Onzichtbare aanwezigheid

De laatste liefde van mijn moeder

Dimitri Verhulst

Het vervelende van het schrijven van een populair boek is dat het publiek verwacht dat je dat trucje nog eens zult herhalen. Na Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen (2006) verwachtte iedereen nog een roman vol slapstick en hilariteit, geschreven in een barokke stijl die drijft op bravoure. De kritiek zag aanvankelijk de wat pijnlijker maatschappelijke analyse die De helaasheid der dingen ook bood over het hoofd, en snakte eveneens naar Deel II. Op de fragiele liefdeshistorie Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006) werd nog voorzichtig positief gereageerd, maar Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008) was voor velen iets te veel van het overvloedige en dus bleef men op zijn honger zitten. Ongetwijfeld tot zijn eigen wanhoop heeft Verhulst naar aanleiding van zijn tot dusver succesvolste boek een norm opgelegd gekregen die hij niet meer kan en niet meer wil halen. Ook niet met De laatste liefde van mijn moeder, een roman die zich evenwel aandient als een humoristische ‘prequel’ op de vermaledijde helaasheid. Dat is niet erg, want aan alles merk je dat Verhulst vooral een ander boek wilde schrijven. Toch lijkt deze roman maar moeilijk onder het juk van zijn voorganger uit te kunnen komen.

De recensies leken tot nu toe wel vermanend, alsof Verhulst op voorhand al zou hebben beweerd dat hij een meesterwerk heeft geschreven. Volgens Elsbeth Etty in NRC is De laatste liefde van mijn moeder een ‘niet heel sterke roman’. Een boek dat in ieder geval slechts bij momenten zo ‘levensecht en meeslepend’ is als De helaasheid der dingen. Arjan Peters laakte in De Volkskrantde overvolle stijl van de schrijver en merkte op dat Verhulst niet veel geleerd heeft van zijn illustere voorganger Willem Elsschot, die hier nog maar eens werd opgevoerd als de zakelijke stilist.

Het is natuurlijk zomaar een greep uit de recensies die tot nu toe verschenen, maar het patroon lijkt helder. Waar de norm ook gelegd wordt, bij het voorlopige hoogtepunt van Verhulsts oeuvre of bij een hoogtepunt uit de literatuur waarin Verhulst nadrukkelijk een plek claimt, het referentiepunt ligt buiten de roman zelf. Logisch misschien, aangezien het boek aansluiting zoekt bij dat-ene-verhaal-dat-ondertussen-ook-verfilmd-is, maar dat levert wel een vertekenend perspectief op. Het leidt althans af. De kritiek beperkt zich op deze manier tot een overweging bij wat de roman op het eerste gezicht is: de stijl of de handeling.

Afrekenen met McDonald’s

Die handeling laat zich overigens gemakkelijk samenvatten. De elfjarige Jimmy Vos gaat samen met zijn moeder Martine en haar nieuwe vriend Wannes op vakantie. Dat is een hele belevenis voor mensen uit het arbeidersmilieu waarin Jimmy opgroeit. De vakantie op zich vormt dan ook het eerste probleem. Waar moet je immers heen? Na veel wikken en wegen valt de keus op een busreis naar het Zwarte Woud. Een groepsreis dus, met alle kneuterige consequenties van dien.

Ondertussen draait het echter vooral om de onderlinge verhoudingen. Wannes en Martine proberen een normaal gezinnetje te vormen, maar Jimmy heeft grote moeite om Wannes te aanvaarden als zijn nieuwe vader. Hij ontwaakt langzaam uit de sluimer van zijn naïeve jeugd. Terwijl Martine een zo normaal mogelijk leven probeert op te bouwen zonder haar agressieve, zuipende ex-man, ontdekt Jimmy de buitenwereld. Daarin blijken aantrekkelijke meisjes rond te lopen, die ook nog eens luisteren naar Doe Maar, hippe muziek uit ‘Holland’. Maar het is evengoed een wereld waarin McDonald’s wordt geïntroduceerd en waarin wereldwijsheid langzamerhand de norm wordt. De pogingen van Martine en Wannes om Jimmy op te nemen in hun gelukkige gezin mislukken uiteraard. Jimmy is een obstakel dat het geluk van Wannes en zijn moeder, die ook nog eens in gezegende toestand blijkt te verkeren, in de weg staat.

