestaan had op geen beter moment kunnen verschijnen.

De romans van Lockwood, Smith en Rooney las ik per toeval vlak achter elkaar. Alle drie de romans zijn sterk geworteld in de actualiteit. Ik schrok er soms bijna van, hoe mijn wereld en de fictieve plots samen konden vallen toen bleek dat de lockdown daarin óók bestond.  Tegelijkertijd merkte ik dat het tegenkomen van steeds nieuwe manieren om die onwerkelijke werkelijkheid onder woorden te brengen me hoopvoller stemde dan welke gespeculeerde exitstrategie dan ook. De drie romans hebben dan ook gemeen dat taal als middel om de wereld te duiden steeds naar de voorgrond wordt gehaald. De personages laveren tussen hoop en wanhoop – niet alleen over de staat van de wereld, maar ook over de mogelijkheid om nog iets zinnigs over die wereld te zeggen.

Millennials in een impasse
Die mogelijkheid wordt misschien wel het meest expliciet onderzocht in Sally Rooneys Prachtige wereld, waar ben je. Het is Rooneys meest hoopvolle roman tot nu toe, al wist ik dat pas toen ik hem uit had. Hoofdpersonages Alice en Eileen lijken in eerste instantie schoolvoorbeelden van ‘millennialpersonages’ zoals gekenmerkt door Hans Demeyer en Sven Vitse: ze leven in een tijd van wereldwijde ecologische en ideologische crisissen, maar zijn desondanks vooral bezig met hun eigen binnenwereld. Ze hebben de nodige economische en intellectuele privileges: Alice heeft een klein kapitaal verdiend met twee succesvolle romans en Eileen ‘verplaatst komma’s’ in een tijdschrift met enig literair aanzien. Ze ontstijgen de typering van het millennialpersonage doordat ze zich hyperbewust zijn van hun privileges en hun plek in de wereld constant onderzoeken en bekritiseren – alsof ze weten dat ze romanpersonages zijn en zichzelf als zodanig proberen te lezen. De centrale spanning in het boek is die tussen overgave en verzet, tussen opgaan in een groter geheel en je vastklampen aan een kritische buitenpositie.

Alice en Eileen worstelen daarnaast met de ontoereikendheid van taal. In hun mails aan elkaar proberen ze het leven uit te leggen en de wereld om hen heen te duiden. Tegelijkertijd zijn ze gefrustreerd door hun pogingen en die van anderen: alles is al eens gevraagd en elk antwoord is al eens gegeven, maar nooit op een manier die bevredigend voelt. Bij Alice mondt deze frustratie uit in regelrechte afkeer van de literaire wereld waar ze zelf deel van uitmaakt: ‘Het probleem met de eigentijdse roman is dat die voor zijn structurele integriteit aangewezen is op het consequent negeren van de geleefde werkelijkheid van de meeste mensen op aarde.’ Buiten de literatuur zien ze een vergelijkbaar probleem. Hoe meer mensen praten en schrijven, hoe minder ze daadwerkelijk lijken te zeggen. Eileen aan Alice:

Ik heb vandaag te lang op internet gezeten, waardoor ik een beetje depri begon te worden. Het ergste is dat ik echt denk dat de meeste mensen op het web het goed bedoelen en oprechte intenties hebben, maar ons politieke discours is er na de twintigste eeuw zo hard en snel op achteruitgegaan dat de meeste pogingen om het huidige historische moment te duiden in wezen neerkomen op wartaal.

Het probleem is dat het waardesysteem van oudere generaties in de ban is gedaan zonder dat er iets nieuws voor in de plaats is gekomen. In plaats van vrijheid heeft de ontworsteling aan heteronormativiteit, traditionele gezinswaarden en religie de kritische millennials een betekenisvacuüm opgeleverd. Ze waren zo druk met het afbreken van discours en ideologie dat ze vergaten hoe te leven: ‘En we haten mensen zoveel meer als ze fouten maken dan we van hen houden als ze iets goeds doen, dus de makkelijkste manier om te leven is dan maar niets doen, niets zeggen en van niemand houden.’

Rooney maakt slim gebruik van een personaal vertelperspectief om deze impasse voelbaar te maken. De vertelinstantie plaatst het hersenloze scrollgedrag van Alice’ vriend Felix naast smalltalk-gesprekken die Alice voert op een literair evenement waar ze eregast is: ‘Hij leek de nieuwe berichten niet eens te lezen voordat hij de pagina weer ververste. Op dat moment zat Alice in een kamer zonder ramen met een schaal vers fruit voor zich en zei: dank u, dank u, dat is heel aardig, ik ben blij dat u er zo van hebt genoten.’ Het resultaat van deze nevenschikking is dat Alice’ geslaagde carrière even triviaal klinkt als het verversen van je feed.

