Filosofie, Signalement

Over pillen en politiek

Narcokapitalisme

Laurent de Sutter

De in Antwerpen geboren Franstalige essayist Laurent de Sutter heeft al een slordige twintig boeken op zijn naam staan, de meeste intussen wereldwijd vertaald. Nu er voor het eerst een Nederlandse vertaling van hem verscheen, was het meteen raak: Narcokapitalisme is al aan zijn tweede druk toe.

Naast veelschrijver is De Sutter ook mediafiguur, redacteur en professor rechtstheorie aan de Vrije Universiteit Brussel. Een aantal van zijn boeken gaat dan ook over het recht. De basisstelling ervan komt ongeveer hierop neer: het recht met zijn pacten en contracten is veel rijker aan mogelijkheden dan de wet die alleen beperkend en verbiedend optreedt. Maar het merendeel van zijn beknopte, kleine boekjes is uitgesproken frivool, op het subversieve af. In een aanstekelijk interview met Apache noemt hij zichzelf Baudelerien, aanhanger van de artificialiteit (hij had ook ‘Baudrillardien’ kunnen zeggen), en anarchist in de letterlijke betekenis van het woord: een tegenstander van beginselen en funderingen, dus voorstander van het omarmen van grondeloosheid.

De Sutter verstaat de kunst om in een elegante stijl, in korte hoofdstukjes, echt vignetten, niet alleen erudiet kennis te delen, een originele, recalcitrante gedachtegang te ontwikkelen, en bij momenten ook nog grappig te zijn, maar ook om een spannend verhaal te vertellen. Vooral dat narratieve element neemt de lezer op sleeptouw: zijn essays lezen als theoretische novelles. Eigenlijk beoefent De Sutter een nogal zeldzaam subgenre, het narratieve filosofische essay, en wel op een meesterlijke manier.

Narcokapitalisme, oorspronkelijk in het Frans verschenen als L’âge de l’anesthésie, is inderdaad vooral een korte geschiedenis van de anesthesie. De patentering van de anesthesie door middel van ether en de uitvinding van het woord zelf, vormen een opstap om het over de theorie van Kraepelin te hebben. Het was Emil Kraepelin, een van de stamvaders van de psychiatrie, die in 1899 manisch-depressiviteit voor het eerst benoemde als een enkel syndroom, door melancholie en manie als twee kanten van dezelfde medaille te beschouwen. Hij ging ervan uit dat bij manisch-depressieven de manische fase de gevaarlijkste is. Daarom moesten manische patiënten door ‘sedatie’ gekalmeerd worden, verdoofd, in een soort zachte depressiviteit gehouden door medicatie, die hen dociel maakt. Dat manisch-depressieve Irresein splitst De Sutter op: het dwalen (irre) van het zijn (sein). De excitatie van de patiënt is voor Kraepelin dus een soort ontologisch tekort, een onoplosbaar gebrek, dat ook van generatie op generatie wordt doorgegeven. Deze pessimistische kijk is typisch voor deze tijd. Geestesziekten zijn alleen chemisch te bedwingen, niet te genezen.

Chloorhydraat biedt halverwege de negentiende eeuw een oplossing, vooral voor de omgeving van de manisch-depressieve patiënt, want de overexcitatie van manie is erg vervelend – lichamelijke agitatie maakt mensen immers onhandelbaar. De Sutter trekt een lijn van de ontdekking van chloorhydraat naar de antidepressiva van vandaag, om dan in het tweede hoofdstuk cocaïne te bespreken – van Freud tot Coca-Cola en de geprezen mentale excitatie van de coke. Zo wandelt De Sutter in dit boek door de geschiedenis van onze verslaving aan psychofarmaca, onderwijl provocatieve stellingen ponerend. Cocaïne belichaamt voor hem de manische kant van het kapitalisme: het kapitalisme en cocaïne werken op dezelfde manier – niets houdt ze tegen – en ook de banken werken op de keper beschouwd zoals de cocaïnemaffia.

