Non-fictie, Recensies

Mensen classificeren alsof het insecten zijn

Over nationalisme

Met een essay van Bas Heijne

George Orwell

‘Ruim zeventig jaar na zijn dood is George Orwell terug van nooit weggeweest.’ Zo begint Bas Heijne zijn inleidende essay ‘Hoe we allemaal nationalist zijn geworden’ (2023) bij Orwells essay ‘Notities over nationalisme’ (1945). Beide verschenen in het boekje Over nationalisme (2023). Heijne schrijft dat de twintigste eeuw de eeuw van Orwell was en dat de eenentwintigste eeuw dat net zo goed is. Zowel voor Orwells essays als voor zijn latere romans, merkt Heijne op, piekt de belangstelling steeds opnieuw. Na de verkiezing van Trump in 2017 stond de dystopische roman 1984 ineens weer hoog in de Amerikaanse bestsellerlijsten. Vijf jaar later, toen het Russische leger Oekraïne binnenviel en Poetin dit een ‘militaire operatie’ noemde, belandde 1984 bovenaan de Russische bestsellerlijsten. Dat ‘Notities over nationalisme’ na de verkiezingsoverwinning van Geert Wilders in Nederland al na één dag was uitverkocht, is dus waarschijnlijk niet alleen maar goed nieuws.

De hernieuwde belangstelling voor ‘Notities over nationalisme’ heeft ongetwijfeld te maken met de ongerustheid onder veel mensen over de groeiende macht van een politieke partij met de leus ‘De Nederlander weer op één’, een echo van Trumps ‘America First’. Heijnes briljante inleiding over ons eigen nationalisme en zijn optreden in het tv-programma Buitenhof hebben deze belangstelling verder doen toenemen. Orwells essay over nationalisme kreeg opvallend een stuk minder aandacht toen het twee jaar eerder (in dezelfde vertaling van Thomas Heij) verscheen in de bundel Tegen totalitarisme (2021). Op het moment van schrijven is Over nationalisme al aan de zesde druk toe, en dat in een land waar de stichting voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek dit jaar het woord ‘essay’ in de communicatie naar de lezers minder wilde gebruiken. Lezers (jong en oud) zouden hebben gezegd dat het woord hen afschrikt. Dat Over nationalisme in de top tien van de bestsellerlijst staat, zal hopelijk ook de CPNB opvallen.

 

Denkpatronen

 

Een verklaring voor Orwells aanhoudende succes is dat hij zowel in zijn latere romans als in zijn essays de denkpatronen blootlegt die schuilgaan achter menselijk gedrag, constateert Heijne. Het negeren of ontkennen van feiten die je slecht uitkomen omdat je meningen worden bepaald door de positie die je hebt ingenomen, is daar een voorbeeld van. Heijne haalt in zijn essay de woordvoerder van het Russische ministerie van buitenlandse zaken aan, Maria Zakharova, die na een kritische vraag over de gelijkenis tussen Big Brother en Poetins Rusland met een stalen gezicht antwoordde: ‘Jarenlang hebben we geloofd dat Orwell de verschrikkingen van het totalitarisme beschreef. Dit is een van de grootste wereldwijde leugens. Orwell schreef over het einde van het liberalisme. Hij beschreef hoe het liberalisme de mensheid naar een doodlopende weg zou leiden.’

Een glasharde leugen, schrijft Heijne. Orwell was een socialist. Hij wist nadat hij had meegevochten in de Spaanse burgeroorlog heel goed welke plaats hij in het politieke spectrum innam. ‘Iedere serieuze regel die ik sinds 1936 schreef is, direct of indirect, tegen totalitarisme gericht en vóór het democratisch socialisme zoals ik het begrijp,’ noteerde hij in ‘Why I write’ (1946). Wat Zakharova doet is volgens Heijne precies datgene waar Orwell voor waarschuwde, ze manipuleert de werkelijkheid ten behoeve van de belangen van haar eigen kamp.

Orwell schreef al in ‘Looking back on the Spanish War’ (1942) dat de politieke voorkeur van mensen bepaalt of men gelooft in de gruweldaden die verricht zijn door een bepaalde groepering. Doordat Orwell had meegevochten in de Spaanse burgeroorlog wist hij dat kranten daarover zelden de waarheid vermeldden. Hij zag ‘grote veldslagen gerapporteerd waar niet was gevochten en volledige stilte waar honderden mannen waren gedood.’ De geschiedenis werd niet ‘geschreven in termen van wat er gebeurde, maar van wat er had moeten gebeuren volgens verschillende partijlijnen’ (Homage to Catalonia, 1938). Dit thema komt terug in ‘Notities over nationalisme’ als Orwell schrijft: ‘Dit alles jaagt me angst aan, omdat het me vaak het gevoel bezorgt dat het idee van een objectieve waarheid zélf uit onze wereld aan het verdwijnen is.’ Heijne noemt in zijn essay Zakharova’s leugen een orwelliaanse manipulatie van Orwell zelf. ‘Dat is in ons zogenaamde post-truth-tijdperk, waarin waarheidsvinding heeft plaatsgemaakt voor een behoefte aan emotionele zelfbevestiging, alleen maar gemakkelijker geworden.’