Maar wat zegt het verhaal ondertussen? Volgens velen is het een definitieve afrekening met het milieu waarin Verhulst zelf ooit opgroeide. Zo’n verregaande afrekening zelfs dat de schrijver het benepen Vlaanderen van de jaren tachtig extra volks en onbeholpen zou hebben afgeschilderd om duidelijk te maken dat het juist dit soort bekrompen onbenulligheid is geweest dat zijn hoofdpersonage naar de zelfkant van de samenleving heeft geduwd. Of hoe De laatste liefde van mijn moeder dus volledig in dienst staat van De helaasheid der dingen.

Etty merkte in NRC zelfs op dat Verhulst daarvoor een noodgreep nodig heeft. Volgens haar schuift hij namelijk de jaren vijftig over de jaren tachtig. De sixties en seventies lijken in ieder geval nooit te hebben plaatsgevonden – van emancipatie is er geen spoor – en dat is volgens haar de ‘grote zwakte’ van de roman. Verhulst speelt vals!

Het is alleen jammer dat De laatste liefde van mijn moeder hier zozeer in functie van Die Andere Roman gelezen wordt, dat de tragiek van dit verhaal verloren gaat. Vlaanderen is nog steeds, maar was in de jaren tachtig zeer zeker een heel ander land dan Nederland. We moeten dat natuurlijk niet overdrijven, maar in het milieu waarover Verhulst schrijft, hadden de jaren zestig en zeventig zoals Etty die heeft beleefd, inderdaad niet plaatsgevonden. Het is dus geen noodgreep van Verhulst. Sterker nog: het boek gaat over die vorm van behoudsgezindheid. In deze roman sluiten de mensen zich voortdurend af voor vernieuwingen. En geven ze zich er toch aan over – zoals tijdens het hilarische bezoek aan een van de eerste McDonald’s in Europa – dan wordt het vergif van de vernieuwing ook snel weer uitgescheten. Wannes’ diarree wordt althans met enige gretigheid teruggevoerd op het Amerikaanse ‘kattenvoer’.

Het verzet tegen maatschappelijke vernieuwingen en de daarmee gepaard gaande omarming van het volkse, het xenofobe en het folkloristische is geen karikatuuraal middel, maar de essentie van het falen van een aanzienlijk deel van de samenleving. In zekere zin is die maatschappelijke analyse pregnanter dan in De helaasheid der dingen. Daar stonden immers de outcasts centraal, de vrolijke lieden in de marge wier eerste natuur het is om van hun leven een zootje te maken. Daar kan wel eens om gelachen worden, maar dat geldt niet voor de nietsontziende structuurdwang van de burgerlijke orde. Een van de redenen waarom De laatste liefde van mijn moeder vaak lang niet zo grappig is als de formuleringen aanvankelijk doen vermoeden, is dat de consequenties van de pijnlijke situaties behoorlijk beklemmend werken. Ook de stijl speelt daarin een rol. De afgewogen taal van Elsschot zou hier volkomen ongepast zijn. Dit verhaal moest wel verteld worden in de overdadige, weinig effectieve en soms zelfs rammelende verzen van de mensen die een hopeloze poging doen om er nog iets van te maken.

