Proza, Recensies

Een ontnuchterend verlangen naar de Noordzee

Marifoonberichten

Toine Heijmans

De Noordzee levert al eeuwen werk, welvaart en tragedie. Langs de kust van Nederland tonen monumenten een verleden vol vissersrampen: Wierum, Moddergat, Arnemuiden, Scheveningen – iedere plaats kent zijn slachtoffers, ook nu nog. Op 28 november 2019 zonk de Urkse garnalenkotter ‘Lummetje’ zeven kilometer ten westen van Texel. Beide bemanningsleden kwamen om het leven. Vermoed wordt dat de vissersnetten bleven haken achter een wrak, waardoor het schip in korte tijd omsloeg.

Schrijver en columnist Toine Heijmans is een Noordzeezeiler en publiceerde Marifoonberichten (2019), een autobiografische verhalenbundel over ‘de zee en de mensen die daar willen zijn’. In Marifoonberichten zeilt Heijmans naar Schotland, Engelsmanplaat en over het Markermeer, hij praat met garnalenvissers, een orkaspotter en een sportzeiler. Hij bezoekt Rottumerplaat en wordt op het IJsselmeer gered door Urkers. In verhalende columnstijl doet hij verslag van wat hij ziet en hoort.

Een grijze rotzee

In het openingsverhaal van Marifoonberichten maakt Heijmans de oversteek ‘van Engeland naar huis’. Hij voelt de kou en de rauwheid van de Noordzee. De Noordzee als het Rotterdam van de wateren, bedoeld voor harde werkers. Geen pracht en praal, enkel ‘een grijze rotzee’. Daar moet je van kunnen houden. ‘Het Noordzeegevoel’, schrijft Heijmans, ‘moet langzaam groeien’ en gevaarlijke situaties liggen er continu op de loer:

Een foutje in de voorbereiding, een vuil dieselfilter, een vergeten rotsblok onder water of een lagedrukgebied, een val die vastloopt in de mast: als er één ding misgaat, gaat meestal alles mis.

Boten verdwijnen op zee, zeker als romantiek de overhand neemt. In De Warnow (2019) vertelt journalist Hans Steketee het fascinerende verhaal van een groep Nederlandse hippies die in 2013 bezield de zee opgaan richting het Noorderlicht. Vijf van de acht opvarenden verlaten de boot nadat ze bijna schipbreuk lijden, maar de andere drie zetten hun tocht voort. Tussen Schotland en Noorwegen verdwijnen ze van de radar en komen nooit meer thuis. In het verhaal ‘Going North’ denkt Heijmans aan dit vreemde, verbouwde loodsbootje met op de rand levende muzikanten als hij zelf richting het Schotse eiland Rum zeilt. ‘Zonder plan en zonder geld, het leven zoals het geleefd moet worden’, maar denkt hij erachteraan, ‘met anarchisten houdt de zee geen rekening’.

Toch moet je om naar zee te vertrekken minstens op het land een beetje anarchist zijn. Het avontuurlijke gen lijkt nodig om de trossen los te gooien en de kade achter je te laten, om het rücksichtslose water als aantrekkingskracht te zien. Heijmans heeft dat gen van zijn vader geërfd, blijkt in zijn bundel korte verhalen Met mijn vader is niks mis, net als Marifoonberichten uitgebracht in 2019. ‘Ik draag mijn vaders naam’, schrijft Heijmans, ‘ik heb mijn vaders aders’. Zijn vader is dementerend en een man die tot het einde toe tegendraads en onafhankelijk is: ‘Je mag mijn vader best de wet voorschrijven, maar alleen met zijn goedkeuring.’

Hoewel ‘deemoed’ volgens Heijmans een ‘prima medicijn’ is op zee, wijkt hij soms toch af van de regels die er gelden. In ‘Een boeiloos leven’ schakelt hij tussen Lauwersoog en Noordpolderzijl zijn navigatie en marifoon uit en vaart weg van de tonnetjes die de geulen in de Waddenzee aangeven. ‘De enige die me de weg wijst ben ik zelf’, stelt Heijmans, de stem van zijn vader echoënd. Je eigen weg kiezen ‘is een andere wereld, vrijer en nauwelijks gevaarlijker’. Het is die dag zomers, het kabbelende zeewater glinstert rustig onder een warme middagzon, en behalve eb en vloed, kan Heijmans niet zoveel gebeuren.

Het land is overal

‘We willen op zee blijven, en nooit meer ergens anders zijn’, schrijft Heijmans in ‘Een zee van lood’ in Marifoonberichten. ‘We krijgen een afkeer van de kust’. Misschien is het gezond om af en toe naar zee te vluchten, denk ik als ik Marifoonberichten lees, weg van de maatschappij. Zelfs de veerdienst naar een Waddeneiland heeft voor veel mensen dat effect. Het leven versimpelt op een eiland: het dorp is links, de camping rechts en het strand overal. Maar op een boot kijk je niet naar zee; je bent er onderdeel van. De noodzaak van veiligheid is hoog. Je hebt drie taken: navigeren, eten/drinken en slapen. Andere mensen vluchten op hun fiets naar de Vogezen of wandelen door de Alpen met een vergelijkbaar recept: route, rust, water.