 

Nationalisme

 

Wat bedoelde Orwell precies met nationalisme? In zijn essay geeft hij een bredere definitie van het begrip dan gebruikelijk: ‘Met ‘nationalisme bedoel ik ten eerste de gewoonte om aan te nemen dat mensen kunnen worden geclassificeerd alsof het insecten zijn en dat hele blokken van miljoenen of tientallen miljoenen mensen gerust ‘goed’ of ‘slecht’ genoemd kunnen worden.’ Onder Orwells definitie van nationalisme vallen ook communisme, zionisme, antisemitisme, anglofobie en pacifisme. Nationalistische gevoelens kunnen zelfs volledig negatief zijn. Orwell noemt als voorbeeld daarvan de aanhangers van de Russische revolutionair Lev Trotski, die voornamelijk werden gedreven door hun afkeer van het stalinistische regime.

Een negatieve nationalist heeft ‘geen loyaliteit aan een andere eenheid ontwikkeld,’ schrijft Orwell. ‘Als men begrijpt wat dit behelst, dan wordt de aard van wat ik bedoel met nationalisme een stuk duidelijker.’ Een nationalist ‘kan zijn geesteskracht inzetten voor zowel opschepperij als kleinering, maar zijn gedachten gaan altijd uit naar overwinningen, verliezen, triomfen en vernederingen.’

Marian Slob schrijft in de Volkskrant (23 augustus 2021): ‘In zo’n kenschets valt gemakkelijk iemand als Baudet te herkennen.’ Er staat een filmpje van Baudet online waarop te zien is hoe hij na de bekendmaking van de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2023 energiek het podium opkomt; na een verlies van tien zetels voor de FvD spreekt hij zijn partijgenoten toe met de woorden: ‘Prachtig. Een hartstikke goed begin. Wat de uitslag van deze verkiezingen laat zien is dat waar wij mee bezig zijn met elkaar een project is van lange adem.’

Toch zou het te gemakkelijk zijn om na het lezen van Over nationalisme alleen naar politici als Baudet, Wilders of Trump te wijzen. Het gaat Orwell er juist om dat we onze eigen partijdigheid onderzoeken. We zijn allemaal in meer of mindere mate nationalistisch. Heijne schrijft dat wie het werk van Orwell leest geen man ontmoet die ‘zichzelf tot een moreel ijkpunt verheft of comfortabel vanaf de zijlijn de verdorvenheid van de wereld op de korrel neemt’, maar juist iemand die zichzelf nooit spaart.

 

Morele inspanning

 

In het slotdeel van ‘Notities over nationalisme’ betoogt Orwell dat een intellectueel zich niet volledig buiten de politiek kan houden of er niets om kan geven. Sommige intellectuelen zullen stellen dat de monarchie een bescherming vormt tegen dictatuur, anderen dat georganiseerde religie een schild is tegen bijgeloof. ‘Of men kan beweren dat een onbevooroordeelde blik sowieso niet mogelijk is, dat bij alle dogma’s en doeleinden dezelfde leugens, dwaasheden en barbaarsheden komen kijken’ en dit als reden aanvoeren om je dan maar afzijdig van politiek te houden, maar daar gaat Orwell niet in mee. Hij roept op tot stellingname. Een intellectueel heeft ‘de plicht zich te engageren met de politiek en moet erkennen dat sommige doeleinden objectief gezien beter zijn dan andere, ook al bepalen de nationalistische voor- en afkeuren bij de meesten van ons nu eenmaal wie we zijn, of we dat nu willen of niet’. Orwell betwijfelt of het mogelijk is die voor- en afkeuren af te schudden maar is er wel van overtuigd dat het mogelijk is er de strijd mee aan te gaan. Het gaat erom ‘te ontdekken wie je werkelijk bent en wat je zelf werkelijk voelt, en vervolgens rekening te houden met je eigen vooringenomenheid die je niet kunt vermijden.’ Als je erkent dat je voor- en afkeuren hebt, kun je voorkomen dat die je denkvermogen verpesten. Dat vraagt een morele inspanning.

Heijne stelt dat nationalisme tegenwoordig individualistischer is dan vroeger, voor de verzuiling van de samenleving. Nu veel mensen in hun eigen, fragiele bubbel leven staat het ‘ik’ meer centraal dan toen mensen nog onderdeel waren van een zuil, van een religieuze of politieke gemeenschap. Het engagement dat mensen vandaag de dag aangaan is vluchtiger en emotioneler. Een bubbel biedt minder bescherming dan een zuil doordat een bubbel ieder moment kan knappen. De zekerheden die de bubbel biedt zijn volgens Heijne dan ook altijd defensief, wankel en agressief. Buiten de bubbel wordt de wereld als vijandig gezien, altijd weer ‘blijkt er iemand – een persoon, een groep – de uitvoering van jouw ideale samenleving in de weg te zitten. Iemand die verbinding onmogelijk maakt.’ Dat klopt, schrijft Heijne, maar het is ons eigen geïndividualiseerde ik dat dwarsligt. In plaats van dat onder ogen te zien, wijzen we vaak liever naar een ander. Ook Heijne eindigt zijn essay met te zeggen dat een uitweg uit het nationalistische verlangen de ander de baas te worden alleen mogelijk is wanneer ‘het individu zichzelf en zijn overtuigingen tegen het licht leert houden’. Hoe ben ik tot mijn standpunten gekomen? Ben ik zelf ook partijdig? Hij concludeert dat verbinding alleen mogelijk is ‘wanneer het gepaard gaat met zelfkritiek’. Actueler dan Heijne en Orwell kunnen essayisten niet zijn in een tijd waarin partijdigheid en propaganda ook in ons land het politieke toneel bepalen.

Prometheus, 2023

Geplaatst op 07/02/2024

Categorie: Non-fictie, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.