Na een meanderend hoofdstuk over het nachtleven en een verhelderend kapittel over de pil, culmineert Narcokapitalisme in een kleine genealogie van de angst voor de massa, en de psychopolitiek om haar te temmen. Het buiten zichzelf zijn van het individu in de manie wordt weerspiegeld in het gevaarlijke zelfverlies in de massa. Deze excitatie moet teruggebracht worden naar het depressieve zijn. Politiek van onderuit is geëxciteerd, politieke controle van bovenaf is het platleggen, het bedaren van die opwinding: ‘anexcitatie’. Dat nu is wat de ‘Prozac-cultuur’ met ons doet: ons in een zachte narcose houden. Vandaar: narcokapitalisme.

De Sutter wil naar eigen zeggen echter niet zozeer een kritiek schrijven van het narcokapitalisme, maar ons aan het denken zetten. En dat doet hij. De vraag die De Sutter de lezer aan het begin van het boek presenteert, blijft nazinderen lang nadat je het hebt dichtgeklapt: ‘wat is dit leven eigenlijk, als we antidepressiva nodig hebben om overeind te blijven, slaappillen om ’s nachts de slaap te vatten, excitantia om opnieuw wakker te worden en partydrugs om te feesten?’ Hij wil echter niet zozeer moraliseren maar mogelijkheden openen. Voor hem moeten het onvermoede, de potentialiteit, de vergeten mogelijkheden, primeren op negativiteit, moralisme en het zoeken naar een zondebok. Zijn boeken, die een bijna Benjaminiaanse collagetechniek hanteren om mozaïeken samen te leggen, puzzelstukken van een ontbrekende totaliteit, stellen uitdrukkelijk intensiteit en fascinatie centraal. Dat maakt ze zo aanstekelijk, ja exciterend.

Ook zijn opstandigheid is besmettelijk: in het fraaie nawoord bij de Nederlandse uitgave stelt De Sutter zelfs dat hij de filosofie wil afschaffen, omdat ze meeheult met de psychopolitiek die iedere vorm van buiten-zichzelf-zijn wil terugbrengen naar een stabiele, dociele, beheersbare toestand. Zo kunnen we volgens hem ‘eindelijk het besef […] herwinnen van de grenzeloosheid die elk denken zou moeten aandrijven’. Deze subversie van de filosofie ten voordele van het essayistische denken, denken als proberen, is in feite de inzet van zijn werk. In een Franstalig interview zegt hij het zo: ‘J’imagine l’essai comme une machine à exciter le cerveau à travers une narration traitant les idées comme des événements de nature presque érotique.’ (‘Ik zie het essay als een machine die erop uit is om de hersenen te prikkelen via een verhaal dat ideeën behandelt als gebeurtenissen van bijna erotische aard.’) Geef toe, dit is gourmet cooking met woorden: tegelijk wellustig en analytisch, tegelijk maniëristisch en van een adembenemende precisie.

Het is niet verwonderlijk dat deze dwarsdenkende dandy ook lid is van DiEM25, de radicaal linkse Europese beweging van Yanis Varoufakis, want er is een verband tussen zijn subversief-frivole esthetiek en zijn anarchistische rechtsfilosofie. Narcokapitalisme bevindt zich op het snijpunt van beide. Misschien moeten we er een oxymoron voor verzinnen: radicale frivoliteit. Wat er ook van zij, vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat De Sutter een filosofische agent provocateur van de bovenste plank is. Gauche caviar, grand cru classé.

 

 

 

EPO, Berchem, 2022
Vertaald door: Peter Cockelbergh en Bas Matthynssens
ISBN 9789462673168
142p.

Geplaatst op 19/09/2022

Tags: Anarchisme, Anesthesie, Cocaïne, Emil Kraepelin, Kapitalisme, Laurent de Sutter, Narcokapitalisme, Rechtsfilosofie

Categorie: Filosofie, Signalement

Naar boven

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.