Toch is het land overal. Dat de veerdienst naar een eiland ook kan voelen als opsluiting verwerkte Heijmans in zijn tweede roman Pristina (2014), een verhaal waarin een vrouw zonder verblijfsvergunning naar een asielzoekerscentrum op een Nederlands Waddeneiland wordt gestuurd. Ook in Marifoonberichten sluit Heijmans zijn ogen niet voor de maatschappij op zee. In ‘345 zeecontainers’ schrijft hij over containers die op de bodem van de zee zijn terechtgekomen waardoor wetenschappers ‘24 miljoen plastic balletjes op de Noordzeestranden’ tellen. Garnalenvissers zien het effect van containerschepen al lang. De zee is ‘een mijnenveld’ geworden, ‘hun netten slaan vast in opengebarsten zeecontainers’ en het is ‘de grootste milieuramp in dit gebied ooit’. Maar er is niets aan te doen; de containerschepen zijn economisch rendabel.

En zo is er meer ontgoocheling. De door mensen ontworpen Marker Wadden ‘beloven de waterbouwsector een boost te geven’. Op Rottumerplaat – ‘het wonderlijke geheime eiland’ van Jan Wolkers, Godfried Bomans en Willem Ruis – ontdekt Heijmans geen natuur maar bebouwing. Spitsbergen is vanwege ‘het wijkende ijs’ het toneel van ‘wereldpolitiek’ geworden door de verborgen grondstoffen. En een toeristische zeesafari bij de Lofoten levert geen gespotte orka’s op, want die zijn vertrokken sinds de haring, ‘het zilver van de oceaan’, is verdwenen. De romantiek van de zee en de vlucht naar vrijheid brokkelen langzaam af in Marifoonberichten. De zee is overspoeld met regels, mensen en containers. ‘Mijn bootje is gevangen in het web van de wereldeconomie’, schrijft Heijmans in ‘Zero-six, sir’.

Dat biedt voor Heijmans wel nieuwe kansen voor klein protest op zee. In ‘Erecode’ wringt hij zich in allerlei bochten om de ‘Erecode van de Waddenzee’ na te leven, die erop neerkomt dat je de natuur als wadvaarder met rust laat. Kokkels kookt hij voor het avondeten in rode wijn, maar zeekraal is wettelijk beschermd en plukt hij niet, totdat hij denkt aan de Groningse gasboringen. ‘Ach wat’, de Waddenzee levert toevallig niets op, anders ‘zouden ze hier boortorens zetten’. Dus lapt hij die avond de grondwet van de Waddenzee aan zijn laars en eet een handjevol zeekraal.

De overkant

Het is typerend voor Heijmans’ schrijven: hij laveert met nuance tussen allerlei zienswijzen. Waar zeezoetigheid te makkelijk op de loer ligt, injecteert hij zijn verhalen met realisme. Maar waar cynisme zich mogelijk aandient, zoals in de druk bevaren ‘winkelstraat’ van de Noordzee, brengt Heijmans poëzie in het spel. Dat is het interessante aan de verhalen in Marifoonberichten: er is altijd een overkant, een tegendeel. Heijmans laat een wereld zien die weerbarstig is. De Noordzee is lelijk en mooi, de kust vriend en vijand. Op zee verlangt een zeiler naar huis en thuis naar zee. De romantiek van een Schots eiland, maar ook de verveling van dagenlang wachten omdat de wind maar niet wil draaien. Whisky en water. Gevoel en techniek. Vluchten en blijven.

Marifoonberichten is een boeiende verhalenbundel over de asfaltgrijze zee die Nederland door de eeuwen heen al vaak heeft verrijkt en overspoeld. De eilanden, duinen en sluizen beschermen ons tegen het zoute water en de Waddenzee is door de droogvallende platen een uniek leefgebied voor miljoenen vogels en honderden plantensoorten. In een zeilboot kun je daar dichtbij komen. ‘Zeelui en zeilers: ze willen weg zodra ze landen’, schrijft Heijmans in ‘Ingevroren (71 graden NB)’. Door Marifoonberichten ga je die magnetische werking van de zee steeds beter begrijpen. Heijmans schrijft zeeliteratuur die ‘het Slauerhoffsyndroom’ aanwakkert: een poëtisch verlangen naar zee dat, met de blik van Heijmans, ook alledaags en ontnuchterend is.

Recensie: Marifoonberichten van Toine Heijmans door Maartje Amelink.

Pluim, Amsterdam, 2019
ISBN 978 94 929 2824 5
176p.

Geplaatst op 01/03/2020

Tags: 2019, de Wadden, Maartje Amelink, Toine Heijmans, zee, zeevaart

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.