Een verzoening met de wereld zoals ze is komt voor Eileen nota bene tijdens de coronapandemie. De roman sluit af met een mail van Eileen aan Alice, waarin ze vertelt dat ze zwanger is en, tegen haar eigen verwachtingen in, gelukkig. Door haar aanstaande moederschap kan ze zich voegen in een narratief waar ze zich eerder zo van vervreemd voelde: ‘Wat we ook denken of vrezen wat de toekomst van de beschaving betreft, overal ter wereld zullen vrouwen kinderen blijven baren en ik hoor bij hen en het kind dat ik zou krijgen hoort bij hun kinderen.’ Ondanks de lockdown is Eileen hoopvol gestemd, ‘omdat het [leven] doorgaat, dat er steeds nieuwe dingen blijven gebeuren en dat nog niets is afgelopen.’ Wanneer Eileen zich overgeeft aan het ouderschap én fysiek beperkt wordt door een lockdown, is ze eindelijk vrij genoeg om de eindeloze variaties op dat thema te zien.

Oprechte troost
Van een keuze tussen verzet en overgave is in Patricia Lockwoods Hier hoor je niemand over allang geen sprake meer. We ontmoeten de naamloze hoofdpersoon op het moment dat ze al volledig vergroeid is met een wereld die ‘de wordt genoemd en die het meest lijkt op een verzameling van alle socialemedia-feeds zoals wij die kennen. De portal is een collectieve bewustzijnsstroom die zich eindeloos ververst. De hoofdpersoon kan tijdelijk uit de portal stappen – uitloggen, telefoon wegleggen – maar wat er daarbinnen gebeurt is onlosmakelijk verweven met haar bewustzijn. Hiermee heeft Lockwood iets gedaan wat mij eerder net zo onmogelijk leek als een meme uitleggen aan mijn oma: ze heeft in woorden gevat hoe het voelt dat het internet met haar onnavolgbare non-logica niet meer iets is waar we af en toe op inloggen, maar een werkelijkheid is geworden die net zo ‘echt’ is als de ‘echte’ wereld.

Daarnaast lees ik deze roman ook als een verhaal over taal en betekenis. Dat is namelijk wat het internet voor velen betekent: een tweede taal, een digitale onderstroom van beelden en tekens die soms ook wel de bovenstroom wordt. In Lockwoods portal wordt een taal gesproken die bestaat uit schijnbaar onzinnige uitspraken die alleen ten opzichte van elkaar iets betekenen. Je kunt er een beroemdheid worden omdat je de zin ‘kan een hond tweeling zijn?’ hebt gepost – de hoofdpersoon van het boek reist de hele wereld over om lezingen te geven na het produceren van deze hersenkronkel. Er is in de portal niet zozeer sprake van een betekenisvacuüm als wel van een totale betekenisanarchie: alles kan alles betekenen, en dus betekent alles eigenlijk niets, of dus juist alles.

Desondanks is er wel sprake van enige consensusvorming. Zo zijn er grappige en minder grappige manieren om te lachen – ‘Ahahaha!’ is de grappigste – en zijn er emoji’s die moeders niet mogen gebruiken vanwege hun seksuele connotaties: ‘We hadden het honderd keer uitgelegd, maar ze wilden niet luisteren – zolang zij leefden en van ons hielden, zolang zij hun lichaam hadden gespleten om ons te baren, zouden ze ons de perzik sturen in het perzikseizoen.’

Taal en beeld hebben daarnaast ook een gevoelswaarde en de gebruikers van de portal zijn absoluut geen emotieloze robots. De hoofdpersoon is juist regelmatig geëmotioneerd door wat ze ziet, met name door aandoenlijke dierenfilmpjes. Dat de emotionele logica in de portal wel losgezongen is van die daarbuiten, wordt duidelijk wanneer de hoofdpersoon hysterisch moet lachen om een filmpje van een dodelijk ongeluk en dit pas inziet wanneer haar man haar daarop wijst.