Misschien wat mager

Ook, en eigenlijk vooral, zonder de context van Verhulsts eerdere werk is De laatste liefde van mijn moeder te begrijpen als een kritisch tijdsbeeld met verregaande consequenties. Of de roman daarmee ook geslaagd is, is natuurlijk een andere vraag. Een vraag die met even grote stelligheid in twee richtingen beantwoord kan worden. Je maakt – om hier maar eens een van de problemen van de literatuurkritiek op tafel te leggen – een analyse immers zo interessant of banaal als je zelf wil. Al citerend zou ik hier met evenveel gemak het stilistische vernuft én de onkunde van de schrijver (of van de uitgeverij) kunnen bewijzen. Zoals ik dat ook voor Boon of Hermans zou kunnen doen. Om diezelfde reden is een sluitende interpretatie van een roman ook geen garantie voor de kwaliteit ervan.

Voor het pure leesplezier is het verhaal in De laatste liefde van mijn moeder misschien wat te mager en te voorspelbaar. Busreizen naar het Zwarte Woud zijn een iets te gemakkelijke prooi voor een verhaal over bekrompenheid. Daar komt nog bij dat Verhulst zich zo op zijn centrale stelling concentreert dat niet alle elementen even goed uit de verf komen. Veel meer dan een aangeefster van wat wereldse wijsheid is Heloïse – het meisje waarop Jimmy verliefd wordt – bijvoorbeeld niet, terwijl bij de ontmoeting al duidelijk wordt gemaakt dat dit niet alleen een gebeurtenis van jewelste is, maar dat de liefde ook de hele reis stand houdt. En hoewel met enige uitvoerigheid wordt beschreven hoe en waarom Jimmy halverwege de reis geld steelt uit de handtas van een medereiziger, moet je goed opletten om te vernemen dat de eigenares van de tas inderdaad heeft opgemerkt dat er iets uit haar portemonnee is verdwenen.

Ook de titel van de roman is bijna bijkomstig. Ergens merkt Jimmy op dat ‘De laatste liefde van mijn moeder’ een mooie naam zou zijn voor een parfum. Ondertussen had Wannes al eens wat aftershave op gedaan en had hij voor Martine een flesje parfum gekocht. Daarmee leidt Wannes zijn vriendin binnen in een wereld waar slechte gewoontes met een laag artificiële schoonheid worden verdoezeld. Maar hier blijft het wel bij. Zelfs op plekken waar ostentatief wordt gestonken, keert dit maskeermiddel niet terug. Een bewuste keuze? Wellicht. Spaarzaam aangewende middelen kunnen uiterst effectief zijn, maar in dit geval lijkt het motief van het parfum vooral te zijn toegevoegd vanwege de suggestieve naam van het reukwater. Die laatste liefde is namelijk multi-interpretabel. Wannes is in zekere zin moeders laatste liefde, maar daarnaast bevat de vakantie naar het Zwarte Woud ook de laatste blijken van liefde van Martine voor Jimmy. Daarna vervliegt de genegenheid en wordt hij op straat gezet. Maar dat is niet het einde van het verhaal. Er hangt aan het slot van de roman nog een zweem van moederlijke affectie in de lucht, al geldt die niet Jimmy. In het tweede deel van dit boek (een jaar of 80 later) belt er ’s avonds laat iemand aan bij de inmiddels hoogbejaarde Jimmy. Deze twijfelt er geen moment aan dat het zijn halfbroer is die op de stoep staat. De lezer krijgt deze man echter nooit te zien. Het boek eindigt voordat Jimmy zijn plaatsvervanger in het gelukkige gezinnetje van Wannes en zijn moeder de hand schudt. De halfbroer blijft dus even onzichtbaar aanwezig als het parfum. Maar of die vergelijking echt werkt?

Wat het oordeel over De laatste liefde van mijn moeder uiteindelijk echter ook is, de roman verdient het niet om te worden overschaduwd door die andere onzichtbare aanwezigheid, de roman, inderdaad, waarvan de titel voortaan beter achterwege blijft.

Links

Contact, Amsterdam, 2010
ISBN 9789025438180
235p.

Geplaatst op 10/09/2010

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.