Die emotionele laag maakt dat Hier hoor je niemand over niet het dystopische verhaal is dat ik had verwacht te lezen. In de tweede helft van de roman wordt de aandacht van de hoofdpersoon naar de echte wereld getrokken wanneer er complicaties optreden in de bevalling van haar zus – net als in Prachtige wereld, waar ben je blijkt de geboorte van een nieuw mens een remedie tegen vervreemding. In de korte tijd die de baby uiteindelijk op aarde doorbrengt wijkt de hoofdpersoon niet van haar zijde. De gebeurtenissen inspireren haar om zich voortaan met belangrijkere dingen bezig te houden, maar dat komt er niet van: ‘Voortaan zal ik alleen maar praten over dingen die ertoe doen, het leven en de dood en wat daarna komt, maar ondertussen ging ze gewoon door over het weer.’ Er is niet echt sprake van verzet: de portal heeft nou eenmaal haar plaats ingenomen in het leven van haar gebruikers en daar moeten ze het mee doen. Bij de uitvaart van haar nichtje kiest de hoofdpersoon een schijnbaar onzinnige meme uit de portal als afscheidswoorden: ‘Ik besta omdat mijn hondje weet wie ik ben.’ De woorden bieden oprechte troost.

Woordspeling als verzetsdaad
Ook de personages in Ali Smiths Zomer zijn internetgebruikers, maar ze hebben een totaal andere relatie tot de digitale wereld dan Lockwoods portalbewoners. Smiths personages gebruiken het internet opvallend vaak om dingen te googelen. Zo ook Sacha en haar jongere broer Robert, twee tieners voor wie het web een plek is waar ze vooral veel kennis opdoen. Ze voelen zich niet gestuurd door algoritmes, maar zijn juist optimistisch over de invloed die we daar zelf op kunnen uitoefenen. Zo vult Robert als zelfbenoemd ‘data-anarchist’ persoonlijkheidsquizzen in namens zelfbedachte personen om zo systemen in de war te schoppen met fictieve data. Sacha stuit bij een zoeksessie naar de term ‘heroine’ tussen de afbeeldingen van drugsnaalden op een foto van haar held Greta Thunberg: Alleen de machtige Greta kan een einde maken aan het vaste voornemen van internet om het woord heroine niet naar een maar naar een verkeerd gespelde harddrug te laten verwijzen.’

Bovenstaand citaat illustreert ook de aandacht die de personages van Smith hebben voor woorden, hun vorm, spelling en betekenis. Een misverstand of verkeerde spelling is zelden een probleem, het geeft eerder aanleiding tot het leggen van nieuwe verbanden. Sacha schrijft brieven aan een vluchteling van wie ze in eerste instantie denkt dat zijn naam Hero is. Dat blijkt een misverstand, maar zijn echte naam, Anh Kiet, betekent wel iets in de trant van ‘held’. Al googelend leest Sacha over de wiskundige Hero, die als uitvinder in het Oude Griekenland de basis legde voor hedendaagse windmolenparken. Hero was dus een klimaatheld, net als Sacha’s heldin Greta Thunberg. In Zomer heb namen vaker een dubbele laag: het personage Art runt een blog met de titel Art in nature, waarin ‘art’ zowel ‘kunst’ betekent als verwijst naar hemzelf als schrijver. Woorden en namen worden van alle kanten onderzocht en overwogen, waardoor hun betekenissen steeds complexer worden. Dat is misschien wel het tegenovergestelde van betekenisinflatie.

Sacha en Robert hebben bovendien helden en grote ideeën – ze hebben het jeugdige idealisme dat Alice en Eileen juist verloren denken te hebben. Roberts helden zijn Albert Einstein en Boris Johnson; de eerste omdat hij ‘tegen elke trend ingaat en de universele waarheden herschrijft om ze nog meer waar te maken’, de tweede ‘vanwege het zien, volgen, cultiveren, gebruiken en enorm profiteren van de huidige trends, wat de beste manier is om trends te overleven.’ Deze twee helden reflecteren verschillende aspecten van Roberts persoonlijkheid: zijn wereldomvattend idealisme tegenover cynisme en ironie. De cynische kant van Robert zet zich af tegen zijn zus: ‘Ze denkt echt dat ze de wereld kan veranderen, dat met een duwtje van haar en haar waakzame vrienden alles zal veranderen.’ De actuele connotaties van woke gaan in de Nederlandse vertaling naar ‘waakzaam’ verloren. Dat is jammer, want Robert zet zich hier wel degelijk af tegen de taal-wokeness en stapt het liefst op alle lange tenen tegelijk: ‘Ik ben beledigd! chreeuwen alle opgestelde mensen vlak voordat ze in greppels worden geschoten in Robert Greenlaws denkbeeldige computerspel met provisorische titel Blood and Irony dat hij zeer binnenkort echt zal uitvinden en verkopen voor een fortoon (sic).’

Toch wordt cynisme in de belevingswereld van Robert zelden echt nihilisme. Daarvoor gelooft hij te veel in Einsteins universele waarheden. Roberts pessimisme zet hem eerder aan tot een creatief soort anarchisme. Om te bewijzen dat tijd inderdaad, zoals Einstein stelt, krom is, lijmt hij een zandloper vast aan Sacha’s hand. Hij appt haar: ‘weet hoe bezorgd jb over geen tijd meer dus dit beste presentje dat ik kon bedenken vanaf nu hj altijd tijd in de hand.’ Roberts verzet tegen zijn zus is in essentie een woordgrap.

Niets voor niets zijn woordgrappen een favoriet stijlmiddel van Smith. Woordgrappen laten de barsten in de taal zien, de plekjes waar je een koevoet tussen kan wrikken om een verborgen laag te onthullen. De personages in Zomer zijn in een eindeloze vrije associatie verwikkeld. In een gesprek tussen vreemden wordt de mythe van Prometheus – wiens lever als straf van de goden tot in de oneindigheid werd uitgepikt door roofvogels – aan een songtekst van Joni Mitchell geregen: ‘Ik word gepikt on both sides now, zingt zij. From up and down and still somehow. Ze lachen.’ Verbinding tussen mensen ontstaat hier in het gezamenlijk begrijpen van een woordspeling.

Het kernwoord is synthese, zowel op zinsniveau als plotniveau. In Zomer zijn toevallige ontmoetingen en onverwachte vriendschappen de drijvende kracht van het verhaal. Taal en de verhalen die personages elkaar vertellen, zeker wanneer ze door lockdowns van elkaar gescheiden worden, spelen hierin steeds een cruciale rol. Smiths hoopvolle boodschap in wanhopige tijden is dat het nooit op is, dat om elke hoek een nieuwe ontmoeting kan wachten en daarmee een herschikking van taal en haar betekenissen. Sacha belichaamt die oneindige nieuwsgierigheid. ‘Ik wil, ik moet evenveel talen leren als ik persoonlijkheden heb,’ zegt ze (wat Robert dan weer ‘onpatriottistisch’ vindt).

Opnieuw ontmoeten
Dit essay ging over taal als onuitputtelijke bron van vernieuwing. Ik schreef over drie fantastische romans die me dit jaar inspireerden en hoop gaven, omdat ik besefte dat er altijd briljante schrijvers zullen zijn die nieuwe woorden zullen vinden om de dingen te omschrijven waarvoor we zelf het vocabulaire nog niet hebben. Een reflectie op mijn eigen worsteling met woorden voelt dan ook als de eerlijkste manier om dit stuk tot een conclusie te brengen.

Tijdens het schrijven herkende ik me namelijk vaak in Alice en Eileen uit Prachtige wereld, waar ben je. Al stuntelend met argumenten en formuleringen raakte ik gefrustreerd met de literaire kritiek als genre, waarvoor ik in feite zoveel liefde en bewondering heb. Alles wat ik schreef voelde clichématig en voorspelbaar. Alsof ik de romans die mij door hun taal zo inspireerden alleen maar tekort kon doen met mijn eigen gekunstelde zinnen.

En toch, een essay is in zijn oorspronkelijke betekenis een probeersel. Dit was mijn dappere poging om drie fantastische boeken nogmaals te ontmoeten, ze met elkaar in gesprek te laten gaan en beter te begrijpen. Mijn taal is er rijker van geworden en daarmee ook mijn wereld.

Dit essay schreef Hanna Kok naar aanleiding van de volgende werken:

Prachtige wereld, waar ben je
Sally Rooney
Amsterdam, Ambo Anthos, 2021
Vertaling door Gerda Baardman en Jan de Nijs
384 pagina’s
ISBN 9789026357244

Hier hoor je niemand over
Patricia Lockwood
Amsterdam, Atlas Contact, 2021
Vertaling door Nicolette Hoekmeijer
224 pagina’s
ISBN 9789025470432

Zomer
Ali Smith
Amsterdam, Prometheus, 2020
Vertaling door Karina van Santen en Martine Vosmaer
368 pagina’s
ISBN  9789044644999

Geplaatst op 17/12/2021

Tags: 'Literatuur', 21e eeuw

Categorie: Essays, recensie

Reacties

  1. De Reactor

    Beste Jan,

    Bedankt voor uw reactie. Het is meteen aangepast op de website.
    Fijne feestdagen.

    Met vriendelijke groet,
    De redactie van De Reactor

    Beantwoorden

  2. L.A.Hoogendoorn

    “Ze ONTSTIJGEN de typering van het millennialpersonage doordat ze zich hyperbewust zijn van hun privileges en hun plek in de wereld constant onderzoeken en bekritiseren – alsof ze weten dat ze romanpersonages zijn en zichzelf als zodanig proberen te lezen.” (mijn kapitalen)

    Ja, ‘hyperbewust van privileges’ en narcistisch main-charactersyndome… dat kennen we niet van de millenials… Wat een ontstijging!

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.